<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>RUIMTEVOLK</title>
	<atom:link href="http://ruimtevolk.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://ruimtevolk.nl</link>
	<description>Platform en netwerk voor het ruimtelijk debat</description>
	<lastBuildDate>Sun, 15 Jan 2012 20:21:23 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	
		<item>
		<title>de Metropolitane Strategie van Nederland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/de-metropolitane-strategie-van-nederland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/de-metropolitane-strategie-van-nederland/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 10:29:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3684</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/metropolitanestrategie.jpg" /> Vereniging Deltametropool, NAi en de Universiteiten in Randstad Holland nodigen u uit voor the International Perspectives: Final Debate. Debat omtrent de noodzaak van een metropolitane strategie in Nederland. Lees meer]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vereniging Deltametropool, NAi en de Universiteiten in Randstad Holland nodigen u uit voor <em>the International Perspectives: Final Debate</em>. Debat omtrent de noodzaak van een metropolitane strategie in Nederland.</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink1279187652" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet1279187652'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet1279187652" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet1279187652'));expand(document.getElementById('ddetlink1279187652'))</script></p>
<p>De internationale kracht van Nederland zit in haar hoge  voorzieningenniveau, verspreid over de steden. Echter, dit  voorzieningenniveau is financieel niet langer te handhaven. Ondertussen  groeien andere stedelijke agglomeraties &#8211; door de ontwikkeling van hun  voorzieningen &#8211; uit tot concurrerende metropolen. Tijdens het debat  presenteert Vereniging Deltametropool ‘<em>de Metropolitane Strategie van Nederland</em>’.  Wethouders, private bestuurders en wetenschappers gaan hierover in  panels met elkaar en met de zaal in discussie. Wat worden de  strategische keuzes voor Nederland?</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 16u00-19u00 (zaal open om 15u30)</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Auditorium NAi, Museumpark 25, Rotterdam</p>
<p><strong>Toegang:</strong> Toegang is gratis voor leden van het NAi en Vereniging Deltametropool. Studenten dragen EUR 3,- bij en overigen EUR 5,-.</p>
<p><strong>Aanmelden:</strong> Registratie verplicht, meld u aan via het | <a title="Inschrijven tIP einddebat" href="http://www.nai.nl/inschrijven" target="_blank">registratie formulier</a> |</p>
<p><strong>Meer informatie:</strong> <a href="http://www.deltametropool.nl/nl/metropolitane_strategie_nederland" target="_blank">http://www.deltametropool.nl/nl/metropolitane_strategie_nederland</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/de-metropolitane-strategie-van-nederland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>CHEOPS Qafé</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/cheops-qafe/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/cheops-qafe/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 10:14:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3679</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/cheopsqafe.jpg" /> Het CHEOPS Qafé (CQ) is een initiatief van CHEOPS, Studievereniging Bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Jaarlijks wordt er een reeks van 3 lezing- en debatavonden georganiseerd. Het algemene thema]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het CHEOPS Qafé (CQ) is een initiatief van CHEOPS, Studievereniging Bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Jaarlijks wordt er een reeks van 3 lezing- en debatavonden georganiseerd. Het algemene thema van deze reeks dit jaar is &#8216;Egoïsme in de Bouw&#8217;.</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink553305278" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet553305278'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet553305278" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet553305278'));expand(document.getElementById('ddetlink553305278'))</script></p>
<p><strong>Programma:</strong> Maandag 5,12 en 19 maart 2012, details onder</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 19:30 Deuren open | 20:00 Start | 22:00 Einde met borrel</p>
<p><strong>Locatie:</strong> De Etalage 040, Mecklenburgstraat 1, kruising Mauritsstraat te Eindhoven</p>
<p><strong>Toegang:</strong> Gratis</p>
<p><strong>Meer informatie:</strong> <a href="http://cheops.cc/studenten/cq" target="_blank">http://cheops.cc/studenten/cq</a></p>
<p><strong>Maandag 05 maart</strong> | CQ 1 | De Spontane Stad?!<br />
Het streven naar een perfecte stad is al door vele begaafden besproken; of het nu gaat over de beschrijving van<br />
Plato in ‘Republiek’ of de visies van Koolhaas, men streeft naar een oplossing van dit vraagstuk. Op deze avond<br />
nemen we aan dat de perfecte stad bestaat. De vraag is echter; op welke wijze moet deze stad tot stand komen? Steden ontwikkelen zich hedendaags aan de hand van structuurvisies die door hogere hand zijn ‘gepland’. Echter zijn er ook geluiden die pleiten voor een andere werkwijze voor het ontwikkelen van steden. Deze ‘spontane’ wijze moet meer ruimte voor inspraak bieden voor de gebruiker, meer flexibiliteit en vrijheid in de plannen. Toch roept deze ‘spontane’ wijze de vraag op; zal de flexibiliteit en vrijheid niet leiden tot het heersen van de sterkste en egoïsme in de kaart spelen?<br />
Sprekers:<br />
1) Bart Stoffels, Urhahn Urban Design, stedenbouwer<br />
2) Rob Dettingmeijer, Universitair docent geschiedenis, architectuurtheorie en stedenbouw<br />
3) Cees Donkers, Gemeente Eindhoven, stedenbouwer<br />
Discussieleider: Jacob Voorthuis</p>
<p><strong>Maandag 12 maart</strong> | CQ 2 | Krot of kans?<br />
Stedenbouw kan al worden teruggebracht tot de 19de eeuw. De Nederlandse stedenbouw is de geschiedenis van Nederland. Op 22 maart 2007 werden 40 wijken benoemd als probleemwijken, de zogenoemde krachtwijken. Het is een veelbesproken onderwerp in de Nederlandse samenleving en roept verschillende gevoelens op bij de Nederlandse bevolking. Stedenbouwkundig zijn deze wijken erg sterk, maar waarom functioneren ze niet? Wat is nu de juiste aanpak? Daarnaast als er opgeknapt gaat worden, wie gaat dat doen? De overheid geeft verschillende bureaus, met financiële steun, de kans om deze wijken weer aanzien te geven. Maar is deze taak niet aan de<br />
gemeentes toebedeelt?Wat is de toekomst van deze wijken, krot of kans?<br />
Sprekers:<br />
1) Harry Bosch, voormalig wethouder Utrecht<br />
2) Reimar von Meding, veranderingsmanagement, architectuur en stedenbouw<br />
3) Arjan Harbers, Planbureau voor de Leefomgeving<br />
Dicussieleider: Kees Doevendans</p>
<p><strong>Maandag 19 maart</strong> | CQ 3 | OUTstanding! | Engelstalig<br />
In deze laatste avond, ligt de nadruk op het architectonische object. Vele bestempelen een groot, opvallend gebouw al snel als een ‘landmark’; een architectonische uiting waar niet alleen de architect zichzelf mee in de kijker speelt, maar vaak ook andere stakeholders zoals de gemeente haar profijt van heeft. Als bouwkundige speelt het gebruik van het gebouw en omgeving –en daarmee het individu– veelal de belangrijkste rol in het ontwerpproces, maar zijn zij daadwerkelijk prioriteit nummer één? Er zijn in de bouw tegenwoordig zo veel belanghebbende, kan de bouwkundige nog met elke partij rekening houden? Deze avond wordt besproken aan de hand van de film ‘The Fountainhead’ van King Vidor<br />
Sprekers:<br />
1) Fokke Moerel &#8211; MVRDV<br />
2) Leo van Broeck &#8211; Bogdan &amp; van Broeck Architects<br />
3) Els de Vos &#8211; Artesis University College<br />
Discussieleider: Bernard Colenbrander</p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/cheops-qafe/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Landschappen te kust en te keur</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/landschappen-te-kust-en-te-keur/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/landschappen-te-kust-en-te-keur/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Feb 2012 09:45:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul Roncken</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Landbouw]]></category>
		<category><![CDATA[Landschapsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Natuurontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Zeeland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3676</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/ontpolderen.jpg" /> De discussie rond de Hedwigepolder draait om de vraag of die polder natuur of landbouw moet zijn. Dat is een belediging voor ons intellect en de Nederlandse traditie van landschapsbouw. Er is landschapsontwikkeling mogelijk die menselijke geraffineerdheid benut om via de natuur landbouwproducten te verkrijgen en via de combinatie landschapsbeleving te creëren. Het is als een eenvoudige formule waar niet of-of wordt berekend maar via-via. Of anders gezegd: er zijn dus alternatieven denkbaar om tegelijkertijd de afspraken niet te schaden en de landschapsontwikkeling optimaal uit te voeren. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De discussie rond de Hedwigepolder draait om de vraag of die polder natuur of landbouw moet zijn. Dat is een belediging voor ons intellect en de Nederlandse traditie van landschapsbouw. De Wageningen Universiteit nodigt staatssecretaris Bleker uit om te komen praten over &#8216;landschapsmachines&#8217; die natuur, landbouw, erfgoed, zorg, voedselproductie, recreatie en economie combineren.</strong></p>
<p>Staatssecretaris Bleker krijgt tot eind februari om de Europese Commissie te overtuigen dat het landbouwgebied in de Hedwigepolder geen natuur hoeft te worden. Het is het zoveelste hoofdstuk in de soap over de keuze tussen landbouw en natuur. Het vreemde is dat het hierbij helemaal niet gaat om de vraag wat Nederlanders (en Vlamingen) nu eigenlijk hebben aan het al dan niet ontpolderen van de landbouwpolders.</p>
<p><strong>Zwart-wit</strong><br />
De kwestie rondom de Hedwigepolder komt voort uit een streng verdrag, waarin economisch gebruik van een waternetwerk moet worden gecompenseerd met eerlijke natuurontwikkeling. Hierachter zit een zwart-witdenken dat ons intellect niet serieus neemt. Er lijken goed argumenten te zijn voor compensatie, maar evengoed zijn er redenen om goede landbouwgrond niet op te geven.</p>
<p>De politieke discussie over landbouw of natuur is een aanfluiting in het licht van de indrukwekkende traditie van Nederlanders in het vormgeven van landschappen met alles wat we nodig hebben: ziektepreventie, voedselproductie, biotoopontwikkeling en toegankelijkheid voor de mens. We doen onze nationale vindingrijkheid tekort door het ontkennen van win-winsituaties waarin we <em>via</em> natuurontwikkeling goede landbouwproducten en gezondmakende landschapsbeleving mogelijk maken.</p>
<p><strong>Landschapsmachines</strong><br />
Aan de Wageningen Universiteit zijn studenten al jaren al hun jeugdig enthousiasme bezig om deze nieuwe landschapsontwikkelingen uit te werken. In de levende landschappen van Zeeland kunnen slimme ecologische inzichten zodanig worden toegepast, dat ze eerlijke visproductie en zoute landbouwgewassen opleveren in een landschap dat robuuster is dan zeebestendige dijken.</p>
<div id="attachment_3677" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3677" href="http://ruimtevolk.nl/blog/landschappen-te-kust-en-te-keur/polderstudie/"><img class="size-full wp-image-3677" title="polderstudie" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/polderstudie.jpg" alt="" width="510" height="417" /></a><p class="wp-caption-text">MSc-studenten Landschapsarchitectuur van Wageningen Universiteit, Sophia Molpheta en Karim van Wonderen, ontwierpen een polder waarin op grote schaal visteelt word gecombineerd met natuur en recreatie, een multifunctioneel landschap. (http://www.lar.wur.nl/UK/Education/MSc+Thesis/Thesis+examples/salinelandscapes/)</p></div>
<p>Zulke zogenaamde &#8216;landschapsmachines&#8217;, die op dit moment op papier worden ontwikkeld, zijn toe aan grootschalige testen. Precies zoals op dit moment gebeurt met de <a href="http://www.dezandmotor.nl/" target="_blank">Zandmotor</a> voor de kust tussen Ter Heijde en Kijkduin. Een ander voorbeeld is de recente discussie in <a href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/3173026/2012/02/11/Plan-Marker-Wadden-is-puur-plagiaat.dhtml" target="_blank">Trouw</a> rond het plan Marker Wadden van Natuurmonumenten, waarvoor de <a href="http://www.natuurmonumenten.nl/content/postcode-loterij-maakt-droomplan-voor-markermeer-mogelijk" target="_blank">Postcodeloterij</a> miljoenen euro&#8217;s overheeft. Ook daar is meer mogelijk dan alleen natuurontwikkeling.</p>
<p><strong>Niet of-of maar via-via</strong><br />
Er is landschapsontwikkeling mogelijk die menselijke geraffineerdheid benut om via de natuur landbouwproducten te verkrijgen en via de combinatie landschapsbeleving te creëren. Het is als een eenvoudige formule waar niet of-of wordt berekend maar via-via. Er zijn twee alternatieven denkbaar om tegelijkertijd het verdrag niet te schaden en de landschapsontwikkeling optimaal uit te voeren. Studenten van de Wageningen Universiteit hebben hiervoor al studies gedaan.</p>
<p>Een eerste optie is het combineren van bestaande of nieuwe landbouw- en visserijbedrijven in nieuwe coöperaties. Deze coöperaties kunnen, beter dan afzonderlijke boerenbedrijven, het beheer en onderhoud doen op de schaal van volledige kustlandschappen. Deze nieuwe agrarische bedrijvigheid kan een samenwerking zijn tussen viskwekers die het zoute water benutten voor visteelt met veetelers en schapenhouders die begrazing van dijken en polders combineren met vleesproductie. Zo wordt landbouw natuurbeheer en vice versa.</p>
<p><strong>Stevige structuur</strong><br />
Denken op de schaal van volledige kustlandschappen zorgt ervoor dat je niet verstrikt raakt in een welles-nietesspelletje over één polder. Het zorgt dat je het Nederlandse (en Vlaamse) erfgoed behoudt en tegelijkertijd zo&#8217;n stevige structuur geeft dat dit de komende vijftig jaar behouden blijft. Landschappelijk erfgoed is per definitie aan grote landschapsstructuren verbonden. Hetzelfde geldt voor een goed en robuust natuurbeheer.</p>
<p>Het tweede alternatief is het terugbrengen van de getijdebeweging in de Hedwigepolder. De getijdewerking geeft een dynamiek die zeer constant is, als een machinale beweging die zich voorspelbaar gedraagt. Viskwekerijen kunnen deze getijdebeweging gebruiken. En ook het verwerking van vervuild water is mogelijk door aanwezigheid van zoet, zout en brak water. Kennis van biologie, ecologie en technologie maakt van deze natuurlijke dynamiek een efficiënte kringloop waar voedselproductie of vuilverwerking een logische plaats krijgt.</p>
<p><strong>Integrale landschapsontwikkeling</strong><br />
Ook hier geeft de natuur ons iets dat in een goed landschapsontwerp meerdere gewenste gevolgen heeft. Het geheel oogt als een dynamisch en interessant natuurgebied maar levert met zekerheid een landbouwproductiviteit op die wij als welvarende gemeenschap nodig hebben.</p>
<p>Staatssecretaris Henk Bleeker moet bij zijn goedgezinde landbouwuniversiteit op bezoek om zich te laten bijpraten over de stand van zaken in integrale landschapsontwikkeling. Dan zijn er geen keuzes nodig waarbij altijd iemand verliest, maar volgen daden die enthousiast maken.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Hedwigepolder, foto: Michiel Wijnbergh, <a href="http://www.wijnbergh.nl/">www.wijnbergh.nl</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/landschappen-te-kust-en-te-keur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woningmarkt zoekt vrijdenkers</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woningmarkt-zoekt-vrijdenkers/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woningmarkt-zoekt-vrijdenkers/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 Feb 2012 20:49:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Buisman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3652</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Naamloos-1.jpg" /> Het is de hoogste tijd voor een integrale hervorming van de woningmarkt: voor de Grote Brutering. Door steeds te blijven vasthouden aan de hypotheekrente-aftrek heeft 'Den Haag' eerder onrust veroorzaakt dan vertrouwen. Als we niets doen stort de zaak vroeg of laat vanzelf in. Dan hebben we een puinhoop en zijn we letterlijk nog verder van huis. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het is de hoogste tijd voor een integrale hervorming van de woningmarkt: voor de Grote Brutering. Door steeds te blijven vasthouden aan de hypotheekrente-aftrek heeft &#8216;Den Haag&#8217; eerder onrust veroorzaakt dan vertrouwen. Als we niets doen stort de zaak vroeg of laat vanzelf in. Dan hebben we een puinhoop en zijn we letterlijk nog verder van huis. </strong></p>
<p>Men had er beter aangedaan de discussie 10 jaar geleden te beginnen en op rationele in plaats van emotionele wijze te voeren. Niet alleen de &#8216;Den Haag&#8217; is dat verwijtbaar, maar ook de hele sector van banken, consumentenorganisaties, bouwers en corporaties die zich steeds tegen hervorming heeft verzet. Gelukkig gaat langzamerhand iedereen om al dan niet met tegenzin.</p>
<p>Het grootste gevaar is nu dat de discussie in de paniek van de bezuinigingen dreigt te komen. Dat kan leiden tot halfslachtige compromissen, en uitruil met andere dossiers die niets met de woningmarkt te maken hebben. Dan rest ons een bouwval of iets anders krakkemikkigs. Het is dus zaak het hoofd koel te houden en gezamenlijk aan de integrale hervorming van de woningmarkt te werken.</p>
<p>Het belangrijkste is dat daarbij allereerst het belang van de consument geborgd wordt, met andere woorden: zorg ervoor dat op het moment van de overgang naar een nieuw stelsel de waarde van woningen en het besteedbaar inkomen op peil blijven. Met die garantie kan de hervorming ook ineens worden doorgevoerd.</p>
<p>Hoe? Schaf hypotheekrenteaftrek, overdrachtsbelasting, eigenwoningforfait en aflossingsvrije hypotheken af. Met een aanvullende verlaging van de inkomstenbelasting blijft de koopkracht van eigenaar/koper gehandhaafd en daarmee de waarde van zijn woning. Verlaging van de inkomstenbelasting geldt ook voor huurders. Zonder dat zij hun overige bestedingen hoeven bij te stellen kunnen zij dus meer huur betalen. Huurwoningen leveren daardoor meer rendement en de waarde van de huurwoning komt op hetzelfde niveau als dat van de koopwoning. Huur en koop blijken dan voor consument, producent en exploitant uitwisselbaar. Dat geeft meer keuze en flexibiliteit.</p>
<p>Door ook in de sociale huur marktconforme huren te rekenen wordt niet alleen duidelijk wat wonen werkelijk kost, maar wordt ook het onderscheid tussen markt en sociale sector opgeheven en zijn we discussies over staatssteun en dergelijke ook kwijt. Met een stevig vangnet in de vorm van huurtoeslag krijgt daardoor ook de smalle beurs meer mogelijkheden. Resultaat is een transparante en flexibele woningmarkt. Daar worden we allemaal beter van. Geen bezuiniging dus, maar een hervorming waardoor de hele sector effectiever kan opereren en ruimte ontstaat voor nieuwe arrangementen, nieuwe rollen en nieuwe spelers. De discussie wordt nog leuker als we daarop onze creativiteit gaan botvieren. Wie pakt het op?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woningmarkt-zoekt-vrijdenkers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Film screening Ecumenopolis: The City without Limits</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/film-screening-ecumenopolis-the-city-without-limits/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/film-screening-ecumenopolis-the-city-without-limits/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 Feb 2012 13:16:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3654</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Ecumenopolis.jpg" /> Ekümenopolis /Ecumenopolis: The City without Limits. a documentary about Istanbul’s rapid urbanisation and its consequences for the urban poor and the environment. Lees meer [...] expand(document.getElementById('ddet828021486'));expand(document.getElementById('ddetlink828021486')) Meet the Istanbul of]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ekümenopolis /Ecumenopolis: The City without Limits. a documentary about Istanbul’s  rapid urbanisation and its consequences for the urban poor and the  environment.</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink1625769901" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet1625769901'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet1625769901" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet1625769901'));expand(document.getElementById('ddetlink1625769901'))</script></p>
<p>Meet the Istanbul of the 21st century: a vast metropolis and a typical  urban sprawl. Today, Istanbul’s population is an estimated 15 million  and its metropolitan borders are expanding at an unprecedented pace  resulting in the destruction of the environment. A massive construction  boom, which had already begun in the 1950s and accelerated during the  1980s, has today become a ‘construction frenzy’. While large motorways,  tunnels, bridges, shopping malls, and mega skyscrapers are mushrooming,  more and more people seclude themselves voluntarily to luxury gated  communities in the peripheries. On the other hand, more and more  squatter and slum neighbourhoods are undergoing an ‘urban  transformation’ process with devastating consequences for the resident  communities. They are exiled to live in high-rise concrete cages, also  in the peripheries. While revealing the human pain behind these urban  policies, Ekümenopolis/Ecumenopolis speculates on the potential  consequences of a possible third bridge over the Bosphorus – another  much debated subject in Turkey at this moment. Ekümenopolis/Ecumenopolis  is an eye-opener and tells the story of insiders…</p>
<p><strong>Programma:</strong><br />
15.00-16.45: Film screening<br />
17.00-18.00: Presentations &amp; Discussion<br />
After a short break we continue with two short presentations on gated  communities in Istanbul by Simone Pekelsma (Constructing the Perfect  World) and Gaye Eksen (Bosphorus on Sale) followed by discussion in  Lipsius 005 .</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 15u00-18u00</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Lipsius 011, Faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit Leiden, Cleveringaplaats 1, Leiden</p>
<p><strong>Toegang:</strong> Gratis</p>
<p><strong>Aanmelden:</strong> Stuur een email naar Gaye Eksen (g.eksen@hum.leidenuniv.nl)</p>
<p><strong>Meer informatie:</strong> <a href="http://hum.leidenuniv.nl/middenoosten/actueel/ecumenopolis-city-without-limits.html" target="_blank">http://hum.leidenuniv.nl/</a> of <a href="http://nl-nl.facebook.com/pages/Turkish-Studies-at-Leiden-University/324614737568183" target="_blank">http://nl-nl.facebook.com/pages/Turkish-Studies-at-Leiden-University/324614737568183</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/film-screening-ecumenopolis-the-city-without-limits/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De vergeten band tussen stad en platteland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-vergeten-band-tussen-stad-en-platteland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-vergeten-band-tussen-stad-en-platteland/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Feb 2012 10:13:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Koen Elzerman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[drenthe]]></category>
		<category><![CDATA[Groningen]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale segregatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3643</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Naamloos-11.jpg" /> Het beeld van het platteland wordt gekenmerkt en vertroebeld door een gebrek aan nuance. Eerder lazen we al op RUIMTEVOLK dat het platteland, nu de geldstromen opdrogen, wordt aangesproken op zelfredzaamheid. Dit is niet alleen een onrealistische, maar bovendien ook een zeer onrechtvaardige gang van zaken.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het beeld van het platteland wordt gekenmerkt en vertroebeld door een gebrek aan nuance. Eerder lazen we al op <a href="http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/">RUIMTEVOLK</a> </strong><strong>dat het platteland, nu de geldstromen opdrogen, wordt aangesproken op zelfredzaamheid. Dit is niet alleen een onrealistische, maar bovendien ook een zeer onrechtvaardige gang van zaken. </strong></p>
<p>Volgens de meest recente prognoses van het <a href="http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bevolking/publicaties/artikelen/archief/2011/2011-3419-wm.htm" target="_blank">CBS</a> zal de groei van Nederland de komende decennia voornamelijk plaatsvinden in de 31 grote steden. De randen van het land krijgen in toenemende mate te maken met bevolkingsdaling, met name in kleine vergrijzende kernen. Jongeren en hoger opgeleiden trekken, op zoek naar werk, steeds vaker weg uit de landelijke regio’s. Het klassieke roltrapmodel treedt weer in werking: opgroeien in Stadskanaal, studeren in Groningen en werken in Amsterdam. In de toekomst wordt de stad steeds stedelijker en het platteland steeds landelijker, zo <a href="http://vorige.nrc.nl/binnenland/article1934803.ece/Randstad_groeit,_platteland_krimpt" target="_blank">stelt</a> demograaf Jan Latten.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Consumptieruimte</strong><br />
Het platteland wordt, ironisch genoeg analoog aan de oude binnensteden van Nederland, een <a href="http://www.knag.nl/1294.0.html" target="_blank">‘consumptieruimte</a>’; waarin het landschap als mooi decorstuk dient om onze consumptie-ervaringen in de ‘beleveniseconomie’ zin te geven. De vraag is echter of dit de panacee is voor al het platteland. Zo heilloos als het is voor Heerlen om met Amsterdam te concurreren voor de ‘stedelijke belevenis&#8217;, zo ondoenlijk is dit ook voor veel platteland. Mooi dat de Hondsrug een functie heeft voor het ‘Drenthenieren’, vijftig kilometer verderop blijft het leeg in de <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Veenkolonie">Veenkoloniën</a>. Het grotendeels mislukken van <a href="www.blauwestad.nl/">Blauwestad</a> laat zien dat de markt van ‘platteland als consumptieruimte&#8217; simpelweg te klein is om voor het gehele Nederlandse platteland als oplossing voor de naderende krimp te dienen.</p>
<p><strong>Zelfvoorzienend</strong><br />
In het recent op Ruimtevolk verschenen stuk ‘<a href="http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/" target="_blank">Terug naar een zelfvoorzienend platteland?</a>’, geeft <a href="http://ruimtevolk.nl/?author=125">Elly van der Klauw</a> een heldere schets van wat men vaststelde tijdens de bijenkomsten ‘Platteland van de toekomst’ en het ‘4<sup>e</sup> Plattelandsparlement’. De geldstromen houden op en de overheid trekt zich terug: tijd om zelf de handen uit de mouwen te steken. Krimpregio’s moeten in toenemende mate aan zelfsturing gaan doen en het is aan de burgers om hun dorpen leefbaar te houden door initiatief te nemen in hun eigen woonomgeving.</p>
<p>Aan deze conclusie zitten echter ook een paar onderbelichte aspecten die, in het denken over de moderne stad-landrelaties, een nieuw licht kunnen werpen op de toekomstige ontwikkeling van het platteland.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3645" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-vergeten-band-tussen-stad-en-platteland/naamloos-10/"><img class="alignnone size-full wp-image-3645" title="Naamloos-10" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/Naamloos-10.jpg" alt="" width="510" height="498" /></a></p>
<p><strong>Onrechtvaardig</strong><br />
Al circa tien jaar, sinds de <a href="http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimtelijke-ordening/nota-ruimte" target="_blank">Nota’s Ruimte</a> en <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2004/07/01/nota-pieken-in-de-delta-gebiedsgerichte-economische-perspectieven.html" target="_blank">Pieken in de Delta</a>, geeft het Rijk voorrang aan investeringen in de meest rendabele gebieden, voornamelijk stedelijke centra. Hier is uit macro-economisch perspectief veel voor te zeggen: je investeert je euro waar hij het meeste oplevert. Het platteland profiteert hier maar matig van en raakt steeds meer op zichzelf aangewezen. De noodzaak van een zelfvoorzienend platteland is dus een logisch gevolg van het consequent op de stad gerichte beleid. Nederland is een van de meest gecentraliseerde landen ter wereld waar het belastingheffing betreft: iedereen betaalt dus mee aan de investeringen in de steden. Als de winsten die in de stad geboekt worden niet terugvloeien naar het platteland ontstaat een rechtvaardigheidsvraag. De electorale kaart van Nederland is inmiddels een spiegelbeeld van de economische. Waar het economisch slecht gaat, stemt men populistisch. Deze regionaal politiek-economische dimensie van de Nederlandse onvrede speelt een veel te kleine rol in discussies rondom zowel het platteland als de precaire staat van de Nederlandse politiek.</p>
<p>De vraag is dus niet alleen of sociaal-economische ongelijkheid rechtvaardig is, maar ook hoe lang de landelijke gebieden dit accepteren. Is het niet ook de verantwoordelijkheid van steden om de buitenruimte mooi en leefbaar te houden? Het platteland is toch juist voor de stedeling van essentieel belang in termen van rust, ruimte, voedsel- en energieproductie?</p>
<p><strong>Taart</strong><br />
Terecht merkt Van der Klauw op dat voorkomen moet worden dat dorpen, in een fase van krimpontkenning, voor hun eigen geluk gaan in de regionale politiek en ruimtelijke ordening. In het verleden is al veel te vaak bewezen dat concurrentie tussen dorpen niet de juiste wijze is om te reageren op bevolkingsdaling. De nationale boodschap het zelf te doen is hiermee tegenstrijdig. De regionaal te verdelen taart wordt steeds kleiner, zowel in relatie tot de nationale geldstromen als tot het verlies aan sociaal, cultureel en economisch kapitaal dat gepaard gaat met de bevolkingsdaling.</p>
<p>In het <a href="http://www.agora-magazine.nl/">decembernummer van Agora</a>, over de toekomst van het Nederlandse platteland, valt onder andere te lezen hoe lokale politici worstelen met dit dilemma. Hun lokale achterban zit niet te wachten op slechtnieuwsberichten als “sorry, de basisschool van dit dorp kunnen we helaas niet in stand houden” of “deze huizen komen in aanmerking voor sloop”. Met het oog op herverkiezing geven veel lokale politici liever een onrealistische voorstelling van zaken dan dat ze onpopulaire beslissingen nemen. Maar juist wanneer het platteland geconfronteerd wordt met afnemende middelen zullen dergelijke kwesties steeds vaker de kop opsteken. Dit is een groot obstakel in de oproep voor een zelfvoorzienend platteland. De regionale samenwerking die dit vereist, is in veel gebieden immers nog lang niet in de gewenste staat van harmonie.</p>
<p>Misschien moeten we daarom juist groter gaan denken. Zowel de stad als het platteland zijn van ons allemaal, en we betalen ook allemaal belasting om beide mooi en leefbaar te houden. In een gemondialiseerde wereld betoogt niemand dat Nederland zelfvoorzienend zou moeten zijn. Een pleidooi voor autarkie in een open economie als de Nederlandse zou immers tot een forse welvaartsdaling leiden. Laten we dat dan ook niet doen voor de kwetsbaardere delen van Nederland, maar in plaats daarvan nadenken over hoe we de taart – bij voorkeur op een duurzame manier – zo groot mogelijk maken, zonder te vergeten dat we die vervolgens eerlijk verdelen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>In <a href="http://www.agora-magazine.nl/">Agora</a> 2011-4 staat de toekomst van het platteland centraal. De diverse auteurs van dit themanummer reflecteren vanuit verschillende invalshoeken op de huidige staat en de toekomst van het platteland.</em></p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel zijn van Koen Elzerman</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-vergeten-band-tussen-stad-en-platteland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Symposium &#8216;Het platteland als consumptieruimte&#8217;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/symposium-het-platteland-als-consumptieruimte/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/symposium-het-platteland-als-consumptieruimte/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 10 Feb 2012 14:40:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3646</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/plattelandalscomsumptieruimte.jpg" /> Het platteland is een consumptieruimte geworden, terwijl we vaak nog denken dat het vooral voor productie bedoeld is. Op deze studiemiddag willen we nagaan hoe de consumptieruimte er uit ziet]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het platteland is een consumptieruimte geworden, terwijl we vaak nog denken dat het vooral voor productie bedoeld is. Op deze studiemiddag willen we nagaan hoe de consumptieruimte er uit ziet en er uit moet zien. Ingegaan wordt op de economie en de demografie van het huidige platteland, maar ook de positie van oude en nieuwe dragers. Hoe maakt de landbouw de draai naar haar nieuwe omgeving, hoe staat het met de leefbaarheid, hoe zit het met de rol van nevenactiviteiten binnen en buiten de landbouw, en is het platteland wel klaar voor haar leisure-functie?</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink1241377238" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet1241377238'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet1241377238" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet1241377238'));expand(document.getElementById('ddetlink1241377238'))</script></p>
<p>De sprekers die hun opwachting zullen maken zijn onder anderen prof.dr. Leo van Wissen(NIDI/RuG), dr. Ida Terluin (WUR-LEI), Prof.dr. Dirk Strijker (RuG), Dr. Marianna Markantoni (RuG) en Dr. Frans Thissen (UvA). De dagvoorzitter is Eric van Oosterhout (Burgemeester Gemeente Aa en Hunze).</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 13u30 &#8211; 17u00 Ontvangst vanaf 13 uur.</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Rijksuniversiteit Groningen, Zernikecampus, Blauwe Zaal; Duisenberg Gebouw (H), Nettelbosje 2, Groningen</p>
<p><strong>Toegang:</strong> €10,- voor studenten, €40,- voor anderen.</p>
<p><strong>Aanmelden en meer informatie:</strong> <a href="http://www.knag.nl/1294.0.html" target="_blank">http://www.knag.nl/1294.0.html</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/symposium-het-platteland-als-consumptieruimte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Spiegelpaleis De Nederlandsche Bank</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/spiegelpaleis-de-nederlandsche-bank/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/spiegelpaleis-de-nederlandsche-bank/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 Feb 2012 07:13:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Europa]]></category>
		<category><![CDATA[Kantorenmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3637</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/02/dnb3.jpg" /> Het feit dat de Nederlandsche Bank begin 2012 met een waarschuwing komt over de structureel hoge leegstand op de kantorenmarkt, roept direct de vraag op onder welke steen de bank het afgelopen decennium heeft geleefd?  De structureel hoge leegstand - 14 procent in 2012 maar was het nog hoger – kan volgens DNB na de krediet- en eurocrisis leiden tot een derde crisis: de vastgoedcrisis. Het is niet bericht zelf dat mij verontrust, maar de toon en het moment waarop. Er zit een vreemd luchtje aan de waarschuwing. Voor een antwoord ga ik mijn neus achterna.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwt voor een zeepbel op de kantorenmarkt. De structureel hoge leegstand &#8211; 14 procent in 2012 maar was het nog hoger – kan volgens DNB na de krediet- en eurocrisis leiden tot een derde crisis: de vastgoedcrisis. Het is niet bericht zelf dat mij verontrust, maar de toon en het moment waarop. Er zit een vreemd luchtje aan de waarschuwing. Voor een antwoord ga ik mijn neus achterna.</strong></p>
<p><strong>Structurele leegstand</strong><br />
Het feit dat de Nederlandse Bank begin 2012 met een waarschuwing komt over de structureel hoge leegstand op de kantorenmarkt, roept direct de vraag op onder welke steen de bank het afgelopen decennium heeft geleefd? De leegstandcijfers schommelen al jaren rond de 15 procent. Het is op zich normaal dat de bouwwereld pieken en dalen kent in leegstand en schaarste. Bij een niet elastisch product als beton, baksteen en bureaucratische procedures heeft de varkenscyclus vrij spel. Het afgelopen decennium was in zoverre bijzonder dat zowel in periode van economische groei als neergang de leegstand zo hoog bleef. Over het waarom zijn boekenkasten vol geschreven: het alom aanwezige goedkope krediet leidt tot een pervers systeem van continue bouwwoede zonder daadwerkelijk vraag naar kantoren. De vastgoedcrisis waar DNB voor waarschuwt is feitelijk al jaren aan de gang, alleen de financiële effecten zijn tot heden nog weinig zichtbaar.</p>
<p>In Nederland staan miljoenen vierkante meters kantoor leeg die nooit meer zullen worden verhuurd. Dat is niet leuk voor steden die tegen die rotzooi aankijken, en niet leuk voor de eigenaar die de kantoren op de balans hebben staan. Langzaamaan hebben veel steden de afgelopen jaren al een zeer restrictief beleid voor nieuwbouw gevoerd. De beleggers van waardeloze panden gaven echter niet of nauwelijks thuis in het afboeken van hun bezit. De Nederlandse Bank had dit al jaren geleden kunnen en moeten signaleren. Als de waakhond eerder was opgetreden dan was de kantorenmarkt vandaag minder verziekt geweest.</p>
<blockquote><p>De Nederlandse Bank kan zich niet permitteren dat opnieuw een crisis over het hoofd wordt gezien. Dan liever mooi weer spelen en oud nieuws verpakken in een onheilspellend bericht.</p></blockquote>
<p><strong>Mooi weer</strong><br />
Dat brengt me direct op een volgende kanttekening bij het ‘nieuwsfeit’ van DNB. Het is natuurlijk geen toeval dat juist nu dit bericht naar buiten wordt gebracht. Ten eerste heeft De Nederlandse Bank de afgelopen jaren heel wat krediet verspeeld door een (hoe zeg je dat netjes) beperkte rolopvatting over de toezichthoudende taak. De commissie De Wit moet het eindrapport nog afronden, maar het ziet er naar uit dat het optreden van DNB rond ABN Amro geen schoonheidsprijs verdient. Of neem de toestemming van DNB aan Icesave, waarmee honderden miljoenen aan Nederlands spaargeld is verdampt.</p>
<p>De Nederlandse Bank kan zich niet permitteren dat opnieuw een crisis over het hoofd wordt gezien. Dan liever mooi weer spelen en oud nieuws verpakken in een onheilspellend bericht. Zo kan men gedacht hebben. Had dan eerder aan de bel getrokken. Aan een waakhond die pas gaat blaffen als de boef al is vertrokken, hebben we niets.</p>
<p><strong>Winstwaarschuwing</strong><br />
Een tweede reden om de timing van het bericht tegen het licht te houden is een aanstaand rapport van Europese Commissie over de Nederlandse huizen- en hypotheekmarkt. Dit rapport dat over een paar weken verschijnt, zal antwoord geven op de vraag of de Nederlandse hypotheekschuld een te zware druk legt op de economie. De Europese cijfers zijn grotendeels afkomstig van De Nederlandse Bank. Het lijkt me daarom goed om het bericht van DNB te beschouwen als ‘winstwaarschuwing’ voor het Europese rapport. De Nederlandse bouwsector leeft veel te veel op krediet en heeft daarmee een schadelijk effect op de Nederlandse economie. De reactie van de ratingbureaus is voorspelbaar. Het zou zo maar kunnen dat Nederland over een paar weken de ze geliefde triple A status kwijt raakt. Uit het bericht over de vastgoedcrisis maak ik op dat de Nederlandse Bank het antwoord al weet. In een adem wordt de schuld gelegd bij de zeepbel van de kantorenmarkt.</p>
<p>De gevel van de Nederlandse Bank is recent (knap) opgeknapt, het blijft een spiegelpaleis. De Bank zou er goed aan doen om bij een waarschuwing voor een vastgoedcrisis zelf in de spiegel te kijken naar de eigen rol bij de totstandkoming van deze crisis.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/spiegelpaleis-de-nederlandsche-bank/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwe regels, nieuwe kansen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/nieuwe-regels-nieuwe-kansen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/nieuwe-regels-nieuwe-kansen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Jan 2012 12:34:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3610</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/nieuweregelsnieuwekansen.jpg" /> Is er een alternatief voor het bestemmingsplan? De (her)ontwikkeling van ruimte in Nederland verkeert in een impasse. Het enorme oppervlak aan braakliggende bouwgrond en de grote hoeveelheid leegstaand vastgoed zijn]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Is er een alternatief voor het bestemmingsplan?</p>
<p>De (her)ontwikkeling van ruimte in Nederland verkeert in een impasse.  Het enorme oppervlak aan braakliggende bouwgrond en de grote hoeveelheid  leegstaand vastgoed zijn hiervan de symptomen. Om uit deze impasse te  geraken zijn andere ontwikkelstrategieën nodig dan tot nu toe  gebruikelijk was. Hoort bij deze nieuwe manier van ruimte ontwikkelen  ook een andere regelgeving? Is het aloude bestemmingsplan nog wel het  aangewezen juridisch kader om bijvoorbeeld kantoorpanden te  transformeren en braakliggende bouwgrond anders te bestemmen? En als  niet, welk alternatief kunnen we dan ontwikkelen?</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink366793662" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet366793662'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet366793662" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet366793662'));expand(document.getElementById('ddetlink366793662'))</script></p>
<p>Tijdens het debat <strong>Nieuwe regels, nieuwe kansen</strong> zullen bestuurders, ambtenaren, ondernemers en ontwerpers met elkaar in  gesprek gaan over deze vragen. Het Haagse industriegebied Binckhorst  fungeert hierbij als case study. <strong>Temp.architecture</strong> illustreert met voorbeelden wat de mogelijkheden zijn voor herontwikkeling binnen de huidige regelgeving. <strong>Edward Stigter</strong> van het ministerie van I&amp;M gaat in op de crisis- en herstelwet en  het programma &#8216;eenvoudig beter&#8217;, dat voortkomt uit de ambitie tot een  vermindering van regels van het huidige kabinet.</p>
<p><strong>Aanvang:</strong> 20u00</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Hogewal 1-9, Den Haag</p>
<p><strong>Toegang:</strong> Gratis</p>
<p><strong>Aanmelden:</strong> Reserveren verplicht:  <a href="mailto:info@stroom.nl" target="_blank">info@stroom.nl</a>, 070-3658985 of via <a href="http://www.stroom.nl/activiteiten/reserveren.php?a=Nieuwe+regels%2C+nieuwe+kansen&amp;lang=nl" target="_blank">formulier</a></p>
<p><strong>Meer informatie:</strong><a href="http://www.stroom.nl/activiteiten/lezing_symposium.php?l_id=8142822" target="_blank"> http://www.stroom.nl/activiteiten/lezing_symposium.php?l_id=8142822</a></p>
<p><strong>Foto:</strong> © temp.architecture</p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/nieuwe-regels-nieuwe-kansen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een krimpbestendige Omgevingswet</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-krimpbestendige-omgevingswet/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-krimpbestendige-omgevingswet/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Jan 2012 08:59:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Renooy</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Omgevingswet]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3594</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/IMG_3554.jpg" /> Het moet ‘Eenvoudig (en) Beter’. Onder dat motto werkt het kabinet hard aan een nieuwe Omgevingwet. Voor een effectieve aanpak van bevolkingsdaling moet de wet ook het omgevingsrecht ‘krimpproof’ maken. Een analyse van knelpunten leverde mede een aantal vernieuwende ideeën op, waar krimpregio’s hun voordeel mee kunnen doen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het moet ‘Eenvoudig (en) Beter’. Onder dat motto werkt het kabinet hard aan een nieuwe Omgevingwet. Voor een effectieve aanpak van bevolkingsdaling moet de wet ook het omgevingsrecht ‘krimpproof’ maken. Een analyse van knelpunten leverde mede een aantal vernieuwende ideeën op, waar krimpregio’s hun voordeel mee kunnen doen.</strong></p>
<p>In die nieuwe Omgevingswet worden tientallen wetten opgenomen zoals de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO). Daarnaast gaan honderden maatregelen en regelingen die betrekking hebben op de fysieke omgeving deel uitmaken van de nieuwe wet.</p>
<p>De belangrijkste doelen van deze operatie zijn versobering, meer samenhang tussen wettelijke kaders en een minder complexe bestaande wetgeving. Zoals de beleidsbrief al verklapt; het moet ‘Eenvoudig (en) Beter’. Daarnaast moet de nieuwe Omgevingswet en passant ook het omgevingsrecht ‘krimpproof’ maken. Het moet mogelijk worden om wetten en regels die nu een effectieve aanpak van bevolkingsdaling in de weg staan, aan te pakken en aan te passen.</p>
<p>In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voerde Regioplan een <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/12/12/checklist-voor-krimptoets-nieuwe-omgevingswet.html" target="_blank">analyse</a> van gevoelde knelpunten uit. Los van knelpunten in de regelgeving kwamen we ook inspirerende voorbeelden uit het buitenland tegen van experimenten met wet en regelgeving. Deze vernieuwende ideeën kunnen juist in krimpregio’s van pas komen.<ins datetime="2012-01-16T16:54" cite="mailto:Piet"> </ins></p>
<p><strong>Planschade </strong><br />
Een vraagstuk waarmee op dit moment al veel krimp- en anticipeerregio´s worstelen, is het verminderen van het toekomstig aanbod aan woningen. Het gaat dan om woningen die al gepland zijn er waarvoor zelfs al grond is uitgegeven en om gronden die een woonbestemming hebben en waar in potentie woningen kunnen verrijzen. Nieuw aanbod in die regio’s leidt echter vooral tot leegstand. Daarom is het gewenst om bestaande bouwplannen in te trekken en om bouwmogelijkheden uit bestemmingplannen te schrappen. In jargon heet dit het wegbestemmen van plancapaciteit.</p>
<p>Het reduceren van bestaande plancapaciteit kan aanleiding zijn voor financiële schadeclaims (planschade). In de nieuwe Omgevingswet is (rechts)zekerheid van groot belang. De wet zal rekening moeten houden met bestaande rechten, maar zal zeker mogelijkheden moeten bevatten tot bestemmingswijzigingen en het intrekken van bouwplannen. Daarnaast zullen gemeenten en provincies in hun openbare beleidsstukken, zoals structuurvisies, uitgebreid aandacht moeten gaan besteden aan krimp en de gevolgen daarvan. Hiermee maakt de overheid aan marktpartijen de urgentie van krimp duidelijk en kan een bestemmingswijziging niet meer als een verrassing worden ervaren. Met andere woorden, als krimp beter te voorzien is, neemt het risico op planschade-claims af.</p>
<p><strong>Sloopkosten</strong><br />
Een ander knelpunt in krimpgebieden is het ontbreken van kostendragers in geval van grootschalige sloop. Herstructurering in krimpgebieden betekent ook het terugbrengen van de woningvoorraad. Dus: aankopen, slopen, herinrichten, inrichten openbare ruimte et cetera. Dat kost geld, alleen voor Noordoost Groningen al bijna 900 miljoen euro, volgens berekeningen van de provincie. In krimpgebieden staan tegenover sloop vaak geen directe inkomsten uit nieuwbouw, maar elders in de gemeente of provincie is soms nog wel sprake van enige bouwactiviteit. De huidige Grondexploitatiewet (Grexwet) maakt het mogelijk om af te dwingen dat de ontwikkelaar in het ene gebied meebetaalt aan de (sloop)kosten in een ander gebied. In de nieuwe Omgevingswet moeten de mogelijkheden uit de huidige wetgeving zeker terugkomen, zodat van ontwikkelaars een bijdrage kan worden gevraagd voor sloop elders in de gemeente (of regio). Een dergelijke verevening zou deel moeten uitmaken van een heldere programmatische aanpak.</p>
<p><strong>Experimenteerruimte</strong><br />
In het beleid gericht op het begeleiden van krimp wordt in de krimpregio’s  wet- en regelgeving vaak als te beklemmend ervaren. Er is behoefte aan meer experimenteerruimte om nieuw beleid te kunnen ontwikkelen. Te overwegen valt daarom om met de krimpregio’s aan te sluiten bij de ontwikkelingsgebieden zoals die in de Crisis- en Herstelwet worden onderscheiden. In die gebieden is het mogelijk om ruimtelijke procedures te vereenvoudigen en versnellen wanneer het de economische ontwikkeling ten goede komt.</p>
<p>Maar het is spannender is het om te gaan denken in de geest van een Deens initiatief: ‘Right to Challenge’. Professionele publieke instellingen en organisaties kunnen met hulp van dit recht een verzoek indienen om specifieke wet- of regelgeving die veel administratieve rompslomp met zich meebrengt, tijdelijk buiten werking te stellen. De betreffende instelling doet een voorstel voor een alternatieve werkwijze met minder lastendruk. Werkt het, dan wordt na enige tijd bezien of het structureel gemaakt kan worden.</p>
<p>Variaties op Right to Challenge zijn recent ook in de Engelse <a href="http://www.communities.gov.uk/localgovernment/decentralisation/localismbill/" target="_blank">‘Localism Act’</a> (van kracht voorjaar 2012) neergelegd. Eén onderdeel daarvan is dat bedrijven, burgers, professionals, instanties en medeoverheden de ruimte krijgen om alternatieven te bieden voor bestaande overheidsdienstverlening. Wie van mening is dat lokale overheidsdiensten op een effectievere (betere kwaliteit) en efficiëntere (minder kosten) kunnen worden uitgevoerd, krijgt het recht hier op te bieden in een openbare aanbesteding. Het beheer van de buitenruimte of leegstaande panden kan daarvan een voorbeeld zijn. Zeker in krimpgebieden, waar bepaalde publiek gefinancierde diensten dreigen te verdwijnen, kan dit een kans bieden.</p>
<p><strong>Modern burgerschap</strong><br />
In diezelfde Localism Act is ook het begrip &#8216;Neighbourhood planning&#8217; vastgelegd. Met &#8216;Neighbourhood planning&#8217; krijgen lokale gemeenschappen (buurten, dorpen) meer mogelijkheden en rechten om hun eigen ruimte vorm te geven. Via een referendum kan zo een ‘grass roots’  bestemmingsplan van kracht worden.</p>
<p>Een derde element uit de Act is de verruiming van de zogenaamde Infrastructuur belasting. Tot voor kort moesten ontwikkelaars belasting betalen om de aanleg van infrastructuur rond de woningen te bekostigen. De Localism Act maakt het mogelijk deze belasting ook voor andere doelen binnen de gemeenschap aan te wenden. Een vorm van vervening dus, zoals boven besproken.</p>
<p>In alle gevallen zijn twee randvoorwaarden essentieel: het algemeen belang mag niet wordt geschaad en de taken moeten conform het doel van de wet worden uitgevoerd. Deze aanpak, die een invulling biedt voor hedendaags burgerschap, kan ook in krimpregio’s mogelijkheden bieden tot maatwerk. De ministeries van BZK en EL en I hebben al aangegeven dat er pilots van start gaan met dit principe.</p>
<p>De concept Omgevingswet verwachten we over een paar maanden. Wanneer die verschijnt, is er tijd om hem te toetsen op krimpbestendigheid. Tot die tijd zijn nieuwe knelpunten en oplossingen hiervoor welkom.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-krimpbestendige-omgevingswet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het eigen gelijk over de stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-eigen-gelijk-over-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-eigen-gelijk-over-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Jan 2012 08:02:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Martin van der Maas</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Eindhoven]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3568</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/boek2.jpg" /> Het getuigt van intellectuele luiheid om een boek te lezen dat slechts een bevestiging belooft van de eigen gedachten. Om die reden had ik Jos Gadets ‘Terug naar de stad’ niet moeten lezen. Hij is net zo’n Jane Jacobs-aanhanger als ik en beschrijft op persoonlijke wijze realiteit en noodzaak van de ‘uitrol’ van het Amsterdamse centrum richting (en zelfs over) de ring A10. Alsof ik het zelf had bedacht. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik heb het boek toch gelezen, met toch ook enkele kritische observaties als resultaat.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het getuigt van intellectuele luiheid om een boek te lezen dat slechts een bevestiging belooft van de eigen gedachten. Om die reden had ik <a href="http://www.trancity.nl/publicaties/terug-naar-de-stad.html" target="_blank">Jos Gadets ‘Terug naar de stad’</a> niet moeten lezen. Hij is net zo’n Jane Jacobs-aanhanger als ik en beschrijft op persoonlijke wijze realiteit en noodzaak van de ‘uitrol’ van het Amsterdamse centrum richting (en zelfs over) de ring A10. Alsof ik het zelf had bedacht. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik heb het boek toch gelezen, met toch ook enkele kritische observaties als resultaat.</strong></p>
<p>Het meest voorkomende woord in het boek is waarschijnlijk ‘<em>urban fabric’</em>. Daarmee doelt Gadet op het gebied van de gesloten bouwblokken, hoewel hij dit begrip zelf vreemd genoeg nauwelijks noemt. Gesloten bouwblokken in hoge dichtheid, met flexibele plinten langs straten waar auto’s niet domineren, dat zijn de stedenbouwkundige generatoren voor de levendigheid en diversiteit waar Gadet zo van houdt. Dit potentierijke gebied houdt op waar de tuinsteden beginnen: zo ongeveer langs de ring A10. Aan de hand van vele persoonlijke observaties en anekdotes, gelardeerd met wetenschappelijk materiaal, toont hij de kracht van de echte stad en de zwakte van de tuinstad.</p>
<p><strong>Waterscheidingen</strong><br />
Gadet haalt een exemplarisch punt in de Jan Evertsenstraat aan als overgang van ‘zijn’ <em>urban fabric</em> naar de westelijke tuinsteden. De blik naar het westen verschilt levensgroot van die naar het oosten. Deze inderdaad vaak plotselinge overgangen van stad naar tuinstad hebben mij ook altijd gefascineerd. Omdat ik vroeger regelmatig met tram 2 reisde, was de Heemstedestraat bij de Westlandgracht altijd mijn “180-gradenplek”, zoals Gadet het noemt. Naar de ene kant keek ik richting het fraaie, besloten Hoofddorpplein, precies de andere kant op rolde de onherbergzaamheid zich voor mij uit. Desolaat groen met een gebrek aan schaarste. Die waterscheidingen tussen de hoopvolle en de hopeloze stad zijn in veel Westerse steden te vinden bij de bouwfases van rond de Eerste Wereldoorlog. Daarna begon de tuinstadideologie aan haar indrukwekkende en vrijwel onafgebroken zegetocht.</p>
<p><strong>Slopershamer</strong><br />
Gadet suggereert in ‘Terug naar de Stad’ zo nu dan een gedeeltelijke sloop van die vermaledijde tuinsteden. Begrijpelijk, maar niemand minder dan Jane Jacobs verkondigde dat het intact laten van achterbuurten een belangrijke sleutel was tot rehabilitatie ervan. Juist zij trok ten strijde tegen sloopplannen van gemeentelijke overheden die sociale netwerken onherstelbaar uiteenrukten. Hoe ironisch dat een van haar grootste aanhangers nu ook de slopershamer voor volkswijken propageert! Misschien is een behoedzame aanpak van de westelijke tuinsteden daarom geloofwaardiger en bovendien meer in lijn met recente denkwijzen als ‘organische wijkontwikkeling’.</p>
<div id="attachment_3590" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3590" href="http://ruimtevolk.nl/blog/het-eigen-gelijk-over-de-stad/poeldijkstraat249/"><img class="size-full wp-image-3590" title="Poeldijkstraat249" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/Poeldijkstraat249.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Poeldijkstraat 249, &quot;mijn&quot; 180-graden plek, foto: Vijay Chander Sounderarajan (www.vijaychander.net)   </p></div>
<p><strong>Gentrification</strong><br />
Een van de interessantste hoofdstukken in de <em><a href="http://en.wikipedia.org/wiki/The_Death_and_Life_of_Great_American_Cities">Death and Life</a></em> van Jane Jacobs behandelt de <em>selfdestruction of diversity</em>. In populaire grote steden als Amsterdam zien we nu inderdaad het spook van de <em>gentrification</em> opduiken. Als dat zo doorgaat, dan worden de steden ontoegankelijk voor de gewone man. Weg diversiteit. Gadet is wel erg optimistisch als hij stelt dat het aanhouden van sociale huurwoningen binnen de ring A10 dit zorgpunt kan wegnemen. Want schaarste moet altijd worden betaald. Is het niet in geld, dan in tijd. Wat is er toegankelijk aan woningen waarvoor je twintig jaar moet wachten voor je erin mag? Wie eenmaal zo’n goedkope parel heeft bemachtigd, staat ‘m nooit meer af. Kortom: de enige echte remedie tegen <em>selfdestruction</em> is het aanbod vergroten waar zoveel vraag naar is, waardoor de prijzen kunnen zakken: de uitrol van de <em>urban fabric</em> dus. Jos Gadet slaat toch weer de spijker op de kop.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Economie</strong><br />
Gadet onderstreept vaak het economische belang van de diversiteit van de <em>urban fabric</em>. Ik zou willen dat het anders was, maar empirisch bewijs daarvoor kan ik ook in zijn boek maar moeilijk vinden. Tegenvoorbeelden zijn er te over: steden als Houston, Los Angeles en Brisbane zijn zeer welvarend en sterker groeiend dan Amsterdam, terwijl die de belichaming zijn van anti-stedelijkheid. Of neem Eindhoven: de slimste stad ter wereld, maar op modernistische leest geschoeid. Deze steden lijken het levende bewijs voor Gadets nachtmerrie: er is helemaal geen <em>urban fabric</em> nodig om economisch succesvol te zijn. Maar we kunnen wat dit punt betreft nog dichter bij huis blijven. Het valt namelijk op dat Gadet <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Buitenveldert" target="_blank">Buitenveldert</a> in zijn boek vrijwel volledig negeert. Boze tongen zouden kunnen beweren dat hem dat goed uitkomt. Het succesvolle Buitenveldert bewijst volgens verschillende tuinstad-adepten immers dat tuinsteden niet per definitie uitgroeien tot poelen van verderf en dat Gadet dus een beetje overdrijft.</p>
<p>Misschien doen liefhebbers van de diverse stad er daarom goed aan om economische argumenten te laten voor wat ze zijn. Die zijn ook eigenlijk niet nodig. De <em>urban fabric</em> is waardevol, omdat zoveel mensen zich er zo goed bij voelen. Omdat, zoals Gadet stelt, Amsterdam binnen de ring de duurste – dus meest gewilde &#8211; woningmarkt per vierkante meter van Nederland is &#8211; en dat terwijl het per auto het slechtst bereikbaar is. Voorts omdat miljoenen toeristen als bijen op de honing van <em>urban fabrics</em> afkomen, en Almere en Zoetermeer reserveren voor verkiezingen voor ‘lelijkste plek van Nederland’. Aangezien toeristen zich in hun keuzegedrag bij uitstek laten leiden door gevoel voor aantrekkelijkheid, is de ‘toeristenindex’ vaak een waardevolle maat voor kwaliteit en gewildheid.</p>
<p><strong>Neergang en opkomst</strong><br />
Helaas heeft Jos Gadet een van mijn meest prangende vragen grotendeels onbeantwoord gelaten: waarom worden steden nu pas weer zo gewild? Waarom waren ze rond 1970 minder populair? Gadet noemt slechts de economische teruggang van toen. Maar we hebben nu ook economische teruggang. Ik ben zoekende naar andere oorzaken, met name op het terrein van tijdgeest, cultuur, de waardering voor automobiliteit, of het verlangen naar oorspronkelijkheid. Ik daag Gadet en anderen uit om daar ook naar op zoek te gaan.</p>
<p>Dit alles laat onverlet dat Jos Gadet een knap en, mede vanwege de persoonlijke stijl, onderhoudend boek heeft geschreven. Het is soms heerlijk om je bij het lezen schaamteloos te wentelen in je eigen gelijk. Net zoals ik ervan geniet om in <em>urban fabrics</em> rond te lopen, genoot ik bij het lezen van de pleitbezorger ervan.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Terug naar de stad</em><em>; Geografische portret van Amsterdam<strong>, </strong>Jos Gadet, SUN/Trancity, Amsterdam, 2011, Vormgeving: Piet Gerards (omslag), Steven Boland (Binnenwerk)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-eigen-gelijk-over-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dag van de Stadslandbouw</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/dag-van-de-stadslandbouw/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/dag-van-de-stadslandbouw/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 18 Jan 2012 10:40:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3579</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/stadslandbouw.jpg" /> De Dag van de Stadslandbouw is het eerste nationale platform waar in breed perspectief de kansen en knelpunten van stadslandbouw in Nederland uiteen worden gezet. De dag gaat in op]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De Dag van de Stadslandbouw is het eerste nationale platform waar in breed perspectief de kansen en knelpunten van stadslandbouw in Nederland uiteen worden gezet. De dag gaat in op de vraag of en hoe stadslandbouw kan inspelen op de behoeften van Nederlandse steden (op het gebied van o.a. groen, gezondheid, stedelijke ontwikkeling en economie).</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink248761562" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet248761562'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet248761562" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet248761562'));expand(document.getElementById('ddetlink248761562'))</script></p>
<p>Vragen zijn o.a.: Biedt stadslandbouw kansen of is het niet meer dan een hype? Waarom is stadslandbouw interessant voor de stad en haar bewoners? Welke beleidsdoelen kan het helpen realiseren? Wat is de rol van de overheid om ontwikkelingen van de grond te krijgen?</p>
<p>Met o.a. Wayne Roberts (Toronto Food Policy Council), Annemarie Jorritsma-Lebbink (gemeente Almere), Jan Ferwerda (PLUS Retail), Annemieke Fontein (gemeente Rotterdam), Riek Bakker (stedenbouwkundige), Lenie Dwarshuis (PeriUrban Platform Europe), Frank Bijdendijk (Voedselbank Amsterdam).</p>
<p><strong>Programma:</strong> <a href="http://www.dagvandestadslandbouw.nl/programma.html" target="_blank">http://www.dagvandestadslandbouw.nl/programma.html</a></p>
<p><strong>Aanvang:</strong> 08u30</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Van der Valk hotel- en conferentiecentrum, Veluwezoom 45, Almere</p>
<p><strong>Toegang:</strong> € 100,- voor inschrijving voor 14 februari 2012, daarna € 150,-</p>
<p><strong>Aanmelden:</strong> <a href="http://www.dagvandestadslandbouw.nl/inschrijven.php" target="_blank">http://www.dagvandestadslandbouw.nl/inschrijven.php</a></p>
<p><strong>Meer informatie:</strong> <a href="http://www.dagvandestadslandbouw.nl/" target="_blank">http://www.dagvandestadslandbouw.nl/</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/dag-van-de-stadslandbouw/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het kantoor is dood. Lang leve de stad!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-is-dood-lang-leve-de-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-is-dood-lang-leve-de-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 17 Jan 2012 07:31:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Reimar von Meding</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kantorenmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3569</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/Naamloos-4.jpg" /> Veel kantoren staan leeg. Verbouwen tot woningen voor studenten of tot zorgwoningen voor ouderen lijkt logisch, want deze doelgroepen hebben veel extra woningen nodig. Maar in de praktijk komt van de transformatie van kantoor- naar woongebouw weinig terecht. Zo’n transformatie is namelijk technisch ingewikkeld en kostbaar.  En bovendien: wie wil er nou wonen op een kantoorterrein?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Veel kantoren staan leeg. Verbouwen tot woningen voor studenten of tot zorgwoningen voor ouderen lijkt logisch, want deze doelgroepen hebben veel extra woningen nodig. Maar in de praktijk komt van de transformatie van kantoor- naar woongebouw weinig terecht. Zo’n transformatie is namelijk technisch ingewikkeld en kostbaar.  En bovendien: wie wil er nou wonen op een kantoorterrein?</strong></p>
<p>Lege kantoren en een tekort aan woningen zijn twee verschillende problemen, die elk om eigen oplossingen vragen. Oplossingen die beiden kansen creëren voor de stad.</p>
<p><strong>Flexibel</strong><br />
Kantoren verbouwen tot woningen voor jongeren of senioren. Het klinkt logisch. Want het programma van een zorggroep past in een vrij indeelbare kantoorvloer. En voor studenten kan een openplattegrond met kolommen worden veranderd in kleine units met wanden ertussen. Een nieuwe gevel kan het gebouw een passende uitstraling geven. Het lijkt eenvoudig, dus waarom gebeurt het dan niet?</p>
<p>De transformatie blijkt in de praktijk niet zo eenvoudig. Een herbestemming moet je betrekkelijk snel kunnen uitvoeren. De noodzakelijke aanpassingen moeten ook in verhouding staan tot het effect dat ermee bereikt wordt. Die verhouding is nu veel te scheef. De gevel is toevallig het meest dure onderdeel van een gebouw. Zomaar vervangen voor een ‘leuke uitstraling’ kan niet.</p>
<p>Daarnaast horen bij een woonfunctie ook buitenruimtes. Balkons achteraf aan een oud kantoorcomplex ophangen brengt technische risico’s met zich mee. Praktisch gezien is serieuze en duurzame herbestemming van kantoren te duur, complex en risicovol.</p>
<blockquote><p>De situatie is vergelijkbaar met de aftakeling van grote industrieterreinen en havengebieden. In de zeventiger jaren kon niemand het zich nog voorstellen, maar nu profiteert de Europese stad van prachtige, herontwikkelde industriegebieden.</p></blockquote>
<p><strong>Wie wil hier wonen?</strong><br />
De meest wezenlijke vraag is dan nog niet eens gesteld: wie wil hier eigenlijk wonen? Kun je studenten en ouderen zomaar in oude kantoren stoppen? De emancipatie van de woonconsument gaat door. Zelfs als deze consument al in een verzorgingstehuis zit. Het is niet voor niets dat zelfs zorgaanbieders zich grote zorgen maken over de toekomst van hun huidige instituten. Weinig zorggebouwen halen de afschrijvingstermijnen waarvoor ze ooit gebouwd zijn. Niet omdat ze technisch verouderd zijn, maar omdat ze niet meer voldoen aan de manier waarop mensen willen wonen.</p>
<p>Wat verwachten we dan van kantoorgebouwen? Het zijn vaak wezenloze gebouwen, omgeven door grote parkeerterreinen in een omgeving waar je niet dood gevonden wilt worden. Het is daarom trekken aan een dood paard om de behoefte aan extra woonruimte voor bepaalde groepen te koppelen aan leegstand van kantoren. Het zijn twee verschillende problemen die elk om een eigen aanpak vragen.</p>
<p><strong>Verouderde woongebouwen</strong><br />
Om op korte termijn te kunnen voorzien in extra studenten- of zorgwoningen is het veel eenvoudiger om je te richten op de grote voorraad verouderde woongebouwen in Nederland. De naam zegt het namelijk al: woongebouwen zijn stedenbouwkundig en architectonisch gemaakt om in te wonen. Hierdoor zijn ze ook veel eenvoudiger geschikt te maken voor specifieke woonvormen. Bovendien zijn nieuwe bewoners precies wat oude wijken nodig hebben. Bestaande buurten vitaal houden, dat is altijd beter dan mensen verplaatsen naar een kantorenpark.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3571" href="http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-is-dood-lang-leve-de-stad/naamloos-5/"><img class="alignnone size-full wp-image-3571" title="Naamloos-5" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/Naamloos-5.jpg" alt="" width="510" height="328" /></a></p>
<p><strong>Modegevoelig</strong><br />
Het leegstaande kantoorvastgoed, is vooral een gigantisch probleem voor banken en beleggers. Kantoren zijn zogenaamd flexibel. Maar als je er goed naar kijkt, is het heel specifiek en modegevoelig vastgoed. Om de tien jaar komt er een nieuw concept, waardoor het voorgaande meteen het onderspit delft. Daarom staat er ook zoveel leeg: er wordt steeds weer bijgebouwd, en het nieuwste is het beste. Dat had misschien anders gekund, maar nu het zover is gekomen moeten we op zoek gaan naar oplossingen. Die komen in beeld als we onze blik verruimen en we niet het <em>kantoorgebouw</em>, maar het kantoor<em>gebied </em>als uitgangspunt nemen.</p>
<p><strong>Stedenbouwkundige reserveringen</strong><br />
Kantoorparken zijn stuk voor stuk stedenbouwkundige reserveringen. Ze liggen binnen de bebouwde kom en op strategisch interessante plekken. Plekken om terug te veroveren voor de meest belangrijke functie die de stad kent: wonen. Om dit te bereiken is een visie nodig, die het niveau van het huidige vastgoed overstijgt. De situatie is best vergelijkbaar met de aftakeling van grote industrieterreinen en havengebieden in de directe nabijheid van de steden. In de zeventiger jaren kon niemand het zich nog voorstellen, maar nu profiteert de Europese stad van prachtige, herontwikkelde industriegebieden. In die tijd trok het vergankelijke van de oude industrieterreinen een nieuwe cultuur aan. Nu geloven we bij het zien van een kantoorpark net zo weinig in de toekomstwaarde als men dat toen dacht van oude havenloodsen. Kan het systeemplafond van de kantoren het equivalent worden van de roestige buizen van een oude staaloven? Al die kubieke meters leegstaand vastgoed vormen in ieder geval prachtige plekken voor het stedelijke experiment.</p>
<p>Experimenten organiseer je niet, dat moet je laten gebeuren. Het voordeel van de oude industrieterreinen was dat ze groot en onoverzichtelijk waren. Het werden vrijplaatsen en die werden veroverd. Leegstaande kantoorparken worden daarentegen streng bewaakt, omdat beleggers denken dat het netjes moet blijven voor het geval dat het ooit allemaal weer goed komt. In het kader van het langetermijnperspectief kun je zulke gedachten beter loslaten. Dan krijg je de onverwachte veroveringen die nodig zijn. Misschien komt er een groep seniorenkrakers die tegen die tijd de zorg niet meer kunnen betalen. Of grijpt het RUIMTEVOLK zijn kans en brengt alle beschouwingen over organische stedenbouw direct en ter plekke in de praktijk?</p>
<p><strong>Slopen kan altijd nog</strong><br />
Als je de lege kantoorgebieden de tijd en het onverwachte niet wilt gunnen rest er maar één ding: sloop. Ook dan is de opgave om deze gebieden te transformeren complex en ingewikkeld door de meest uiteenlopende belangen en eigendomssituaties. Maar uiteindelijk staat zelfs bij volledige sloop de benodigde inzet veel meer in verhouding tot de effecten die het nieuwe kan opleveren voor de kwaliteit van onze leefomgeving.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel: kantoorgebied Bergwijkpark in Diemen. foto&#8217;s:  KAW Architecten en adviseurs</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/het-kantoor-is-dood-lang-leve-de-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>23</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Regionale samenwerking voorbij de hype</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/regionale-samenwerking-voorbij-de-hype/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/regionale-samenwerking-voorbij-de-hype/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Jan 2012 20:18:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>André Schaminée</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Provincie]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies]]></category>
		<category><![CDATA[regio]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3561</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/stedelijke_regios.jpg" /> Het schaalniveau van de regio is bij uitstek geschikt voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Daarover zijn velen het eens. Maar hoe benut je de kansen die deze ruimtelijke eenheid te bieden heeft? Daarover gaat het boek Stedelijke regio’s. Over informele planning op een regionale schaal.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het schaalniveau van de regio is bij uitstek geschikt voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Daarover zijn velen het eens. Maar hoe benut je de kansen die deze ruimtelijke eenheid te bieden heeft? Daarover gaat het boek Stedelijke regio’s. Over informele planning op een regionale schaal. </strong></p>
<p>Stedelijke regio’s (NAi 2011) is het vervolg op De Grenzeloze Regio (SDU uitgevers 2007) en is de afronding van drie jaar <a href="http://www.forumstedelijkeregios.nl">Forum Stedelijke Regio’s</a>, een lerend netwerk van bestuurders en wetenschappers. De Grenzeloze Regio ging vooral in op de vraag ‘waarom zou je regionaal samenwerken?’ Het antwoord was, kort door de bocht, omdat de regio nou eenmaal als een ruimtelijke en economische eenheid functioneert en er op dat (vloeibare) schaalniveau veel kansen liggen. Het nieuwe boek levert opnieuw bewijs voor dit standpunt. Maar het zwaartepunt ligt ditmaal op de vraag ‘hoe doe je dat dan?’</p>
<p><strong>Ruimtelijk ontwerp</strong><br />
Die hoe-vraag komt om te beginnen voort uit het ontbreken van de adequate bestuurlijke arrangementen binnen het huis van Thorbecke. In toenemende mate blijkt noch de gemeente noch de provincie het juiste schaalniveau. De oplossing wordt gevonden in bijvoorbeeld verlengd lokaal bestuur of meer informele gremia. Zelfs als dit goed functioneert, kan de regio op de buitenwacht overkomen als ‘een hoop bestuurlijke drukte van twijfelachtig democratisch allooi’. Niet in de laatste plaats omdat de bestaande gremia zich parallel of serieel ook nog over het thema wensen uit te spreken. Het thema bestuurlijke lichtheid wordt in Stedelijke regio&#8217;s dan ook opnieuw uitgewerkt.</p>
<p>Voor een vitale regio is om te beginnen een aantrekkelijk en gevarieerd woonklimaat in een goed ontsloten gebied noodzakelijk. Deze twee thema’s worden verder uitgewerkt in het boek. Openbaar vervoer is, zo luidt de stelling van Rob van der Bijl, de ruggengraat van en het ordenend principe binnen de regio. Daan Zandbelt en Liesbeth van der Pol stellen dat ruimtelijk ontwerp moet plaatsvinden op regionale schaal. Allerhande professionals (architecten, journalisten, stedenbouwers, bestuurders, planologen en ontwerpers) komen aan het woord in over het algemeen lezenswaardige bijdragen. De zo opgebouwde academische rationaliteit laat weinig ruimte voor twijfel over de regio als relevant schaalniveau voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen.</p>
<p><a title="Afbeelding: Nai Publishers" rel="attachment wp-att-3564" href="http://ruimtevolk.nl/blog/regionale-samenwerking-voorbij-de-hype/spread_stedelijke2/"><img class="size-full wp-image-3564 alignnone" title="Bron: Nai Publishers" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/spread_stedelijke2.jpg" alt="Bron: Nai Publishers" width="367" height="259" /></a></p>
<p><strong>Scoren</strong><br />
Toch blijkt het hoe een lastig vraagstuk. Uiteraard is er de remmende kracht van bestaande instituties die vrezen dat hun macht wordt uitgehold. Maar bovenal kampt de regio met een vergelijkbaar dilemma als Europa: het is geen schaalniveau waaraan burgers en bedrijven (bewust) hun identiteit ontlenen. Onder electorale druk dreigt daardoor een spagaat tussen wat goed is voor de regio en wat goed is voor de eigen gemeente of provincie. Bij thema’s die daadwerkelijk een regionale relevantie hebben, zou dit een paradox moeten zijn. Maar in de praktijk zijn er weinig prikkels om regionaal te scoren; het regionaal belang blijkt voor menig lokaal bestuurder slecht verkoopbaar.</p>
<p>Het boek besteedt aandacht aan de institutionele en instrumentele kant van regionale samenwerking. Klaartje Peters levert bijvoorbeeld een interessante bijdrage over het Deense systeem van regionale belasting. In de epiloog stelt Jaap Modder dat bestuurlijke hervormingen noodzakelijk zijn, maar dat de huidige oplossingen zoals een &#8216;grand design&#8217; (het opheffen van de bestuurlijke legitimiteit van de regio door het kabinet) of kleine aanpassingen (gemeentelijke herindelingen) niet het gewenste effect zullen hebben.<br />
Voor goede samenwerking is een flinke dosis sterrenstof nodig. Veel hangt af van de kwaliteit van betrokken personen om te kunnen schakelen tussen schaalniveaus en het vermogen om de ruimtelijk-economische (en sociale) ontwikkelingen in de regio te kunnen lezen. Een heel hoofdstuk is ingeruimd voor het thema Verleiding. Dit is een interessante invalshoek omdat het tegenkrachten voor een belangrijk deel buitenspel kan zetten.</p>
<p><strong>Hoe nu verder</strong><br />
Stedelijke Regio’s is een fraai vervolg op De Grenzeloze Regio. De vormgeving is, zoals je van NAi mag verwachten, puik. De stukken zijn goed leesbaar en bewandelen interessante en nieuwe paden. Tegelijk laat het me ook achter met een bang hart. De academische evidentie is er en het aantal mensen dat regionaal denkt en handelt, groeit. Maar de tegenkrachten zoals initiatieven om de stadsregio’s af te schaffen en een Randstadprovincie op te richten, zijn er evenzeer. In een complexere wereld zien we overal het streven naar gesimplificeerde oplossingen. Regionale samenwerking is een exponent van een complexere wereld, maar past (vooralsnog) niet binnen ééndimensionale reacties op deze complexiteit. Daarnaast valt te bezien of het precaire evenwicht tussen eigen en algemeen belang stand houdt in tijden van schaarste en krimp. Sceptici zullen zich afvragen of regionale samenwerking bestand is tegen de crisis. Regio-believers zullen betogen dat regionale samenwerking juist kan bijdragen aan de oplossing ervan. Het bewijs van dat laatste zie ik met optimisme tegemoet.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Stedelijke regio’s. Over informele planning op een regionale schaal<br />
Jeroen Saris, Pieter van Ree, Jaap Modder en Marjolein Stamsnijder (redactie)<br />
(NAi uitgevers 2011)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/regionale-samenwerking-voorbij-de-hype/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Niemand zit te wachten op kooprecht</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/niemand-zit-te-wachten-op-kooprecht/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/niemand-zit-te-wachten-op-kooprecht/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 10 Jan 2012 20:58:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Matthijs Uyterlinde</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3503</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/MU_Bargeres.jpg" /> “Huurders van corporatiewoningen krijgen het recht hun woning tegen een redelijke prijs te kopen”, schreef het kabinet Rutte in haar regeerakkoord. Dat het voornemen op veel kritiek stuitte, weerhield nieuwbakken minister Spies er niet van een wetsvoorstel voor het kooprecht te presenteren. Vooral in kwetsbare wijken zullen de gevolgen van deze ongecontroleerde uitverkoop hard aankomen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>“Huurders van corporatiewoningen krijgen het recht hun woning tegen een redelijke prijs te kopen”, schreef het kabinet Rutte in haar regeerakkoord. Dat het voornemen op veel kritiek stuitte, weerhield nieuwbakken minister Spies er niet van een wetsvoorstel voor het kooprecht te presenteren. Vooral in kwetsbare wijken zullen de gevolgen van deze ongecontroleerde uitverkoop hard aankomen.</strong></p>
<p>Op de valreep voor het kerstreces stemde de ministerraad in met het <a href="http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2011/12/23/kooprecht-voor-huurder-corporatiewoning.html" target="_blank">wetsvoorstel</a> van minister Spies dat het kooprecht voor huurders regelt. Woningcorporaties worden verplicht om minstens driekwart van de woningvoorraad voor de marktprijs te koop aan te bieden aan zittende huurders. “Het kooprecht vergroot voor de zittende huurders de keuzevrijheid en geeft hen meer zeggenschap en verantwoordelijkheid voor de eigen woon- en leefomgeving”, aldus de minister. Toegegeven, het recht op koop past in de overtuiging van het kabinet dat alles en iedereen zelfredzaam moet zijn. Het zijn echter de corporaties, gemeenten en huurders in kwetsbare wijken die de rekening gepresenteerd krijgen.</p>
<p><strong>Woningvoorraad</strong><br />
Laten we eerst kijken naar de effecten op de woningvoorraad. In een artikel op <a href="http://ruimtevolk.nl/blog/756/" target="_blank">RUIMTEVOLK</a> betoogden we in oktober 2010 al dat het kooprecht ruimtelijke segregatie in de hand werkt. Dat betoog is nog onverminderd actueel. Gaandeweg zullen steeds meer sociale huurwoningen in gewilde stadswijken in handen komen van particulieren. Daar is de kans op vermogenswinst het grootst en dat weten huurders- deels scheefwoners die hun inkomen zagen stijgen sinds ze hun huurwoning betrokken. Het gevolg is dat over 25 jaar in deze wijken nauwelijks meer sociale huurwoningen zullen overblijven. Lage inkomensgroepen zullen dan aangewezen zijn op de minst populaire wijken.</p>
<p><strong>Corporaties</strong><br />
Woningcorporaties zullen ondervinden dat het nog maar weinig zin heeft om toekomstplannen voor wooncomplexen te maken als hun bezit verder versnipperd raakt door verkoop van huurwoningen. Ze dreigen hun bezit op sleutelposities te verliezen. Wanneer huurders van appartementen hun kooprecht opeisen, wordt complexmatige renovatie of sloop/nieuwbouw een bijna onmogelijke opgave. Bij sloopplannen moeten de kopers immers worden uitgekocht en het vaststellen van plannen voor renovatie (en zelfs regulier onderhoud) kan problematisch worden als corporaties hun meerderheidsbelang in de Vereniging van Eigenaren verliezen.</p>
<div id="attachment_3505" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3505" href="http://ruimtevolk.nl/blog/niemand-zit-te-wachten-op-kooprecht/mu_zuiderzeewijk/"><img class="size-full wp-image-3505" title="MU_Zuiderzeewijk" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2012/01/MU_Zuiderzeewijk.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Particulier bezit in de Zuiderzeewijk, Lelystad, Foto: Matthijs Uyterlinde</p></div>
<p><em> </em></p>
<p><strong>Huurdersmentaliteit</strong><br />
Dan de doelgroep zelf. Impliciet veronderstelt de minister dat huurders, wanneer ze hun huurwoning kopen, transformeren tot betrokken bewoners die bereid zijn te investeren in hun woning en woonomgeving. Waarop deze gedachtegang is gebaseerd, vermeldt het kabinet niet. Wel is duidelijk dat er verschillende zwarte zwanen zijn, die niet veronachtzaamd mogen worden.</p>
<p>Dat blijkt zowel onderzoek dat wij de afgelopen maanden in opdracht van de Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV) uitvoerden naar de aanpak van de zogeheten ‘bloemkoolwijken’ uit de jaren ’70 en ‘80 -, waar de afgelopen decennia bovengemiddeld veel corporatiewoningen zijn verkocht &#8211; als uit eerdere studies. Kopers van sociale huurwoningen zijn nogal eens geneigd een ‘huurdersmentaliteit’ aan de dag te leggen. Het belangrijkste motief om hun woning te kopen, was het beteugelen van hun woonlasten. Bij een lange rentevastperiode vallen deze lager uit dan de jaarlijks stijgende huren. Van de onderhoudsplicht die daarbij hoort, is echter niet iedereen zich bewust.</p>
<p><strong>Sociale problemen</strong><br />
In de onderzochte woonerfwijken behoren veel eigenaarbewoners tot de lagere middeninkomens. Velen van hen zien niet de urgentie om te investeren in het onderhoud van hun woning. En door hun beperkte financiële armslag is de deelname aan collectieve particuliere woningverbetering minimaal. Het gevolg is dat de staat van onderhoud van de particuliere voorraad in verschillende onderzochte bloemkoolwijken matig is. In enkele wijken kwamen bovendien serieuze sociale problemen  &#8211; zoals schulden, verslaving en huiselijk geweld &#8211; aan het licht tijdens huisbezoeken die bedoeld waren om particulieren te informeren over woningverbetering.</p>
<p><strong>Tweedeling</strong><br />
We concluderen dat het recht op koop niet leidt tot prachtwijken. Sterker nog, het zal de tweedeling op de woningmarkt vergroten. In kwetsbare wijken leidt het tot groeiende concentraties van lage inkomens en kansarmoede, terwijl corporaties hun greep op deze wijken verliezen. Strategisch voorraadbeleid wordt onmogelijk, met het gevolg dat deze wijken zich nauwelijks meer aan hun achterstandspositie kunnen ontworstelen. Vooral in de goedkopere particuliere voorraad dreigt verpaupering. En doordat starters in hun eigen huurwoning de stap naar koop kunnen zetten, zal de woningmarkt nog verder stagneren. Want wie kan er nog doorstromen als de vraag naar starterswoningen verder inzakt?</p>
<p>Intussen onderzoekt de corporatiesector mogelijkheden om het wetsvoorstel juridisch te dwarsbomen. Ook de Woonbond verklaarde na een ledenraadpleging tegen het voorstel te zijn, omdat in de huidige markt juist behoefte is aan voldoende betaalbare huurwoningen. Bovendien is minder dan 20 procent van de sociale huurders überhaupt financieel in staat de eigen huurwoning te kopen. Afgezien van het kabinet en enkele tevreden scheefwoners, zit dus eigenlijk niemand op het kooprecht te wachten.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em> </em></p>
<p><em>Het onderzoek naar de aanpak van bloemkoolwijken wordt begin 2012 door de SEV gepubliceerd.</em></p>
<p><em>Foto boven: Particulier bezit in Bargeres, Emmen, Foto: Matthijs Uyterlinde</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/niemand-zit-te-wachten-op-kooprecht/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Afscheid van gebiedsontwikkeling</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-gebiedsontwikkeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-gebiedsontwikkeling/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Jan 2012 10:14:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3469</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/DSC05734.jpg" /> Je kon de afgelopen jaren geen vakblad openslaan of het ging over gebiedsontwikkeling. De integrale ontwikkeling van omvangrijke gebieden door publieke en private partijen, werd in het vorige decennium gezien als dé methode voor ruimtelijke ontwikkeling. Iedere tijd heeft zijn eigen terminologie. Aangewakkerd door de crisis, kan ‘gebiedsontwikkeling’ langzamerhand worden bijgezet in het museum van vakjargon. Gebiedsontwikkelingen avant la lettre komt nauwelijks meer voor. Voorzichtig zijn de contouren te zien van nieuwe ontwikkelingsvormen die er voor in de plaats komen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Je kon de afgelopen jaren geen vakblad openslaan of het ging over gebiedsontwikkeling. De integrale ontwikkeling van omvangrijke gebieden door publieke en private partijen, werd in het vorige decennium gezien als dé methode voor ruimtelijke ontwikkeling. Iedere tijd heeft zijn eigen terminologie. Aangewakkerd door de crisis, kan ‘gebiedsontwikkeling’ langzamerhand worden bijgezet in het museum van vakjargon. Gebiedsontwikkelingen avant la lettre komt nauwelijks meer voor. Voorzichtig zijn de contouren te zien van nieuwe ontwikkelingsvormen die er voor in de plaats komen.</strong></p>
<p><strong>Cashflow</strong><br />
Integrale gebiedsvisies worden nog volop gemaakt. Een visie hebben kost immers geen geld. Zodra er echter met euro’s gewapperd moet worden voor ontwikkeling, valt het stil. Integrale gebiedsontwikkeling is uit de mode. Bij gebrek aan investeringskapitaal moet namelijk alles wijken voor de cashflow. Een systeem waarbij het geld eerst verdiend moet worden, voor het mag worden uitgegeven, laat geen ruimte voor grote gebiedsontwikkelingen. Ruimtelijke belangen die geld kosten in plaats van geld opleveren, trekken al helemaal aan het kortste eind. Zo is de mislukte klimaattop in Durban het zoveelste bewijs dat milieu ‘uit’ is. Zeker nu de grote winstmakers van gebiedsontwikkeling &#8211; kantoren en dure woningen &#8211; uit de gratie zijn geraakt, is er nauwelijks ruimte voor opgaven waar geld bij moet worden gelegd.</p>
<p>De voorzichtige liefde van de jaren ’90 tussen publieke en private partijen is enigszins bekoeld. Wie heeft het nog over gezamenlijke ontwikkelingsmaatschappijen? Veel te risicovol. Het adagium van deze tijd is eerder ‘schoenmaker houd je bij de leest’. Het is niet dat de twee bloedgroepen niet samenwerken. Integendeel. Maar de nadruk ligt sterker op de publiekrechtelijke taken van de overheid en de invulling door marktpartijen.</p>
<p><strong>Postzegelontwikkeling</strong><br />
Gebieden van enige omvang die in één keer worden ontwikkeld, zijn al helemaal niet meer van deze tijd. Uit het oogpunt van overzichtelijkheid, fasering, risico’s, verkoop en financiering is de schaal van ontwikkeling drastisch verkleind. Voor de financiering van postzegelplannen gaat de bank nog wel open. Investeringen op het niveau van hele stadswijken in één keer zijn bijna onmogelijk.</p>
<p>Op zich is er natuurlijk niets mis met postzegels. Een aantal postzegelplannen naast elkaar of gefaseerd in de tijd kunnen leiden tot interessante ruimtelijke ontwikkelingen. Maar het heeft weinig meer te maken met gebiedsontwikkeling.</p>
<p><strong>Themaontwikkeling</strong><br />
Klagen over de crisis mag volkssport nummer één zijn, gelukkig draaien er in Nederland tenminste nog hijskranen. Ruimtelijke ontwikkeling staat niet stil, ook al gaat dit niet meer op de schaal van gebiedsontwikkeling. Naast schaalverkleining door postzegelplannen is er nog een andere trend zichtbaar: themaontwikkeling. Steeds vaker maken de aloude ruimtelijke functies van de plankaart (wonen, werken, verkeer, bedrijven etc. ) plaats voor het ruimtelijk faciliteren van bijzondere doelgroepen en thema’s. Neem bijvoorbeeld studentenwoningen. Iedere zichzelf respecterende studentenstad heeft het vergroten van het aanbod studentenwoningen naar zich toe getrokken. Het resulteerde een paar weken geleden in een convenant tussen minister Donner, gemeenten, onderwijsinstellingen en de vastgoedsector om de komende jaren 16.000 studentenwoningen te bouwen. Hoewel het een belachelijk laag aantal is in vergelijking met de honderdduizenden studenten die jaarlijks op zoek zijn naar woonruimte, toont het convenant de aandacht voor het bouwen voor bijzondere doelgroepen</p>
<p>Een ander voorbeeld van een thema dat in de spotlight van plannenmakers staat, is energie. De tijd dat energiebedrijven vooral oog hadden voor het stopcontact en de afname door de consument is voorbij. De afgelopen jaren is de aandacht &#8211; niet in de laatste plaats door de druk van de consument &#8211; verschoven naar de voorkant van het proces: de opwekking van de energie zelf. Energiebedrijven en ruimtelijke ontwikkelaars vinden elkaar nu in de opgaven van deze tijd. Zo heeft de discussie over kolencentrales, zonnepanelen en windenergie een sterke ruimtelijke dimensie. Het thema energie is een drager van nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Zie bijvoorbeeld de Eemshaven waar de ene na de andere energiecentrale verschijnt.</p>
<p>Nichemarkten van een paar jaar geleden zijn de dragers van ruimtelijke ontwikkelingen van deze tijd. Zolang de crisis doorijlt en er geen kapitaal is voor grootschalige projecten, zijn de hedendaagse thema’s de motor van nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Oostelijke Handelskade, Amsterdam, foto: RUIMTEVOLK</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-gebiedsontwikkeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>16</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>2012 wordt een bijzonder jaar&#8230;</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/2012-wordt-een-bijzonder-jaar/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/2012-wordt-een-bijzonder-jaar/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 31 Dec 2011 22:05:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3484</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/2012website.jpg" /> 2012 belooft een bijzonder jaar te worden. De vooruitzichten voor de economie zijn weliswaar slecht en de crisis zal zeker ook zijn weerslag hebben op de ruimtelijke sector. Maar we weten: een periode van hardship brengt ook kansen met zich mee. Innovatie komt in periodes van crisis in een stroomversnelling. De combinatie met de steeds verder ontluikende nieuwe, frisse dynamiek in ons vakgebied vormt wat ons betreft een goede basis voor een perspectiefrijk jaar. Bovendien bestaat RUIMTEVOLK volgende jaar 5 jaar en dat laten we niet ongemerkt voorbij gaan.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>2012 belooft een bijzonder jaar te worden. De vooruitzichten voor de economie zijn weliswaar slecht en de crisis zal zeker ook zijn weerslag hebben op de ruimtelijke sector. Maar we weten: een periode van hardship brengt ook kansen met zich mee. Innovatie komt in periodes van crisis in een stroomversnelling. De combinatie met de steeds verder ontluikende nieuwe, frisse dynamiek in ons vakgebied vormt wat ons betreft een goede basis voor een perspectiefrijk jaar.</strong></p>
<p><strong>Lustrum RUIMTEVOLK!</strong><br />
2012 is ook een bijzonder jaar omdat RUIMTEVOLK dan 5 jaar bestaat! Waar we in 2007 ooit begonnen met een kleine club enthousiastelingen met een missie om het ruimtelijk debat weer leven in te blazen en het vakgebied van inspiratie, inhoud en nieuw elan te voorzien, kunnen we begin 2012 stellen dat het resultaat onze verwachtingen ver heeft overtroffen. RUIMTEVOLK is uitgegroeid tot een van de meest actieve en omvangrijke netwerken in de ruimtelijke ordening. En als onafhankelijke platform wordt RUIMTEVOLK gewaardeerd, zo leren we onder andere uit het onlangs uitgevoerde lezersonderzoek.</p>
<p>We vinden het zo aan het begin van ons jubileumjaar ook een mooi moment om onze ambities uit te spreken. Namelijk dat we ook de komende 5 jaar het ruimtelijk debat van inhoud en elan willen voorzien door het platform verder te laten gedijen en tot volle bloei te laten komen. Dat blijven we doen op de manier waarop we dat de afgelopen jaren ook hebben gedaan. Door een podium en publiek te bieden aan goede verhalen, kritische beschouwingen, interessante vergezichten, reflecties en mijmeringen. Online, maar ook offline.</p>
<p>In 2012 gaan we speciale jubileumactiviteiten organiseren, waarin de herbezinning en heroriëntatie op ons ruimtelijk perspectief en handelen centraal staan. Met deze activiteiten willen we de focus even van de dagelijkse praktijk in het hier en nu af halen. Door samen met u grote maatschappelijke en ruimtelijke opgaven vanuit diverse invalshoeken te onderzoeken en de betekenis die de ruimtelijke ordening hierbij kan spelen te verkennen. Ook hier is het podium en publiek voor de inspirerende analyses en visies en interessante ruimtelijke perspectieven. Misschien dus ook voor u?!</p>
<p>En als klap op de vuurpijl komen we aan het eind van het jaar met een jubileumpublicatie, met daarin een selectie van inspirerende blogs die de afgelopen 5 jaar zijn gepubliceerd op RUIMTEVOLK. Een extra reden dus om in ons jubileumjaar uw verhaal in te sturen.</p>
<p>Kortom, 2012 wordt wat ons betreft een bijzonder jaar.</p>
<p>U hoort nog van ons! En wij van u?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/2012-wordt-een-bijzonder-jaar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>NeDDRland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/neddrland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/neddrland/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Dec 2011 12:11:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Duitsland]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3472</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/smartphone-2.jpg" /> Is het U weleens opgevallen dat Nederland en de voormalige DDR opvallende gelijkenissen vertonen? Een aantal gelijkenissen liggen ten grondslag aan de mogelijkheid om in Nederland het doe-het-zelfprincipe in de ruimtelijke ordening te kunnen toepassen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Is het U weleens opgevallen dat Nederland en de voormalige DDR opvallende gelijkenissen vertonen? Een aantal gelijkenissen liggen ten grondslag aan de mogelijkheid om in Nederland het doe-het-zelfprincipe in de ruimtelijke ordening te kunnen toepassen.</strong></p>
<p>Allereerst: in beide landen is de burger passief, pikt alles wat de staat voorschrijft, mort wat voor zich uit,  maar demonstreert niet. Nederlanders leven in een wereld waar het recht op vrije meningsuiting het hoogste politieke en maatschappelijke goed is. Dat was in de DDR andersom; je mocht er vooral niet zeggen wat je dacht. In Nederland is dat omgekeerd; daar is iedereen de hele dag bezig hardop en luid te zeggen wat hij denkt . Niet omdat er iemand luistert, maar omdat het kan. En wat kan, dat moet in Nederland.</p>
<p>In Nederland lijkt de passiviteit van de burger voortgekomen uit de overladen informatie en meningen die over ‘m worden uitgestort. Kan de Nederlander wel zoveel kiezen? Dat lijkt maar zo. Uiteindelijk blijkt, als U besluiteloos voor het koelvak staat op zoek naar een lekker toetje, dat alles is voorbedacht, voorgekauwd voorgeproefd door Unilever. Grolsch en Heineken; weliswaar concurrenten, maar ook partijen die (verboden) prijsafspraken maken over de prijs van een biertje. Niks vrije markt. Het lijkt de DDR wel.</p>
<p>In Nederland houdt iedereen elkaar de hele dag met de modernste apparatuur continue in de gaten: “<em>H</em><em>é, waar ga je? War ben je? Wat doe je?”. </em>Zijn het niet de brave medeburgers is het wel de dienst Wegverkeer die van alle automobilisten uit voorzorg de nummerplaten digitaal opslaat. De Nederlander is de hele dag bezig met in- en uitchecken, op het spoor en binnenkort misschien ook op de weg. Dat alles wordt door de overheid opgeslagen in het kader van de veiligheidideologie (of: -utopie). Niets is geheim voor Vadertje Staat in Nederland. Net de DDR.</p>
<p>Wat betreft de woningbouw: daar lijkt het alsof we mogen en kunnen kiezen uit gevarieerde woningen op een willekeurige Vinexlocatie. Achter de architectonische gevels verbergt zich een als marktwoningbouw verpakte programmatische schraalheid, waarbij alles het resultaat is van afweging die door anderen gemaakt zijn. En die wordt gestuurd door het streven naar het minste risico en het meeste winst; niet op uw wensen. Dan had u wel een pimpelpaarse voordeur mogen kiezen. Maar dat is niet de bedoeling. Wel in de pas blijven lopen. Het lijkt wel de DDR…maar het is Club Nederland.</p>
<p>In Nederland is de overheid geen marktmeester maar schoolmeester is. Als de markt zo ruim baan moet krijgen zou je verwachten dat de overheid de beste voorwaarden voor een goed functionerende markt (en daarmee duid ik op alle markten, dus niet alleen de financiële markt, maar ook de markt voor ambulante handel) opstelt en bewaakt. Niet: de Nederlandse overheid is een ideologisch getinte schoolmeester die zegt wat wij moeten doen.</p>
<div id="attachment_3474" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3474" href="http://ruimtevolk.nl/blog/neddrland/naamloos-2/"><img class="size-full wp-image-3474" title="Naamloos-2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Naamloos-2.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Vincent Kompier</p></div>
<p>Het thema van de Dag van de Ruimte is Doe het zelf. Dat is natuurlijk prima, maar je kan van de Nederlandse bevolking geen doe het zelven verwachten als de overheid er sinds de Tweede Wereldoorlog voor heeft gezorgd dat alle kennis en capaciteiten om het zelf te kunnen doen bij de burgers zijn weggehaald. De kongsi van overheid, corporaties en ontwikkelaars heeft ervoor gezorgd dat de burger (met rechten en plichten) is verdreven en de consument is opgestaan (met alleen maar rechten). Consumeren betekent eenrichtingsverkeer. “Wij bepalen waar u uit mag kiezen” is het thema geweest van de driehoek corporatie-overheid-ontwikkelaars. Nogmaals: mensen kunnen alleen maar goed overwogen keuzes maken als de markt transparant is. En daar zorgt de overheid niet, of te weinig voor. De regelgeving is zo ingewikkeld dat alleen de overheid het nog begrijpt, en zelf die niet altijd.</p>
<p>De Duitser heeft vanuit zijn verleden een behoorlijke portie wantrouwen tegenover de overheid. Voor de Duitser is onze ‘lakse’ houding tegenover de overheid onbegrijpelijk; je vertrouwt de overheid toch niet dat de dijken overeind blijven? Het Duitse wantrouwen leidt tot een grote behoefte aan zelfredzaamheid. Dat uit zich rond 1900 in <em>Baugenossenschaften</em>; coöperaties waarvan de leden een aandeel kopen en indien ze dat willen een woning kunnen huren. Als aandeelhouder hebben leden zeggenschap over de koers die gevaren moet worden. Zo kunnen ze voorkomen dat de directeur vanuit een Maserati de coöperatie bestuurd. Berlijn kent een sterke traditie voor <em>selbtbestimmtes wohnen</em>. De <em>Baugemeinschaften</em> en <em>Baugruppen</em> zijn de nieuwste loot aan de zelfbestemmingboom. Groepen mensen kopen al dan niet samen met een architect een kavel en ontwerpen en bouwen zelf een woon/werkblok. Vaak met veel betere duurzaamheidsmaatregelen dan menig ambtenaar vanachter zijn bureau zou bedenken. Immers: de bewoners betalen het zelf. De verplichte duurzaamheidsmaatregelen bij menig kavelverkoop voor zelfbouw is een hardnekkig teken dat de Nederlandse overheid de consument lang nog niet serieus neemt en geen enkele notie heeft over hoe mensen denken en beslissen.</p>
<p>Doe het zelf; het klinkt leuk, maar het heeft het moeilijk. Wat betreft doe het zelven is er geen politieke partij die het &lt;doe het zelf&gt; als hoogste partijideologisch punt op de lijst heeft staan. Politici willen helemaal niet dat U het zelf doet, want dan kunnen zij naar huis. Toch bestaat er één partij die dat wel heeft, niet toevallig in Duitsland, of eigenlijk helemaal niet toevallig, en dat is de Piratenpartij, die bij de laatste verkiezingen hoge ogen heeft gegooid in Berlijn. Een van hun belangrijkste punten? Transparantie. Want als alles helder is kan je mensen geen passiviteit en consumentisme verwijten. Ondernemerschapis is cruciaal voor de doe-het-zelfmentaliteit. Geef daar ruimte aan. Mensen willen wel, mits ze maar serieus genomen worden en niet worden overladen met schoolmeesterachtige nevenoverheidsdoelstellingen. Het is al lastig genoeg om degene die het zelf zouden willen doen de ruimte te geven. Maar doe dat wel. Want goed voorbeeld doet goed volgen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Dit is een bewerking van de toespraak die Vincent Kompier heeft gehouden op de Dag van de Ruimte  op 10 november 2011 met als thema: doe het zelf in de ruimtelijke ordening</em></p>
<p><em>Illustratie boven: Bas van der Schot (<a href="http://basvanderschot.com/" target="_blank">http://basvanderschot.com/</a>), gepubliceerd in De Volkskrant van vrijdag 2 december 2011<br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/neddrland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Steeds meer ‘flexwoners’</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/steeds-meer-flexwoners/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/steeds-meer-flexwoners/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 21 Dec 2011 09:33:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Renovatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3463</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/ACTA-gebouw-Amsterdam-Nieuw-West-Ruimtevolk-foto-Nico-Boink-649x349.jpg" /> Na de flexwerker is er de flexwoner. De parallellen zijn treffend. Reguliere huurders worden nog beter beschermd dan vaste arbeidskrachten. En dus verzinnen de bazen in de woningsector, de verhuurders, ook zakelijke arrangementen die beter anticiperen op tijdelijke en onvoorziene omstandigheden. Al die regelingen, van campuscontract tot huisbewaarder, hebben gemeen dat ze de heilige huurbescherming omzeilen. De flexwoner is er ondertussen blij mee, tot hij of zij weer moet verkassen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Na de flexwerker is er de flexwoner. De parallellen zijn treffend. Reguliere huurders worden nog beter beschermd dan vaste arbeidskrachten. En dus verzinnen de bazen in de woningsector, de verhuurders, ook zakelijke arrangementen die beter anticiperen op tijdelijke en onvoorziene omstandigheden. Al die regelingen, van campuscontract tot huisbewaarder, hebben gemeen dat ze de heilige huurbescherming omzeilen. De flexwoner is er ondertussen blij mee, tot hij of zij weer moet verkassen.</strong></p>
<p>Van acht jaar wachten op een sociale huurwoning kijkt men in de regio Amsterdam niet vreemd meer op. De gemiddelde inschrijfduur van starters steeg in 2010 naar 7,9 jaar. De mutatiecijfers dalen kwartaal na kwartaal. Waarschijnlijk krijgen in 2011 minder dan 7.500 sociale huurwoningen in Amsterdam een nieuwe huurder, weer 1.300 minder dan in 2010. De mutatiegraad zakt daarmee onder de vier procent. Met andere woorden: de stagnatie is compleet.</p>
<p>Of toch niet? Als we kijken naar álle verhuringen, inclusief tijdelijke verhuur, gebruiksovereenkomsten, campuscontracten, vrije sector en onzelfstandige eenheden, dan komt alleen de corporatiesector al op het dubbele aantal mutaties. De tijdelijke verhuur is namelijk fors gegroeid, waardoor het totaal aantal woningmutaties in de corporatiesector zelfs iets is toegenomen de laatste jaren. Dat is een heel ander beeld. Tellen we daar de mutaties in de particuliere huur- en koopsector bij op, dan komt de totale mutatiegraad in Amsterdam in 2010 volgens de <a href="http://www.google.nl/url?sa=t&amp;rct=j&amp;q=de%20totale%20mutatiegraad%20in%20amsterdam%20in%202010%20volgens%20de%20amsterdamse%20dienst%20o%20s&amp;source=web&amp;cd=2&amp;ved=0CCQQFjAB&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.os.amsterdam.nl%2Fpdf%2F2011_vitalestad.pdf&amp;ei=1BTvTpC6EM-f-walu92cAg&amp;usg=AFQjCNFtD9f0sLrFCOt7I8KeeyP-C1Zeow&amp;cad=rja" target="_blank">Amsterdamse dienst O+S</a> op bijna 18 procent.</p>
<p>Dat cijfer spoort beter met de enorme verhuisdynamiek en de forse bevolkingstoename de laatste jaren. In 2010 verhuisden bijna 60.000 mensen naar Amsterdam; netto kreeg de hoofdstad er 13.000 bewoners bij. Dat zijn veelal jongeren die naar de hoofdstad komen voor werk of opleiding. Ze vinden onderdak in de particuliere huursector, in studentenwoningen, als kraakwacht, in onderhuur of via een tijdelijk huurcontract. Bovendien loopt het gemiddelde aantal bewoners per woning voor het eerst in zestig jaar weer op.</p>
<p><strong>ZZH-ers</strong><br />
In de woonsector lijkt zich een vergelijkbare ontwikkeling voor te doen als eerder op de arbeidsmarkt. Daar is de afgelopen twintig jaar sluipenderwijs een enorm reservoir aan flexibele arbeidskrachten ontstaan van professionals die via uitzendbureaus, tijdelijke contracten of als zzp-er worden ingehuurd.</p>
<p>In de woonsector is in schaarstegebieden een even bont palet aan tijdelijke woonvormen aan het ontstaan. Deze ZZH-ers (Zelfstandigen Zonder Huurbescherming) vormen een dynamische wolk rond de kern van goedbeschermde reguliere huurders en huiseigenaren. Van gebruiksovereenkomsten (antikraak), via tijdelijke verhuur en campuscontracten tot jongerencontracten.</p>
<p>Bij eigenaren bestaat een enorme behoefte aan tijdelijke verhuurarrangementen: van particulieren die hun huis niet kunnen verkopen, van bewoners die tijdelijk naar het buitenland gaan, van corporaties die sloop- en renovatieprogramma’s vanwege de crisis hebben uitgesteld, van beleggers die kampen met leegstaande kantoren. Met vertraging volgt de wet- en regelgever deze behoefte; druppelsgewijs nemen de mogelijkheden toe. Het alternatief is namelijk meestal leegstand. Voorlopig sluitstuk van deze ontwikkeling lijkt binnenkort een aanvulling op de Wet kraken en leegstand die tijdelijke verhuur van tien jaar mogelijk maakt als kantoren daardoor een maatschappelijke bestemming &#8211; zoals wonen &#8211; krijgen.</p>
<p><strong>Flexconstructies</strong><br />
Leegstandbeheerders groeien als kool dankzij de overcapaciteit aan kantoorruimte. Maar ook in de corporatiesector neemt het aantal tijdelijke huurcontracten een vlucht, in Amsterdam bijvoorbeeld van 1.127 in 2008 naar 1.731 in 2010. In navolging van campuscontracten zijn er nu ook al jongerencontracten, waarbij jongeren met voorrang een kleine woning krijgen aangeboden, maar die weer moeten verlaten voordat ze 27 worden. Voor woningcorporaties zijn de nieuwe tijdelijke huurarrangementen een uitkomst.</p>
<p>Weliswaar komt een deel van de tijdelijke woonvormen, zoals de campus-, jongeren- en short stay-contracten, voort uit expliciet beleid voor doelgroepen. Maar de grote groei van andere tijdelijke huurarrangementen is vooral een gevolg van de recessie. Corporaties zitten in hun maag met tal van complexen waarvan sloop- of renovatieplannen noodgedwongen zijn uitgesteld. Dankzij de tijdelijke contracten kunnen deze woningen worden verhuurd, zonder dat bewoners reguliere huurrechten krijgen. De nieuwe bewoners bouwen ondertussen ‘inschrijfduur’ op, terwijl ze relatief goedkoop wonen. Dat lijkt voor iedereen een win-winsituatie, al leidt het soms tot ongemakkelijke taferelen, waarbij de ene tijdelijke bewoner om juridische redenen voor de ander wordt ingeruild.</p>
<p>Al die nieuwe tijdelijke huurders hebben net als flexwerkers veel minder rechten. Huurdersorganisaties reageren daardoor even argwanend als vakbewegingen op deze nieuwlichterij. Maar de flexwoner zelf maalt er niet of minder om. Die is blij niet aan te hoeven schuiven in een eindeloze rij wachtenden. Ook steden als Amsterdam zijn blij met deze flexconstructies, die leegstand tegengaan en die zelfs in slechte tijden zorgen voor dynamiek in de stad.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: ACTA-gebouw in Amsterdam. In dit leegstaande kantoor komen 460 studentenkamers en 6000 m2 ‘broedplaats’. Foto: Nico Boink.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/steeds-meer-flexwoners/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Over de grens: Hier &#8211; Daar</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/over-de-grens-hier-daar/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/over-de-grens-hier-daar/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 11:05:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
		
		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=agenda&#038;p=3464</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/hier-daar.jpg" /> Met de toenemende globalisering komen verre landen en vreemde culturen steeds dichterbij. Hoewel Duitsland en België om de hoek liggen en in wezen niet zoveel van Nederland lijken te verschillen]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Met de toenemende globalisering komen verre landen  en vreemde culturen steeds dichterbij. Hoewel Duitsland en België om de  hoek liggen en in wezen niet zoveel van Nederland lijken te      verschillen is de benadering van het landschap, de manier waarop met  het landschap wordt omgegaan en de landschapsarchitectuur er toch  anders.      Aan de hand van concrete projecten belichten we de verschillende  manieren waarop in ontwerpopgaven wordt omgegaan met het thema &#8216;grens&#8217;.</p>
<p><a style="display:none;" class="leesmeerlink" id="ddetlink1524309157" href="javascript:expand(document.getElementById('ddet1524309157'))">Lees meer [...]</a>
<div id="ddet1524309157" class="ddet_div" ><script language="JavaScript" type="text/javascript">expand(document.getElementById('ddet1524309157'));expand(document.getElementById('ddetlink1524309157'))</script></p>
<p>Steven Delva van Delva Landscape Architects zal vertellen over  cultuurverschillen tussen Nederland en België, en over het verschil in  beleving van stad en landschap en de verschillende  werkwijzen binnen het ontwerp proces. Mark Eker, senior regionaal  ontwerper bij de Provincie Noord-Holland, zal nader ingaan op het  onderzoek naar het grenslandschap langs de Duits-Nederlandse  grens dat wordt uitgevoerd door het bureau Eker &amp; Schaap  landschapsarchitecten.</p>
<p>De verschillende interpretaties en omgang met grenzen zullen laten zien  dat de cultuurverschillen hierbij een belangrijke rol spelen voor de  ontwerpers.</p>
<p><strong>Tijd:</strong> 15.00 uur – 17.00 uur / inloop vanaf 14.30 uur</p>
<p><strong>Locatie:</strong> Architectuurcentrum Makeblijde, Oud Wulfseweg 3, Houten</p>
<p><strong>Toegang:</strong> 15 euro inclusief drankje na afloop (10 euro voor studenten)</p>
<p><strong>Aanmelding:</strong> <a href="mailto:aanmelden@makeblijde.nl">aanmelden[at]makeblijde.nl</a>; na betaling ontvangt u een entreebewijs</p>
<p><strong>Meer informatie:</strong> <a href="http://www.architectuurcentrummakeblijde.nl/nieuwsbrief/nieuwsbrieflzr.html" target="_blank">http://www.architectuurcentrummakeblijde.nl/nieuwsbrief/nieuwsbrieflzr.html</a></p>
<p></div></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/ruimtevolk-agenda/over-de-grens-hier-daar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wee de stedentripstad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/wee-de-stedentripstad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/wee-de-stedentripstad/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Dec 2011 10:56:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Pieter Hoexum</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Brugge]]></category>
		<category><![CDATA[Citymarketing]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Recreatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3437</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/leidseplein.jpg" /> 'Steden zijn lui'. Dat prettig provocerende citaat staat voorop het boek Stedelijke vitaliteit. Het is een citaat uit een in het boek opgenomen interview met Zef Hemel, die stelt dat veel steden in Nederland druk bezig zijn elkaar na te doen en in die zin gemakzuchtig zijn. Die kritiek is terecht, maar hopelijk vatten de steden het niet op als aanmoediging zich nu geheel te concentreren op hun 'unique selling points'. Waren die steden maar werkelijk wat luier. Anders verworden ze tot 'stedentripsteden'.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>&#8216;Steden zijn lui&#8217;. Dat prettig provocerende citaat staat voorop het boek &#8216;Stedelijke vitaliteit&#8217;. Het is een citaat uit een in het boek opgenomen interview met <a href="http://ruimtevolk.nl/?author=120" target="_blank">Zef Hemel</a>, die stelt dat veel steden in Nederland druk bezig zijn elkaar na te doen en in die zin gemakzuchtig zijn. Die kritiek is terecht, maar hopelijk vatten de steden het niet op als aanmoediging zich nu geheel te concentreren op hun &#8216;unique selling points&#8217;. Waren die steden maar werkelijk wat luier. Anders verworden ze tot &#8216;stedentripsteden&#8217;.</strong></p>
<p>En de winnaar is &#8230; Eindhoven. Deze stad bleek volgens een deskundige jury te beschikken over &#8216;<a href="http://www.debestebinnenstad.nl/winnaars/winnaars-2011-2013/grote-binnenstad/" target="_blank">De beste binnenstad 2011-2013</a>&#8216;. Toch kwam Eindhoven bij de verkiezing &#8216;Meest gastvrije stad 2011&#8242; niet verder dan de elfde plaats en werd ze tiende bij verkiezing van &#8216;Veelzijdigste winkelstad van de Benelux&#8217;. Bij de verkiezingen van &#8216;Meest vitale stad 2011&#8242; behoorde Eindhoven niet eens tot de genomineerden. Maar er zijn voor winnaars van dit soort verkiezingen meer redenen om niet te vroeg te juichen. Een meer dan schrale troost voor de verliezers lijkt mij dat je dit soort wedstrijden beter kunt verliezen. Denk aan Brugge.</p>
<p><strong>Middeleeuwen</strong><br />
Die stad werd onlangs door <a href="http://www.fritsvanoostrom.nl/" target="_blank">Frits van Oostrom</a> in een lezing (<a href="http://archief.nrc.nl/index.php/2011/November/8/Overig/14/Kwantumsprong+om+hokjesgeest+te+doorbreken/check=Y" target="_blank">gepubliceerd in NRC Handelsblad, 8 november 2011</a>) bij wijze van spreken uitgeroepen tot meest creatieve stad van de Middeleeuwen: &#8216;Brugge anno 1400 is een historisch schoolvoorbeeld van wat <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Richard_Florida" target="_blank">Richard Florida</a> noemt een creatieve stad, waar commercie en cultuur elkaar versterken. Een internationale, kosmopolitische omgeving die werkte als magneet en broeikas voor initiatief en innovatie. Geen toeval dat de meest open, diverse, internationale stad van de toenmalige Lage Landen ook de meest creatieve was.&#8217;</p>
<p>Van Oostrom gebruikt Brugge om te illustreren dat &#8216;economie en cultuur broer en zus&#8217; zijn. Daar heeft hij gelijk in, zeker als je beseft dat &#8216;broer economie&#8217; en &#8216;zus cultuur&#8217; beide kinderen zijn van &#8216;vadertje stad&#8217;. Volgens de historicus <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Fernand_Braudel" target="_blank">Fernand Braudel</a> openbaart het &#8216;proces van economische groei zich nergens zo goed als in het fenomeen stad.&#8217; Dat komt volgens hem door die typische atmosfeer van de stad: &#8216;Steden lijken op transformatoren: ze verhogen de spanning, versnellen de stroomwisseling en laden het leven van de mens eindeloos op.&#8217; Een mooie vergelijking, maar let wel transformatoren moeten gekoeld worden om ‘overspanning’ te voorkomen.</p>
<p>Steden als Brugge zijn slachtoffer geworden van hun eigen succes. In de veertiende eeuw liep Brugge voorop in het proces van verstedelijking in Europa. Na de opkomst van handelssteden in Noord-Italië (Florence, Venetië en Milaan) sloeg deze ontwikkeling ten noorden van de Alpen als eerste aan in de de Zuidelijke Nederlanden, met name in Gent en Brugge. In Brugge ontstond de eerste ‘effectenbeurs’ ter wereld. In de Beurs van Brugge was al een levendige handel in goederen vanuit heel Europa, van glas uit Venetië tot bont uit Novgorod. Al snel werd hier ook druk gehandeld in waardepapieren zoals obligaties, een fenomeen dat uit Italië was komen overwaaien. Brugge werd de eerste echte handelsmetropool. En een voorbeeld voor andere steden. In de vijftiende eeuw stootten Antwerpen en andere Brabantse steden Brugge van de troon, die op hun beurt in de zestiende en zeventiende eeuw voorbijgestreefd werden door Amsterdam en de Hollandse steden.</p>
<div id="attachment_3439" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3439" href="http://ruimtevolk.nl/blog/wee-de-stedentripstad/brugge/"><img class="size-full wp-image-3439" title="Brugge" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Brugge.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Brugge, toeristische stad, foto: txenoo op Flickr</p></div>
<p><strong>Toeristische trekpleister</strong><br />
Tegen die tijd was Brugge al lang en breed vergeten en verlaten. De stad was op sterven na dood. Tot in 1892 Georges Rodenbach de stad met een roman wakker kuste, paradoxaal genoeg getiteld <a href="http://thelostdutchman.hubpages.com/hub/Bruges-la-Morte-by-Georges-Rodenbach" target="_blank">Bruges-la-Morte</a>, &#8216;Brugge-de-dode&#8217;.  Rodenbach had in zijn roman vele foto&#8217;s van het verstilde Brugge op laten nemen, niet zozeer als illustraties, maar als zelfstandige sfeerbeelden. De vele lezers wilden die stad wel eens met eigen ogen zien. Brugge werd een toeristische trekpleister. In het jaar 2000 werd de binnenstad opgenomen in de befaamde Werelderfgoedlijst van Unesco. Dat maakte Brugge nog populairder als bestemming voor een stedentrip, sowieso een van de snelst groeiende vormen van toerisme.</p>
<p>Eind goed, al goed? Is Brugge werkelijk gereanimeerd, tot leven gekomen? Oké, er wordt weer geld verdiend en het is er druk, en in die zin: levendig. Maar toch ook nog steeds doods. Begrijp me niet verkeerd: de stad is een reis waard, ik kan een bezoek aan die stad aan iedereen aanbevelen. Maar zou ik er willen wonen? Wie wil er wonen in een themapark?</p>
<p><strong>Stedentripstad Amsterdam</strong><br />
Lang geleden al maakte Anton Zijderveld zich zorgen over de &#8216;disneyficatie&#8217; van Amsterdam, anderen spreken ook wel van &#8216;eftelisering&#8217;. Ik nam deze verhalen steeds voor kennisgeving aan, maar de eerste de beste keer, na mijn &#8216;trip&#8217; naar Brugge, dat ik Amsterdam bezocht, hoorde ik in de tram bij de halte Leidseplein de conducteur omroepen: &#8216;Leidse Square, Amsterdam entertainment area&#8217;. Dat de grachtengordel de werelderfgoedlijst had gehaald lijkt me ook geen goed voorteken. Gaat Amsterdam Brugge achterna? Verwordt Amsterdam tot een stedentripstad?</p>
<p>Gelukkig werd ik vrijwel meteen gerustgesteld, door de VVV van Amsterdam nota bene. Die bleek zich, in een <a href="http://www.atcb.nl/nieuwsartikelen/atcb-vandaag-in-verschillende-media" target="_blank">interview</a> in &#8216;De Reiskrant&#8217; van De Telegraaf  zorgen te maken over de authenticiteit van de stad: &#8216;Er moet voor worden gewaakt dat de binnenstad verandert in een openluchtmuseum met alleen maar toeristenwinkeltjes en informatieborden in acht talen à la Venetië.&#8217; Later werd dit in een persbericht genuanceerd: &#8216;Een goede balans in het centrum van Amsterdam tussen wonen, werken en recreëren is het doel.&#8217;</p>
<p>Wijze woorden, hoewel te vrezen valt dat juist de mensen die streven naar authenticiteit Amsterdam willen veranderen in een openluchtmuseum. Gelukkig wil de VVV ook de veelzijdigheid van Amsterdam onder de aandacht brengen. Gelukkig, want Amsterdam is immers niet alleen de grachtengordel, het is ook Plan Zuid van Berlage en natuurlijk het IJ en het Oostelijk Havengebied.</p>
<p><strong>Vitaliteit als ramp</strong><br />
De hoofdstad mag zich dus gelukkig prijzen met stadspromotoren die zich niet dood staren  op het unique sellingpoint van &#8216;hun&#8217; stad, de grachtengordel. Amsterdam is ook veel meer het uitgaanscentrum van Nederland (misschien moet je wel zeggen: Europa). De focus op zaken als vitaliteit en creativiteit brengt misschien op de korte termijn succes, maar werkt op de wat langere termijn juist contraproductief.</p>
<p>Daarom ook mag hier niet onvermeld blijven dat het begrip &#8216;creatieve stad&#8217; geen bedenksel is van de door Van Oostrom genoemde Richard Florida. De grondlegger van het begrip is &#8216;stedenfluisteraar&#8217; <a href="http://www.charleslandry.com/" target="_blank">Charles Landry</a>. Deze Landry wordt ook wel beschouwd als &#8216;stadsvisionair&#8217;, maar daarvoor mist hij gelukkig toch dat roekeloze dat zieners zo kenmerkt. Hij houdt het hoofd koel en waarschuwde dat te veel vitaliteit rampzalig kan zijn voor een stad. En dat was toch een beetje vloeken in de kerk, want hij deed dat in een interview in het eerder genoemde boek Stedelijke vitaliteit. Landry heeft groot gelijk, een werkelijk vitale stad bruist niet alleen, maar heeft ook rustige, kalme, saaie en vooral veel gewone plekken en gebieden.</p>
<p>Stadsbestuurders en citymarketeers zouden een tegeltje boven hun bureau moeten hangen, met daarop de dooddoener &#8216;Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg&#8217;. Niet alleen om ze te kalmeren, maar ook om hen eraan te herinneren dat hun stad geen &#8216;stedentripstad&#8217; moet worden en ook een wóónplaats is en moet blijven.<br />
&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Ijsbaan op het Leidseplein, foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/rexroof/" target="_blank">Rex Roof</a> (<a href="http://www.rexroof.com/" target="_blank">http://www.rexroof.com/</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/wee-de-stedentripstad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Terug naar een zelfvoorzienend platteland?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 16 Dec 2011 12:24:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Elly van der Klauw</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[drenthe]]></category>
		<category><![CDATA[Groningen]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3440</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Dorp.jpg" /> In de krimpgebieden steken de dorpelingen al steeds vaker de handen uit de mouwen. Dat zal ook moeten op het overige platteland. Twee bijeenkomsten over het platteland van de toekomst maakten dit duidelijk. De overheid trekt zich terug, en subsidiestromen drogen op.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de krimpgebieden steken de dorpelingen al steeds vaker de handen uit de mouwen. Dat zal ook moeten op het overige platteland. Twee bijeenkomsten over het platteland van de toekomst maakten dit duidelijk. De overheid trekt zich terug, en subsidiestromen drogen op.</strong></p>
<p>In het Advies voor het 4<sup>e</sup> Plattelandsparlement wordt de ontwikkeling van overheidssturing naar zelfsturing ‘bij uitstek van belang genoemd voor de krimpregio’s’. De inwoners in de gebieden met de meeste krimp hebben dit ondertussen al langer bemerkt en ook opgepakt. Vaak worden voorzieningen als dorpshuizen of buurtwinkels die met sluiting worden bedreigd overgenomen door de dorpsbewoners zelf. In Engeland hebben ze hier zelfs een wet voor, de ‘Community Right to Buy’, dorpsgemeenschappen krijgen als eerste het recht om belangrijke lokale gebouwen en voorzieningen over te nemen.</p>
<p>Zelfsturing en gemeenschappen die in actie komen voor het behoud van leefbaarheid en voorzieningen lijken de toekomst voor het hele platteland van Nederland: krimpregio, bijna krimpregio of nog niet krimpend. Op het <a href="http://plattelandsparlement.nl/plattelandsparlement-2011" target="_blank">4<sup>e</sup></a> Plattelandsparlement in Den Haag en de bijeenkomst over het <a href="http://www.netwerkplatteland.nl/plattelandvandetoekomst/najaarsconferentie-platteland-van-de-toekomst/" target="_blank">Platteland van de Toekomst</a> van het Netwerk Platteland in Drenthe werd duidelijk dat verschillende ontwikkelingen elkaar nu ook versterken. Platteland van de Toekomst Schaalvergroting in de landbouw, en minder boeren die overblijven. Boeren die er vaak wel wat bij willen gaan doen om inkomsten te verwerven. Schaalvergroting in de voorzieningen, minder winkels en minder zorg dichtbij.  Schaalvergroting bij gemeenten, sommige plattelandsgemeenten hebben te maken met tientallen kernen in een uitgestrekt gebied. En een overheid die terugtreedt en vindt dat burgers meer hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Maar ook een overheid die op ieder niveau, lokaal, nationaal of Europees minder geld heeft voor het platteland. En dan ook nog eens krimp in de meeste plattelandsgebieden, waardoor er minder mensen en middelen zijn.</p>
<p>Op de bijeenkomst over het Platteland van de Toekomst in Erica waarschuwde gedeputeerde Rein Munniksma dat er de komende tijd niet veel geld meer zal zijn voor plattelandsontwikkeling. “Van de gelden voor Vitaal Platteland, en het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) blijft maar 30% over. En ook de gelden uit Europa voor Leader-projecten lopen in de nieuwe plannen voor het  Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) terug.  GLB-gelden zullen direct naar landbouw gaan.”</p>
<p><strong>Dood voor groen</strong><br />
De workshops over alternatieve gebiedsfinanciering in het Smalspoor Museum werden vervolgens druk bezocht door de deelnemers. Veel opwekkends was daar niet te horen, al waren er wat nieuwe initiatieven. <a href="http://www.nationaalgroenfonds.nl/Paginas/Default.aspx" target="_blank">Het Nationaal Groenfonds</a> liet zien dat veel traditionele manieren om groen te financieren doodlopen. Zo kon met Rood voor Groen, huizenbouw, nog wel eens groen worden aangelegd, maar met de malaise in de woningmarkt biedt dat geen soelaas. Datzelfde geldt voor een aantal subsidiestromen. Wrang genoeg biedt ‘Dood voor Groen’, waar mensen betalen om zich te laten begraven in een natuurgebied, wel weer een nieuwe mogelijkheid.</p>
<p>Vanuit de markt betaalt Campina Friesland boeren extra als ze  hun melkvee een deel van het jaar buiten laten lopen. Met deze weidegang hopen ze het imago en de levendigheid van de landbouw te verbeteren. Vooralsnog lijken consumenten voor weidegangmelk nog niet extra te willen betalen. Tenslotte zou ook <a href="http://www.crowdaboutnow.com/CrowdAboutNow/" target="_blank">crowdfunding</a>,  voor ondernemers in het landelijk gebied wat kunnen opleveren. Particulieren en bedrijven uit de streek investeren in een streekgebonden onderneming. In Utrecht haalden ondernemers via dit middel een startkapitaal op voor een bedrijfsverzamelgebouw. Voor minder commerciële activiteiten is crowdsourcing of een streekrekening bij een regionale bank  wellicht een idee. De Rabobank in de Krimpenerwaard is hier bijvoorbeeld mee bezig.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3442" href="http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/gebouw/"><img class="alignnone size-full wp-image-3442" title="gebouw" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/gebouw.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></p>
<p><strong>Zelfsturende dorpen</strong><br />
Zonder veel externe financiering zullen dorpen het vooral zelf moeten doen. Op het Plattelandsparlement veel aandacht voor zelfsturende dorpen en organisaties. Pim de Bruijne, lid van de Adviescommissie: “De burger moet het echt zelf gaan doen. Zeker in krimpregio’s is onze aanbeveling om van overheidssturing naar zelfsturing over te gaan.” In de meeste dorpen in Nederland is sprake van ontgroening en vergrijzing, en van vaak selectieve migratie. Aan de randen van Nederland leidt dit naast bevolkingsdaling ook al tot huishoudensdaling en dus leegstand. In andere plattelandsgebieden daalt het aantal huishoudens pas na 2025 of 2030, maar moet al goed over bouwplannen nagedacht worden. Zo wil de provincie Zuid-Holland nu de bouwplannen in het Groene Hart ingrijpend gaan bijstellen.</p>
<p>Daar komt echter de laatste jaren nog iets bij meent De Bruijne: ”Schaalvergroting bij gemeentelijke overheden,  leidt wel tot versterking van bestuur maar ook tot een lossere relatie met de kernen. Dat kan niet anders bij gemeenten met bijvoorbeeld 65 kernen. En dan hebben we nu eveneens te maken met een terugtredende overheid, die vindt dat burgers zaken zelf meer moeten oppakken.”</p>
<p>Kortom, alle ruimte voor dorpen die er in slagen om zich zelf te organiseren en daardoor een gesprekspartner te worden voor gemeenten.  Kernen moeten ook samenwerken met andere kernen en bewonersorganisaties in de streek. Dan ben je een betere gesprekspartner voor zorgverleners of woningbouwcorporaties. Volgens de adviezen van het Plattelandsparlement zijn die al lang op regionale schaal georganiseerd, en werken ze vaak buiten gemeenten om. Samenwerking tussen dorpen voorkomt ook dat dorpen alleen opkomen voor de eigen voorzieningen, hoe begrijpelijk ook.</p>
<p><strong>Slimme dorpen</strong><br />
Sterke kernen die de hele gemeenschap vertegenwoordigen kunnen veel voor elkaar krijgen. Zwembaden, dorpshuizen of winkels zelf overnemen en gaan beheren, geld voor een sporthal ophalen, een vervoerssysteem met gemeenten en openbaar vervoersbedrijven gaan regelen.  Slimme dorpen moeten voor slimme ideeën vooral bij andere dorpen en bij andere streken gaan kijken. En een slimme overheid gebruikt op haar beurt  bewonersorganisaties.</p>
<p>In het Duitse Emsgebied wordt via een contactpersoon uit het dorp niet alleen snel de leegstand in dorpen in kaart gebracht, maar ook de reden waarom een huis leegstaat. “Want wie weet beter dan de dorpelingen waarom een huis daar verlaten is”, zo vertelde <a href="http://www.pro-t-in.de/cms/front_content.php?idcat=18" target="_blank">Klaus Ludden</a> in Drenthe. Tegelijkertijd verhoogde dit het bewustzijn over de leegstand in het dorp bij de gemeenschap zelf.</p>
<p>Zelfvoorzienend zal het platteland waarschijnlijk niet meer worden. Maar in  de toekomst blijven alleen dorpen (en regio’s)  die zelf in actie komen sociaal en economisch vitaal. Het dorp moet zich hervinden zoals in het oude liedje van Jean Ferrat, <a href="http://lyricskeeper.nl/nl/jean-ferrat/les-touristes-partis.html" target="_blank">‘Les touristes, touristes partis’</a>. Alleen vertrokken daar de toeristen en  in Nederland de subsidiestromen en de overheden.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel: RUIMTEVOLK</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/terug-naar-een-zelfvoorzienend-platteland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zelfbouw: hype of ontwikkeling?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfbouw-hype-of-ontwikkeling/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfbouw-hype-of-ontwikkeling/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Dec 2011 20:56:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Emilie Vlieger</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Dag van de ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Nirov]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3429</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Naamloos-3.jpg" /> Willen wij Nederlanders wel zelf ontwikkelen? Of zijn we te passief en voor een doe-het-zelf cultuur?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Is zelfbouw een tussentijdse hype is die voortkomt uit de crisis, of een ontwikkeling die toch als structurele oplossing kan worden gezien? Dat vragen Merel Pit en Anne Seghers zich af in hun <a href="http://www.dearchitect.nl/nieuws/2011/11/15/dag-van-de-ruimte/dag-van-de-ruimte-nirov.html" target="_blank">verslag</a> van de Dag van de Ruimte. Door het rumoer rondom zelfbouw en organische ontwikkelingen lijkt het logisch: we moeten onze focus verleggen naar doe-het-zelf. Of denken we dat dit in de huidige tijdgeest de enige manier is om ‘te ontwikkelen voor de vraag’? Is ‘doe-het-zelf’ de enige zekerheid op een gebruiker? En zo ja: is het daarmee een tussentijdse hype?</strong></p>
<p><strong>Tijdgeest</strong><br />
De crisis is in ieder geval de bron van het rumoer. Onze bevolkingsgroei neemt af; de beroepsbevolking krimpt, terwijl de vergrijzing toeslaat en ook de voorheen groeiende economie stabiliseert. Onze bebouwde omgeving is altijd al een vertraagde reactie op de bewegingen in de maatschappij. Zodra de woningnood hoog is gaan we bouwen en zodra de vraag afgenomen is, stoppen we met bouwen. Dat moment is nu aangebroken. De uitbreiding van onze steden komt tot rust. ‘Slow urbanism’ noemt Jurgen Hogendoorn het in zijn <a href="http://ruimtevolk.nl/chaos-en-orde-in-de-vloeibare-stad/" target="_blank">artikel</a> dat in maart al op RUIMTEVOLK verscheen. Er zijn geen bloemkoolwijken meer nodig en er is ruimte in onze tijd om zelf, stapsgewijs, onze leefomgeving te ontwikkelen.</p>
<p>Maar willen wij Nederlanders dit wel, zelf ontwikkelen? Volgens Vincent Kompier, blogger op RUIMTEVOLK en spreker op de Dag van de Ruimte, gedraagt de Nederlandse overheid zich als een schoolmeester in plaats van een marktmeester. Hierdoor zijn Nederlanders volgens hem te passief voor een doe-het-zelf cultuur.</p>
<p>Toch kan de Nederlandse bevolking het volgens mij best zelf. Misschien wel onder de regie van de overheid en in ieder geval met behulp van professionals. We zitten in een <a href="http://vliegerprojecten.nl/wordpress/2011/09/de-improviserende-objectmarketeer-is-ook-een-strateeg/" target="_blank">netwerksamenleving</a>, een samenleving waarin je eigen identiteit het centrum van je omgeving is<strong>. </strong>Dit, terwijl je identiteit tegelijkertijd gecreëerd wordt door alle impulsen die je krijgt vanuit je omgeving. De economie (de creatieve economie) draait dus op het toevoegen van waarde in de vorm van een identiteit die past bij het individu (de eindgebruiker) en zijn omgeving.</p>
<p>Dit toevoegen van waarde gebeurt in verschillende industrieën door middel van co-creatie (2.0) en zelfbouw (3.0). <a href="http://www.stadmakers.nl/" target="_blank">Kris Oosting</a> maakte na afloop van de Dag van de Ruimte een vergelijking met de smartphone. De basisfuncties en de vormgeving van de telefoon worden bepaald door de ontwikkelaar. Kundige gebruikers ontwikkelen applicaties die zij zelf missen bij het gebruik van hun smartphone en de eindgebruiker beslist vervolgens zelf waarmee hij zijn telefoon programmeert. Dit doet de eindgebruiker naar eigen behoefte, die is ontstaan vanuit de identiteit van deze persoon.</p>
<p><strong>Kader</strong><br />
Onze identiteit doet ons beslissen hoe we onze telefoon programmeren en gebruiken, maar we zitten niet letterlijk met de applicatieontwikkelaar om tafel. Laat staan met de ontwikkelaar van het ding zelf. Tijdens de Dag van de Ruimte hoorde ik dan ook meermaals dat gebiedsontwikkelaars en vastgoedontwikkelaars een kader moeten bieden waarbinnen gebruikers kiezen wat zij er zelf willen.</p>
<p>De programmering van een gebied gaat vaak al op deze manier via marktwerking. Ondernemers (kundige gebruikers) kiezen als het goed is een goede plek voor hun idee. Gebiedsontwikkelaars kunnen ondernemers motiveren om meer reuring en ontmoeting te creëren in het gebied. Ook kunnen zij de verschillende functies coördineren, die deze ondernemers met zich meebrengen. Maar zij kunnen de ondernemers niet uitkiezen voordat ze überhaupt bestaan.</p>
<p>Bij woningbouw is de programmering te vergelijken met het bieden van keuzes. Van keuzes zoals ‘waar komt de keuken en welke badkamer wil men’ tot ‘welke materialen worden gebruikt en wat zijn de energievoorzieningen’? Waarbij kundige gebruikers natuurlijk wel in staat moeten zijn om onafhankelijk nieuwe keuzes te maken (de architect als applicatiebouwer?).</p>
<p><strong>Zelfbouw</strong><br />
‘Zelfbouw is geen nieuwe ontwikkeling’ heb ik een paar keer gehoord en gezegd tijdens de Dag van de Ruimte. Het was er altijd al. Het invullen van je eigen woon- en leefomgeving, zoals hierboven beschreven, is daarentegen wel een ontwikkeling. Deze zien we immers in meerdere vakgebieden en natuurlijk niet alleen bij de smartphone. Dit verklaart ook de uitkomsten van het onderzoek dat <a href="http://www.nirov.nl/" target="_blank">Nirov</a> en <a href="http://www.dbmi.nl/" target="_blank">DBMI</a> hebben gedaan onder de database van <a href="http://www.nieuwbouw-nederland.nl/" target="_blank">Nieuwbouw Nederland</a>. 10 Procent van de respondenten wil een standaard woning met beperkte keuze. 37 Procent wil een standaardwoning met keuzevrijheid bij de keuken, badkamer, indeling, uitbouw en extra’s en 24 procent wil daarbij ook keuzevrijheid in de afwerking (waarbij het woord ‘standaardwoning’ vervalt). 14 Procent prefereert een bouwpakket, waarbij men dus ook kiest uit voorgestelde opties. Dit betekent dat in totaal 85 procent van de respondenten in meer of mindere mate alleen keuzevrijheid wil. De resterende 15 procent wil hun woning volledig naar eigen wens (laten) creëren. In mijn ogen zijn zij ondernemers, en dus ook <a href="http://www.nirov.nl/Home/Nieuws/Nieuws_Items/Onderzoek_CPO__Professional_positief__consument_neutraal.aspx?mId=10437&amp;rId=476" target="_blank">kundige gebruikers</a>.</p>
<p>Doe-het-zelf is geen hype die bij de crisis hoort, het is een werkelijke ontwikkeling. Het in crisis geraakte vakgebied hoopt misschien dat het een tussentijdse oplossing is, maar helaas. De eindgebruiker wil nog steeds verzorgd worden. De ontwikkeling betekent dat ontwikkelaars samen gaan werken met kundige gebruikers; ondernemers  en professionals. Hun ideeën, die zij (doe-het-)zelf uitvoeren, verhogen de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het product van de ontwikkelaar. Of het product nu een stad, een gebied of een woning is. Ontwikkelen naar vraag is faciliteren naar behoefte. De markt weet immers zelf het beste waar markt voor is. Ik ben het eens met Vincent Kompier: ik zie de regerende partij als marktmeester.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Nirov (<a href="http://www.nirov.nl">www.nirov.nl</a>)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfbouw-hype-of-ontwikkeling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Is wiki het antwoord?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Dec 2011 11:35:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Judith Lekkerkerker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Wiki]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3425</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/5628328683_a092231ea1_b.jpg" /> Je wordt er mee doodgegooid. In ruimtelijke ontwikkeling moeten we veranderen in ons denken en in ons handelen. De ruimtelijke ordening zit in een existentiële crisis, de ruimtelijke ordenaar (de planoloog, stedenbouwer, etc.) ook. Ondertussen broeit het, ik zie steeds meer boeiende voorbeelden van hoe dingen anders kunnen. Deze initiatieven komen echter veelal niet vanuit het RO volk zelf. Het zijn de kunstenaars, de permacultuur-specialisten, die op de bres springen. Het RO volk is vooral druk met navelstaren en elkaar de schuld geven dat er niets verandert. Tegelijkertijd staan de eerste mastodonten op. Zij verkondigen dat de crisis straks weer voorbij is en dat we dan gewoon op de oude voet verder kunnen. Even doorbijten. Daar word je niet vrolijk van. Laatst zag ik echter weer wat licht aan het eind van de tunnel.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Je wordt er mee doodgegooid. In ruimtelijke ontwikkeling moeten we veranderen in ons denken en in ons handelen. De ruimtelijke ordening zit in een existentiële crisis, de ruimtelijke ordenaar (de planoloog, stedenbouwer, etc.) ook. Ondertussen broeit het, ik zie steeds meer boeiende voorbeelden van hoe dingen anders kunnen. Deze initiatieven komen echter veelal niet vanuit het RO volk zelf. Het zijn de kunstenaars, de permacultuur-specialisten, die op de bres springen. Het RO volk is vooral druk met navelstaren en elkaar de schuld geven dat er niets verandert. Tegelijkertijd staan de eerste mastodonten op. Zij verkondigen dat de crisis straks weer voorbij is en dat we dan gewoon op de oude voet verder kunnen. Even doorbijten. Daar word je niet vrolijk van. Laatst zag ik echter weer wat licht aan het eind van de tunnel.</strong></p>
<p><strong>WikicitY</strong><br />
Dat licht werd aangestoken door <a href="http://ruimtevolk.nl/?author=120" target="_blank">Zef Hemel</a><a href="../?author=120%5D"></a>. Hij vertelde over WikicitY als de manier om te werken aan duurzame steden en daarmee aan het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Met traditionele planning lukt het ons niet onze leefomgeving te verduurzamen. We schieten er geen moer mee op. Sterker nog, onze wereld wordt alleen maar onleefbaarder. Het moet anders. &#8220;Planning&#8221;, zegt Hemel, &#8220;is in essentie voor 80 procent communicatie. Het gaat over hoe we omgaan met elkaar, hoe we samenwerken, en hoe we samen bouwen aan onze leefomgeving. De overige 20 procent is wetgeving, regulering, geld, ontwerp.&#8221;</p>
<p>Als we planning willen veranderen, zouden we onze manier van communiceren eens tegen het licht moeten houden. In de wereld van ruimtelijke ordening communiceren we momenteel met elkaar op basis van ons systeem van representatieve democratie; een systeem stammend uit de klassieke oudheid. De maatschappij is echter veranderd. Dankzij de uitvinding van allerlei hulpmiddelen zit er steeds meer kracht en energie in het volk; eigenlijk schuilt in ieder van ons een Steve Jobs. Het concept <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Wisdom_of_crowds" target="_blank"><em>the wisdom of crowds</em></a> van James Surowiecki gaat over het benutten van die kracht en energie. Een groep individuen is slimmer dan een klein groepje experts. Dat is ook de grondgedachte van <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia" target="_blank">Wikipedia</a>. Hemel vertaalt, met WikicitY, Wikipedia naar de praktijk van stadsontwikkeling. WikicitY is radicale democratie in de ruimtelijke ontwikkeling.</p>
<div id="attachment_3427" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3427" href="http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/image003/"><img class="size-full wp-image-3427" title="image003" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/image003.jpg" alt="" width="510" height="387" /></a><p class="wp-caption-text">Daklozen vertellen in de Vrijstaat Amsterdam hun eigen verhaal over de stad: vrijheid, regels, voedsel, beschutting, geliefde buurten, plekken die ze mijden, de toekomst van de stad. foto: Dienst Ruimtelijke Ordening gemeente Amsterdam</p></div>
<p><strong>Modern polderen</strong><br />
Met WikicitY wordt het planproces opengegooid. Iedereen mag meedoen. De regisseur van het proces zorgt voor inspiratie, biedt platforms voor mensen om hun verhalen te delen en geeft anderen het podium. De drie ingrediënten van de nieuwe aanpak: inspireren, verbinden, activeren. Daarnaast gelden de voorwaarden voor een slimme groep van Surowiecki: diversiteit aan meningen, je mening onbeïnvloed kunnen uiten, decentralisatie (inzet van lokale denkkracht en specialismen) en tenslotte een methode om bijdragen te aggregeren, te bundelen en te filteren. De Nederlandse traditie van polderen is eigenlijk al een oeroude vorm van deze aanpak. Dat gezegd, hebben wij dus een vruchtbare voedingsbodem voor deze nieuwe manier van planning.</p>
<p>Het was niet persé deze theoretische verhandeling in het verhaal van Hemel die mij aan het denken zette en het licht aan het eind van de tunnel deed ontbranden. Het was het voorbeeld waarmee Hemel het nieuwe planproces verbeeldde. De totstandkoming van de structuurvisie van Amsterdam was WikicitY in praktijk. In de aanloop naar het opstellen van de structuurvisie hield Hemel zelf zo’n 70 keer dezelfde lezing over de toekomst van Amsterdam, Bestemming AMS. De reacties uit het publiek van in totaal een paar duizend toehoorders verwerkte hij steeds in zijn verhaal. Daarnaast organiseerde de gemeente met <a href="http://www.dro.amsterdam.nl/over_dro/dro_werkt_aan/bijzondere_projecten/vrijstaat_amsterdam" target="_blank">Vrijstaat Amsterdam</a> een proces waar duizenden inwoners, belangstellenden en andere belanghebbenden hun inbreng konden geven. Digitaal en in fysieke bijeenkomsten. De gemeente gaf verschillende groepen een platform om hun ideeën te uiten. Zelfs dak- en thuislozen kregen een podium. De gemeente kanaliseerde al deze inbreng naar een lopend verhaal, de <a href="http://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/structuurvisie/" target="_blank">Structuurvisie Amsterdam 2040</a>.</p>
<div id="attachment_3428" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3428" href="http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/image002/"><img class="size-full wp-image-3428" title="image002" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/image002.jpg" alt="" width="510" height="336" /></a><p class="wp-caption-text">Vrijstaat Amsterdam, WikicitY in praktijk. foto: Dienst Ruimtelijke Ordening gemeente Amsterdam</p></div>
<p><strong>De kaders meebepalen</strong><br />
In essentie werd hiermee dus een planjuridisch instrument op een andere manier vormgegeven. De starre kaders van het ruimtelijk speelveld werden bepaald door de massa, en een lokale overheid initieerde dat en handelde daarmee dus anders dan voorheen. Dat geeft nieuwe perspectieven en hoop. Wat kan er gebeuren als we andere planjuridische kaders op deze manier gaan vormgeven? Als we met z’n allen afspraken maken over hoe we een bepaald gebied willen (laten) ontwikkelen? Als we een wiki-bestemmingsplan maken? Dat het kan bewijst een voorbeeld uit Denemarken. In een kleine Deense plattelandsgemeente heeft een groep jonge idealisten die een duurzame buurt wilden, bij gebrek aan capaciteit bij de gemeente, zelf een bestemmingsplan gemaakt en is in twee jaar tijd de woongemeenschap <a href="http://www.friogfro.dk/" target="_blank"><em>Fri og Fro</em></a> gerealiseerd. De diversiteit aan meningen in dit laatste voorbeeld is misschien een beetje summier, maar het laat wel zien dat bestemmingsplannen ook buiten de kamers van het stadhuis gemaakt kunnen worden. Ik daag lokale overheden uit: wie komt als eerste met een wiki-bestemmingsplan?</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: <a href="http://hazciudad.blogspot.com/" target="_blank">Hazciudad</a> in actie in Mexico City, zij focussen op het maken van een aantrekkelijke stad voor voetgangers en fietsers. Burgers maken een zebrapad op een gevaarlijke kruising. Lokale overheid accepteert wijzigingen en bouwt er zelfs op voort. foto: Diego Enrique Hernández González (<a href="http://www.flickr.com/photos/diegoehg/" target="_blank">diegoehg_</a> op Flickr)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/is-wiki-het-antwoord-in-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De tuinman als nieuwe stadsprofessional</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Dec 2011 20:19:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rini Biemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[spelen]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3399</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Plantentafel.jpg" /> Na 40 jaar sociale hulpverlening is het pijnlijk duidelijk dat ondanks individuele successen de effecten niet duurzaam in de gemeenschap verankeren. Ook in de bouwsector en stedenbouw zien we hetzelfde verschijnsel. Te weinig blijken de interventies (herstructurering) en masterplannen bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling voor mensen en hun directe leefgemeenschappen: de wijken.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Na 40 jaar sociale hulpverlening is het pijnlijk duidelijk dat ondanks individuele successen de effecten niet duurzaam in de gemeenschap verankeren. Ook in de bouwsector en stedenbouw zien we hetzelfde verschijnsel. Te weinig blijken de interventies (herstructurering) en masterplannen bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling voor mensen en hun directe leefgemeenschappen: de wijken.</strong></p>
<p>Juist in achterstandswijken is dit momenteel het sterkst voelbaar en meetbaar; of zoals een (nu succesvolle) bewoner van het Nieuwe Westen (in Rotterdam) zegt: “Vroeger begon ik op niveau 0, nu moeten jongens die in diezelfde straat opgroeien op -3 beginnen. Je kansen op een goed leven zijn daarmee negen keer zo klein”.</p>
<p><strong>Natuur </strong><br />
Een veilige, sociale en groene openbare ruimte correleert positief met hogere vastgoedprijzen en betere gezondheid en welzijn voor bewoners. Mensen hebben elkaar en de (stads-)natuur nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Traditionele taken als tuinieren, klussen, handwerken en koken hebben naast een direct gezondheidseffect, ook een sociale meerwaarde. Dit interactieve zorgen voor elkaar en de omgeving is de basis van de eigen verantwoordelijkheid en het zelforganiserend vermogen binnen gemeenschappen. Met andere woorden: sociale interactie is niet iets wat ‘vanzelf’ gaat, maar is direct verbonden met de sociale en fysieke omgeving in een dynamisch samenspel van ontwikkeling en groei. Mensen doen graag mee als ze het leuk vinden, er goed in zijn en het nuttig vinden.</p>
<div id="attachment_3401" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3401" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/ecokinderpark/"><img class="size-full wp-image-3401" title="Ecokinderpark" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Ecokinderpark.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Inga (midden) van Creatief Beheer is gesprek met ouderen op het Ecokinderpark in Rotterdam, foto: Eva Flendrie</p></div>
<p>Alles wordt voor ons georganiseerd, we kijken er naar en zitten erbij, mogen hooguit meepraten of stemmen. Het is zaak dit anders te organiseren en wel op een zodanige manier dat mensen mee kunnen doen. Dan veranderen de mensen, hun gedrag en de omgeving. Het spreekt voor zich dat dit haaks staat op de gangbare praktijk; het herstel van de ‘ecosociale’ ruimte, die wij mensen nodig hebben in onze directe leefomgeving, is met name een herschikken van verantwoordelijkheden.<strong> </strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p>We hebben deze cruciale menselijke conditie niet gezien in de op effectiviteit en efficiency sturende systemen. Menselijke natuurlijke interactie en zelforganisatie, die onze soort in 200.000 jaar heeft ontwikkeld, zijn hierdoor meer en meer onder druk komen te staan. Dit openbaart zich in stijgende zorg- en onderhoudskosten en een dalend rendement van fysieke investeringen en dit ondanks alle geboekte vooruitgang.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Zelforganisatie</strong><br />
Creatief Beheer is inmiddels zo’n tien jaar in Rotterdam aan het ‘oefenen’ om de beheer- en onderhoudspraktijk op kleine schaal om te vormen en fysieke doelen te koppelen aan sociale doelen. Steeds zien we dat na aanvankelijke scepsis het draagvlak gestaag groeit en er na zo’n 3 jaar steeds meer mogelijk wordt. Wie er oog voor heeft, ziet dat er op veel plekken en door veel mensen ‘geoefend’ wordt.</p>
<p>Het probleem ligt dus niet op straat, maar achter de bureaus en vergadertafels, eigenlijk de manier waarop we met de stad, de mensen en de verantwoordelijkheden omgaan. Juist in een tijd waarin oude systemen niet meer te betalen zijn, is het zaak tempo te maken met deze transitie naar een systeem waarin de zelforganisatie en zelfredzaamheid van gemeenschappen toeneemt. Als we hier niet in slagen, neemt de veerkracht van woongemeenschappen af en daalt ook het zelfreddend vermogen van de individuen. Hierdoor werken de bezuinigingen averechts en verliezen we het toch al wankele geloof van de bewoners. En dat zijn nu juist de mensen met wie we het moeten doen.</p>
<div id="attachment_3403" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3403" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/proefpark-de-punt/"><img class="size-full wp-image-3403" title="Proefpark-De-Punt" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Proefpark-De-Punt.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Tonny (in kleurige bloes) Tuinvrouw op het Rotterdamse Proefpark de Punt,  legt samen buurtbewoners moestuintjes aan, foto: Eva Flendrie</p></div>
<p><strong>De Tuinman </strong><br />
Voor deze transitie introduceren we de <a href="http://tuinmanindewijk.nl/" target="_blank">Tuinman</a> en zijn praktijk, die als centrale figuur midden in de wijk staat en binnen zijn werkterrein leunt op de samenwerking met de bewoners, scholen, wijkorganisaties, wooncorporaties en overheid. Groen en kindvriendelijk is de duurzame vlag waaronder dit gebeurt. De Tuinman en zijn praktijk staan symbool voor deze ‘organische ecologische’ (ecosociale) aanpak, net als voorheen de architect en zijn gebouwen symbool stonden voor moderniteit.</p>
<p>De Tuinman richt zich als een nieuwe stadsprofessional op de ontwikkeling van het ‘sociale groen’ in een wijk. Hieronder verstaan we de ‘natuurlijke’ interactie tussen mensen en de natuur als ecologisch principe. Een coördinerende en inspirerende professional in het midden, die zorgt dat een wijk ieder jaar groener en kindvriendelijker wordt. En waarbij het zelforganiserend en zelfreddend vermogen van een gemeenschap toeneemt, van grootschalig naar kleinschalig… de herwaardering van de menselijke maat en de wederkerigheid. De Tuinman maakt een stedenbouw met mensen en voor mensen mogelijk, samenwerken en een duidelijk doel om grote stappen te kunnen maken.</p>
<p>Het belangrijkste succescriterium van ieder project is terug te voeren naar de mensen. Met name de projectleider, in dit geval de Tuinman, is van essentieel belang. Mensen maken weer het verschil. De theorie is een handvat voor beginners en eigenlijk niet meer dan dat.</p>
<p>De meester onderscheidt zich van de leerling doordat hij zowel de theorie als de praktijk beheerst. In een effectieve wijkaanpak, heb je op de centrale middenpositie meesters nodig en geen leerlingen. In het publieke domein gaat het om het beste gemeenschappelijke resultaat, dit is het doel van het spel en dat is het spel waar de Tuinman een meester in is. Op deze manier kunnen ook nieuwe inzichten vanuit de sociologie, psychologie en gezondheidszorg getest worden in de praktijk. Dit geeft ook meteen aan dat we deze ‘nieuwe meesters’ moeten opleiden en dit kan het beste in de dagelijkse praktijk met vallen en opstaan. Iedere ‘val’ is een leermoment en ieder ‘opstaan’ een doorbraak.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Met de plantentafel de wijk in (Oleanderbuurt, Rotterdam), foto: Eva Flendrie</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-tuinman-als-nieuwe-stadsprofessional/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De provincie in de hoofdrol</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-provincie-in-de-hoofdrol/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-provincie-in-de-hoofdrol/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Dec 2011 20:15:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Brechtje van Boxmeer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Gelderland]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Provincie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[Zuid-Holland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3377</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/provinciehuis.jpg" /> In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte krijgen de provincies een sleutelrol toebedeeld als  regionale gebiedsregisseur. Werken bij de provincie wordt complexer, maar ook uitdagender. Bij deze werkgever van het jaar liggen de kansen om nieuwe werkwijzen uit te proberen en te ontdekken wat werkt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><script type="text/javascript"></script><strong>In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte krijgen de provincies een sleutelrol toebedeeld als  regionale gebiedsregisseur. Werken bij de provincie wordt complexer, maar ook uitdagender. </strong></p>
<p>Door de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (WRO) op 1 juli 2008 kregen de provincies al een andere rol in de ruimtelijke ordening. Zo hoeven zij bestemmingplannen niet meer goed te keuren. En nu ook nog flink bezuinigd wordt, kan de provincie minder sturen met subsidies of andere financiële prikkels. Wat betekent deze nieuwe rol voor de provincie? We zetten de belangrijkste uitdagingen op een rij.</p>
<p><strong>Regionale expertise </strong><br />
Als een provincie toch invloed wil hebben op een bestemmingsplan zal zij op tijd bij de gemeente aan tafel moeten zitten. Niet voorschrijven en toetsen, maar meedenken en stimuleren. De provincie moet echter wel wat meebrengen, anders nodigt een gemeente haar niet uit. Kennis over regionale ontwikkelingen en samenwerking is zo’n meerwaarde. De provincie is dé partij met de regionale scope en kennis over regionale ontwikkelingen, zoals bedrijventerreinen en de woningmarkt.</p>
<p><strong>Belangen </strong><br />
De grote vraag is of een provincie wel invloed moet wíllen hebben op het beleid van de gemeente. Zoals Co Verdaas &#8211; gedeputeerde van de provincie Gelderland &#8211;  zegt, moet de provincie zich alleen bemoeien met gemeenten als dit het provinciale belang betreft. Soms betekent dat vroeg meedenken, maar het kan ook inhouden dat er fors moet worden ingegrepen. <strong> </strong></p>
<p>De provincie Gelderland heeft bijvoorbeeld uit regionaal belang voor de woningmarkt scherpe zienswijzen ingediend op een bestemmingsplan voor een uitbreidingsplan in de gemeente Druten. Ook neemt deze provincie vaak zelf het initiatief om iets van de grond te krijgen door het opstellen van een inpassingsplan. Als provincie moet je soms dus loslaten, vaak aan de zijlijn stimuleren, maar ook  af en toe een planologisch instrument ter hand nemen. Voor de nieuwe rol als regionale gebiedsregisseur is geen generieke invulling te geven.</p>
<p><strong>Naar buiten</strong><br />
Buiten, daar liggen de ruimtelijke opgaven. De aanpak van de provincie hangt af van wat de regio nodig heeft. Als regionaal gebiedsregisseur is het belangrijk om ambities uit het gebied te benoemen, uit te dragen en te verbinden. Het gaat dus niet altijd om de ambitie van de provincie, maar met name om het stimuleren en verbinden van ambities van andere partijen, kansen zien op regionale schaal en andere, nieuwe partijen uitnodigen om die kansen te verzilveren. <strong> </strong></p>
<p>Een voorbeeld hiervan is te vinden in het project Hof van Delfland, de ontwikkeling van een metropolitaan park tussen Den Haag en Rotterdam. Hier organiseert de provincie Zuid-Holland gebiedsconferenties om te horen wat er leeft, om partijen te verbinden en om gezamenlijk invulling te geven aan het gebied. De provincie heeft er de rol van verbindingsofficier.</p>
<p><strong>Partijen </strong><br />
Openstaan voor initiatieven van anderen vraagt erom dat een plan niet helemaal is uitgewerkt. Een flexibel kader of plan geeft duidelijkheid, maar ook ruimte aan andere partijen. Zo is in het project Deltanatuur &#8211; de ontwikkeling van natuur ten zuiden van Rotterdam &#8211; een groot plangebied vastgesteld waar op regionale schaal een flexibel kader is opgesteld. Binnen dit kader hebben partijen de kans om locaties te ontwikkelen.</p>
<p>De nieuwe rol van de provincie maakt het werken bij deze organisatie misschien complexer, maar ook uitdagender. ‘Blauwdruk denken en -werken’ is passé. Betrokken ambtenaren moeten gebiedsgericht denken en uit hun sectorale hokje te voorschijn komen. De uitspraak: “daar ga ik niet over, maar mijn collega”, kan niet meer, het gaat om mentaal eigenaarschap. De provincie functioneert steeds meer in netwerken, zowel binnen als buiten de organisatie. Bij deze werkgever van het jaar liggen de kansen om nieuwe werkwijzen uit te proberen en te ontdekken wat werkt!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Provincie Zeeland, foto: <a href="http://www.flickr.com/photos/parkris/" target="_blank">Mystic Mabel</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-provincie-in-de-hoofdrol/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mobiliteit in de postindustriële metropool</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/mobiliteit-in-de-postindustriele-metropool/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/mobiliteit-in-de-postindustriele-metropool/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 30 Nov 2011 20:48:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Fietsen]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3389</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Fietsers_Ed_Buijs.jpg" /> In Amsterdam worden in hoog tempo de contouren zichtbaar van een voor Nederland afwijkend type stad. In de buurten binnen de Ring A10 vervagen de grenzen tussen wonen, werken en ontspanning, ontstaat een sterk plaatselijk georiënteerde levensstijl en bloeit een kleinschalige en gespecialiseerde economie. De hieruit voortvloeiende ontwikkeling van de mobiliteit stelt planners voor nieuwe opgaven.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In Amsterdam worden in hoog tempo de contouren zichtbaar van een voor Nederland afwijkend type stad. In de buurten binnen de Ring A10 vervagen de grenzen tussen wonen, werken en ontspanning, ontstaat een sterk plaatselijk georiënteerde levensstijl en bloeit een kleinschalige en gespecialiseerde economie. De hieruit voortvloeiende ontwikkeling van de mobiliteit stelt planners voor nieuwe opgaven.</strong></p>
<p>Gewoonlijk worden zowel onze dagelijkse activiteiten als de grondslagen van de ruimtelijke organisatie van de leefomgeving beschreven aan de hand van slechts drie helder afgebakende activiteiten: wonen, werken en recreëren. De stedelijke vervoersplanologie is gebaseerd op een voorspelbaarheid, die uit deze drie-eenheid voortvloeit. Mensen verlaten ‘s ochtends hun woning om naar het werk te gaan. De boodschappen worden gedaan in het nabijgelegen winkelapparaat. In het weekend zoekt het gezin verpozing in een park, recreatiegebied of het lokale funshop-apparaat. Er bestaan grootschalige en dagelijks, of in ieder geval wekelijks, terugkerende mobiliteitsstromen tussen woning, werkplek en ontspanningsgebieden. Op deze zekerheden is de weginfrastructuur aangepast. Ze bepalen de loop van OV-verbindingen, de ligging van parkeergarages en fietsenstallingen, de plek van woonwijken, werkgebieden, winkelcentra en pretparken.</p>
<p>Maar wat nu als de woning tevens werkplaats is? En wat als de plek waar men voor ontspanning naar toe gaat, ook een plek is waar gewerkt wordt? Wat als het gebruik van de leefomgeving diffuser wordt en tegelijkertijd intensiever? Dan kunnen er vreemde dingen gebeuren. Beleidsmakers in Amsterdam aanschouwen met verbazing de jaar na jaar aanzwellende stromen fietsers die zich op alle momenten van iedere dag kriskras door de stad begeven. Tegelijk daalt binnen de ringweg A10 het autogebruik aanzienlijk. Ook het OV boet er aan populariteit in. De verklaring wordt gewoonlijk gezocht in het strikte verkeersbeleid van de hoofdstad. Torenhoge parkeertarieven en auto-onvriendelijke inrichting van straten hebben de Amsterdammer tot fietsen gedwongen. Maar dat is slechts een deel van het verhaal.</p>
<p>De verschuiving in de <em>modal split</em> van de Amsterdammers is niet alleen maar te danken aan een zeer succesvol mobiliteitsbeleid. Het is vooral een uitvloeisel van sociaal-economische ontwikkelingen die de kern van de stad ingrijpend veranderd hebben. De vooroorlogse wijken binnen de ringweg A10 zijn de afgelopen decennia veranderd in een fijnmazig gemengd stedelijk milieu van allure. Deze wijken gelden als de meest populaire woongebieden van ons land. Ze zijn succesvolle productiemilieus bovendien, waar innovatie als vanzelf voortvloeit uit de opeenhoping van tienduizenden getalenteerde individuen in een zeer levendig interactiemilieu. Grenzen tussen wonen, werken en ontspannen vervagen er. Van een routinematige dagindeling is steeds minder sprake.</p>
<p>Voor veel Amsterdammers bestaat een doorsnee dag uit het bezoeken van een veelheid aan bestemmingen in een geografisch beperkt gebied: een fotograaf uit Oud-West gebruikt studiofaciliteiten in de Jordaan, ontmoet potentiële klanten in een koffiebar in Zuid, bewerkt zijn foto’s thuis, gaat ’s avonds squashen op het Bickerseiland en drinkt nog een biertje met vrienden op de Nieuwmarkt. Ook winkelen en de boodschappen doe je niet meer alleen in ‘de stad’ of het nabijgelegen winkelcentrum, maar in een van de vele speciaalzaken die verspreid over de vooroorlogse stad gevestigd zijn. Brood komt van de warme bakker aan het Stadionplein, het vlees van de biologische slager op de Elandsgracht. Biertjes haal je bij de Bierkoning in de Paleisstraat, groenten bij de groentenjuwelier op de Kinkerstraat. Uitgaan is niet langer een kwestie van op vrijdagavond naar het Leidseplein, maar gebeurt spontaan en eigenlijk op ieder moment.</p>
<div id="attachment_3390" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3390" href="http://ruimtevolk.nl/blog/mobiliteit-in-de-postindustriele-metropool/crea-en-ict-zuidwest/"><img class="size-full wp-image-3390" title="Crea-en-ICT-zuidwest" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Crea-en-ICT-zuidwest.jpg" alt="" width="510" height="397" /></a><p class="wp-caption-text">De diffuse stad als productiemilieu: vestigingen in de ICT en de creatieve industrie in Amsterdam  (Bron: Gemeente Amsterdam)</p></div>
<p>In deze context is de tweewieler voor steeds meer stedelingen een efficiënt vervoermiddel. De fiets heeft zich ruimschoots bewezen als het metropolitane vervoermiddel bij uitstek. Het rijwiel biedt persoonlijk, flexibel en betrouwbaar vervoer en is ook in veel buitenlandse metropolen het waarmerk van een typisch grootstedelijke levensstijl. Ongeveer een derde van de Amsterdammers beschikt wel over een auto, maar gebruikt deze mede vanwege de hoge parkeertarieven vooral voor reizen buiten de stadskern. Dit jaar onderzocht het stadsdeel West hoeveel bewoners bereid zouden zijn om hun auto aan de rand van de stad te parkeren, in ruil voor meer verblijfsruimte in de eigen straat. 34% van de ondervraagden voelde wel voor een dergelijk arrangement. Een minder dominante aanwezigheid van de auto in de stad biedt de mogelijkheid de kwaliteit van de openbare ruimte flink te verbeteren. Geen overbodige luxe in een dichtbebouwde stad als Amsterdam, waar terrassen, uitstallingen en kluwen geparkeerde fietsen in steeds meer straten de trottoirs blokkeren.</p>
<p>Het diffusere en intensievere gebruik van de stad maakt het noodzakelijk om in de centrummilieus traditionele mobiliteitsoplossingen eens goed tegen het licht te houden. Zo komen in veel Amsterdamse straten de grenzen van verkeersinrichtingen volgens de principes van Duurzaam Veilig in zicht. Het scheiden van verkeersstromen is iets dat hoort bij een verkeerssysteem dat de auto als uitgangspunt neemt. Tandenknarsend banen tienduizenden Amsterdammers zich iedere dag een weg over stampvolle en te smalle fietspaden, terwijl de eigenlijke rijbaan aan de auto gegund wordt. Stadsdistributie wordt intussen door de fijnmazige functiemenging lastiger, terwijl door de hoge demografische dynamiek meer verhuisd en verbouwd wordt.</p>
<p>Ook nieuwbakken concepten als autodelen kunnen wel wat kritischer benaderd worden. Car2go, Greenwheels, WeGo en ConnectCar bieden in principe hetzelfde als de fiets, in sommige gevallen inclusief gratis parkeren. Het is geen toeval dat Car2Go zich in eerste instantie richt op de Amsterdamse stadsdelen binnen de Ring A10. Autodeelconcepten zijn echter met name interessant voor autofabrikanten, autobezitters en de energiesector. De stad wint er weinig mee, behalve meer rijdende personenwagens. Voor het OV ligt er ten slotte ook een duidelijke opgave om zich in een stad met meer en kortere verplaatsingen staande te houden. In de diffuse stad zijn zware en relatief langzame vervoersnetwerken immers veel minder functioneel. De vervoersplanologen kunnen aan de bak!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Fietsers, foto: Ed Buijs</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/mobiliteit-in-de-postindustriele-metropool/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Flashmob-planning</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/flashmob-planning/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/flashmob-planning/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Nov 2011 15:36:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim Strikers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3378</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/berg-groot.jpg" /> “Ik wil een berg. In Nederland. Om tegenop te kunnen fietsen en vanaf te kunnen skiën.” Met woorden van die strekking luidde journalist Thijs Zonneveld een opmerkelijk experiment in. Zijn oproep ontlokte een groot aantal reacties. Van ondernemers, adviseurs, sportbonden, investeerders en enthousiastelingen. Onder de slogan ‘Die berg komt er’ (www.diebergkomter.nl) werkt een almaar uitdijende groep inmiddels al zo’n vier maanden samen. De massale adoptie door min of meer gelijkgestemden en de snelle evolutie van het idee zijn opmerkelijk. Gaan we dit in de toekomst vaker zien? En zo ja: hebben we er dan iets aan? Past deze opmerkelijke werkvorm in de toolbox van Het Nieuwe Werken in planningland?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Flashmob-planning: het uitproberen waard? Dat vraagt Tim Strikers zich af naar aanleiding van de stormachtige ontwikkelingen rond het plan om een 2.000 meter hoge berg te laten verrijzen in ons vlakke landje. Het lijkt in elk geval een manier om de netwerkkracht in onze samenleving optimaal te benutten.</strong></p>
<p>“Ik wil een berg. In Nederland. Om tegenop te kunnen fietsen en vanaf te kunnen skiën.” Met woorden van die strekking luidde journalist Thijs Zonneveld een opmerkelijk experiment in. Zijn oproep ontlokte een groot aantal reacties. Van ondernemers, adviseurs, sportbonden, investeerders en enthousiastelingen. Onder de slogan ‘Die berg komt er’ (<a href="http://www.diebergkomter.nl/">www.diebergkomter.nl</a>) werkt een almaar uitdijende groep inmiddels al zo’n vier maanden samen. De massale adoptie door min of meer gelijkgestemden en de snelle evolutie van het idee zijn opmerkelijk. Gaan we dit in de toekomst vaker zien? En zo ja: hebben we er dan iets aan? Past deze opmerkelijke werkvorm in de toolbox van Het Nieuwe Werken in planningland?</p>
<p>Boardrooms, vergaderzalen en de beruchte achterkamertjes zijn hier vervangen door social media en journalistieke podia. Deze werken als superkatalysator én belangrijke informatie-infrastructuur. Het idee ontwikkelt zich op tal van plekken tegelijkertijd en er is geen ballotage: iedereen mag meedoen. Het tempo van de ideeënproductie is ongekend en schreeuwt om kanaliseren, zodat de informatiestroom aan waarde wint en niet vluchtig blijft.</p>
<p>Als planoloog neem ik met veel enthousiasme deel aan dit proces. En los van de razend ingewikkelde vraag wat ik vakinhoudelijk van de berg moet vinden, vraag ik me vooral ook af: wat gebeurt hier? De term die bij me opkomt om het in ieder geval aan mezelf te verklaren: ‘flashmob-planning’. Een klein initiatief dat, door een onvoorspelbaar mechanisme aangewakkerd, spontaan uitgroeit tot iets groots. De ultieme bottom-up planning, zou je kunnen zeggen.</p>
<p>Is dit het begin van een patroon, gaan we dit in de toekomst vaker zien? En stel dat dat zo is: hebben we er dan iets aan, aan flashmob-planning? Past dit in de toolbox van Het Nieuwe Werken in planningland? Het klinkt ergens wel logisch: netwerken lijken immers een steeds belangrijker rol te spelen in de collectieve keuzen die we maken. En zou planning niet het collectieve keuzeproces bij uitstek moeten zijn? Een fascinerende gedachte, zonder meteen te willen pleiten voor een liberale planningdoctrine in extremis.</p>
<div id="attachment_3385" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3385" href="http://ruimtevolk.nl/blog/flashmob-planning/5584636117_bf60130ac0_o-2/"><img class="size-full wp-image-3385" title="5584636117_bf60130ac0_o-2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/5584636117_bf60130ac0_o-2.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Kussengevecht Union Square New York. (Foto: Josef Pinlac)</p></div>
<p><strong>Decentraal wat kan</strong><br />
De overheid heeft de afslag naar flashmob-planning natuurlijk al genomen, al zal ze het niet zo extreem bedoeld hebben. Centraal wat moet, decentraal wat kan is een inmiddels vertrouwd credo. Alleen de ‘planninghardware’ (beleids- en beslisstructuren, juridisch instrumentarium) is in essentie niet gewijzigd. Decentralisatie betekende in de ruimtelijke planningpraktijk vaak vooral dat lagere overheden bevoegd werden om het voorheen aan Rijk en provincie voorbehouden spelletje ‘verdeel en heers’ te gaan spelen. Ieder op z’n eigen speelbord, zonder zich teveel van de buren aan te trekken.</p>
<p>Los van wat er allemaal goed is gegaan; ingehaald door de crisis worden we nu genadeloos geconfronteerd met de negatieve excessen van decentrale planning. Deze manifesteren zich met name op de vastgoedmarkt. In bijna alle categorieën is er teveel van hetzelfde, teveel van teveel. Vastgoedplanning naar behoefte is lange tijd uit het oog verloren. Er is daardoor veel kapitaal ineffectief aangewend en dat is zonde, deze weeffout verdient aandacht. Planning diende immers toch ook om beschikbare middelen efficiënt en enigszins rechtvaardig te spreiden?</p>
<p>Maar zijn deze excessen nu allemaal aan decentrale planning te wijten, moeten we daar dan maar mee stoppen? Dat zou een te makkelijke conclusie zijn. Geld leek jarenlang oneindig beschikbaar en moest rollen. En waar rolde het nou sneller en beter dan in vastgoed? Pragmatisme, zo niet opportunisme vierden hoogtij en we deelden allemaal graag in de geforceerd opgerekte weelde. Je zou kunnen stellen dat de samenloop van decentraal plannen en de kredietbubble een ongelukkige cocktail is geweest, die ons nu een flinke kater bezorgt. Een ‘accident waiting to happen’.</p>
<p><strong>Netwerk benutten</strong><br />
Maar gedane zaken nemen geen keer. We moeten verder en zullen deels nog moeten uitvinden hóe. Centraal gestuurde planning dan maar weer? Het huidige kabinet lijkt daar in ieder geval niet veel voor te voelen, integendeel. En zou  je het moeten willen? Onze huidige samenleving is nu eenmaal een netwerksamenleving. Dit netwerk is onze kracht; die moeten we benutten. Centrale planning lijkt daarvoor niet de beste voorwaarde, behalve dan bij het scheppen en bewaken van de randvoorwaarden voor een florerend netwerk. Zoals een ruimtelijk-economisch speelveld, dat voldoende ruimte voor marktwerking biedt. Maar blijkbaar ook niet te veel ruimte, zoals de afgelopen jaren is geboden. Want dat kan, zo zien we nu bijvoorbeeld bij de kantorenmarkt, leiden tot schaarste aan schaarste en het vastlopen van het marktmechanisme.</p>
<p>‘Loslaten, maar met mate’, dus? Is flashmob-planning dan misschien een begaanbare weg voor hetgeen we besluiten los te laten? Waarom niet? Flashmob-planning heeft &#8211; zo lijkt me &#8211; als natuurlijke eigenschap dat het alleen voldragen initiatieven kan voortbrengen, gebaseerd op een collectief besef van een reële behoefte. Is dit besef onvoldoende aanwezig, dan zal het initiatief vroeg of laat onvermijdelijk in schoonheid sterven en uitgaan als een nachtkaarsje.</p>
<p>Zou het niet een prima lakmoesproef zijn om een initiatief zichzelf op legitimiteit te laten toetsen? Het lijkt me het uitproberen meer dan waard. Bovendien, met flashmob-planning kun je – zo op het eerste gezicht &#8211; de netwerkkracht die in onze hedendaagse samenleving besloten ligt, maximaal benutten. Initiatieven voor  Flashmob-planning zijn in die visie misschien wel effectieve innovatieplatforms. Dat laatste begint zich in het experimentele project ‘Die berg komt er’ in ieder geval al aardig te bewijzen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Kussengevecht Union Square New York. (Foto: Josef Pinlac)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/flashmob-planning/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tussentijd biedt ruimte voor innovatie</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd-ruimte-voor-innovatie/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd-ruimte-voor-innovatie/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 25 Nov 2011 09:38:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Iris Schutten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3353</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Naamloos-7.jpg" /> Lege ruimtes, een niets in afwachting van iets, al dan niet dichtgetimmerd of omheind. Door de recessie bevindt zich een groeiend deel van de gebouwde omgeving in een ‘staat van tussentijd’.  Oude functies zijn er verdwenen, en definitieve nieuwe functies zijn nog niet in zicht. Pas recentelijk is men in de planvorming rekening gaan houden met de mogelijkheden die deze periode van transformatie ook biedt. Toch blijkt de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf nog vaak te stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Lege ruimtes, een niets in afwachting van iets, al dan niet dichtgetimmerd of omheind. Door de recessie bevindt zich<ins datetime="2011-11-15T12:45" cite="mailto:Elly%20van%20der%20Klauw"> </ins>een groeiend deel van de gebouwde omgeving in een ‘staat van tussentijd’.  Oude functies zijn er verdwenen, en definitieve nieuwe functies zijn nog niet in zicht. Pas recentelijk is men in de planvorming rekening gaan houden met de mogelijkheden die deze periode van transformatie ook biedt.</strong></p>
<p><strong>Economische tussentijd</strong><br />
Onder het credo <em>think big, act small</em> leent de tussentijd zich uitstekend voor het proefondervindelijk uitvinden van nieuwe mogelijkheden. Leegstaande gebouwen worden tijdelijk verhuurd aan creatieve ondernemers in de hoop dat zij het gebied op de kaart zetten en zo de gebiedsontwikkeling een positieve impuls geven. Naast dit bewust entop-down inzetten van creatieven duiken er ook meer autonome, zelfgeorganiseerde projecten op waar creativiteit, innovatie en ondernemerschap elkaar vinden en versterken. Zoals Ester van de Wiel stelt: “<em>biedt het benutten van tussentijd kansen om programma’s te realiseren die nu geen plek hebben in stedelijk gebied. Ze kunnen in tijdelijke vorm getest worden onder het motto </em><ins datetime="2011-11-15T12:55" cite="mailto:Elly%20van%20der%20Klauw">‘</ins><em>alles wat werkt blijft, alles wat niet werkt verdwijnt<ins datetime="2011-11-15T12:53" cite="mailto:Elly%20van%20der%20Klauw">’</ins>.” (1)</em></p>
<blockquote><p><em>De met de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf blijkt echter maar al te vaak stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren.</em></p></blockquote>
<p>Waar sommigen nog geloven dat het ooit wel weer goed komt met de bouwproductie en dat we straks op de oude, grote voet verder kunnen, menen anderen dat we op een totaal nieuwe manier zullen moeten gaan werken omdat met de huidige crisis ook de tijden voorgoed veranderd zijn. Econoom <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Nikolai_Kondratieff" target="_blank">Kondratieff</a> heeft laten zien dat crises volgen op maatschappelijke omwentelingen zoals de industriële revolutie, het ontstaan van stoommachines en spoorwegen, de toepassing van staal en elektriciteit, het tijdperk van de olie en de auto en het informatietijdperk. Wat deze crises gemeen hebben is dat de wereld ná de recessie er compleet anders uitziet dan ervoor; met andere werkvormen, organisatievormen, ruimtelijke ordening en dientengevolge ook andere spelers aan het roer. Kortom, culturele, maatschappelijke en economische problemen bieden mogelijkheden de stad opnieuw te doordenken.</p>
<div id="attachment_3372" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3372" href="http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd-ruimte-voor-innovatie/naamloos-6/"><img class="size-full wp-image-3372" title="Naamloos-6" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Naamloos-6.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">De Interact, twee sloopwoningen worden geveltheater annex kantoor, door In Situ architecten i.o.v. Mobiel Projectbureau OpTrek, Den Haag 2007, Bron: Iris Schutten</p></div>
<p><strong>Kweekkantoren </strong><br />
In een deel van de huidige tussentijdprojecten neemt voedsel een belangrijke plaats in. Zo is door Ester van de Wiel onder de noemer <a href="http://eetbaarlandschap.mmmmx.net/home/" target="_blank">Eetbaar Landschap</a> de broedplaats Rioolgemaal Moerenburg in Tilburg veranderd in een plek waar samen met andere kunstenaars, lokale bewoners, ondernemers en scholen nieuwe <em>tools</em> zijn ontwikkeld voor braakliggend terrein. Maar ook gebouwen lenen zich voor voedselproductie; <a href="http://www.degroentenuitamsterdam.nl/" target="_blank">de Groenten uit Amsterdam</a> is een initiatief dat met behulp van nieuwe technieken voedsel in leegstaande kantoren wil gaan kweken. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van ‘plant production units’ waarbij zonlicht en aarde worden vervangen door rode en blauwe led verlichting, substraten en steenwol. Hierdoor verdrievoudigt de productie ten opzichte van standaardkassen, is kweek niet meer grondgebonden en dus stapelbaar en wordt minder water en energie verbruikt. Philip van Traa hoopt binnenkort de eerste kantoorkwekerij te beginnen.<em> ‘In stapelbare kweekruimtes kunnen groenten, fruit en kruiden worden verbouwd. Deze kunnen vervolgens </em>lokaal <em>worden verkocht wat enorm veel energie scheelt die normaliter in transport gaat zitten. -Een Nederlandse maaltijd legt nu 30.000 kilometer af voordat ze op ons bord ligt- Zodoende kan er tegelijkertijd een slag worden gemaakt in de verduurzaming van de voedselvoorziening en tot een invulling voor de leegstand worden gekomen’</em>. (<em>2)</em> Een idee dat een enorme vermindering van het ruimtegebruik van de tuinbouw betekent en daarmee van grote invloed zou kunnen zijn op de ruimtelijke ordening van Nederland.</p>
<p><strong>Tijd als kwaliteit</strong><br />
Het kennisplatform Tussentijd in Ontwikkeling pleit voor meer tussentijdmentaliteit in de stedelijke ontwikkeling:<span style="color: #008000;"> </span><em>&#8220;Wanneer tijd als kwaliteit kan worden gezien binnen een ruimtelijk ontwikkelingsproces, dan biedt dat mogelijkheden voor andere, meer flexibele vormen van ontwikkelen..&#8221;.<span style="color: #008000;">(</span></em>3)<em> </em>Door de bouwcrisis zoeken ook gemeentes tegenwoordig de oplossing voor tot stilstand gekomen bouwprojecten in organische gebiedsontwikkeling. De met de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf blijkt echter maar al te vaak stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren.</p>
<p>Naast de monumentenstatus zou daarom ook een tussentijdstatus ingesteld moeten worden, zodat het mogelijk wordt in de tussentijd met andere verdienmodellen, planprocessen en regelgeving te werken. Leegstand en tussentijd veranderen dan van probleem in opportunity, en het beheer van de tussentijd wordt het ontwikkelend beheren van de tussentijd. Om dit te bewerkstelligen liggen er zowel bij de gemeentes, corporaties, ontwikkelaars en vastgoedeigenaren &#8211; als bij de creatieve en maakindustrie uitdagingen. Terwijl de laatsten door <em>hands-on</em> initiatieven te ontplooien de tussentijd pro-actiever als <em>tool</em> in kunnen zetten voor de innovatie van ruimtegebruik, zullen de eersten hun ijvoorbeeld door minder gericht te zijn op regelgeving en procedures en meer te kijken naar de inhoud en zingeving erachter<ins datetime="2011-11-15T14:55" cite="mailto:Elly%20van%20der%20Klauw">;</ins> door binnen economische beslismodellen maatschappelijke waardecreatie mee te nemen als weegfactor en in de planning meer ruimte te laten en vertrouwen te hebben in het onverwachte. Buiten de stedenbouw en architectuur is men al steeds meer bezig met de upcycling van bestaande producten. Design en mode richten zich steeds vaker op het inventief hergebruiken van afgedankte producten en materialen. Nu de stad nog!</p>
<h5><span style="font-weight: normal;">&#8212;<br />
<em>Deze tekst is een compilatie van een langer essay ‘De Tussentijd’ dat in opdracht van stichting Alice is geschreven i.h.k.v. de Dutch Design Week 2011.<br />
</em><em>Foto boven: Project Eetbaar Landschap, oktober 2009 en augutus 2011 gemaakt door Ester van de Wiel. </em><em>Verslag onder punt 1/3 is te vinden via : <a href="http://www.stadmakers.nl/2011/06/verslag-kennisplatform-tussentijd-in-ontwikkeling/" target="_blank">http://www.stadmakers.nl/2011/06/verslag-kennisplatform-tussentijd-in-ontwikkeling</a></em></span></h5>
<h5><span style="font-weight: normal;"><span style="font-weight: normal;"><em><a href="http://www.stadmakers.nl/2011/06/verslag-kennisplatform-tussentijd-in-ontwikkeling/" target="_blank"></a></em></span><em>(1) Onder dit motto test de Rotterdamse kunstenaar Ester van de Wiel verschillende functies uit voor braakliggend terrein. Hiermee wordt braakliggend terrein niet alleen opnieuw publieke ruimte, maar tevens geboortegrond voor nieuwe functies in de stad. Zie ook het verslag van de eerste bijeenkomst van het landelijk Kennisplatform ‘Tussentijd in Ontwikkeling’ van Kris Oosting, 14 april 2011, Den Haag.</em></span></h5>
<h5><span style="font-weight: normal;"><em> </em><em>(2) Zie het artikel van Jasper Karman ‘Groente kweken in lege IBM-fabriek’ in Het Parool.nl, 4-5-11 <a href="http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/1888009/2011/05/04/Groente-kweken-in-lege-IBM-fabriek.dhtml" target="_blank">http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/1888009/2011/05/04/Groente-kweken-in-lege-IBM-fabriek.dhtml</a>) en ook het artikel van Janno Janlouw ‘Kantoor moestuin levert duurzaam groente en fruit op, op de website energieondernemer.nl, 5 mei 2011 <a href="http://www.energieondernemer.nl/2011/05/kantoor-moestuin-levert-duurzaam-groente-en-fruit/" target="_blank">http://www.energieondernemer.nl/2011/05/kantoor-moestuin-levert-duurzaam-groente-en-fruit/</a></em></span></h5>
<h5><span style="font-weight: normal;"><em><a href="http://www.energieondernemer.nl/2011/05/kantoor-moestuin-levert-duurzaam-groente-en-fruit/" target="_blank"></a></em><em>(3) Kris Oosting in het verslag Tussentijd in Ontwikkeling, Den Haag, april 2014</em></span></h5>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/tussentijd-ruimte-voor-innovatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op zoek naar de ideale speelplek</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Nov 2011 21:11:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Christine van Eerd</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[spelen]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3345</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/speeltuin.jpg" /> Het speelplaatsenbeleid heeft veel weg van het parkeerplaatsenbeleid: cijfertjes, normen en maatstaven. Minimumeisen die automatisch het maximum worden. Belangrijk natuurlijk, want voor je het weet bouwen we een hele wijk vol en kunnen kinderen nergens meer terecht. Maar tegelijkertijd zijn die normen beklemmend en betuttelend. Zoveel vierkante meter, per zoveel kinderen, op zoveel loopafstand en vooral heel veilig. Reken uit, reserveer een stukje grond, zet er wat speeltuig neer uit de catalogus (laat de omwonenden vooral meekiezen) en klaar is Kees. Zo moet het dus niet. Gelukkig waren de sprekers en deelnemers aan de studiedag 'Buiten spelen in de stad' het daar wel over eens. Maar hoe dan wel? ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het speelplaatsenbeleid heeft veel weg van het parkeerplaatsenbeleid: cijfertjes, normen en maatstaven. Minimumeisen die automatisch het maximum worden. Belangrijk natuurlijk, want voor je het weet bouwen we een hele wijk vol en kunnen kinderen nergens meer terecht. Maar tegelijkertijd zijn die normen beklemmend en betuttelend. Zoveel vierkante meter, per zoveel kinderen, op zoveel loopafstand en vooral heel veilig. Reken uit, reserveer een stukje grond, zet er wat speeltuig neer uit de catalogus (laat de omwonenden vooral meekiezen) en klaar is Kees.</strong></p>
<p>Maar dan? Dan blijkt dat veel van die speelplaatsjes helemaal niet gebruikt worden. Omdat er voor de kinderen niets te beleven is, omdat hun ouders geen tijd hebben mee te gaan en hun kinderen ook niet alleen op straat mogen, omdat kinderen vertier genoeg hebben thuis en op de naschoolse opvang. Zo moet het dus niet. Gelukkig waren de sprekers en deelnemers aan de studiedag <a href="http://www.vaneesterenmuseum.nl/index.php?id=181]" target="_blank"><span style="text-decoration: underline;">Buiten spelen in de stad</span></a> het daar wel over eens. Maar hoe dan wel? Een korte impressie van een inspirerende dag.</p>
<p><strong>Recht op ruimte</strong><br />
De aftrap werd gedaan door promovenda Lianne Verstraten die een geschiedenis schetste van honderd jaar speeltuinen in Nederland. Van de eerste speeltuinvereniging in Amsterdam (1880) tot het verval van veel binnenstedelijke speelplaatsjes in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Veel aandacht daarbij voor de boost in het speeltuinbeleid in het naoorlogse Amsterdam; het succesverhaal van Aldo van Eijk. De babyboom, de nieuwe wijken en een nieuwe visie dat een kind recht heeft op een eigen ruimte in het stedelijk domein waren belangrijke succesfactoren. Plus de inzet van PvdA-wethouder De Roos, en de visie van Cornelis van Eesteren en Jakoba Mulder die de dienst Stadsontwikkeling bestierden. Dat er letterlijk ruimte was voor de relatief goedkope speelplaatsjes, die tevens makkelijk verplaatsbaar waren, was mooi meegenomen. In de nieuwbouwwijken werden de speelplaatsen in de planning meegenomen en in de oude wijken had de oorlog vele gaten geslagen die met speelplaatsen gevuld werden.</p>
<div id="attachment_3347" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3347" href="http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/naamloos-3/"><img class="size-full wp-image-3347" title="Naamloos-3" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Naamloos-3.jpg" alt="" width="510" height="497" /></a><p class="wp-caption-text">Kinderen aan een iglo van Aldo van Eijk, Osdorp 1963. Foto Cas Oorthuys.</p></div>
<p><strong>Wipkip</strong><br />
<a href="http://home.medewerker.uva.nl/c.j.m.karsten/" target="_blank">Lia Karsten</a>, professor aan de Universiteit van Amsterdam, nam het stokje over met een pleidooi voor verzoening van kind en stad. Na een periode van steeds verdere suburbanisatie zijn we nu in een fase waarbij gezinnen met kinderen weer kiezen voor de stad. Maar tijden zijn veranderd en daarom moeten de speelplaatsen ook anders. &#8216;Stop met al die beleidsplannen met berekeningen van speelruimte per doelgroep&#8217;, aldus Karsten. &#8216;Dat leidt tot te kleine plekjes met vreselijke wipkippen.&#8217; Karstens denkt dat de tijd rijp is voor een nieuwe visie. Zij gelooft in een driedeling van speelplekken: dichtbij op de stoep voor het huis, iets verderop in een grote speeltuin waar veel te beleven is en je andere kinderen kunt ontmoeten en bij scholen en naschoolse opvang. De grotere speeltuin moet dan niet alleen inspirerend zijn voor de kinderen, ook hun ouders moeten er prettig kunnen toeven en aan de rand van de zandbak kunnen netwerken. Karstens illustreerde haar verhaal met beelden van succesvolle speelplekken in Amsterdam, New York en Berlijn. &#8216;Ik heb gekozen voor een optimistisch verhaal, de tijd is er rijp voor.&#8217;</p>
<p>De foto&#8217;s bij de lezing van Vania Stonner en Chris van de Hoef, medewerkers van de afdeling Ontwerp van stadsdeel <a href="http://www.nieuwwest.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/dagelijks-bestuur/stadsdeelwethouders/els-verdonk-0/archief-weblog/weblog-els-verdonk-1/" target="_blank">Nieuw-West</a>, tonen een veel pessimistischer beeld: veel kleine speelplekken (Nieuw-West heeft er zo&#8217;n 400), vaak een tikje verloederd en ook op een zonnige woensdagmiddag geen kind te bekennen. Dat moet anders vinden de ontwerpers, die benadrukten dat ze er als mens spraken en niet als ambtenaar. In hun visie bieden speeltuinen kansen om tegemoet te komen aan actuele problemen als vergrijzing, obesitas en klimaatveranderingen. Gecombineerde speeltuinen voor kinderen en ouderen, speeltuinen die de jeugd in beweging krijgen en speeltuinen met een functie in de wateropvang. Duurzaam speeltuinbeleid is in die zin levensloopbestendig én klimaatbestendig. Stonner en Van de Hoef noemen dit buitenplaatsen, waar je je thuis kunt voelen.</p>
<p><strong>Pleisters</strong><br />
Gegrinnik in de zaal toen Jeannette Fich Jespersen, cultureel wetenschapper van het Deense <a href="http://corporate.kompan.com/KOMPAN-play-institute" target="_blank">KOMPAN Play Institute</a> de geschiedenis van haar organisatie onthulde. KOMPAN is opgericht door Tom Lindhardt, de uitvinder van de wipkip! Dit speeltoestel dat in ontwerperskringen symbool is geworden voor foute speelplaatsjes, was het eerste interactieve speeltoestel dat reageert op je beweging. Fich Jespersen hield een vurig pleidooi voor buiten spelen als ideale manier om kinderen in beweging te krijgen. En dat kan ook op hedendaagse manieren. KOMPAN ontwikkelde samen met kinderen digitale buitenspeeltoestellen die de hedendaagse jeugd blijven boeien.</p>
<p>Allemaal mooi en prachtig, die speeltoestellen, maar Anne Koning van Jantje Beton gooit het over een heel andere boeg. Zij hield een pleidooi voor pleisters: hoe erg is het als kinderen vallen en een knie schaven? Laat kinderen spelen met stoepkrijt, in de bosjes, laat ze boomhutten bouwen en kuilen graven. Daarbij gaat het volgens Koning niet alleen over de fysieke ruimte maar vooral ook over de sociale ruimte: ouders zouden hun kinderen losser moeten laten. Jantje Beton onderzoekt de mogelijkheden voor <a href="http://www.jantjebeton.nl/wat-doen-we/speelwijken/" target="_blank">speelwijken</a>: wijken waar naast officiële speelplaatsen ook andere plekken zijn om te spelen en met veilige routes om van de ene naar de andere plek te komen. Er lopen pilots in Tilburg, Gouda, Den Helder en Leeuwarden.</p>
<p><strong>Optimisme</strong><br />
De lezingen tijdens de studiedag waren telkens aanleiding voor veel reacties uit de zaal; vooral positieve bijval over de ideeën voor vernieuwing. Maar ook realistisch gemopper over regeltjes en procedures en de hand op de knip vanwege de crisis. Toch was de algemene teneur optimistisch: kijk wat er wél kan en zorg dat je je plannen klaar hebt als het economisch tij weer keert. Laten we hopen dat de deelnemers zich blijven vastbijten in dit onderwerp, zodat we binnen afzienbare tijd kunnen spelen op inspirerende plekken. En tot die tijd? Braakliggende terreinen zijn er genoeg, dus wat let ons?</p>
<p>De tentoonstelling De Speelse Stad van Aldo van Eijk is nog tot 1 februari 2012 te zien in het <a href="http://www.vaneesterenmuseum.nl/index.php?id=15">Van Eesterenmuseum</a>. Bij de tentoonstelling is een fietstocht gemaakt langs inspirerende vernieuwde speelplekken in Amsterdam Nieuw-West. Deze is verkrijgbaar in het museum.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Speeltuin in Amsterdam Nieuw-West die toe is aan verandering. Foto Chris van de Hoef.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/op-zoek-naar-de-ideale-speelplek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Braakliggende grond: kansrijk of bodemloze put?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/braakliggende-grond-kansrijk-of-bodemloze-put/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/braakliggende-grond-kansrijk-of-bodemloze-put/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 Nov 2011 08:37:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Geert Kooistra</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3317</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/collage.jpg" /> Er gebeurt ontzettend veel in de ruimtelijke ontwikkeling, vooral achter de schermen. We zetten voorzichtige stapjes in een nieuwe realiteit, maar moeten daar maar eens wat meer druk achter zetten. Er ligt een kapitaal aan braakliggende grond en er zijn talloze creatieve en inspirerende ideeën voor stadsontwikkeling nieuwe stijl. Maar gemeenten en projectontwikkelaars houden elkaar in de houdgreep van oude ambities en contractuele verplichtingen.
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Er gebeurt ontzettend veel in de ruimtelijke ontwikkeling, vooral achter de schermen. We zetten voorzichtige stapjes in een nieuwe realiteit, maar moeten daar maar eens wat meer druk achter zetten. Er ligt een kapitaal aan braakliggende grond en er zijn talloze creatieve en inspirerende ideeën voor stadsontwikkeling nieuwe stijl. Maar gemeenten en projectontwikkelaars houden elkaar in de houdgreep van oude ambities en contractuele verplichtingen.</strong></p>
<p><strong>Puzzelen<br />
</strong> In de voorbije decennia hebben gemeenten zich laten meevoeren in de florerende business van gebieds- en vastgoedontwikkeling. Winst maken was zo goed als zeker en misschien ook noodzakelijk om andere publieke verantwoordelijkheden mee te bekostigen. Nu zitten gemeenten en ontwikkelaars met een dure erfenis uit die tijd: strategisch aangekochte grond waar niets mee gebeurt. Nu veel plannen stilliggen, zijn de meeste gemeenten aan het schrappen en herprogrammeren. Ze nemen minder locaties in ontwikkeling en willen daar veel bouwvolume realiseren, in de hoop dat ontwikkelaars ervoor warmlopen. De overige grond blijft ongemoeid.</p>
<p>Dat herprogrammeren &#8211; puzzelen met het (bouw)programma &#8211; is nog steeds een top-downbenadering: je kunt niet puzzelen als je zelf ook een puzzelstukje bent. Bovendien houdt het puzzelbeleid vast aan oude ambities en gaat uit van terugkeer naar de situatie van voor de crisis. Zinloos, als je het mij vraagt! Het oude verdienmodel &#8211; zo veel mogelijk bouwen op zo weinig mogelijk grond &#8211; is verleden tijd. Dat is echt niet alleen te wijten aan de economische crisis, ook de vraag is veranderd. De consument van vandaag is geëmancipeerd, weet wat hij wil en eist een eigen inbreng.</p>
<div id="attachment_3319" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3319" href="http://ruimtevolk.nl/blog/braakliggende-grond-kansrijk-of-bodemloze-put/braakliggend-terrein-nieuwe-centrumlocatie-waddinxveen/"><img class="size-full wp-image-3319" title="Braakliggend-terrein,-nieuwe-centrumlocatie-Waddinxveen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/Braakliggend-terrein-nieuwe-centrumlocatie-Waddinxveen.jpg" alt="" width="510" height="321" /></a><p class="wp-caption-text">Braakliggende grond in Waddinxveen (foto: RUIMTEVOLK)</p></div>
<p><strong>Energie en optimisme<br />
</strong> De strategisch aangekochte grond maakt zijn winstverwachtingen niet waar, maar levert gemeenten jaarlijks ook enorme rentelasten op. Dat is dubbele pijn en komt op veel plaatsen nog eens bovenop een toch al forse bezuinigingsopgave. Intussen stellen gemeenten en ontwikkelaars zich veel te afwachtend op. Ze volgen ontwikkelingen in ons vak meestal vanaf een veilige afstand en kijken eerst de kat uit de boom. Dat is gezien de financiële druk van dit moment eigenlijk ongeoorloofd. Gemeenten zijn het aan de maatschappij verplicht om ervoor te zorgen dat de braakliggende grond zo snel mogelijk wordt benut! Liever nu een paar pilots die niet zoveel opleveren als gehoopt, dan wachten en geld in een bodemloze put laten verdwijnen.</p>
<p>Er zijn op dit moment best kansen, want onze vakwereld is volop in beweging. Overal zie ik mensen bezig met vernieuwende concepten en ideeën om de ruimtelijke ontwikkeling weer op gang te helpen. Dat brengt veel nieuwe energie en optimisme. Er zijn zo langzamerhand aardig wat voorbeelden van stadsontwikkeling nieuwe stijl, waarbij de gebruiker niet alleen aangeeft wat hij wil, maar er ook nog eens in belangrijke mate zelf voor zorgt dat het er komt. Soms met aangename verrassingen en, als het goed is, met tevreden gebruikers als gevolg. Er ontstaat nieuw elan op deze plekken, waarvan ook de omgeving profiteert. Laten we daar meer en vooral sneller werk van maken, vooral op braakliggende terreinen die ons miljoenen aan publiek geld kosten.</p>
<p><strong>Nieuwe realiteit</strong><br />
De nieuwe realiteit vraagt om een open blik en een nieuwe aanpak. Gemeenten en projectontwikkelaars moeten elkaar loslaten uit de houdgreep van contractuele verplichtingen rond onhaalbare plannen. Ze moeten zo snel mogelijk de nieuwe realiteit omarmen en zich een nieuwe rol aanmeten in het spel van de ruimtelijke ontwikkeling. Het is voor gemeenten de hoogste tijd om het verlies op eerdere winstverwachtingen te aanvaarden en oude aspiraties en bestaande ontwerpen los te laten. Zij moeten zich constructief en vooral proactief opstellen, meepraten als partner en blijven sturen door te faciliteren, inspireren en enthousiasmeren. Doen ze dat niet, dan worden ze ingehaald door de realiteit en verliezen ze de regie. Maar zo ver hoeft het niet te komen: er is (braakliggende) grond genoeg om kansen te creëren voor de consument van nu en de toekomst. Grijp die kans!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: RUIMTEVOLK</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/braakliggende-grond-kansrijk-of-bodemloze-put/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Smart Cities</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 13 Nov 2011 19:51:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Roy van Dalm</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Azie]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3312</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/BM10014-WORK-masterplan2.jpg" /> Op veel plekken in de wereld wordt driftig gebouwd aan zogenaamde Smart Cities. Futuristische oorden als Songdo in Zuid-Korea of Wuxi in China zijn steden met state of the art technologie die duurzaamheid koppelen aan elektronische diensten op het gebied van vervoer, onderwijs of gezondheidszorg. Dat klinkt fantastisch. Immers, met het merendeel van de wereldbevolking als stedeling en meer groei in het vooruitzicht, kun je niet zonder slimme oplossingen. Maar schaduwzijden heeft de Smart City ook. Los van de astronomische investeringen die ermee gemoeid zijn, vragen criticasters zich af hoe het zit met de werkelijke vrijheid van de inwoners.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op veel plekken in de wereld wordt driftig gebouwd aan zogenaamde Smart Cities. Futuristische oorden als <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Songdo_International_Business_District" target="_blank">Songdo</a> in Zuid-Korea of Wuxi in China zijn steden met state of the art technologie die duurzaamheid koppelen aan elektronische diensten op het gebied van vervoer, onderwijs of gezondheidszorg. Dat klinkt fantastisch. Immers, met het merendeel van de wereldbevolking als stedeling en meer groei in het vooruitzicht, kun je niet zonder slimme oplossingen. Maar schaduwzijden heeft de Smart City ook. Los van de astronomische investeringen die ermee gemoeid zijn, vragen criticasters zich af hoe het zit met de werkelijke vrijheid van de inwoners.</strong></p>
<div id="attachment_3315" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3315" href="http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/new-songdo-city/"><img class="size-full wp-image-3315  " title="new-songdo-city" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/new-songdo-city.jpg" alt="" width="510" height="422" /></a><p class="wp-caption-text">Songdo City, Harbourview (bron: Songdo IBD (songdo.com))</p></div>
<p><strong>Top 10</strong><br />
In december van het vorig jaar publiceerde het Amerikaanse magazine Fast Company een <a href="http://www.fastcompany.com/pics/10-smartest-cities-planet-slideshow#0" target="_blank">Top 10</a> van de smartest cities ter wereld. De lijst indrukwekkend noemen is een understatement. Op één staat ’s werelds duurste, privaat ontwikkelde stad – Songdo in Zuid-Korea. Kosten voor ontwikkeling: 35 miljard dollar en stijgende. De belangrijkste marktpartij is <a href="http://www.cisco.com/" target="_blank">Cisco</a> dat Songdo, gelegen nabij de Zuid-Koreaanse stad Incheon, wil uitbouwen tot haar vlaggenschip op het gebied van connectedness. Zo zullen alleen al duizenden huishoudens uitgerust worden met slimme twee-weg schermen. Het hoofd van Cisco’s Smart Cities Initiative schijnt ooit gezegd te hebben dat zijn ideaalbeeld is om &#8220;een IP camera te hebben boven elke gebouweningang in Dubai.” Slim betekent in dit geval dus toezicht op straatniveau.</p>
<p>Voor dit soort initiatieven hoef je nog niet eens in de Arabische Emiraten (<a href="http://www.masdarcity.ae/en/" target="_blank">Masdar</a>, op 5), China (Wuxi of ‘klein Shanghai’op 6), India (<a href="http://www.lavasa.com/" target="_blank">Lavasa</a> op 2) of Rusland te zijn (Technopolis Skolkovo op 4). In Portugal, in de buurt van Porto is <a href="http://living-planit.com/planit_valley.htm" target="_blank">PlanIT Valley</a> (nr. 3 met stip) gepland – een stad voor 150.000 inwoners en de eerste stad die ontworpen is als software. PlanIT krijgt, alsof het een nieuw computersysteem betreft, zijn eigen urban operating system.</p>
<p><strong>Big Brother versus Jane Jacobs</strong><br />
De opgevoerde smart cities zijn totaal nieuwe steden die gemaakt worden voor mensen en niet door mensen. En daar zit de kritiek. We zien hier de maakbare wereld door de ogen van instituties en staten, van steenrijke elites en invloedrijke multinationals als Cisco, Intel, IBM en Siemens. In de Smart City draait alles om masterplanning, topdown ontwikkeling, toezicht en controle. Is dit een visie op de stad vanuit het perspectief van extreme risico beheersing? Komen we hier in het domein van Orwell’s 1984, Huxley’s Brave New World of films als Minority Report? Dit is toch wat anders dan de manier waarop Jane Jacobs de slimheid van de stad zag, namelijk als de interactie van duizend kleine dingen op straatniveau. Als de ‘spontane orde van onderop’ in plaats van de opgelegde orde van bovenaf.</p>
<p>Aan de andere kant, claimen deze Smart Cities oplossingen voor nijpende en onbeheersbaar ogende grootstedelijke problemen als goed en schoon openbaar vervoer en verkeerscongesties, milieuvervuiling en energieverbruik. En ze creëren de nodige werkgelegenheid. Allemaal steekhoudende argumenten waar leiders en staatshoofden gevoelig voor zijn. Zo is Technopolis Skolkovo het persoonlijke speeltje van de Russische president Medvedev en is <a href="http://nanocity.in/" target="_blank">Nano City</a> (nr. 10) in India de persoonlijke droom van Hotmail oprichter Sabeer Bhatia.</p>
<div id="attachment_3316" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3316" href="http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/bm10014-work-arq_hc_js_03/"><img class="size-full wp-image-3316 " title="BM10014-WORK-ARQ_HC_JS_03" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/BM10014-WORK-ARQ_HC_JS_03.jpg" alt="" width="510" height="281" /></a><p class="wp-caption-text">PlanIT Valley (bron: Balonas Menano (bmconcept.biz), conceptual visualizations of PlanIT Valley, not representative of final model)</p></div>
<p><strong>Space versus place</strong><br />
Je mag je ook afvragen wie er in de smart city gaan wonen. Wat PlanIT Valley betreft is dat duidelijk – dat zijn de werknemers van de partnerbedrijven in het megaproject. Wonen straks de hoogopgeleiden in hun eigen veilige, slimme stad en de rest daarbuiten? Het thema Smart Cities lokte verwoede discussies uit op het <a href="http://www.picnicnetwork.org/welcome-1" target="_blank">Picnic 2011 festival</a> in Amsterdam. Daar wierpen met name Adam Greenfield (van ontwerpbureau <a href="http://urbanscale.org/" target="_blank">Urbanscale</a>) en Ajit Jaokar (<a href="http://www.futuretext.com/index.html" target="_blank">uitgeverij Futuretext</a>) zich op als kritische tegengasgevers.</p>
<p>Greenfield betoogde dat het merendeel van de mensheid eenvoudigweg niet woont of gaat wonen in smart cities. “De smart city heeft geen karakter, geen rommelige geschiedenis. Wij mensen houden van de rommeligheid van steden. Dat zijn places waar we een emotionele binding mee hebben. Smart cities zijn geen places, maar spaces. Ik vraag me af of de initiatiefnemers wel houden van hun stad.” Jaokar stelde zich de vraag of onze gewone steden dan dom zijn als je smart cities zo nodig slim wilt noemen. Bovendien heeft hij grote moeite met deze corporate steden. “Steden zijn complexe ecosystemen en complexe ecosystemen kunnen geen business model hebben. Het gaat erom dat je de mensen in de stad in staat stelt om slimmer met de stad om te gaan. “</p>
<p>De Smart City gaat er komen, ongetwijfeld. De hamvraag is echter of het antwoord op de grote uitdagingen van onze eeuw gevormd zal worden door 21<sup>e</sup> eeuwse tech-versies van stedelijke utopiën. Van Le Corbusier’s nog relatief milde Radiant City via de geplande arbeidersparadijzen van Stalin, zoals Eisenhüttenstadt in de voormalige DDR (nu een van de snelst krimpende steden in Duitsland) tot Germania, het megalomane model voor de wederopbouw van Berlijn dat Albert Speer voor Hitler ontwierp. Dan is het huidige, rommelige Berlijn toch wat aantrekkelijker.</p>
<p>&#8212;<br />
<em>Foto boven: PlanIT Valley, masterplan (bron: Balonas Menano [bmconcept.biz] &#8211; conceptual visualizations of PlanIT Valley, not representative of final model)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/smart-cities/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Afscheid van de controlfreak</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-de-controlfreak/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-de-controlfreak/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 09 Nov 2011 21:14:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3279</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/nurse.jpg" /> De heersende cultuur van controle en risicobeheersing heeft geleid tot vervelende bureaucratie en weinig eigen initiatief. Terwijl we juist nu zo graag meer ondernemerschap en eigen initiatief willen: bottom-up ontwikkeling, ‘de markt tenzij’, zelfbouw, particulier opdrachtgeverschap. Dit vraagt om een mentaliteit van loslaten en vertrouwen hebben. Onderzoek van een Groningse professor en TNO tonen aan dat het werkt. Evenals een concreet project in Rotterdam.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De heersende cultuur van controle en risicobeheersing heeft geleid tot vervelende bureaucratie en weinig eigen initiatief. Terwijl we juist nu zo graag meer ondernemerschap en eigen initiatief willen: bottom-up ontwikkeling, ‘de markt tenzij’, zelfbouw, particulier opdrachtgeverschap. Dit vraagt om een mentaliteit van loslaten en vertrouwen hebben. Onderzoek van een Groningse professor en TNO tonen aan dat het werkt. Evenals een concreet project in Rotterdam.</strong></p>
<p>In onze zucht naar nieuwe methoden en inzichten, realiseerde ik me onlangs dat we voor een sociaalpsychologische uitdaging staan. Jarenlang werd de ruimtelijke sector gedomineerd door een cultuur van controleren en zorgvuldige risicobeheersing. Het zou maar mis kunnen gaan. Er zou maar eens iemand boos op ons worden om een fout. Of ons imago bezoedeld worden door een verkeerde beslissing. Een regelrechte nachtmerrie voor (project-)managers, planologen en beleidsmakers.</p>
<p>Deze cultuur van controle heeft geleid tot vervelende bureaucratie en verminderd eigen initiatief. In de managementboeken wordt er al langer over geschreven. Zo stelt <a href="http://www.rug.nl/staff/c.cools/index">professor Cools</a> (corporate finance, Universiteit Groningen): &#8220;De toegenomen focus op controle en risicobeheersing ten gevolge van de <em>corporate governance</em>-golf beperkt misschien de kans op ongelukken en onaangename verrassingen, maar het motiveert niet en het tast ondernemerschap aan. Zo blijkt uit analyse van enquêtes onder 36.000 werknemers”. We zijn te ver doorgeschoten in het (willen) controleren en risico beheersen. We zijn te zenuwachtig geworden.</p>
<p>En we willen <span style="text-decoration: underline;">juist nu</span> zo graag meer ondernemerschap en eigen initiatief: bottom-up ontwikkeling, ‘de markt tenzij’, zelfbouw, particulier opdrachtgeverschap, etcetera. Het zijn schorre uitroepen in een droge woestijn van controle en bureaucreatie.</p>
<p><strong>Zelf spelen, niet zeuren</strong><br />
Het kan anders. Zowel de ouders als de kleuters van de ruimtelijke sector moeten los laten. Niet meer achter moeders rokken verschuilen. Niet meer wijzen. Zelf spelen. Niet zeuren. Er mag best een slokje geproefd van opa’s jenever of een testje gedaan met het schokdraad bij de koeienweide.</p>
<p>De eerder genoemde Groningse professor stelt: “Sturen op vertrouwen, door medewerkers meer beslissingsruimte te geven en op zoek te gaan naar succeservaringen, motiveert wèl en verhoogt de productiviteit.&#8221; Ook <a href="http://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&amp;content=inno_publicatie&amp;laag1=891&amp;laag2=904&amp;item_id=667" target="_blank">uitgebreid onderzoek</a> van TNO toont het belang aan van het managen door vertrouwen: “Het leidt tot zelfmanagement van medewerkers en versterkt innovatief gedrag”. Juist in deze tijden van snelle veranderingen en onduidelijke vooruitzichten is het van groot belang dat organisaties voortdurend slim kunnen anticiperen. Dat vergt veel zelfredzaamheid. Een belangrijke en broodnodige mentaliteitsverandering lijkt me zo.</p>
<div id="attachment_3281" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3281" href="http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-de-controlfreak/pand/"><img class="size-full wp-image-3281" title="pand" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/pand.jpg" alt="" width="510" height="339" /></a><p class="wp-caption-text">Pop-up hotel The Neston</p></div>
<p><strong>Loslaten is lastig</strong><br />
Vaak blijft deze mentaliteitsverandering overigens steken bij de top van de organisatie, blijkt uit het rapport van TNO. Bij een van de cases heeft zeker 80% van de topmanagers moeite controle uit handen te geven, terwijl de overige 20% niet gelooft dat mensen met meer vrijheid beter presteren. En als de topmanagers dan toch proberen de touwtjes te laten vieren, willen ze vaak gelijk ingrijpen als het misgaat. Dat is dus niet de bedoeling, aldus TNO.</p>
<p>Valt de kleine? Niet gelijk oprapen. “Het blijft de kunst om niet terug te grijpen op oude vormen en gedachten op het moment dat het mis gaat. Het zal af en toe vreselijk mis gaan. Maar uiteindelijk is een organisatie waarbinnen iedereen <em>managet</em> krachtiger dan een organisatie waarin enkelen <em>managen</em> en de rest gewoon uitvoert wat men moet uitvoeren. Gespreide intelligentie is sterker dan gecentraliseerde intelligentie, tenminste in een situatie waarin wendbaarheid en vernieuwing vereist zijn.”</p>
<p><strong>Zelfbouwers</strong><br />
De zelfbouw zou er op gedijen. Zowel in renovatie als nieuwbouw. Grond- en gebouweigenaren moeten niet langer zelf willen bedenken wat waar gebouwd wordt en dit zelf willen uitvoeren. Geef de volkshuisvestingsopgave uit handen aan de mensen zelf. En toon vertrouwen in een goed eindresultaat. Binnen natuurlijk een aantal duidelijke en scherpe randvoorwaarden. Je mag niet je buurmeisje knijpen of experimenteren met lucifers. Een mentaliteitsverandering naar vrijlaten en vertrouwen hebben, kan de zelfbouw een enorme vogelvlucht laten nemen.</p>
<p><strong>Pop-up hotel</strong><br />
Kort geleden leerde ik zelf ook over de kracht door vertrouwen hebben en loslaten. Met een ontwikkelcollectief (in oprichting) richtten we in een ruim weekend een tijdelijk eenkamerhotel in, in een leeg klushuis: <a href="http://ontwikkelcollectief.blogspot.com/p/neston.html" target="_blank">PopUp Hotel The Neston</a>. Als een soort experiment van nieuwe ‘bottom-up ontwikkelmethode’ met tijdelijke invulling. De opening van het hotel was op 19 oktober, terwijl we het eerste idee nog geen vijf weken daarvoor vatten. Een razendsnel en bijzonder projectresultaat.</p>
<p>Een van de belangrijkste succesfactoren was vertrouwen hebben en het vertrouwen waarmaken. Ieder had zijn eigen bijdrage of verantwoordelijkheid op basis van zijn of haar expertise, zoals ‘marketing’, ‘meubilair lobbyverdieping’ of ‘veiligheid’. Onder lichte coördinatie pasten alle input vlekkeloos en bijzonder aantrekkelijk in elkaar. Deze aanpak stimuleerde een natuurlijk enthousiasme en uitzonderlijke betrokkenheid onder alle deelnemers. Voor mij is de theorie bewezen. Nu nog het evangelie verspreiden.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Alle foto&#8217;s genomen tijdens de opening van Pop-up hotel The Neston door Edwin Dillen en Nicolien Rodenburg</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/afscheid-van-de-controlfreak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woningcorporaties moeten middeninkomens omarmen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-moeten-middeninkomens-omarmen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-moeten-middeninkomens-omarmen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 06 Nov 2011 20:10:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Kees Fes</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3268</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/11/4607350260_1d4582a372_o.jpg" /> Met verwondering luister ik naar de discussies in corporatieland over ‘de middeninkomens’. Is de huisvesting van deze groep wel een taak voor de woningcorporatie? De ene corporatie geeft vol overtuiging aan dat ‘de middeninkomens al jaren klant zijn’, de ander zegt stellig ‘dat dit niet langer van Europa mag’. Waar de een aangeeft ‘lagere en middeninkomens te willen bedienen’, geeft de ander aan ‘zich alleen nog te willen richten op de lagere inkomens’. De visies lopen uiteen. Middeninkomens vormen echter een belangrijke groep voor woningcorporaties. Het zou veel beter zijn als de woningcorporaties de middeninkomens zouden omarmen. Europa staat dit ook niet in de weg. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Met verwondering luister ik naar de discussies in corporatieland over ‘de middeninkomens’. Is de huisvesting van deze groep wel een taak voor de woningcorporatie? De ene corporatie geeft vol overtuiging aan dat ‘de middeninkomens al jaren klant zijn’, de ander zegt stellig ‘dat dit niet langer van Europa mag’. Waar de een aangeeft ‘lagere en middeninkomens te willen bedienen’, geeft de ander aan ‘zich alleen nog te willen richten op de lagere inkomens’. De visies lopen uiteen. Middeninkomens vormen echter een belangrijke groep voor woningcorporaties. Zou het niet veel beter zijn als woningcorporaties de middeninkomens zouden omarmen? Maar mogen, willen en kunnen zij zich wel richten op de middenkomens?</strong></p>
<p><strong>Cement</strong><br />
Allereerst, dé middeninkomens bestaan niet. Net zoals dé woningmarkt niet bestaat. Woningmarkten zijn gedifferentieerd en laten regionaal grote verschillen zien in klantvraag en huur- en koopaanbod. De middeninkomens zijn net zo gedifferentieerd. De middeninkomens bestaan uit verschillende groepen huishoudens met grote verschillen in keuzemogelijkheden op het gebied van betaalbaarheid. De kansen voor tweepersoonshuishoudens jonger dan 65 jaar en meerpersoonshuishoudens met kinderen en een middeninkomen tot € 38.500,- zijn aanmerkelijk lager dan de kansen voor een eenpersoonshuishouden van boven de 65 met een inkomen van € 33.614,-. Al deze groepen behoren tot de middeninkomens, maar de verschillen in netto bestedingsmogelijkheden maken dat het ene huishouden met een middeninkomen wat te kiezen heeft  en het andere huishouden met een middeninkomen tussen wal en schip van de regionale woningmarkt valt. Inzicht in de omvang van deze groepen vanuit het oogpunt van betaalbaarheid, geeft de werkelijke omvang van de vraag van de middeninkomens.</p>
<p>Bijna 30% van de huidige corporatieklanten – de zittende huurders – heeft een middeninkomen. Zij hebben een belangrijke functie bij het ontwikkelen en in stand houden van gemengde wijken. Gemengde wijken zijn een groot goed in de Nederlandse volkshuisvesting. Middeninkomens zijn het cement van de wijken, omdat zij bijdragen aan de stabiliteit en de vitaliteit van de wijken. 95% van de woningen die corporaties verkopen, wordt verkocht aan mensen met een middeninkomen. Gezien de stevige oproep in de woonvisie van Donner aan corporaties om een deel van hun bezit te liberaliseren of te verkopen, is de discussie of corporaties wel een taak hebben in het bedienen van de middeninkomens wonderlijk. En het is nog maar de vraag of het middensegment, zeg de huurklasse van € 652,-  tot 850,- en de koopwoningen in de klasse € 110.000,- tot € 180.000,- wordt opgepakt door de particuliere sector. Hier ligt zeker een rol voor de woningcorporaties! Maar mogen, willen en kunnen zij zich wel richten op de middenkomens?</p>
<p><strong>Woningcorporaties</strong><br />
Corporaties mogen huishoudens met een middeninkomen huisvesten. Volgens het <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/besluiten/2005/07/01/besluit-beheer-sociale-huursector-bbsh.html" target="_blank">Besluit beheer sociale huursector</a> (BBSH) moeten corporaties zorgen voor huisvesting voor mensen die niet zelfstandig in huisvesting kunnen voorzien. In het concept van de nieuwe Woningwet  staat dat tot het <em>eerste werkdomein van toegelaten instellingen</em> behoort het huisvesten van lagere inkomens (primaire taak), maar ook ervoor zorgen dat huishoudens met hogere inkomensniveaus reële kansen hebben op een passende woning en een verbetering van hun woon- en leefsituatie (secundaire taak). In de woonvisie van minister Donner staat bovendien dat er een groeiende vraag is vanuit het middensegment waarop corporaties zouden moeten inspelen. De politieke steun voor de rol van corporaties voor de middeninkomens is in het afgelopen jaar sterk gegroeid. Steeds meer politieke partijen in de Tweede Kamer vinden dat Donner moet regelen dat (lage) middeninkomens vaker terecht kunnen in een sociale huurwoning.</p>
<p>Op basis van de Europese Beschikking is er ook geen bezwaar tegen het bieden van huisvesting aan middeninkomens door de corporaties. De kern van de Beschikking is het rechtmatig gebruik van staatssteun. Dat wil zeggen dat er geen sprake mag zijn van concurrentievoordeel door corporaties op de commerciële markt als gevolg van het ontvangen van staatssteun. Vertaald naar de uitwerking van de staatssteunregeling, betekent dit dat een corporatie maximaal 10% van haar sociale huurwoningen mag toewijzen aan urgenten, bijzondere doelgroepen en …middeninkomens om aanspraak te blijven maken op staatssteun. Wanneer een corporatie lokaal meer dan 10% wil toewijzen aan de middeninkomens, mag dit alleen &#8211; met positief advies van de gemeente &#8211; na speciale toestemming van de minister. Bovendien mag dit dan alleen via de niet-DAEB-tak (het niet-staatssteun deel).</p>
<p>Landelijk bezitten corporaties 2,4 miljoen huurwoningen. In ongeveer 30% van deze woningen wonen huishoudens met een middeninkomen. Deze middeninkomens zijn veelal ooit met een laag inkomen (als primaire doelgroep) gestart met huren. Zij hebben vervolgens in de loop der jaren een inkomensgroei doorgemaakt en niet de stap in hun wooncarrière willen of kunnen maken naar een koopwoning. De middeninkomens zorgen voor stabiliteit in de wijken. De meeste corporaties zien graag een mengeling van jong en oud, gezinnen en senioren, lage en hogere inkomens in de wijken.</p>
<p><strong>Europa<br />
</strong> Corporaties kunnen middeninkomens absoluut bedienen, maar de mate waarin is afhankelijk van de klantvraag, het woningaanbod en de bedrijfsvoering. Wat is de omvang van de overmaat (hoeveel woningen bezit de corporatie meer dan nodig is voor de primaire doelgroep?). Hoeveel van deze woningen komen er jaarlijks beschikbaar die voldoende interessant en van voldoende kwaliteit zijn voor middeninkomens om te verhuizen naar een andere woning?<strong> </strong>Heeft de corporatie het vermogen om een sluitende exploitatie in te richten en een gezonde bedrijfsvoering te realiseren om de middeninkomens te bedienen?</p>
<p>Toch heeft invoering van de Europese Beschikking vanaf 1 januari 2011 voor veel onduidelijkheid en terughoudendheid in corporatieland gezorgd. Uit angst voor het overschrijden van de 10% regel, zegt een groot deel van de corporaties op dit moment ‘nee’ tegen woningzoekenden met een inkomen hoger dan € 33.614,-. Voor hen is de mogelijkheid om via het digitale woonruimteverdelingsysteem op een sociale huurwoning te reageren nu simpelweg geblokkeerd. De gevolgen hiervan zijn duidelijk zichtbaar in de woningmarkt. De toewijzing aan middeninkomens is gedaald; de verhuisgraad is met procenten teruggelopen. Na de koopmarkt, raakt nu ook de huurmarkt steeds verder op slot!</p>
<p><strong>Omarmen</strong><br />
Om de middeninkomens te willen blijven bedienen, is een kanteling in het denken nodig. Corporaties moeten niet langer de uitvoering van de regelgeving centraal stellen; niet langer het strategisch vastgoedbeleid alleen maar willen inrichten op de lagere inkomens; niet langer alle woningen blindelings aftoppen tot de huurtoeslaggrens. Corporaties zouden juist de vraag en de behoeften van de middeninkomens moeten onderscheiden van die van de lagere inkomens. Het inrichten van een SVB-beleid voor lagere én middeninkomens. Dan ontstaat een nieuwe focus. “Zijn we er als corporatie wel voor de middeninkomens” is een theoretische discussie zonder daadkracht. Corporaties moeten creativiteit ontwikkelen met huur- en koopoplossingen gericht op huishoudens met een lager inkomen of middeninkomen. Want de markt zit er op te wachten. Pas als de woningcorporaties de middeninkomens ‘omarmen’ komt de doorstroming op de woningmarkt weer op gang.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Opruiming, fotograaf: Pim Geerts (<a href="http://www.beeldopbouw.com/" target="_blank">www.beeldopbouw.com</a>)</em></p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Kees Fes was projectleider van de community of practice van 13 corporaties die onder begeleiding van Atrivé en Stichting OpMaat hebben gewerkt aan ‘oplossingen voor de middeninkomens’. Atrivé heeft met Stichting OpMaat in een cocreatie met dertien woningcorporaties een drietal strategische businessmodellen ontwikkeld, die oplossingen bieden voor het huisvesten van de groep ‘middeninkomens’. Ondersteunend is er een financieel model om businesscases voor niet-DAEB te simuleren en door te rekenen. Deze modellen zijn nader beschreven en uitgewerkt in het rapport ‘Werken aan oplossingen voor de middeninkomens’. Wilt u meer weten of het rapport opvragen? Stuur dan een mail naar <a href="mailto:k.fes@atrive.nl">k.fes@atrive.nl</a> </em></p>
<p><em><br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woningcorporaties-moeten-middeninkomens-omarmen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>In een Hollands jasje gestoken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-ontwerpers-in-china/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-ontwerpers-in-china/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 Nov 2011 22:00:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Teun van den Ende</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[china]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3256</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/bijschrift-Replica-Amsterdamse-Bijenkorf-in-Holland-Village-foto-_2007_02_05-door-Banalities_CC_license-Flickr.jpg" /> In een schemerige satellietstad van Shanghai is sinds kort niet alleen een replica van de Amsterdamse Bijenkorf te bewonderen, er verrijst een complete Nederlandse wijk met de toepasselijke naam: Holland Village. De wijk heeft kenmerken van wat wij in Nederland als Vinex zouden bestempelen. Een mengeling van verschillende woningtypes met nadruk op woningen voor de middenklasse en, niet te vergeten, veel aandacht voor de cosmetische verschijning. Het is tien jaar geleden dat de eerste schetsen voor Holland Village op tafel kwamen. Onderhand zijn meer en meer Nederlandse ontwerpbureaus in China actief: hoog tijd om eens te bekijken wat dat zoal oplevert. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In een schemerige satellietstad van Shanghai is sinds kort niet alleen een replica van de Amsterdamse Bijenkorf te bewonderen, er verrijst een complete Nederlandse wijk met de toepasselijke naam: Holland Villag<em>e</em>. De wijk heeft kenmerken van wat wij in Nederland als Vinex zouden bestempelen. Een mengeling van verschillende woningtypes met nadruk op woningen voor de middenklasse en, niet te vergeten, veel aandacht voor de cosmetische verschijning. Het is tien jaar geleden dat de eerste schetsen voor Holland Village op tafel kwamen. Onderhand zijn meer en meer Nederlandse ontwerpbureaus in China actief: hoog tijd om eens te bekijken wat dat zoal oplevert. Wat bouwen Nederlandse ontwerpers in China? Wat verwacht China van ons?</strong></p>
<p><strong>Een Hollands jasje</strong><br />
Auteur Harry den Hartog van het boek <a href="http://www.010.nl/catalogue/book.php?id=735">Shanghai New towns</a> (010 Uitgevers, 2010) spreekt al jaren met ontwerpers die actief zijn in China. Hij beschrijft in zijn boek de behoefte om bekende stadsbeelden uit Europa te kopiëren. Het stadsbestuur van Shanghai vraagt architecten uit Europa de steden uit hun thuisland te (her)ontwerpen in de buitengebieden van Shanghai. In 2001 werden verschillende Nederlandse ontwerpers uitgenodigd een ontwerp te maken voor de buitenwijk Gaoqiao, waarvan vooraf bepaald was dat die een Nederlands tintje zou krijgen. In acht weken tijd werd een gedetailleerd stedenbouwkundig plan gevraagd. <a href="http://www.kuiper.nl/" target="_blank">KuiperCompagnons</a> en <a href="http://www.atelierdutch.nl/" target="_blank">Atelier Dutch</a> kregen de opdracht. In het definitieve ontwerp is de handtekening van de stedenbouwkundige duidelijk herkenbaar: middenin de wijk bevindt zich een cirkelvormige straat met gracht, getekend door Ashok Bhalotra van KuiperCompagnons. Niet verwonderlijk gezien de vraag van de opdrachtgever, die wilde liefst een kopie van de Amersfoortse wijk Kattenbroek.</p>
<p>Holland Village, inmiddels grotendeels gerealiseerd, vertoont inderdaad trekjes van een Oudhollands stadje. In het midden staat een kerk, in de ‘vismarkt’ heeft een kinderdagverblijf haar intrek genomen. Aan het waterfront staat een gigantische klomp met een bord met uitleg erbij. Overduidelijk toevoegingen waarmee de Chinese opdrachtgever het idee van Holland Village tussen de oren wil krijgen. Maar wat hebben de Nederlandse ontwerpers eigenlijk toegevoegd aan de Chinese stedenbouwkundige praktijk? Het ontwerp toont de typisch Nederlandse manier van omgaan met water. Zo zijn de watersystemen in de wijk geïntegreerd in het systeem voor waterafvoer en zijn veel van de bouwblokken op het water georiënteerd. Het systeem van straten, pleinen en (semi-)openbaar groen lijkt in de plannen in evenwicht. Op papier spreekt uit het plan een duidelijke boodschap: in deze wijk is het prettig vertoeven. Maar hoe zit het met de realiteit in Gaoqiao en nieuwbouwwijken in andere Chinese steden? Voor wie worden deze wijken eigenlijk gebouwd?</p>
<div id="attachment_3258" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3258" href="http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-ontwerpers-in-china/bijschrift-een-woonstraat-in-holland-village-foto_2010_07_10_door-banalities_cc_license-flickr/"><img class="size-full wp-image-3258 " title="bijschrift-Een-woonstraat-in-Holland-Village-foto_2010_07_10_door-Banalities_CC_license-Flickr" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/bijschrift-Een-woonstraat-in-Holland-Village-foto_2010_07_10_door-Banalities_CC_license-Flickr.jpg" alt="" width="510" height="341" /></a><p class="wp-caption-text">Een woonstraat in Holland Village door Richard Summers (aka Banalities)</p></div>
<p><strong>Weerbarstige praktijk</strong><br />
De ontwerpers kregen de opdracht 15 procent van de woningen voor lagere inkomensgroepen te ontwerpen en 15 procent in het dure segment. De rest, in dit geval 70 procent van de wijk, was bedoeld voor de middenklasse. In 2003 klonk het startsein voor de bouw, de grond werd bouwrijp gemaakt. Toekomstige bewoners moesten echter nog jaren wachten op hun grachtenpand toen de bouwplannen stil kwamen te liggen vanwege veranderde bouwregelgeving en afwachtende ontwikkelaars. Ondertussen waren alle bewoners van het voormalige dorp al weggejaagd, hun huizen afgebroken. Vanaf 2009 trok de nieuwbouw pas weer aan. En dat is van groot belang voor Chinese overheden en ontwikkelaars want bouwen betekent namelijk werkgelegenheid. Jaarlijks moeten er miljoenen banen bij komen om de groeiende beroepsbevolking van werk te voorzien, de bouwsector is een drijvende kracht in de Chinese economie. Het systeem is in economische wetmatigheden gegrond, dus verrijzen vooral woningen voor het rijkere deel van de bevolking. Die leveren simpelweg veel meer op. Daardoor blijven nu veel Chinezen in verouderde en kleine woningen achter. Een ander punt van zorg is dat vanwege de snelheid van bouwen de kwaliteit van de bouw vaak matig is. Tijd om te praten met opdrachtgevers, of onderzoek te doen, is er nauwelijks. Ten koste van de bouwkwaliteit, want het moet op tijd af. Vandaar dat buitenlandse architecten er veel energie in steken om, soms op de bouwplaats zelf, bij te sturen. Of ze raken teleurgesteld in de resultaten van hun inspanningen en trekken zich terug uit bouwprocessen als ze zien hoe het er uiteindelijk uitziet.</p>
<p>De stroom aan opdrachten in China zal voorlopig onverminderd groot blijven. De drang tot het &#8216;thematiseren&#8217; van wijken, als in het geval van Holland Village, is daarin een hardnekkig verschijnsel. Even rondneuzen op Flickr of Google en je vindt al foto&#8217;s van deze wijken: een regelrechte confrontatie met Chinese no-nonsense kopieën van ons erfgoed. Misschien biedt dit een graadmeter waarmee de huidige generatie ontwerpers zich een spiegel voor kan houden: “ga ik mijzelf in deze bouwpraktijk storten?”. Aandacht voor bovengenoemde thema’s van sociale scheefgroei en bouwtechniek zijn veel urgenter, om nog maar niet te spreken van ecologische uitdagingen. Veel belangrijker dan het bouwen van nog meer Hollandse themaparken zijn de antwoorden die ze zullen vinden op deze uitdagingen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Replica Amsterdamse Bijenkorf in Holland Village, door Richard Summers (aka Banalities)</em></p>
<p><em>Auteur is werkzaam bij het Nederlands Architectuurinstituut en betrokken bij het symposium Architectuur 2.0 wat op 11 november gehouden wordt in De Doelen, Rotterdam. Meer informatie over het symposium is te vinden op </em><a href="http://www.nai.nl/"><em>www.nai.nl</em></a><em> of in het RUIMTEVOLK-agenda overzicht.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nederlandse-ontwerpers-in-china/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Praatjesmakers en mooiweerverkopers</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/praatjesmakers-en-mooiweerverkopers/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/praatjesmakers-en-mooiweerverkopers/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 30 Oct 2011 21:54:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3241</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/IMG_9118.jpg" /> De crisis houdt de ruimtelijke sector genadeloos in de greep. Toch doen betrokkenen verwoede pogingen een beeld op te roepen van een dynamische sector. De groeiende dagelijkse nieuwsstroom is gevuld met een overvloed aan lokale en erg kleinschalige ontwikkelingen. Nieuws over grote ruimtelijke projecten is spaarzaam. Grote veranderingen zijn nodig om de sector weer op gang te krijgen. Maar wie door de lokale bomen heen kijkt, ziet na even grasduinen toch prille sprietjes met nieuws over nieuwe ontwikkelingen. Even doorzetten dus.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De crisis houdt de ruimtelijke sector genadeloos in de greep. Toch doen betrokkenen verwoede pogingen een beeld op te roepen van een dynamische sector. De groeiende dagelijkse nieuwsstroom is gevuld met een overvloed aan lokale en erg kleinschalige ontwikkelingen. Nieuws over grote ruimtelijke projecten is spaarzaam. Grote veranderingen zijn nodig om de sector weer op gang te krijgen. Maar wie door de lokale bomen heen kijkt, ziet na even grasduinen toch prille sprietjes met nieuws over nieuwe ontwikkelingen. Even doorzetten dus.</strong></p>
<p><strong>Op de oude voet</strong><br />
Navelstaren is niet besteed aan de ruimtelijke sector. Ruimdenkers in de beroepsgroep zijn populairder dan doemdenkers. Voor praatjesmakers en mooiweerverkopers is altijd werk. Hoewel de ruimtelijke sector zich in de ernstigste crisis sinds decennia bevindt, wordt in de dagelijkse praktijk zo veel mogelijk doorgezet op oude voet. Maar terwijl oude verdienmodellen één voor één wegvallen, is het hondsmoeilijk om daar nieuwe voor in de plaats te stellen. Projecten laten zich niet meer dicht rekenen met extra kantoren, bedrijven, winkels of dure koopwoningen. Bijdragen uit het Grotestedenbeleid (GSB) en Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing (ISV) bestaan niet meer. Corporaties hebben zich overeten en banken draaien iedere investering drie keer om.</p>
<p><strong>Klein bier</strong><br />
Wat gebeurt er dan nog wel? Als ik de e-mail moet geloven, bruist het in de ruimtelijke sector. De dagelijkse stortvloed aan internetmagazines met nieuws uit het land, wordt eerder groter dan kleiner. Maar wat staat er eigenlijk in de Cobouw, het Vastgoedjournaal het IKC RO en al die andere lunchbulletins over bouwend Nederland die dagelijks de ether in worden geslingerd? Naar mijn indruk wordt de waslijst met nieuws steeds langer, maar is er zelden sprake van echt nieuws. Een paar jaar geleden waren grote projecten, eerste palen en megatransacties schering en inslag. Vergeleken daarmee zijn de berichten op een willekeurige vrijdag in oktober ‘klein bier’. Een korte opsomming van ‘nieuws’ uit de ruimtelijke sector op 21 oktober: <em>38 koopappartementen in Oss worden met 20% korting verkocht. De gemeente Gulpen-Wittem gaat vrijliggende fietspaden aanleggen. 230 nieuwsgierigen hebben een blik geworpen op Vuurtoreneiland in het IJmeer. Easynet verlengt de huur van 1700 m2 in Amsterdam-Zuidoost. Voormalig schoolgebouw in Delft wordt omgebouwd tot kinderdagverblijf.</em></p>
<p><em> </em></p>
<p>De nieuwsmagazines in de ruimtelijke sector brengen deze berichten als landelijk nieuws, maar eigenlijk horen de berichten thuis in de lokale sufferdjes. Met alle respect natuurlijk voor diegene die profiteert van de korting in wooncomplex De Reders in Oss. Het is de schrijnende werkelijkheid van de crisis: er is nauwelijks vermeldenswaardig nieuws over ruimtelijke projecten en toch houden we ons met zijn allen ongelooflijk bezig. Dat geldt ook voor mijzelf. Ik werk al 2,5 jaar aan hetzelfde project zonder dat een paal is geslagen of grasspriet is ingezaaid. Natuurlijk, de projecten vorderen langzaam, maar het is in deze tijd nu eenmaal &#8216;a hell of a job&#8217; om investeringen los te krijgen en aan de slag te gaan. Planprocessen duren eindeloos. Zonder doorbraken in grote projecten loopt de machine op een gegeven moment genadeloos vast.</p>
<p><strong>Eetbaar dak</strong><br />
Maar ook voor mij geldt dat het glas eerder half vol is dan half leeg. Langzaam komen er nieuwe vormen van gebiedsontwikkeling op, met nieuw partijen, nieuwe werkwijze en nieuwe bronnen van geld. Ook in de nieuwsstroom van 21 oktober zijn hiervan de tekenen te zien. Zo wordt de energiehuishouding en verduurzaming van het huidig vastgoed een steeds belangrijker aanjager voor de ruimtelijke sector. <em>Groene Campus in Helmond krijgt eetbaar dak. Russen investeren voor 1 miljard in olieterminal in Rotterdamse haven.</em> <em>Amsterdam wil windmolens in Waterland.</em> Andere berichten spelen in op de steeds belangrijker rol van consumenten en eindgebruikers bij zelfbouw, recreatie, commerciële zorgvoorzieningen en zo meer.</p>
<p>Zo maar een dag grasduinen in het nieuwsaanbod toont de schrijnende kant van de crisis door een groot gebrek aan hard nieuws over grote projecten. Aan de andere kant zie je ook dat op alle mogelijke manieren wordt gezocht naar nieuwe wegen om de draad weer op te pakken met een nieuwe aanpak. Het nieuws van 21 oktober 2011 toont de beweging die de ruimtelijke sector op gang heeft gezet. Maar we zijn er nog niet.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/praatjesmakers-en-mooiweerverkopers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gevangen op het hitte-eiland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/gevangen-op-het-hitte-eiland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/gevangen-op-het-hitte-eiland/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 25 Oct 2011 19:06:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[chicago]]></category>
		<category><![CDATA[Energie]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3237</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/hitteeilandruimtevolk.jpg" /> De laatste maanden hoor ik ineens veel over het hitte-eilandeffect. Uit onderzoeken blijkt dat tijdens hittegolven dicht bebouwde steden extra opwarmen, met allerlei nare gevolgen. In Rotterdam ligt de temperatuur bijvoorbeeld in veel stadsdelen maar liefst 7 graden hoger dan in de omliggende polders. Doordat de temperatuur op aarde stijgt, krijgen we ook in ons gematigde klimaat steeds vaker te maken met extreme hitte. Dat leidt tot een hoger energiegebruik omdat gebouwen gekoeld moeten worden en tot sterfte onder bejaarden. Meer groen lijkt een simpele oplossing voor dit probleem, maar is het niet.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Groene wijken zijn koeler dan versteende buurten. Hittegolven maken vooral slachtoffers onder oudere stadsbewoners. Meer groen lijkt een simpele oplossing voor dit probleem, maar is het niet. </strong></p>
<p>De laatste maanden hoor ik ineens veel over het <span style="text-decoration: underline;">hitte-eilandeffect</span>. Uit onderzoeken blijkt dat tijdens hittegolven dicht bebouwde steden extra opwarmen, met allerlei nare gevolgen. Doordat de temperatuur op aarde stijgt, krijgen we ook in ons gematigde klimaat steeds vaker te maken met extreme hitte. Dat leidt tot een hoger energiegebruik omdat gebouwen gekoeld moeten worden en tot sterfte onder bejaarden. Kortom een nieuw probleem dat om een oplossing roept!</p>
<p><strong>Rotterdam</strong><br />
Verschillende gemeenten hebben recentelijk onderzoek laten doen naar het <a href="http://www.tno.nl/content.cfm?context=thema&amp;content=inno_publicatie&amp;laag1=896&amp;laag2=915&amp;item_id=766" target="_blank">hitte-eilandeffect</a>. In Rotterdam bleek de temperatuur in veel stadsdelen maar liefst 7 graden hoger te zijn dan in de omliggende polders. In extreem warme zomers kan die hoge temperatuur in de stad leiden tot veel gezondheidsproblemen voor vooral de oudere stedelingen. In ons landje valt het gelukkig  nog wel mee  met de hogere sterftecijfers als gevolg van extreme hitte . In bijvoorbeeld de VS en Frankrijk heeft men echter de nodige ervaring met sterk verhoogde sterfte onder ouderen. Tijdens de hittegolf van 2003 stierven er in Frankrijk naar verluid 14.000 mensen aan de gevolgen van de aanhoudende warmte.</p>
<blockquote><p>In Chicago stierven in 1995 in vijf dagen tijd 739 mensen aan de gevolgen van aanhoudende warmte.</p></blockquote>
<p>Er lijkt kortom alle reden tot zorg. Gelukkig is er een remedie tegen het hitte-eilandeffect: meer groen! Uit het – natuurlijk met bakfietsen – uitgevoerde <a href="http://www.alterra.wur.nl/nl/nieuwsagenda/archief/nieuws/2009/Bakfiets090805.htm" target="_blank">onderzoek van Alterra</a> in Rotterdam blijkt overduidelijk dat groene wijken minder opwarmen dan de meer stenige. Ook <a href="http://www.alterra.wur.nl/nl/nieuwsagenda/archief/nieuws/2009/Fotovlucht_boven_hot_Arnhem_en_Nijmegen_geslaagd.htm" target="_blank">vanuit de lucht</a> is via infrarood te zien dat de temperatuur in dichtbebouwde wijken met veel wegen hoger is dan in wijken met veel groen of water (klimaatonderzoek in oa Arnhem, Nijmegen en Rotterdam ). De aanbevelingen voor het tegengaan van het hitte-eilandeffect bouwen voort op deze constatering. Creëer groene en blauwe ruimten in de stad, leg daktuinen en geveltuinen aan, plant bomen. Op het eerste gezicht lijkt er weinig mis te zijn met deze aanbevelingen. Wie is er immers tegen meer groen in de stad? In veel steden zijn bestuurders en burgers al druk in de weer met het aanleggen van groene daken en gevelgroen.</p>
<p>Zo ook in Chicago. Deze stad heeft ervaring met hittegolven. In 1995 stierven in vijf dagen tijd 739 mensen aan de gevolgen van aanhoudende warmte. Het ging vooral om ouderen in arme wijken, die dagenlang alleen in hun huizen zonder airconditioning zaten. De Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg schreef er in 2002 het boek <a href="http://www.press.uchicago.edu/Misc/Chicago/443213in.html" target="_blank">Dying alone</a> over. Het waren niet zozeer de hittegolf en de opwarming van de stad die hem aanzetten tot het schrijven van het boek, maar de opvallende verschillen in sterftecijfers tussen twee naast elkaar gelegen stadswijken. Terwijl in North Lawndale honderden ouderen stierven, was de dodental in South Lawndale veel minder hoog. Beiden stadsdelen gelden als achterstandswijken, met veel armoede en werkloosheid en sociale problemen. In beide wijken was het in juli 1995 vier dagen lang meer dan 35 graden Celsius.</p>
<p><strong>Eenzaam in het groen</strong><br />
Klinenberg verklaart het opvallende verschil in sterfte onder ouderen door te wijzen op ruimtelijke condities. South Lawndale is een overwegend Mexicaanse wijk, relatief dichtbebouwd en met een aantal zeer levendige stadsstraten vol winkels en uitgaansgelegenheden. In North Lawndale heeft vijftig jaar gettovorming geleid tot wijdverbreide kaalslag. Hele stukken van de buurt bestaan uit braakliggende grasvelden. De middenstand is nagenoeg verdwenen en van een betekenisvolle publieke ruimte is nauwelijks sprake. Klinenberg betoogt dat het gebrek aan publieke ruimte in North Lawndale een ontwrichtend effect had op sociale verbanden: ‘The social ecology of abandonment, dispersion, and decay makes systems of social support exceedingly difficult to sustain’.</p>
<p>In Chicago bleek de kwaliteit van de stedelijke publieke ruimte van levensreddend belang. De overmaat aan groene open ruimte in North Lawndale dempte de temperatuur in de wijk nauwelijks en bleek een belangrijke oorzaak voor de eenzame dood van veel ouderen. In het dichtbebouwde South Lawndale, met zijn boomloze maar levendige hoofdstraten, durfden ouderen hun huizen wel te verlaten om verkoeling te zoeken in voorzieningen die beschikten over airconditioning, of simpelweg bij vrienden en familie steun te zoeken. De kwaliteit van stedelijke publieke ruimte bleek van levensreddend belang.</p>
<p>Voor de duidelijkheid: meer gevelgroen, straatbomen en groene daken zijn altijd goed. Aanbevelingen voor een hittebestendige stedenbouw mogen echter niet leiden tot een open groene stedenbouw die in tegenspraak is met de ruimtelijke condities voor levendige openbare ruimten. Dichtbebouwde steden met hun levendige en gevarieerde publieke ruimten zijn geen oorzaak, maar onderdeel van de oplossing voor het hitte-eilandeffect.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/gevangen-op-het-hitte-eiland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Werken is het nieuwe wonen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-is-het-nieuwe-wonen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-is-het-nieuwe-wonen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 24 Oct 2011 05:40:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[werken]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3230</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/het-nieuwe-werken.jpg" /> De discussie over de Nederlandse woningmarkt is een kleed dat al zo vaak is belopen dat het volledig platgetreden is. De huismijt zit erin, de mot puilt eruit, het is een voetveeg geworden. Al jarenlang niet gelucht, opgeschud, gemattenklopt. En volledig vervilt. Tijd om het kleed weg te doen en het werk op te zoeken. Want werken is het nieuwe wonen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De discussie over de Nederlandse woningmarkt is een kleed dat al zo vaak is belopen dat het volledig platgetreden is. De huismijt zit erin, de mot puilt eruit, het is een voetveeg geworden. Al jarenlang niet gelucht, opgeschud, gemattenklopt. En volledig vervilt. Tijd om het kleed weg te doen en het werk op te zoeken. Want werken is het nieuwe wonen.</strong></p>
<p>En het houdt maar niet op. <a href="http://www.vng.nl/Documenten/actueel/beleidsvelden/ruimte_wonen/2011/20110927_VNG_agenda_woningmarkt.pdf" target="_blank">Tien pogingen</a>, interventieteams, het <a href="http://ruimtevolk.nl/blog/woon-akkoord-van-wassenaar-nodig/" target="_blank">verWassenaren van de woningmarkt </a>, losweekteams, <a href="http://www.g32.nl/DATABANK/Nieuwsarchief/September_2011/Handreiking_Stedelijke_Herprogrammering_Woningbouw" target="_blank">handreikingen</a>, <a href="http://www.aedesnet.nl/content/artikelen/achtergrond/2011/09/Rondetafelgesprek-Tweede-Kamer-over-Woonvisie.xml;jsessionid=DF6ADFF603BC6E369835EF636F5F740B" target="_blank">de roep van alle kanten</a>, <a href="http://welingelichtekringen.nl/15664-weg-overwaarde-half-nederland-onder-water-de-pers-voorspelt-wat-er-met-de-huizenamrkt-gaat-gebeuren.html" target="_blank">rampscenario’s</a>, het helpt allemaal geen achterwerk. Verspilde energie. En je kan je zo langzamerhand afvragen of er wel een probleem is op de woningmarkt. Die tijd dat als je bank niet bij je huis paste, je een nieuw huis aanschafte, willen we die tijd echt terug? Hoeveel tenten staan er op de Dam en het Malieveld met maandenlang bivakkerende, huisloze, naar een wurghypotheek smachtende Nederlanders? Hoe erg is het dat er niet verhuisd wordt? Vervelend voor verhuisbedrijven, dat wel. Ik heb dat verhuisketen-idee met een wooncarrière van zolderkamer via stadsappartement, rijtjeswoning, twee-onder-een-kap tot vrijstaande villa nooit serieus genomen.</p>
<p>Laten we dat hele wonen, de woningmarkt, de discussie en <a href="http://www.youtube.com/watch?v=tSFAlFUxh1I&amp;noredirect=" target="_blank">de problemen die daarbij komen kijken</a> gewoon vergeten. Dat is iets van de vorige eeuw, die in 1901 begon met de Woningwet. Daarna is door de kongsi tussen overheid, corporaties en bouwmaatschappijen heel Nederland bebouwd met woonwijken. Keurig netjes volgens de planning, waarbij het belangrijkste doel was om kosten en kwaliteit in balans te houden en dat is jarenlang prima gelukt. Alle aandacht ging naar het wonen. Ondertussen zijn we vergeten dat we ook nog moeten werken. Want hoeveel uur per dag woont u eigenlijk? Een rekenvoorbeeld: u staat op om zeven uur en gaat om half negen naar uw werk. Effectief: 1,5 uur wonen. Dan komt u om zes uur &#8216;s avonds terug, eet wat, kijkt wat treurbuis en stapt om half elf in bed. Effectief wonen: 4,5 uur. Slapen noem ik geen wonen want dat is met de ogen dicht. Dat is dus zes uur wonen per etmaal, ofwel 25 procent.</p>
<p>Wordt het daarom niet eens tijd om het accent binnen beleid en uitvoering te leggen op aantrekkelijke en inspirerende werkplekken? Want terwijl het officiële beleid zich vooral op het wonen heeft gericht, is Nederland volgebouwd met branieparken waar volgens Rudy Stroink ‘intensieve menshouderij’ plaatsvindt. Volstrekt sfeerloze, oninspirerende, monofunctionele en inflexibele werkgebieden. Terecht dat zij slechts<a href="http://www.recensiekoning.nl/2011-05_13696/kantoor" target="_blank"> twee sterren van de koning</a> krijgen. Die omgevingen gaan er de komende tijd allemaal aan!</p>
<p>Werken is het nieuwe wonen. En de 21<sup>e</sup> eeuw wordt de <a href="http://www.nlbw.net/blog/2011/05/03/als-je-niet-in-de-spiraal-kwaliteit-kapitaal-kennis-mee-kunt-draaien-heb-je-als-stad-rotterdam-een-probleem/" target="_blank">eeuw van de voorzieningen</a>, in de breedste zin van het woord. Niet in de CIAM-zin van: ‘werken, winkelen, recreëren’ maar als in: ontmoeten, inspireren, opbouwen, uitvinden, vermengen en branches vervagen. Kijk maar naar uzelf: U pingpongt op het werk tussen twee afspraken door de spanning van u af. ‘s Avonds thuis op de bank checkt u voor de 364<sup>e</sup> keer uw werkmail. De <a href="http://www.archplus.net/home/archiv/ausgabe/46,200,1,0.html" target="_blank">Arch+ over Berlijn</a> schreef het al: de vervaging van de verschillende ruimtes voor wonen en voor werken, als huiskamer, fabriek, atelier, kantoor, werkplaats, stilteplek, conferentieruimte heeft allang plaatsgevonden. De mix van gebruik en de daarvoor benodigde typologievermenging is een feit. Helaas is dat nog lang niet terug te vinden in de plattegrond van de hedendaagse woning of kantoorgebouw. Functionalisme uit de oude doos bepaalt de vormgeving van de plattegrond.</p>
<div id="attachment_3234" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3234" href="http://ruimtevolk.nl/blog/werken-is-het-nieuwe-wonen/exrotaprint-berlijn-02/"><img class="size-full wp-image-3234" title="exrotaprint-Berlijn-02" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/exrotaprint-Berlijn-02.jpg" alt="" width="510" height="338" /></a><p class="wp-caption-text">EX-Rotaprintfabriek in Berlijn </p></div>
<p>Het hoeft de komende tijd maar over één ding te gaan: werken. De hardware is er al. Er is genoeg gebouwd, er staat veel leeg, en daarmee is er veel potentie. De software – dat bent u, gebruiker &#8211; is sterk aan het veranderen. U werkt niet meer 5 dagen per week van 9-5, u wilt niet langer op een inspiratieloos braniepark werken. De crux zit ‘m in de orgware; hoe organiseren we aantrekkelijke locaties om te werken? Hoe doe je dat? Wat is de oplossing? Gelukkig heb ik daar geen antwoord op. Dat geroep om instant pasklare oplossingen is een soort van verwend kleutergedrag. Wel heb ik alvast wat knuppels voor in het werkhoenderhok die de geest op scherp kan stellen.</p>
<p>Weg met die zogenaamd moderne, flexibel ontwikkelde gebouwen. Al is een gebouw nog zo flexibel, het starre bestemmingsplan achterhaalt ‘m wel. Moderne flexibel ontworpen gebouwen zijn vaak karakterloos. Echter: sterke, karakteristieke gebouwen uit het verleden zijn vaak flexibel. Waarom? Omdat hun karakter bewaard blijft na aanpassing. Een flexibel gebouw heeft altijd overmaat die flexibiliteit biedt. Stop uw geld dus niet in hippe architectuur, maar in de overmaat. Beleidsmakers in de ruimtelijke sector hebben sterk de neiging om zichzelf – en daarmee het rode kwadrant ofwel de <a href="http://www.smartagent.nl/" target="_blank">creatieve kenniswerkers</a> &#8211; overal als belangrijkste doelgroep te beschouwen bij het (ver)bouwen van de stad. Zo zit je voor je het weet weer aan een pizza in een OSM-pizzeria &#8211; zo’n houtgestookte, want: lekker authentiek en met regionale producten en ruiten tafelkleden &#8211; tussen de Apple-verslaafden.</p>
<p>De ware werkende wereld bestaat gelukkig niet alleen uit personen die voldoen aan het rode kwadrant. Interessante voorbeelden uit het buitenland als het <a href="http://www.koedbyen.kk.dk/english/the-white-meat-city-of-copenhagen/" target="_blank">Meatpacking District</a> in Kopenhagen en de <a href="http://exrotaprint.de/index.php?section=18" target="_blank">EX-Rotaprintfabriek</a> in Berlijn laten zien dat menging van laag- en hoogwaardig werken spannende, interessante en bij de stadsbewoners geliefde werklocaties oplevert. Het succes van deze plekken komt door renovatie op verschillende niveaus waardoor er diversiteit in huurniveaus ontstaat. Beperkte budgetten = grotere, gemengde gebruikersgroep = meer stedelijkheid. Een prettige mix van de afspiegeling van de samenleving: timmerman naast laptopslaaf.</p>
<p>Het einde van het wonen is in zicht; besteedt uw tijd dus nuttig. Ga niet al het bovenstaande in beleidsnotities opnemen of in uitvoeringsconventanten vastleggen, of <a href="http://www.oost.amsterdam.nl/publish/pages/356838/110831_spelregels_cruquiusweg.pdf" target="_blank">spelregelkaarten</a> opstellen. Maar steek uw handen uit de mouwen en ga werken aan goed werken!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Alle foto&#8217;s in het artikel zijn van Vincent Kompier</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/werken-is-het-nieuwe-wonen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een verleidelijk aanbod</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/vraaggericht-bouwen-doodsteek-voor-ontwikkeling-nederlandse-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/vraaggericht-bouwen-doodsteek-voor-ontwikkeling-nederlandse-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 Oct 2011 19:15:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Reimar von Meding</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Particulier opdrachtgeverschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3193</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/IMG_2842.jpg" /> Het is erg in de mode om te roepen dat we ‘nu eindelijk eens voor de vraag moeten bouwen’. Wie dat roept, zegt impliciet dat hij zich tot nu toe nooit heeft afgevraagd hoe mensen eigenlijk  willen wonen. En het is bitter maar waar: bouwend Nederland stelt zich die vraag daadwerkelijk niet. Waarschijnlijk moet eerst een hele generatie projectontwikkelaars en ontwerpers verdwijnen voordat dit echt verandert. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Dure woningen in herstructureringsgebieden verkopen niet meer. Dat stelt tenminste ontwikkelend Nederland. En nu moeten we zogenaamd naar de markt luisteren om maar te verkopen wat nog te verkopen valt. Dit zou wel eens de genadeslag kunnen worden voor de ontwikkeling van de Nederlandse stad.</strong></p>
<p>Het is erg in de mode om te roepen dat we ‘nu eindelijk eens voor de vraag moeten bouwen’. Wie dat roept, zegt impliciet dat hij zich tot nu toe nooit heeft afgevraagd hoe mensen eigenlijk  willen wonen. En het is bitter maar waar: bouwend Nederland stelt zich die vraag daadwerkelijk niet. Waarschijnlijk moet eerst een hele generatie projectontwikkelaars en ontwerpers verdwijnen voordat dit echt verandert. De achterliggende motivatie voor de stedelijke ontwikkeling blijft nog steeds: Wat kan ik verkopen? Natuurlijk moet je een woningbouwproject uiteindelijk verkopen en verhuren, maar dat doe je niet door je deze platte vraag te stellen. Het gevolg daarvan is namelijk dat overal in het land kleine eengezinswoningen worden gebouwd, want die verkopen tenminste nog. Maar zullen de mensen die deze woningen nu kopen ze ooit nog kunnen doorverkopen?</p>
<blockquote><p>Er is overschot aan relatief recent gebouwde woningen van rond de drie ton. Deze woningen kunnen op geen enkele wijze concurreren met woningen die nu worden gebouwd.</p></blockquote>
<p><strong>Overschot</strong><br />
De malaise van dit moment – het niet kunnen verkopen van woningen in het middendure segment – is niet alleen veroorzaakt doordat kredietverstrekkers kritischer zijn geworden. Het heeft er ook simpelweg mee te maken dat woningen in een redelijk segment van pakweg zo’n vijf jaar oud bijna niet meer te verkopen zijn. Tot voor kort werden dit soort woningen erg makkelijk verkocht, met als gevolg dat ze massaal werden gebouwd. Nu is er ineens een enorm overschot aan bestaande woningen van rond de drie ton. Deze woningen kunnen op geen enkele wijze concurreren met woningen die nu worden gebouwd. En daardoor zijn ze niet te verkopen. In de tussentijd heeft namelijk een omslag in het denken plaatsgevonden. Woningen van nog geen vijf jaar oud verbruiken substantieel meer energie dan nieuwbouwwoningen volgens de huidige normen. Wij hebben het hier over bakken met geld dat letterlijk door de schoorsteen gaat. De woonconsument heeft dat begrepen.</p>
<p><strong>Emancipatie</strong><br />
<a href="http://eracontour.nl/nl/werken-bij/medewerkers-aan-het-woord/wilfred-hoogerbrug-conceptontwikkelaar" target="_blank">Wilfred Hoogerbrug</a> van <a href="http://eracontour.nl/nl/home" target="_blank">Era</a> heeft onlangs gesteld dat de herstructurering zijn doel voorbij schiet door alleen goedkope woningen te bouwen. Ik kan hem alleen maar gelijk geven. Je kunt je afvragen of het echt een probleem is dat hierdoor minder nieuwkomers naar de oude wijken trekken. Los daarvan blijft de vraag naar middeldure woningen nog steeds behoorlijk hoog. Maar mensen die woningen in deze categorie kopen, zijn gewoon veel kritischer op de producten geworden. “Een appartement zonder balkon? Koop ik niet! Een tweekapper zonder tuin? Ben je gek geworden? Ik kan niet kiezen naast wie ik ga wonen? Dan kom ik niet!” Het lijkt alsof ontwikkelaars zich geen raad weten met deze nieuwe emancipatie van de woonconsument.</p>
<div id="attachment_3195" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3195" href="http://ruimtevolk.nl/blog/vraaggericht-bouwen-doodsteek-voor-ontwikkeling-nederlandse-stad/gvbf-rha-twh-014-large/"><img class="size-full wp-image-3195" title="GVBF-RHA-TWH-014-(Large)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/GVBF-RHA-TWH-014-Large.jpg" alt="" width="510" height="374" /></a><p class="wp-caption-text">Fotograaf: Gerard van Beek</p></div>
<p><strong>Verschillen maken het verschil</strong><br />
Binnen het perspectief van mijn eigen praktijk bleken woningen in dit segment voor een zeer kritische groep woonconsumenten de afgelopen drie jaar juist heel goed te verkopen. Maar dan niet als bulk, maar goed getimed en ingebed in een ontwikkeling met de keuze  uit veel verschillende soorten woningen. Verschillen maken is de sleutel. Het verschil maken is de tweede sleutel. Een ontwikkelaar als Era blinkt al jaren uit in het realiseren van messcherpe, onderscheidende woonomgevingen. Ze horen daarmee bij een buitengewoon selecte groep ontwikkelaars die de afgelopen jaren een moeizame weg hebben bewandeld. Je bent bijna geneigd om te zeggen dat zij helemaal niet naar de vraag luisteren, maar een ongelofelijk goed aanbod realiseren door iets te maken dat precies op de plek past. Gek genoeg gebeurt dat bij herstructurering hoogst zelden. In plaats van de kwaliteit van een gebied te benutten en te versterken, worden overal goedkope eengezinswoningen gebouwd ‘omdat de markt erom vraagt’. Stel je nou voor dat je in het ziekenhuis ligt voor een darmoperatie. Je wordt wakker uit de narcose en de arts zegt tegen je: “Oh trouwens, wij hebben toch maar een buikwandcorrectie uitgevoerd en wat vet weggehaald, want dat wil toch iedereen.”</p>
<p>Het gaat niet om aanbod- óf vraaggericht bouwen. Het gaat altijd om het aanbod én de vraag. Alleen als het lukt om een woonomgeving te creëren die voortkomt uit de kwaliteit van de locatie en als vanzelf een vraag beantwoordt, kan herstructurering slagen. En daarbij moeten we af van oplossingen op een specifieke plek, die voortkomen uit generieke vragen. Dat is namelijk de doodsteek voor onderscheidende woonmilieus in de stad.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Bron foto boven: KAW architecten en adviseurs</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/vraaggericht-bouwen-doodsteek-voor-ontwikkeling-nederlandse-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>16</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ontplannen en loslaten</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/ontplannen-en-loslaten/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/ontplannen-en-loslaten/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Oct 2011 19:54:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3168</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/ontplannenenloslaten.jpg" /> Naar aanleiding van een onderzoek van Motivaction over de relatie tussen burger en overheid kwam een hele discussie op gang over de nieuwe verhouding tussen burgers, overheid en het maatschappelijk middenveld. Een discussie die de kern van de ruimtelijke wereld  raakt, want in de 'big society' is de maakbare samenleving ver weg en past geen blauwdrukplanning meer. En dat heeft nogal wat gevolgen voor iedereen die werkt aan de inrichting van ons land. Die moet leren loslaten. Kunnen we helemaal zonder planning en kunnen masterplannen in de vuilnisbak?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Naar aanleiding van een <a href="http://www.motivaction.nl/content/mismatch-tussen-imago-en-zelfbeeld-ambtenaren" target="_blank">onderzoek van Motivaction</a> over de relatie tussen burger en overheid kwam een hele discussie op gang over de nieuwe verhouding tussen burgers, overheid en het maatschappelijk middenveld. Een discussie die de kern van de ruimtelijke wereld  raakt, want in de &#8216;big society&#8217; is de maakbare samenleving ver weg en past geen blauwdrukplanning meer. En dat heeft nogal wat gevolgen voor iedereen die werkt aan de inrichting van ons land. Die moet leren loslaten. Kunnen we helemaal zonder planning en kunnen masterplannen in de vuilnisbak? </strong></p>
<p><strong>Mieren zonder masterplan</strong><br />
Laatst wees iemand mij op een filmpje over mieren. In een mierennest kunnen wel een half miljoen mieren samen wonen in een uiterst efficiënt ingericht stelsel van gangen. Ze creëren als het ware een complete ondergrondse stad, en dat zonder een masterplan. De vraag is in hoeverre wij ook in staat zouden kunnen zijn om een stad te bouwen zonder vooropgesteld plan.</p>
<p>Als projectleider van het Nirov ben ik in het kader van de voorbereiding op de <a href="http://www.dagvanderuimte.nl" target="_blank">Dag van de Ruimte</a>, dit jaar met als thema doe-het-zelf, de afgelopen weken in de wondere wereld van zelforganisatie, zelfsturing en bottom-up initiatieven gedoken. Er ging een wereld voor me open rondom flexibele kaders en andere manieren van sturen. In een tijd waarin we invulling willen geven aan organische stedenbouw is er nog veel te ontdekken.</p>
<p>In zijn weblog schrijft <a href="http://www.zefhemel.nl" target="_blank">Zef Hemel</a> over het Burning Man’ festival, dat elk jaar plaats vindt in de woestijn van Nevada. Bij dit festival komen 50.000 mensen een week lang samen in de middle of nowwhere. Vanuit het niets wordt er een complete stad opgebouwd die deelnemers beschrijven als een experimentele samenleving op basis van radicale zelfuiting en zelfvoorziening. De achterliggende gedachte is dat men gedurende Burning Man tijdelijk een gemeenschap opbouwt waar iedereen zichzelf kan uiten in waar hij of zij het beste in is. Deelnemers gebruiken ruilhandel om goederen en diensten uit te wisselen en geldtransacties zijn doorgaans verboden, behalve bij enkele verkoopkraampjes van voedsel en drank. Burning Man kent maar een vrij beperkt aantal regels, waarvan de meeste betrekking hebben op geweld, wapens, kampvuren en huisdieren. Het is het walhalla van zelforganisatie. Hemel schrijft over het festival: &#8220;<em>zelfs hier, nota bene in de Amerikaanse woestijn, voor een tijdelijk kampement van festivalgangers die de vrijheid vieren, is planning noodzakelijk. Vrijheid en planning gaan dus wel degelijk samen. Sterker, planning is vereist als grote groepen mensen in de grootst mogelijke vrijheid met elkaar willen leven</em>.”</p>
<p><strong>Radicale decentralisatie</strong><br />
Dit is goed om in het achterhoofd te houden met het oog op de actuele discussies over duurzame gebiedsontwikkeling, waarbij er steeds meer ruimte is voor lokale initiatieven, burgerinitiatieven en  bewonersparticipatie. Ontplannen is een term die in dit kader vaak voorbij komt. Farid Tabarki stelt in het boek ‘<a href="http://www.scienceguide.nl/201106/een-dappere-nieuwe-wereld.aspx" target="_blank">Dappere nieuwe wereld’</a> van de jongerendenktank Prospect “<em>dat we in de afgelopen eeuwen steeds meer centraal zijn gaan sturen. En dat was ook nodig ook. De staat als bron van gezag zal niet verdwijnen, maar ze kunnen het niet langer alleen</em>.” Tabarki stelt dat de komende jaren in het teken zullen staan van radicale decentralisatie. Voorbeelden daarvan haalt hij uit onder andere uit Engeland, waar wijken zelf het ophalen van vuilnis regelen, en de mogelijkheid bestaat om iedere woning als energieleverancier te laten functioneren.</p>
<p>Deze toegenomen aandacht voor doe-het-zelf initiatieven vraagt om nieuwe kaders en nieuwe financiële ideeën. Bijvoorbeeld over crowdsourcing. Bij deze manier van fondsenwerven proberen mensen via internet particulieren te enthousiasmeren om geld in projecten te steken. Voor het ontwikkelen van de <a href="http://www.vechtclub.nl/xl/" target="_blank">Vechtclub XL</a>, een bedrijfsverzamelgebouw in een leegstaand fabriekspand in Utrecht, werd op deze manier € 65.000 bij elkaar gehaald. Doe-het-zelf initiatieven hoeven trouwens niet veel geld te kosten. Kijk bijvoorbeeld naar <em>Guerrilla Gardening</em>, het aanleggen van een tuin op een plek waar het officieel niet mag, bijvoorbeeld een stuk land dat al lang braak ligt en waar maar geen nieuwbouw op komt. De stad fleurt er van op, maar om dergelijke initiatieven te laten bloeien is wel flexibiliteit vanuit de overheid gewenst.</p>
<p>Bottom-up en doe-het-zelf lijkt tot nu toe iets van de kleine aantallen, van de speldenprikjes en van het experiment met beperkte impact. Maar waarom zou zelforganisatie geen grote vlucht kunnen nemen?  De opgave is om meer vrijheid te geven voor initiatieven van onderaf. In een van de gesprekken die ik voerde viel in dit kader de term ‘liefdevol loslaten’.</p>
<p><strong>Het einde van ambtenaar eerste klas Dorknoper</strong><br />
In de strips van Maarten Toonder over Olie B. Bommel en Tom Poes figureert ambtenaar Dorknoper, de klassieke plichtsgetrouwe ambtenaar die alle clichés over ambtenaren verenigt: rechtlijnigheid, regeldrift en voorzichtigheid. Stel je dit figuur eens voor in de huidige tijd waarin er hele andere eisen worden gesteld aan de overheid. In reactie op het eerder genoemde onderzoek van Motivaction stelt Roy Mierop van Cap Gemini dat “de overheid die we nu hebben niet meer past bij de huidige, moderne samenleving”. Er is behoefte aan een wendbare overheid, die ruimte biedt voor initiatieven van onderop. En dat geld zeker voor de ruimtelijke ordening. De ambtenaar van nu moet, net als de andere traditionele grote spelers in ruimtelijke ontwikkeling, de principes van het nieuwe ‘spel van het kleine’ weten te doorgronden, zodat zij in de toekomst kleine ontwikkelingen van onderaf in het groot kunnen accommoderen. Wie op zoek is naar nieuwe kansen doet er goed aan om initiatief van onderop niet te negeren. Maar helemaal zonder kaders kunnen we niet.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Reykjavik</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/ontplannen-en-loslaten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Reliëfrijk Nederland?</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hypes-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hypes-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 07 Oct 2011 07:24:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Peter Pelzer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[ruimtelijke ordening]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3100</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/10/hypesro.jpg" /> Kent u ze nog? Clusters, de creatieve klasse, het e-milieu en de corridor. Nieuwste loot aan de Nederlandse hypeboom zijn de talrijke Valley's. Allen vol bombarie gepresenteerd, maar binnen vijf jaar alweer vervangen door de volgende trappelende kandidaat. Dergelijke ruimtelijke concepten lijken vooral een communicatiestrategie te zijn. De inhoud ontbreekt en dat is een zorgwekkende ontwikkeling. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Communicatie is sinds enkele jaren hét toverwoord in de ruimtelijke ordening. Maar weten we eigenlijk nog wel waar we mee bezig zijn? Of nemen hypes het over van nuchtere analyse?</strong></p>
<p>Nederland is ontegenzeggelijk zo plat als een dubbeltje. Een blik op regionale én nationale beleidsinitiatieven doet echter een fraai glooiend heuvellandschap vermoeden. In navolging van die eeuwig aangehaalde vallei nabij San Francisco lijkt Nederland inmiddels ook bezaaid met deze brandpunten van economische groei. Gestuwd door Verhagen’s topsectorenbeleid neemt het reliëf in Nederland snel toe. Zo  is het Gronings laagland omgedoopt tot <a href="http://www.energyvalley.nl/">Energy Valley</a> dat het  Slochterense Gasunie complex en een aantal geplande kolencentrales in de Eemshaven omvat, en loopt <a href="http://www.foodvalley.nl/">Food Valley</a> van de varkensflats in de Peel via de landbouwuniversiteit Wageningen naar de kippenfabrieken rondom Barneveld. Het gebied rond Enkhuizen verkoos de weinig West-Fries aandoende naam <a href="http://www.seedvalley.nl/">‘Seed Valley’ </a> om hun zaadveredelingsbrance op de kaart te zetten. Dit gebied grenst aan <a href="http://www.nucleartechnology.nl/public/medical_nl/valley/index.html">‘Medical Valley‘,</a> dat de nieuwe naam is voor de duin waar de Pettense kerncentrale opstaat. Tot slot is ‘<a href="http://www.metalvalley.eu/">Metal Valley’</a> in Drunen anders dan u zou denken toch geen popfestival en komt het Hilversumse avondjournaal tegenwoordig uit <a href="http://www.hilversumbis.nl/AgendapuntOverlegdStuk.aspx?APOSID=86907">‘Media Valley’</a>. Geen van deze plekken zal ooit iets worden dat vergelijkbaar is met Silicon Valley, maar toch kiezen ze allemaal voor een dergelijk uitgekauwd anglicisme.<strong> </strong></p>
<p><strong>Hypes</strong><br />
<a href="http://www.agora-magazine.nl/sites/default/files/AGORA%202011-3%20Valleien%20in%20de%20Polder.pdf">‘Valley’s’zijn de nieuwste loot aan de Nederlandse Hypeboom</a>, maar als fenomeen bepaald geen nieuw verschijnsel. Kent u ze nog? Clusters, de creatieve klasse, het e-milieu en de corridor. Allen vol bombarie gepresenteerd, maar binnen vijf jaar alweer vervangen door de volgende trappelende kandidaat. Dit is niet zo wonderlijk, een hype is in feite een narratief dat overdreven veel aandacht krijgt, maar niet gestoeld is op realistische verwachtingen. Hoewel  onderzoeksinstituten als het CPB en het PBL politici hier regelmatig fijntjes op wijzen, vinden hypes hun weg vrij kritiekloos door het polderlandschap. Zoals Wil Zonneveld van de TU Delft recent in een bijdrage in <a href="http://www.agora-magazine.nl/">AGORA</a> aantoont, fungeren hypes als kokers; doordat taal, beelden en handelingen allemaal in een bepaalde richting wijzen is het bijna onmogelijk buiten het frame te stappen.  Bovendien is er in bepaalde gevallen sprake van wat <a href="http://www.agora-magazine.nl/sites/default/files/AGORA%202011-3%20Lulkoek.pdf">Ewald Engelen ‘lulkoek’</a> noemt; veel hypes bevatten geen eenduidige waarheidsclaim waardoor het bijkans onmogelijk wordt ze op hun empirische merites te beoordelen. Daardoor zijn ze volgens Engelen zeer bruikbaar om de behoeften van specifieke belanghebbenden te verkopen als algemeen belang.</p>
<blockquote><p>De kantorenmarkt is het schoolvoorbeeld van een sector waar wensdenken en luchtkastelen het hebben overgenomen van nuchtere analyse en empirie.</p></blockquote>
<p><strong>Wens en gedachte</strong><br />
Ondanks deze moeilijkheden is het  juist in de ruimtelijke ordening  van belang eens stil te staan en te kijken wat er nu eigenlijk in de polderklei gebeurt. De kantorenmarkt is het schoolvoorbeeld van een sector waar wensdenken en <a href="http://www.bnsp.nl/site/wp-content/uploads/2011/05/Pre-advies_samenvatting.pdf">luchtkastelen</a> het hebben overgenomen van nuchtere analyse en empirie. Ondanks een evident overaanbod blijvengemeenten maar bouwen onder druk van de moeilijk uitroeibare hype van interstedelijke competitie. Een zo mogelijk nog emblematischer voorbeeld is de theorie van de creatieve klasse, groot gemaakt door Richard Florida. Het idee is simpel: zorg voor voldoende goede restaurants, fietspaden en theaters, en creatievelingen zullen massaal naar je stad komen. Dit leidt dan weer tot economische groei en innovatie; naast het genieten van al die voorzieningen zitten creatievelingen natuurlijk ook niet stil. Er is weinig twijfel meer over het feit dat grote, diverse steden de beste kaarten hebben om economisch te groeien. De waarom-vraag is echter verre van beantwoord. Naast Florida’s idee van een creatieve klasse zijn er nog tal van andere verklaringen, zoals bijvoorbeeld schaalvoordelen en transportkosten. In de beleidswereld werden deze oorzaak-gevolg vragen ten tijde van de Florida-hype lang niet altijd gesteld. Er is maar één persoon die de creatieve klasse theorie ooit vol overtuiging empirisch bewezen heeft: Richard Florida zelf.</p>
<p><strong>Empirie</strong><br />
Het Ruimtelijk Planbureau (het huidige <a href="http://pbl.nl/">Planbureau voor de Leefomgeving</a>) heeft in diverse studies  vrijwel alle ruimtelijke hypes in de afgelopen tien jaar onderzocht.  De resultaten zijn spraakmakend, zo niet zorgwekkend. <a href="http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/Kennisassen_en_kenniscorridors.pdf">Kenniscorridors spelen slechts een beperkte rol in Nederland</a>, er is<a href="http://www.pbl.nl/publicaties/2007/Clusters-en-economische-groei"> geen duidelijke samenhang</a> tussen clusters  (of in hedendaags jargon: valleien) en economische groei, en  de <a href="http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/Vele_steden_maken_nog_geen_randstad.pdf">Randstad bestaat niet</a>. Deze bevindingen hebben slechts in beperkte mate hun weg gevonden naar de beleidspraktijk. Onwelgevallig, dus in veel gevallen rijp voor het vierkanten archief. Uit een <a href="http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/Tussen_droom_en_retoriek.pdf">ander RPB-rapport</a> blijkt dat die ruimtelijke concepten vooral een doel hebben in de ‘interne communicatie’: het op de kaart zetten van gebieden om mee te kunnen delen in het grote verdelingsspel van de schaarse rijksgelden. Minstens zo zorgwekkend is dat de statistiekvoorziening in Nederland alsmaar verder wordt uitgekleed. De ‘administatieve lastenverlichting’ die telkens weer aan het bedrijfsleven beloofd wordt betekent zelden of nooit dat de belastingdienst een brief minder stuurt. Fatoenlijke bedrijfsenquêtes worden echter al jaren niet meer afgenomen. Over bijvoorbeeld forensenstromen, cruciale informatie voor het plannen van ruimtelijke ontwikkeling, is op lokaal niveau nauwelijks betrouwbare informatie beschikbaar. Analoog aan het inrichten van het polderlandschap vol niet bestaande valleien hebben we kennis over wat er daadwerkelijk gebeurt stelselmatig afgebroken.</p>
<p><strong>Naar een nuchtere planologie</strong><br />
Met de Nota’s Ruimte (2006) en ‘Pieken in de Delta’ (2004) heeft de rijksoverheid ervoor gekozen zich grotendeels terug te trekken van nationaal gestuurde ruimtelijke ordening. Een beleidstrend die in de recente <a href="http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/06/14/ontwerpstructuurvisie-infrastructuur-en-ruimte/ontwerp-structuurvisie-infrastructuur-en-ruimte-3.pdf">Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte</a> bestendigd wordt. Er is alleen rijksgeld beschikbaar voor ‘nationale sleutelprojecten’ en ‘pieken’. Het ruimtelijk herverdelen van welvaart naar die gebieden waar het relatief inefficiënt is, is taboe. Over de gevolgen op lange termijn aangaande sociaalruimtelijke ongelijkheid kunnen we discussiëren. Echter, het gebrek aan goede objectieve informatie en de neiging de rapporten −bij tegenvallend resultaat− te negeren zorgt ervoor dat we helemaal niet meer objectief vaststellen waar een euro rijksgeld écht het best besteed is. Dit heeft geleid tot een door hypes gedreven ruimtelijke ordening die de legitimiteit van zowel professie als wetenschap op lange termijn aantast. De bovenstaande voorbeelden van valleien zijn wellicht wat flauw, maar daarom niet minder exemplarisch; lokale samenwerkingsverbanden hebben toch echt zelf verzonnen dat dit de manier is om mee te gaan in de vaart der volkeren. En natuurlijk kan een samenbindend narratief partijen verenigen en ruimtelijke processen in gang zetten. Sterker nog, <a href="http://www.010.nl/catalogue/book.php?id=734">communicatie is een sleutel tot succesvolle planologie</a>. Een sleutel die alleen dusdanig ver is doorgeschoten, dat het slot een beetje zoek is. Communiceren zonder inhoud heeft geen zin. In luchtkastelen kun je niet wonen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Deze bijdrage is ten dele gebaseerd op een recente thema-editie van <a href="http://www.agora-magazine.nl/">AGORA magazine over Hypes,</a> maar reflecteert de persoonlijke opvattingen van de auteurs.</em></p>
<p><em>Beeld boven: kaartbeeld uit Ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Bron: ministerie van I&amp;M)<br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hypes-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Woon-Akkoord van Wassenaar nodig</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/woon-akkoord-van-wassenaar-nodig/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/woon-akkoord-van-wassenaar-nodig/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Sep 2011 09:40:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dries Drogendijk</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3030</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/01-08-2004-457-650x349.jpg" /> Terwijl de woningmarkt nagenoeg stil staat,  zijn de sleutelpartijen die sturing zouden moeten geven de weg kwijt. Het lijkt soms net een slecht toneelstuk waar geen touw aan vast is te knopen. Er is niemand die de weifelende consument bij de hand neemt, niemand die huurders en kopers vertrouwen geeft in de nabije toekomst. De stortvloed aan plannen en ideeën is vaak na een dag al verouderd. Een breed gedragen visie welke kant het op moet om de woningmarkt uit het slop te trekken ontbreekt. Het is tijd voor een Akkoord van Wassenaar voor de Woningmarkt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Terwijl de woningmarkt nagenoeg stil staat,  zijn de sleutelpartijen die sturing zouden moeten geven de weg kwijt. Het lijkt soms net een slecht toneelstuk waar geen touw aan vast is te knopen. Er is niemand die de weifelende consument bij de hand neemt, niemand die huurders en kopers vertrouwen geeft in de nabije toekomst. De stortvloed aan plannen en ideeën is vaak na een dag al verouderd. Een breed gedragen visie welke kant het op moet om de woningmarkt uit het slop te trekken ontbreekt. Het is tijd voor een <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Akkoord_van_Wassenaar" target="_blank">Akkoord van Wassenaar</a>* voor de Woningmarkt.</strong></p>
<p><strong>Financiële ruimte</strong><br />
De verlaging van de overdrachtsbelasting, herinnert u zich ‘m nog? Twee maanden geleden werd hij als de heilige graal aangekondigd om de woningmarkt in beweging te krijgen. Of: wie heeft de woonvisie van Minister Donner gelezen? De visie kwam uit in de schaduw van de tijdelijke belastingverlaging. De eerste maand na de verlaging waren de signalen inderdaad positief. Volgens makelaars was er een stijging van zowel het aantal geïnteresseerde kopers, als van daadwerkelijke transacties. Amper twee maanden later is het effect opgedroogd. Als er nog berichten verschijnen over de verlaging van de overdrachtsbelasting dan gaat dat over consumenten die zich gedupeerd voelen omdat ze net een huis hadden gekocht voor de ingangsdatum.</p>
<p>Tegelijkertijd hebben potentiele kopers uit de middeninkomens sinds deze zomer bijna 10% mindere hypotheekruimte. Vooral de verlaging van de maximale hypotheekgarantie van € 350.000 naar € 265.000 hakt erin. Een goede maatregel, maar op het verkeerde moment, zo stelt Peter Boelhouwer van de TU Delft. De kredietcrisis heeft tot verschillende maatregelen geleid om consument en banken te beschermen tegen hoge risico’s. De inperking van de financiële ruimte is zo’n maatregel die geleidelijk had moeten worden ingevoerd, of op een moment dat de woningmarkt weer in de lift zat. De timing deze zomer kon bijna niet ongunstiger. De gelijktijdige verlaging van de overdrachtsbelasting en de verlaging van de financieringsruimte heffen elkaar op. De consument schiet er netto niets bij op. En zonder actieve consumenten komt de woningmarkt niet in beweging.</p>
<p><strong>Akkoord van Wassenaar</strong><br />
De afgelopen maanden zijn een voorbeeld van gebrek aan regie op de woningmarkt. De ongelukkige timing van de maatregelen, een krachteloze woonvisie, en het gebrek aan vertrouwen van de woonconsument: een belangrijke oorzaak is de afwezigheid van eensgezindheid tussen partijen. De woningmarkt is een slecht toneelstuk: iedereen roept door elkaar heen, heeft geen oog voor de maatregelen van een ander, en kijkt vooral niet verder dan het eigen belang. Het gevolg is dat de informatie en maatregelen die over de markt worden heen gestort geen effect sorteren. Want wie weet of een groots aangekondigd plan of maatregel dit keer wel effect heeft?</p>
<p>Het is een rotwoord, maar waar de woningmarkt behoefte aan heeft is een regisseur: een organisatie of persoon die alle partijen bij de hand neemt om gezamenlijk tot de goede acties te komen. Wat Nederland nodig heeft, is een Akkoord van Wassenaar* voor de woningmarkt. Net als in de Sociaal Economische Raad zou er een organisatie moeten komen waarin de belangrijkste spelers op de woningmarkt bij elkaar zitten: huurders en kopersverenigingen, banken, ontwikkelaars, overheid, makelaars en nog een paar. Er is geen ruimte meer voor heilige huisjes, taboes zijn er om doorbroken te worden. Laat partijen maar eens komen met voorstellen in elkaars vaarwater. Ik ben wel benieuwd naar de ideeën van de bankensector voor het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Of laat huizenbezitters zich maar eens uitspreken over de toegevoegde waarde van makelaars in plaats van af te geven op snelle scooters en mooie praatjes.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>De huidige stilstand op de woningmarkt is geen economisch probleem, het is een kopersstaking van consumenten die duidelijkheid willen over de waarde van hun huizen. Zolang zij niet worden gerust gesteld en duidelijke informatie krijgen, blijft het sukkelen. Een Woon-Akkoord van Wassenaar van alle belangrijke partijen op de woningmarkt kan helpen om de gewenste rust en duidelijkheid te geven.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>* In 1982 werd de impasse op de arbeidsmarkt doorbroken door een breed gedragen akkoord van werkgevers, werknemers en de overheid</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/woon-akkoord-van-wassenaar-nodig/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuw ruimtelijk denken</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuw-ruimtelijk-denken/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuw-ruimtelijk-denken/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Sep 2011 17:53:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rini Biemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3068</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/EF_08102011_1044.jpg" /> Een goede leefomgeving is opgebouwd uit verschillende ruimten: fysiek, sociaal en mentaal. Deze ruimten zijn in de stad van de vorige eeuw meer en meer gescheiden ontwikkeld en beheerd. Dit heeft geleid tot een verschraling van met name de directe sociale ruimte van mensen in steden. Een integrale aanpak leidt tot herstel van deze cruciale ruimte voor leefbaarheid van wijken. Om dit te realiseren moet zowel de huidige beheer- en onderhoudpraktijk als het sociale werk op een andere manier worden georganiseerd.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een goede leefomgeving is opgebouwd uit verschillende ruimten: fysiek, sociaal en mentaal. Deze ruimten zijn in de stad van de vorige eeuw meer en meer gescheiden ontwikkeld en beheerd. Dit heeft geleid tot een verschraling van met name de directe sociale ruimte van mensen in steden. Een integrale aanpak leidt tot herstel van deze cruciale ruimte voor leefbaarheid van wijken. Om dit te realiseren moet zowel de huidige beheer- en onderhoudpraktijk als het sociale werk op een andere manier worden georganiseerd.</strong></p>
<p>In de beleving van de mens is de scheiding tussen fysiek (<em>de stenen</em>), sociaal (<em>de interactie tussen mensen</em>) en mentaal (<em>de individuele ontwikkelingsruimte</em>) niet aanwezig. Bij de mens komen alle ruimten samen en vanuit de mens ontstaan nieuwe invullingen voor die ruimte. Een goede leefomgeving in een wijk is noodzakelijk voor alle mensen, maar cruciaal voor kinderen, zwakkeren en ouderen; deze zijn in hogere mate afhankelijk van hun directe omgeving voor hun ontwikkeling en gezondheid.</p>
<p><strong>Het geld is op</strong><br />
Om een goede leefomgeving te realiseren, is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in wijkontwikkeling. Maar een fysieke herstructurering en sociale hulpverlening zonder een integrale ontwikkeling van de totale leefomgeving van mensen is niet effectief gebleken. Al het geld, de vernieuwing en de speciale aanpakken hebben niet het verwachte effect gehad. En nu is het geld op…</p>
<p>Een patstelling? Nee: juist nu het geld op is, ontstaan er kansen. De oplossing ligt in het herstellen van de verbinding van de uit elkaar gegroeide ruimten in onze directe leefomgeving (wijkniveau). Dat is mogelijk door het herinrichten van de beheer- en onderhoudspraktijk en door deze praktijk te koppelen aan de sociale sector. Hierdoor neemt het zelforganiserend en zelfhelend vermogen van mensen toe. Op wijkniveau is een nieuwe ruimtelijke ordening nodig, die feitelijk totaal omgekeerd is van wat we kennen, maar die dichter ligt bij onze menselijke natuur en de natuur in het algemeen. Er is veel geld te verdienen en sociale duurzaamheid te winnen in een praktijk, waarbij de mensen zelf energie steken in de ruimte waarin zij leven, en daarvan energie krijgen.</p>
<p><strong>Samenhang creëren</strong><br />
Een aanpak waarbij de mentale, fysieke en sociale ruimte integraal worden ontwikkeld, kan alleen decentraal, organisch en lokaal (op wijkniveau) worden opgezet. Het dagelijks beheer en onderhoud is hierbij het eerste aangrijpingspunt. Vanuit deze optiek bestaat de stad in de eerste plaats uit mensen en hun interactie met elkaar en hun omgeving en pas daarna uit stenen, plannen en herinneringen. Beheer en onderhoud zijn dan geen kostenpost meer maar een investeringspunt. De ontwikkeling van de sociale ruimte in samenhang met de fysieke en de mentale ruimte leidt tot waardecreatie én kostenbesparing door de versterkte veerkracht van de gemeenschap.</p>
<p>Door de verbinding op lokaal niveau (dicht bij de mens) terug te brengen tussen de fysieke, sociale en mentale ruimte, wordt ruimtelijke ordening een organisch proces. En dat vergt een organische planning en sturing, via een interactief groeimodel dat uitgaat van wederkerigheid en stuurt op samenwerking. Momenteel werkt Creatief Beheer in vijf Rotterdamse wijken aan zo&#8217;n ordeningssysteem. Centraal hierin staat de sociale wijkwerf, een fysieke plek (of plekken) als centrum voor de wijkontwikkeling.</p>
<div id="attachment_3085" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-3085" href="http://ruimtevolk.nl/blog/nieuw-ruimtelijk-denken/ef_09072011_1277/"><img class="size-full wp-image-3085 " title="EF_09072011_1277" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/EF_09072011_1277.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">Speeltuyin de Regenboog, de sociale wijkwerf in de Oleanderbuurt, Rotterdam.</p></div>
<p><strong>Wijkontwikkeling als gezelschapsspel</strong><br />
De essentie is transitie te realiseren van een centraal (efficiënt geacht) gestuurd systeem naar een decentraal zelforganiserend systeem. Om hierin als overheid toch te kunnen sturen, regels te stellen en te handhaven, is een ‘spelsysteem’ ontwikkeld. Daarbij is het centrale doel: door samenwerking en koppeling zo veel mogelijk effect sorteren. Cruciaal hierbij is een financieel beleid dat werkt met een flexibel jaarlijks ontwikkelbudget, waarmee processen binnen de wijk kunnen worden heringericht. Dit budget wordt beheerd door een onafhankelijke middenpartij. Deze stuurt op samenwerking van betrokken partijen, waaronder bewoners, koppelt doelstellingen en maakt daardoor met gelijkblijvend budget veel meer mogelijk.</p>
<p>De middenpartij bouwt in drie tot vijf jaar een duurzame praktijk op die met lagere kosten een wijk effectief verbetert. Misschien levert het op zeker moment zelfs geld op voor de gemeenschap en voor de individuele bewoners die door hun inzet waarde genereren. De wijk wordt, door de betrokken medewerking van de bewoners in samenwerking met de locale instanties en binnen de kaders van de overheid, een zelforganiserende onderneming.</p>
<p><strong>Hoop en vertrouwen creëren</strong><br />
Deze nieuwe manier van ontwikkelen zet alles wat eerder is opgebouwd (ingemetseld) op losse schroeven. De ontstane onzekerheden leveren in eerste instantie vaak onrust op. Daarom is het belangrijk vanaf het begin regelmatig concrete successen te boeken. Deze bevorderen het draagvlak en maken volgende stappen mogelijk. De schijnbaar kleine stapjes in het begin maken de grote stappen op termijn mogelijk. Dit kan alleen als er een voedingsbodem is die geleidelijk in omvang toeneemt. De menselijke interactie is gekoppeld aan de fysieke (beheer en onderhoud) en de mentale ruimte (onderwijs). Met andere woorden: ieder jaar wordt de buitenruimte mooier en groener, het onderwijs beter en werken de mensen beter samen in en aan een prettige wijk.</p>
<p>Iedere wijk is anders en daardoor zijn successen uit het ene project niet zomaar te kopiëren. Overal ontstaan andere oplossingen en samenwerkingsverbanden. Maar in alle wijken waar wij de aanpak in de praktijk brengen, zien wij na aanvankelijke scepsis een toenemend draagvlak, steeds meer participanten en grotere effectiviteit. Mensen worden er blij van en raken geïnspireerd, zowel bewoners als professionals.</p>
<p>Het is niet voor niets dat juist nu de tijd rijp is voor een dergelijke integrale aanpak in de directe leefomgeving van mensen. Op alle niveaus wordt gezocht naar nieuwe wegen. Investeren in een groene veilige buitenruimte die samen met bewoners wordt ontwikkeld en beheerd, is de manier om steden leefbaarder en duurzamer te maken voor de huidige en volgende generaties. Sociale innovatie is in feite het enige juiste antwoord op de huidige crisis en is ook juist mogelijk door dezelfde crisis. Leefbare prettige wijken zijn de kurken waarop een stad drijft.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: Vergroening van het Oleanderplein, Rotterdam, (bron: Creatief Beheer)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/nieuw-ruimtelijk-denken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Terug naar ‘ons’ dorp</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/herontdekking-van-het-dorpse-wonen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/herontdekking-van-het-dorpse-wonen/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Sep 2011 19:53:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Daniel Depenbrock</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3062</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/01-08-2004-431.jpg" /> Tot mijn eigen verbazing woon ik, als stadskind, sinds een jaar in een dorp. Rustig, ruim en groen. Maar wel met een intensieve band met de stad. Dorps wonen en stads leven is te combineren. Betekent dit de genadeslag voor de kiloknallers van het wonen: de stedelijke uitbreidingslocaties? Krijgt wonen in dorpen een revival? Of probeer ik alleen mijn eigen woonkeuze te verklaren?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tot mijn eigen verbazing woon ik, als stadskind, sinds een jaar in een dorp. Rustig, ruim en groen. Maar wel met een intensieve band met de stad. Dorps wonen en stads leven is te combineren. Betekent dit de genadeslag voor de kiloknallers van het wonen: de stedelijke uitbreidingslocaties? Krijgt wonen in dorpen een revival? Of probeer ik alleen mijn eigen woonkeuze te verklaren?</strong></p>
<p>Nederlandse steden zijn sinds pakweg twee decennia terug van weggeweest. Wapenfeiten: cultuur, sfeer, voorzieningen maar ook een flink aanbod van mooie, nieuwe (koop-)woningen. Daarmee weten de steden ook felbegeerde gezinnen en welgestelden aan zich te binden. De opkomst van internet leidde bovendien niet tot ‘the end of space’<a href="#_ftn1">[1]</a> maar juist tot meer echte ontmoeting, in parken, kantoren, cafés, broedplaatsen. Dat gaat nu eenmaal het beste op een plek met veel mensen. De stad om te wonen en te leven. En toch zie ik scheuren in die populariteit ontstaan.</p>
<p><strong>Kleinschalig, lokaal en zelfvoorzienend</strong><br />
We zien steeds duidelijker tekenen van een structurele verandering: grootschaligheid raakt uit de gratie. Steeds meer mensen vragen om kleinschaligheid, een persoonlijke benadering, betrouwbaarheid en veiligheid, soms met de geur van vroeger. De reclamewereld is hier een mooie graadmeter voor; grote bedrijven wringen zich in bochten om klein over te komen. Maar het is meer dan alleen het oproepen van een sfeer; de onderstroom is echt. Zelfs de <a href="http://www.lidl.nl/cps/rde/xchg/SID-1E780FA0-389EEBC1/lidl_nl/hs.xsl/5015.htm">discounter </a>biedt biologische producten, kinderen leren weer een vak in plaats van competenties, de vleessector kwam zowaar tot overeenstemming om vanaf 2020 ‘duurzaam’ te produceren. En dichterbij huis: eigen groente verbouwen is een <a href="http://www.tuinfo.nl/site/index.php/actueel/232-run-op-groentezaden-en-groenteplanten-door-ehec-crisis">kleine hype</a>, regio’s voeren een eigen <a href="http://www.wereldburgers.tv/2010/06/10/lokaal-geld-tegendraads-ambitieus-en-toekomstgericht/">munt</a> in, mensen wekken op kleine schaal hun <a href="http://www.greenchoice.nl/thuis/zelf-opwekken">eigen energie</a>op. Kortom: kleinschaliger, lokaler en zelfvoorzienender.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3064" href="http://ruimtevolk.nl/blog/herontdekking-van-het-dorpse-wonen/img_4361/"><img class="alignnone size-full wp-image-3064" title="IMG_4361" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/IMG_4361.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></p>
<p><strong>Vlees noch vis</strong><br />
Met name de stedelijke uitleglocaties passen totaal niet bij de trend van kleinschaligheid. Uit woonmilieustudies blijkt steevast dat mensen óf hoogstedelijk willen wonen óf ‘dorps’, ‘recreatief’ of ‘ruim’. Voor de mensen die groen en ruim willen wonen, creëren we grote uitbreidingswijken aan de rand van de stad met een waterig ‘dorps’ of ‘recreatief’ sausje, ruime woningen op een te krappe kavel aan het onvermijdelijke ‘makelaarswater’. Vinex is dan wel voorbij, maar grootschalig monomaan uitbreiden aan stadsranden doen we nog steeds. Zulke locaties zijn vlees noch vis, of anders in elk geval een kiloknaller. Niet dorps, niet recreatief, niet stedelijk, niet kleinschalig. Nu op de woningmarkt de druk behoorlijk van de ketel is, zien we dat dit soort locaties het moeilijk krijgen.</p>
<p>Al deze ontwikkelingen in aanmerking genomen, hebben dorpen goede papieren. Kleinschalige locaties, een lokaal netwerk van betrokken bewoners en ondernemers, ruimte in én om het huis en een gezonde omgeving helpen om zelfvoorzienender te worden. Het is bovendien steeds gemakkelijker om de stad te beleven zonder er te wonen. Thuiswinkelen via internet voorziet in bijna alle praktische behoeften, ook van mensen op het platteland. Thuiswerken wint aan acceptatie bij werkgevers en maakt het werkelijk mogelijk om de spits te mijden. Het bezoeken van de stad, voor ontmoeting, overleg, sfeer of funshoppen is vervolgens een vrije keuze.</p>
<p><strong>Kleinschaliger</strong><br />
Krimp is een heel lokaal fenomeen. Ook in krimpgebieden zijn er dorpen die groeien of in elk geval stabiel blijven. Hun succes schuilt naar mijn idee in een combinatie van kenmerken: goed ontsloten, een mooie omgeving, een karakteristieke woningvoorraad, een goed imago en een sterk sociaal leven, maar niet per se voorzieningen. Uit onderzoek in Noordoost Nederland blijkt juist dat mensen in echte woondorpen beter te spreken zijn over het voorzieningenniveau dan mensen in voorzieningendorpen. Juist in krimpgebieden zie je precies waar de potentie groter is; mensen hebben daar wat te kiezen en de aantrekkelijkste dorpen houden stand, zonder hulp.</p>
<p>De gemeente Hoogeveen besloot onlangs om niet meer grootschalig uit te breiden, alleen nog ‘in te breiden’ in de stad en daarnaast kleinschalige locaties aan te bieden in de dorpen. De markt bepaalt vervolgens in welk tempo ontwikkelingen tot stand komen. Dat lijkt mij een perfecte keuze, die mensen de ruimte biedt om te kiezen voor stads of juist écht rustig en ruim wonen nabij die stad. En we hoeven de compacte stadsgedachte niet helemaal overboord te gooien. Laten we ‘m consequenter maken: stads wonen doe je <em>in</em> de stad, niet grootschalig en eentonig langs de randen. En ruim wonen doe je in de dorpen of op het platteland.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em><a href="#_ftnref">[1]</a> Komisch: Google laat bij ‘the end of space’ geen verwijzingen zien naar dit geografische ideetje, maar vooral foto’s van de Hubble-telescoop.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/herontdekking-van-het-dorpse-wonen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Donners hete aardappel</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/kooprecht-voor-huurders/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/kooprecht-voor-huurders/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Sep 2011 20:52:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=3035</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/piet-hein-donner-a-highres.jpg" /> Op 1 juli 2011 publiceerde minister Donner van Binnenlandse Zaken zijn ‘Woonvisie’. Daarin wordt net als in het regeerakkoord een kooprecht voor huurders van corporatiewoningen aangekondigd. Maar een algemeen kooprecht is onzin. Dat weet Donner ook. Dat moet de reden zijn dat hij het dossier als een hete aardappel voor zich uit schuift.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Op 1 juli 2011 publiceerde minister Donner van Binnenlandse Zaken zijn ‘<a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/07/01/kamerbrief-woonvisie.html" target="_blank">Woonvisie</a>’. Daarin wordt net als in het regeerakkoord een kooprecht voor huurders van corporatiewoningen aangekondigd. Maar een algemeen kooprecht is onzin. Dat weet Donner ook. Dat moet de reden zijn dat hij het dossier als een hete aardappel voor zich uit schuift.</strong></p>
<p>Het blijft gissen hoe het kooprecht voor huurders van corporatiewoningen in het regeerakkoord is gekomen. Ongetwijfeld zijn er veel huurders die graag een eigen huis willen, maar het was totaal geen onderwerp tijdens de verkiezingscampagnes. En in de verkiezingsprogramma’s is er niets over te vinden. Ja, bij GroenLinks. Kooprecht was hoogstens een linkse hobby: GroenLinks wilde huurders het recht geven hun woning (met korting) te kopen van de woningcorporatie, in combinatie met een terugkooprecht.</p>
<p>Wonderlijk toch. Het moet met een breed gedeeld sentiment te maken hebben om corporaties een kopje kleiner te maken. Daar kunnen we ons geen buil aan vallen, moeten VVD, CDA en de PVV gedacht hebben. En natuurlijk speelt geld een rol. De regeringspartijen zien in het kooprecht ongetwijfeld een mogelijkheid om de omvangrijke corporatievermogens vrij te spelen. Want dat ‘maatschappelijk vermogen’ zit nu rotsvast gevangen in de stenen van de corporatiewoningen.</p>
<p>Het is uiterst verleidelijk dat geld te ‘bevrijden’. De overheid kan dat dan gaan afromen via allerlei nieuwe heffingen. Een voorproefje daarvan is de al ingevoerde bezitsheffing waardoor corporaties ineens geacht worden 600 miljoen euro bij te dragen aan de huurtoeslag. Maar er is ook dringend geld nodig voor de stagnerende woningbouw. De corporaties hebben de laatste twee jaar door de crisis – teruglopende verkopen en strengere kredietverlening &#8211; hun investeringen drastisch moeten terugschroeven; gemeenten zijn platzak en ook het kabinet heeft al bijna alle rijksbijdragen voor woningbouw en stedelijke vernieuwing stopgezet. Door corporatievermogen liquide te maken, kunnen corporaties meer investeren, zo moet de gedachte zijn geweest.</p>
<p>Waarschijnlijk heeft ook een opinie-artikel van Arthur Docters van Leeuwen, Sweder van Wijnbergen en Hans Hillen op de formatietafel hebben gelegen. Zij pleitten in september 2010 in het Financieele Dagblad voor zo’n kooprecht. Allemaal verstandige mensen, dus dat moet wel goed zitten.</p>
<p><strong>Henk en Ingrid</strong><br />
Maar zo’n algemeen kooprecht is wel heel erg gedacht vanuit Henk en Ingrid in een rijtjeswoning. Heel veel corporatiewoningen zijn echter appartementen. Als elke huurder kooprecht krijgt, moeten corporaties enorme kosten maken om overal appartementsrechten af te splitsen. Vaak zijn dan ook bouwkundige ingrepen nodig. Het is dan ook volledig onuitvoerbaar dat ‘elke’ huurder kooprecht krijgt.</p>
<p>Daarbij is het volgens deskundigen als <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Hugo_Priemus" target="_self">Hugo Priemus</a> onmogelijk om bezit te onteigenen zonder wettelijke grondslag en zonder redelijke compensatie. Dit betekent op zijn minst dat corporaties een reële prijs voor hun woningen moeten krijgen. Kortingpercentages zoals in Engeland lijken dan ook niet mogelijk.</p>
<p>Want het is eerder gedaan. De regering Thatcher heeft in 1980 het ‘<a href="http://www.direct.gov.uk/en/HomeAndCommunity/BuyingAndSellingYourHome/HomeBuyingSchemes/DG_4001398" target="_blank">Right to Buy</a>’ in Groot-Brittannië geïntroduceerd. Maar daar ging het om gemeentewoningen, die mag de overheid in de uitverkoop doen. Corporaties zijn zelfstandige organisaties.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-3040" href="http://ruimtevolk.nl/blog/kooprecht-voor-huurders/kooprechtvoorhuurders/"><img class="alignnone size-full wp-image-3040" title="Kooprechtvoorhuurders" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/Kooprechtvoorhuurders.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></p>
<p>In Groot-Brittanië kreeg elke huurder die langer dan drie jaar in een sociale woning woonde, het recht deze woning met minimaal 33 procent korting te kopen. Voor elk jaar extra woonduur,  kwam er een procent bij. Dat leidde de eerste jaren tot enorme verkopen, met name aan de beter bemiddelde huurders in de betere wijken. In 1995 waren ruim twee miljoen woningen van de zesenhalf miljoen verkocht. Nadat de woningmarkt in 2007 instortte, raakten veel kopers in financiële problemen. Bovendien worden veel gekochte woningen slecht onderhouden. Hoogleraar <a href="http://www.maartenvanham.nl/" target="_blank">Maarten van Ham</a> onderzocht de effecten van het Right to Buy: “Ik kan me niet voorstellen dat iemand in Nederland die kant op wil. (..) Ooit had iedereen in Groot-Brittannië toegang tot een betaalbare, fatsoenlijke woning. Nu zijn sociale huurwoningen er alleen nog voor de allerarmsten.” Schotland heeft inmiddels het Right to Buy afgeschaft voor nieuwe woningen en nieuwe huurders.</p>
<p><strong>Opbrengsten</strong><br />
Er zijn zeker redenen het eigenwoningbezit te stimuleren. We hebben in Nederland relatief veel huurwoningen. Bezit van een eigen woning kan bewoners gelukkiger maken. Bovendien blijkt onder andere CPB-onderzoek dat vergroting van het aantal koopwoningen een positief effect heeft op de leefbaarheid van wijken. De verklaring is dat eigenwoningbezitters, vanwege het belang dat zij hebben, meer betrokken zijn bij hun woning, de buurt en de samenleving. Maar minstens zo belangrijk: met de koopwoningen een ander type bewoners de wijk binnen.</p>
<p>Die onderzoeken hebben overigens altijd betrekking op aandachtswijken waarin veel wordt geïnvesteerd. Bovendien bepalen corporaties (en gemeenten) daar welke woningen wel en niet verkocht mogen verkocht, niet de huurder. Daar zit ook Priemus’ zijn zorg. Volgens hem maakt een algemeen kooprecht het corporaties op termijn onmogelijk een strategisch voorraadbeleid te voeren: “De corporaties worden van hun vastgoedrechten beroofd en kunnen niet langer hun sociale taakstelling realiseren.”</p>
<p><strong>Ouwe sok</strong><br />
Over opbrengsten gesproken. Wat zal zo’n kooprecht gaan opleveren? De kans lijkt klein dat de minister corporaties kan dwingen grote kortingen te verstrekken. En dan zal het effect beperkt zijn, aangezien het corporaties op dit moment al de grootste moeite kost woningen te verkopen. Het wordt andere koek als voor een revolutionaire route wordt gekozen. Bijvoorbeeld zoiets als de projectontwikkelaar Rene Strijland in het pamflet ‘De nationale ouwe sok/Huurders mogen ook rijk worden’ voorstelt: sociale huurwoningen aan zittende huurders verkopen voor een bedrag gelijk aan hun huidige netto woonlasten gedurende twintig jaar. De corporaties gaan dan gedeeltelijk verder als bank: ze ontvangen van deze bewoners geen huur meer maar aflossing. In zijn rekensommen wordt iedereen daar beter van. Strijland berekent op de lange termijn een opbrengst van 80 tot 100 miljard euro, waarvan hij grootmoedig 20 miljard aan de corporaties wil geven en 60 miljard aan de staat.</p>
<p>Strijlands plan is prikkelend maar volstrekt onrealistisch. In de eerste plaats zullen corporaties met grote kans op succes procederen tegen een dergelijke onteigening. Erger is het dat hij onder het mom van rechtvaardigheid – van zijn die corporatievermogens eigenlijk? – een hele principiële vraag laat liggen: hoe rechtvaardig is het dat ‘maatschappelijk gebonden vermogen’ verdwijnt in toevallige particuliere zakken? Zo krijgt een huurder van een Jordaan-appartementje misschien wel twee ton in de schoot geworpen, terwijl de huurder uit Delfzijl de marktprijs betaalt en de woningzoekende op de wachtlijst gewoon dikke pech heeft. Ten slotte doet Strijland wel erg luchtig over het effect op de huizenmarkt en de fiscale consequenties van 1,4 miljoen nieuwe eigenaren.</p>
<p><strong>Donner</strong><br />
Donner lijkt zich met ferme tegenzin aan de uitvoering van dit onderdeel van het regeerakkoord te hebben gezet. In zijn woonvisie begin juli heeft hij nog altijd niets toegevoegd aan het ene zinnetje over kooprecht uit het regeerakkoord: “huurders van een corporatiewoning krijgen het recht hun woning tegen een redelijke prijs te kopen.” Dit terwijl de Kamer voor dit voorjaar al een uitwerking was beloofd.  Komt de bewierookte jurist op de proppen met een zeer geclausuleerd kooprecht of probeert hij werkelijk de Nederlandse volkshuisvesting op zijn kop te zetten? Of volgt hij een machiavellistisch draaiboek waarin hij formeel uitvoering geeft aan het regeerakkoord en het aan de Raad van State overlaat het plan volledig af te schieten?</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: bron: www.rijksoverheid.nl</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/kooprecht-voor-huurders/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Olifanten in de kamer</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/olifanten-in-de-kamer/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/olifanten-in-de-kamer/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Sep 2011 06:08:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik Timmer</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2951</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/olifanthuiskamer.jpg" /> Vlak voor de zomerstop verscheen de nieuwe woonvisie van het kabinet. Een nieuwe visie, elf jaar na Mensen Wensen Wonen, dat is op zich al nieuws. Toch is het akelig stil gebleven. En dat heeft niet alleen te maken met de tussenliggende zomermaanden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vlak voor de zomerstop verscheen de nieuwe woonvisie van het kabinet. Een nieuwe visie, elf jaar na <a href="http://www.google.nl/url?sa=t&amp;source=web&amp;cd=1&amp;sqi=2&amp;ved=0CCUQFjAA&amp;url=http%3A%2F%2Fwww.rijksoverheid.nl%2Fbestanden%2Fdocumenten-en-publicaties%2Fbrochures%2F2005%2F01%2F01%2Fmensen-wensen-wonen%2F11fd2000g053.pdf&amp;rct=j&amp;q=Mensen%20Wensen%20Wonen&amp;ei=iV9nTqmpJY6c-wazsLHaCw&amp;usg=AFQjCNGCx1Ikct-yw4TQXQRDSpcAE3PAKQ&amp;cad=rja" target="_blank"><em>Mensen Wensen Wonen</em></a>, dat is op zich al nieuws. Toch is het akelig stil gebleven. En dat heeft niet alleen te maken met de tussenliggende zomermaanden.</strong></p>
<p><a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/07/01/kamerbrief-woonvisie.html" target="_blank">De nieuwe woonvisie</a> heeft alle kenmerken van een moetje. Veel maatregelen waren al bekend, bijvoorbeeld uit het regeerakkoord. Of het zijn tijdelijke prikkels zoals de verlaging van de overdrachtsbelasting voor één jaar, het enige element uit de visie dat wel de landelijke pers heeft gehaald. Zelfs de presentatie van de woonvisie is teleurstellend: een kamerbrief van zes kantjes, de beleidsnota vermomd als bijlage. Op een aantal plekken is zelfs de <em>secret handshake</em> van volkshuisvesters vergeten en staat er woning<span style="text-decoration: underline;">bouw</span>corporaties.</p>
<p>De visie lijkt niet alleen een verplicht nummer, zij is het ook. De woonvisie is ontstaan uit het politieke spel tussen het kabinet Rutte en de Eerste Kamer. Via een motie probeerde de senaat het kabinet te dwingen de hypotheekrente aan te pakken via een “integrale visie op het wonen”, terwijl het kabinet dat onderwerp taboe had verklaard. Die integrale visie is er nu, maar de hypotheekrenteaftrek blijft buiten schot. Sterker nog, dat is zo taboe dat Donner als allereerste actie noemt dat de hypotheekrenteaftrek ongemoeid wordt gelaten. Niets doen is blijkbaar ook een actie.</p>
<p>Ook de huidige crisis op de woningmarkt wordt niet werkelijk op waarde geschat. Uit alles blijkt dat het kabinet ervan uitgaat dat de gouden jaren gewoon weer terugkomen. Zo wordt onverminderd uitgegaan van een groei van de koopmarkt en een verdere decentralisatie van het ruimtelijke beleid, met meer ruimte voor bouwen bijvoorbeeld in nationale landschappen. Een koers die duidelijk past bij de politieke kleur van het kabinet, maar bovenal bij een gespannen woningmarkt. Los van de vraag of je het er politiek gezien mee eens bent, zou iedereen zich de vraag moeten stellen: wat heb je aan het verruimen van bouwmogelijkheden als je het huidige nieuwbouwaanbod al nauwelijks verhuurd of verkocht krijgt?</p>
<p>Het Engels kent een uitdrukking voor een taboe dat bijna tastbaar is, maar toch met hart en ziel genegeerd wordt: <em>there’s an elephant in the room</em>. Dat de hypotheekrenteaftrek zo’n olifant-in-de-kamer is, dat is duidelijk. Maar als we goed kijken, zien we meer taboeonderwerpen.</p>
<p><strong>De eerste olifant: de &#8216;value gap&#8217; in de woningmarkt</strong><br />
Heel even, in het analysedeel van de woonvisie, wordt hij genoemd, zelfs voorzien van een mooie Engelse naam: de <em>value gap</em>. Dit betekent dat enerzijds de hypotheekrenteaftrek als raketbrandstof de prijs van koopwoningen omhoog stuwt, terwijl anderzijds door de regulering van de huursector de prijzen van huurwoningen nauwelijks stijgen. Dit gat, dat midden jaren negentig nog niet eens bestond, bedraagt intussen twee- tot driehonderd euro in maandlasten. De woonvisie zet vooral in op nieuwbouw van dure huur om dit probleem op te lossen, een duidelijk staaltje symptoombestrijding.</p>
<p>Het probleem wordt pas aangepakt als de twee H-woorden niet langer taboe zijn. Dus: een geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek en een gedeeltelijke huurliberalisatie, gecombineerd met een afscheid van standaard inflatievolgende huurprijzen.</p>
<p><strong>De tweede olifant: corporaties financieel in de knel</strong><br />
Maar het inflatievolgende huurbeleid tast ook de financiële slagkracht van corporaties verder aan. De woonvisie doet verwoede pogingen het onderwerp van de sterk verslechterende financiële positie van corporaties te negeren. Er wordt zonder blikken of blozen gesteld dat de effecten van het inflatievolgend huurbeleid, het schrappen van de Vogelaarheffing, de invoering van de huurtoeslagheffing en de verruiming van de WWS-punten in gespannen regio’s, elkaar opheffen.</p>
<p>Zelfs als dat zo is voor de corporatiesector als geheel, voor individuele corporaties ligt dat anders. Je zult maar een corporatie in een ontspannen woningmarkt zijn die netto ontvanger was van de Vogelaarheffing. En die corporaties bestaan, neem dat van mij aan. Dan is het toch echt een ander verhaal: huurinkomsten ramvast op een nullijn, geen inkomsten meer uit de Vogelaarheffing en wel op de lat voor de huurtoeslagheffing. Maar volgens de woonvisie is het netto-effect nul. Onze eerste olifant krijgt gezelschap.</p>
<p><strong>De derde olifant: een structureel dalende bouwbehoefte</strong><br />
Maar er staat nog een olifant in de kamer: de vraagontwikkeling naar nieuwbouwwoningen. Wie de woonvisie leest zonder de cijfers uit eerdere beleidsstukken paraat te hebben, wordt hier vakkundig in slaap gesust. Op maar liefst vijf plaatsen in de woonvisie staat dat de komende tien jaar een “robuuste hoeveelheid woningen van 500.000 tot 600.000 woningen” gewenst is.</p>
<p>Hier wordt verzwegen dat tot voor kort sprake was van een jaarlijkse toevoeging van 70.000 tot 80.000 woningen. En daar blijft het niet bij. Na 2020 zakt de noodzakelijke toename veel verder weg, naar gemiddeld 25.000 woningen per jaar. Hier bezondigt de woonvisie zich zelfs aan gesjoemel met cijfers. Als gemiddelde wordt namelijk 40.000 genoemd. Maar dat getal is niet het gemiddelde van de periode 2020 tot 2040, maar van 2010 tot 2040.</p>
<p>Het is toe te juichen dat het rijksbeleid niet langer gericht is op bouwen-bouwen-bouwen en kiest voor een reëel bouwtempo op basis de verwachte huishoudenontwikkeling. Maar ontken niet dat dit pijn gaat doen voor alle betrokken partijen bij het bouwen en ontwikkelen in Nederland. Een <em>robuuste hoeveelheid</em> klinkt leuk, maar als ik mijn vrienden uitnodig voor een barbecue en ik haal de robuuste hoeveelheid van twintig hamburgers in huis, terwijl we er de vorige keer dertig hebben gegeten, dan heb ik wel een probleem.</p>
<p>Zo gaan we van een jaarlijkse stijging van de woningvoorraad van 1 procent via 0,7 tot 0,8 procent naar 0,3 procent. Een enorme daling van de bouwproductie, gevoegd bij het feit dat door de vergrijzing het aantal verhuisbewegingen blijvend zal afnemen. Het is precies dat probleem waar we voor staan in de Nederlandse woningmarkt. Want die gouden tijden komen niet meer terug. En dat vraagt om een inspirerende visie, in plaats van een olifant in de kamer. Is er een dompteur in de zaal?</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven: Caroline Bégin</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/olifanten-in-de-kamer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De ondergrond als buitenkans</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-ondergrond-als-buitenkans/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-ondergrond-als-buitenkans/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 06 Sep 2011 19:08:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erik Groenenboom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Delft]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Ondergrond]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Structuurvisie I&M]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2939</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/IMG_3939.jpg" /> In het boek ‘Niemand houdt mij tegen’ van Evert Hartman las ik als jongen over het 22e-eeuwse Nederland, waar mensen ondergronds leven en reizen. Onder dreiging van een snel stijgende zeespiegel werd Amsterdam naar Overijssel verplaatst en daar onder de grond weer opgebouwd. Knap staaltje techniek én samenwerking. Anno 2011 wordt er ook al flink ondergronds gebouwd. Maar in het overvolle Nederland gebruiken we de ondergrond vaak vooral als één grote afvalcontainer, waar we letterlijk ons huisvuil ingooien en opbergen. Waar we 'vreemde' gassen opslaan, vervuilende auto's in tunnels verstoppen en lastige draadjes wegmoffelen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In het boek ‘</strong><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Niemand_houdt_mij_tegen" target="_blank"><strong>Niemand houdt mij tegen</strong></a><strong>’ van Evert Hartman las ik als jongen over het 22e-eeuwse Nederland, waar mensen ondergronds leven en reizen. Onder dreiging van een snel stijgende zeespiegel werd Amsterdam naar Overijssel verplaatst en daar onder de grond weer opgebouwd. Knap staaltje techniek én samenwerking. Anno 2011 wordt er ook al flink ondergronds gebouwd. Maar in het overvolle Nederland gebruiken we de ondergrond vaak vooral als één grote afvalcontainer, waar we letterlijk ons huisvuil ingooien en opbergen. Waar we &#8216;vreemde&#8217; gassen opslaan, vervuilende auto&#8217;s in tunnels verstoppen en lastige draadjes wegmoffelen.</strong></p>
<p><strong>Afvalvat of buitenkans</strong><br />
Terwijl een aantal creatieve denkers momenteel de mogelijkheden verkennen om een heuse berg te bouwen in Nederland, gaan we nog weinig de diepte in. Slechts een enkeling ziet de ondergrond niet alleen als vuilnisvat, maar ook als kans. Als een plek waar je energie en warmte op kan slaan en op kan wekken. Waar je nieuwe bestemmingen kan geven aan oude ondergrondse bouwwerken. Waar je bovengrondse problemen kan oplossen, maar ook extra waarde kan creëren. Een buitenkans dus. Kansendenkers zie ik vooral bij de <em>Carrousel Ondergrond en Ordening</em>; een community of practice waarin koepelorganisaties als <a href="http://www.cob.nl/" target="_blank">COB</a>, <a href="http://www.skbodem.nl/" target="_blank">SKB</a> en <a href="http://www.nirov.nl/" target="_blank">Nirov</a> samen met Rijk, provincies en gemeenten werken aan betere &#8216;ondergrondse ordening&#8217;.</p>
<p>Het zijn met name de bodemexperts en techneuten die initiatief tonen. In Nijmegen, Haarlem en Amsterdam staat de ondergrond ondertussen wel op de ruimtelijke beleidsagenda. Voorbeelden van innovatieve integrale projecten die hieruit voortkomen zijn te vinden op deze <a href="http://www.cob.nl/over-ondergronds-bouwen/google-earth-kaart.html" target="_blank">kaart</a>. Over het algemeen zien planologen, projectontwikkelaars en architecten de kansen van de ondergrond echter minder, behalve als er parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Tot dat ook dat te drassig (kostbaar) blijkt. Of er kabels en archeologische &#8216;rommel&#8217; (archeologie) in de weg blijken liggen.</p>
<p>Ook de creatieve bloggers van RUIMTEVOLK gaan niet vaak ‘underground’. Twee keer ging een artikel ‘de diepte in’. <a href="http://ruimtevolk.nl/author/esther-juurlink/" target="_blank">Esther Juurlink</a> kondigde het vraagstuk van ondergrondse verrommeling aan in haar <a href="http://ruimtevolk.nl/wie-pakt-de-verrommeling-van-de-ondergrond-op/" target="_blank">beschouwing</a> van een hieraan gewijd congres in 2007. Er moest een landelijke visie ondergrond komen. Die kwam er, en het artikel <a href="http://ruimtevolk.nl/geld-in-de-grond/" target="_blank">Geld in de Grond</a> uit 2010 ging in op deze kabinetsvisie. De case ‘Kop van Feijenoord’, die in de kabinetsvisie gepresenteerd wordt, geldt onder de koplopers in ondergrondse ordening als hét voorbeeld van goede samenwerking. De schrijvers pleiten er daarom voor verder te investeren in intelligente samenwerking.</p>
<p><strong>Nationaal belang, lokale uitdaging</strong><br />
Inmiddels is er wel degelijk overkoepelend beleid. Door het Rijk is de ondergrond inmiddels als Nationaal Belang bestempeld (<a href="http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimte-en-mobiliteit/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/06/14/kamerbrief-structuurvisie-infrastructuur-en-ruimte.html" target="_blank">Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte</a>, 2011). Maar de verantwoordelijkheid voor verdere ontwikkeling en goed ruimtelijk beleid ligt bij provincies en gemeenten. De kansendenkers beseffen dat ze elkaar en andere sectoren, bestuurders en vergunningsverleners moeten opzoeken. Er zijn cultuur- en taalproblemen, kennisachterstanden, verschillende vergunningstelsels en opportunistische politieke beleidskeuzes. Drempels die verdere ordening en ontwikkeling van ondergrond én bovengrond moeilijk maken. Juist planologen zouden in staat moeten zijn deze drempels weg te nemen. Dus RUIMTEVOLKers, go underground! Er zijn vele ondergrondse vraagstukken waarbij een creatieve blik op ruimte en proces welkom is.</p>
<div id="attachment_2941" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2941" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-ondergrond-als-buitenkans/brinckhorst/"><img class="size-full wp-image-2941" title="brinckhorst" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/brinckhorst.jpg" alt="" width="510" height="317" /></a><p class="wp-caption-text">Het verrommelde gebied Binckhorst, waar voor de bovengrondse ruimte niet meer wordt ingezet op een alomvattend plan maar organische ontwikkeling. Biedt dit kansen om de ondergrond juist steviger in de plannen te integreren? Bron: John Nieuwmans, gemeente Den Haag</p></div>
<p><strong>Ondergrondse organische ontwikkeling</strong><br />
Ruimtelijke ontwikkeling bovengronds vraagt anno 2011 om een organische aanpak en flexibiliteit in beleid en wetgeving. Voor de ondergrond is er echter juist de neiging steeds meer vast te leggen. De ‘kansgerichte benadering’ kent wel voorstanders, maar is een dergelijke benadering wel mogelijk met al die juridische risico’s? Kun je ‘ruimtelijke reserveringen’ maken die nieuwe ondergrondse functies niet onmogelijk maken?</p>
<p>Een voorbeeld. Er komen nieuwe beleidsregels om de plaatsing en werking van warmte-koude systemen te reguleren. Nu er steeds meer van deze open en gesloten systemen komen, worden de teugels aangetrokken, maar het &#8216;eerst komt, eerst maalt principe&#8217; blijft gelden. De eerste die een aanvraag doet, mag de schop in de grond steken, met alle gevolgen voor toekomstige ontwikkelingen. Wellicht zou een initiatiefnemer een grotere verantwoordelijkheid moeten krijgen voor toekomstige ondergrondse ontwikkelingen. Of ligt de oplossing, tegen de &#8216;bovengrondse&#8217; tendens in, toch weer in strikte bestemmingsplannen?<br />
<strong> </strong></p>
<p><strong>RO-instrumenten</strong><br />
De derde dimensie is steeds beter in woord en beeld te vatten, maar voor het maken van ruimtelijke (beleids)keuzes valt men toch terug op 2D-beelden en traditionele planvormen. Het SKB-project ‘Ondergronds Bestemmen’ onderzoekt hoe de ondergrond goed meegenomen kan worden in bestemmingsplannen. Ontwerpen en denken in 3D lukt, maar het in 3D vastleggen van uitgangspunten en randvoorwaarden voor beleid lukt vaak minder goed. Dus kiest men bij veel &#8216;ondergrond&#8217; toch voor een 2D-oplossing; de dubbelbestemming. Voorbeeld hiervan is de Spoorzone in Delft.</p>
<p>Uit een verkenning van plannen van enkele grote steden blijkt ook dat in de meeste structuurvisies de ondergrond nog niet integraal verwerkt is. Er zijn slechts een paar aparte paragrafen, hoofdstukken, voorbereidingsdocumenten of uitwerkingstukken aan de ondergrond gewijd. De &#8216;best-practice&#8217;, de Visie Ondergrond van Zwolle, is opgesteld om het ruimtelijk-juridisch instrumentarium te kunnen ontwijken. Bestaat er wellicht een betere vorm voor het integreren van de ondergrond in regionaal ruimtelijk beleid?</p>
<p><strong>Sectoren<br />
</strong> Hoewel de bereidheid er is, zijn er duidelijk sectorale cultuurverschillen. De bodemsector wacht af en RO-ers focussen eerst op andere sectoren. In Rotterdam werd het ruimtelijk beleid voor de Kop van Feijenoord gevormd met hulp van een actievere houding van ondergrondspecialisten, slimmere visualisatietechnieken en co-creatieve workshops met alle belanghebbenden erbij. Voor het ontwikkelen van een ‘simpele’ leidingengoot onder een trottoir in Alphen aan de Rijn kon ontwerper Luis Beccan geen format vinden dat ook rekening houdt met een goede kwaliteit van de openbare ruimte bovengronds. Dus betrekt hij nu andere gemeenten. Ook John Nieuwmans van de gemeente Den Haag zet in op &#8216;learning by doing’ bij het opstellen van het Masterplan Ondergrond Binckhorst. Is deze vorm van kennisdeling en samenwerking efficiënt?</p>
<p><strong>Kop in het zand</strong><br />
Gemeenten en provincies staan klaar hun verantwoordelijkheid te nemen de ondergrond verder te ontwikkelen en te ordenen. Maar in de praktijk is de ondergrond nog bar slecht vertegenwoordigd in ruimtelijk beleid en beschikbare planinstrumenten. Kleine gemeenten moeten de krachten bundelen. Grotere gemeenten en provincies moeten de kleintjes helpen. En binnen gemeentes moeten de schotten weg. Samenwerking bij decentralisatie, daar richten de eerdergenoemde koepelorganisaties en lokale kansendenker zich de komende tijd op. Niemand houdt ze tegen. Dus zullen voor de 22e eeuw nog veel mooie ondergrondse projecten tot ontwikkeling komen. Dan mogen ruimtelijke beleidsmakers wel wat vaker hun kop in het zand steken. Go underground!</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Erik Groenenboom houdt zich met Funup bezig met organische ruimtelijke projecten en is als ‘Y-leider’ facilitator van de Carrousel Ondergrond en Ordening. Dat is de community of practice waarin COB, SKB, Nirov, Rijk en tal van provincies en gemeente samenwerken voor een betere ontwikkeling en ordening van de ondergrond. Op 20 september vindt het &#8216;Flexival de Carrousel&#8217; plaats. Een inspirerende werkdag in festivalsfeer gericht op samenwerken bij verdere decentralisatie. Locatie is ondergronds speelparadijs TunFun in Amsterdam. Ruimtevolkers zijn welkom! Voor meer informatie en het programma zie de websites <a href="http://www.skbodem.nl/actueel/agenda/56" target="_blank">SKB</a>, <a href="http://www.cob.nl/activiteiten/carrousel-ordening-ondergrond.html" target="_blank">COB</a> of <a href="http://nirov.nl/Home/Agenda/Agenda_Items/Flexival_de_Carrousel.aspx?mId=10438&amp;rId=305" target="_blank">Nirov</a>.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-ondergrond-als-buitenkans/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dol op de slager</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/dol-op-de-slager/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/dol-op-de-slager/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 01 Sep 2011 19:45:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Suzanne Witteman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Detailhandel]]></category>
		<category><![CDATA[Economie]]></category>
		<category><![CDATA[Jane Jacobs]]></category>
		<category><![CDATA[Leefbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2930</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/Image_49.jpg" /> Toen onze dochter was geboren kreeg mijn vriend van onze slager, naast de hartelijke felicitaties, een heerlijk mals biefstukje mee naar huis. Voor mij. Om aan te sterken. De slager en zijn dames volgden mijn zwangerschap op de voet. Elke bezoekje een kletspraatje over mijn groeiende buik en of de babykamer al af was. Ik ben dol op buurtwinkels. Ze maken mijn buurt van mij. Wetenschappelijk wordt mijn onderbuikgevoel bevestigd, buurtwinkels zijn belangrijk voor een wijk.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Toen onze dochter was geboren kreeg mijn vriend van onze slager, naast de hartelijke felicitaties, een heerlijk mals biefstukje mee naar huis. Voor mij. Om aan te sterken. De slager en zijn dames volgden mijn zwangerschap op de voet. Elke bezoekje een kletspraatje over mijn groeiende buik en of de babykamer al af was. Ik ben dol op buurtwinkels. Ze maken mijn buurt van mij. Wetenschappelijk wordt mijn onderbuikgevoel bevestigd, buurtwinkels zijn belangrijk voor een wijk. </strong></p>
<p>Buurtwinkels zijn ontmoetingsplekken, buurtwinkeliers kennen hun klanten en houden een oogje in het zeil op de straat. Om te achterhalen hoe buurtwinkels werken, heeft Carolien Bouw, docente Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) met studenten etnografisch <a href="http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl/page/1061/nl" target="_blank">onderzoek</a> gedaan naar Amsterdamse buurtwinkels. Zestien studenten hebben twee jaar lang elk een buurtwinkel geanalyseerd.</p>
<p><strong>Binding met de buurt </strong><br />
‘Bestuurders die problemen op wijkniveau willen aanpakken, kunnen argumenten ontlenen aan de stadssociologie,’ aldus Bouw. ‘Zo waarschuwt Jane Jacobs, in haar beroemde The Death and Life of Great American Cities (1961), tegen de functiescheiding van wonen en werken die de moderne, rationalistische stadsontwikkelaars van toen op grote schaal doorvoerden. Hartstochtelijk pleit ze voor levendigheid op straat en daarin spelen winkeliers met hun op straat geplaatste spullen een belangrijke rol. Informele publieke ontmoetingsplaatsen, zoals buurtwinkels, zijn waardevol, stelt ook de Amerikaanse socioloog Ray Oldenburg (1989) die een waar loflied schreef op deze “third places”, de plekken naast thuis en het werk waar stedelingen elkaar kunnen treffen. Stadssociologen wijzen erop dat moderne stedelingen ondanks wijdverspreide netwerken nog steeds verbonden zijn met hun buurt. Van bewoners die in de buurt hun boodschappen doen verwacht men een sterkere binding met de buurt.’</p>
<p><strong>Onderzoek </strong><br />
Om er achter te komen of de buurtwinkel nog steeds verbindt en een ontmoetingsplek is, deed Carolien Bouw met studenten sociologie van de UvA stadsetnografisch onderzoek. De economisch meest succesvolle buurtwinkels zijn zaken die verschillende soorten publiek bedienen, niet alleen buurtbewoners maar die ook andere klanten weten te bereiken. Dat is een van de uitkomsten van het <a href="http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl/id/1061">onderzoek</a>. Naast dat economische aspect, draait het in dit onderzoek vooral om de sociale kant van de zaak. Buurtwinkels hebben het moeilijk maar ze hebben wel een belangrijke functie voor de stad.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-2932" href="http://ruimtevolk.nl/blog/dol-op-de-slager/winkel/"><img class="alignnone size-full wp-image-2932" title="Winkel" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/09/Winkel.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a></p>
<p><strong>Vroeger was alles beter </strong><br />
Zoals Carolien Bouw aangeeft is  ‘nostalgisch doen over de gezelligheid van vroeger modieus. Hoe meer de hele wereld binnen handbereik komt, des te sterker de hang naar de geborgenheid van vroeger.’ Bouw benadrukt ‘dat het er niet toe doet of het vroeger echt zo idyllisch was. Het verlangen naar buurtverbondenheid is er niet minder reëel om. Zo leidt globalisering tot versterking van het lokale. Het is een ambivalent verlangen: de moderne stedeling is zowel wereldburger als buurtbewoner. Dat opent mogelijkheden voor de buurtwinkelier. De traditionele buurtwinkel waar de minder draagkrachtigen terecht konden en op de pof kochten om de week door te komen, die winkel verdwijnt. Alleen in buurten met veel migranten zijn er nieuwe traditionele buurtwinkels bijgekomen en het is de vraag of die in de volgende generatie zullen overleven. De moderne buurtwinkel profileert zich als traiteur of door nadruk op kwaliteit, duurzaamheid of het exotische.’</p>
<p><strong>Zwaar weer biedt kansen? </strong><br />
Dat herken ik, onze slager heeft naast ossenworst en biefstuk ook complete verse maaltijden en sinds kort is hij tot half zeven open. Voor die buurtbewoners die nog even snel een maaltijd komen halen na het werk. Gemak maar vooral ook de persoonlijke aandacht maken mij blij met mijn buurtwinkels. De dames van de slager vragen nog elke week hoe het met mijn dochter gaat. Sinds kort krijgt ze bij elk bezoekje zelf een stukje worst.</p>
<p>Natuurlijk is het zo dat buurtwinkels het zwaar hebben. Je ziet steeds vaker etalages en winkels leegstaan, een gevolg van de moordende concurrentie en veranderend consumentengedrag. Liever shoppen we sneller en steeds meer online. Jammer natuurlijk, want die buurtwinkelier is nu net zo geliefd. En belangrijk. Hoe houden we de buurtwinkelier in de wijk? Het begint bij ons consumenten. Je moet natuurlijk wel in je eigen buurt je boodschappen doen. Niet naar de supermarkt, maar juist dat rondje door de buurt langs bakker en slager. Je is wellicht iets duurder, maar het is ook leuker en lekkerder. En je levert een bijdrage aan de levendigheid in je eigen buurt.</p>
<p>Die leegstaande winkelpanden bieden een kans voor andere gebruikers. Kunstenaars bijvoorbeeld zoals die in de Jan Evertsenstraat in de Amsterdamse Baarsjes de lege winkelruimtes opvullen. Ook tijdelijke winkels van merken die in korte tijd hun product willen neerzetten, kunnen de leegstand opvullen. Pop up stores zijn een trend. Sinds kort is het mogelijk voor retailers om in de Kalverstraat in Amsterdam een pand voor een week te huren. Een voorbeeld voor andere winkelgebieden? Eigenaren van panden moeten zich dan wel flexibel opstellen. Regelmatig een andere winkel in een pand, stimuleert in elk geval reuring en levendigheid. Maar of de popup store of de kunstenaars ook de belangrijke rol van de winkelier voor de buurt kunnen vervullen? Kunnen zij binden en die persoonlijke aandacht geven die mijn slager mij geeft? Dat vraag ik me af.</p>
<p>&#8212;<em><br />
</em></p>
<p><em>Op <a href="http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl/">http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl</a>. daar staat ook meer informatie over het onderzoek van Carolien Bouw. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/dol-op-de-slager/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hervorming van de woningmarkt in stealth modus</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hervorming-woningmarkt-in-stealth-modus/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hervorming-woningmarkt-in-stealth-modus/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 06 Jul 2011 19:42:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2850</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/Hervorminginstealthmodus2.jpg" /> De Nederlandse politiek kent twee H-woorden: hypotheekrenteaftrek en huurliberalisatie. Bij elke verkiezing maken partijen er weer een nummer van. Zo kwamen Bos en Balkenende bij de vorming van het vorige kabinet tot een uitruil waarbij beide thema’s weer voor vier jaar taboe werden verklaard. En zo zette het kabinet – handen af van de hypotheekrente - Rutte de lijn door: inflatievolgend huurbeleid en hypotheekrenteaftrek bleven ongemoeid. Echter, de hervorming van de woningmarkt is ondanks de taboes toch op gang aan het komen. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Ik vertel niets nieuws met de constatering dat het landelijk overheidsbeleid de woningmarkt het laatste decennium eerder frustreert dan bevordert. De combinatie van inflatievolgend landelijk huurbeleid en hypotheekrente-aftrek is in ieder geval een dodelijke cocktail gebleken voor het middensegment van de woningmarkt. Deze conclusie is minder spannend dan ze wellicht lijkt. In praktisch elk deskundigenrapport staat het.</strong></p>
<p><strong></strong><br />
De politiek blijkt tot op heden niet bij machte daar iets aan te doen. De Nederlandse politiek kent namelijk twee H-woorden: hypotheekrenteaftrek en huurliberalisatie. Bij elke verkiezing maken partijen er weer een nummer van. En zo kwamen Bos en Balkenende bij de vorming van het vorige kabinet tot een uitruil waarbij beide thema’s weer voor vier jaar taboe werden verklaard. En zo zette het kabinet – handen af van de hypotheekrente &#8211; Rutte de lijn door: inflatievolgend huurbeleid en hypotheekrenteaftrek bleven ongemoeid.</p>
<p>Echter, de hervorming van de woningmarkt is ondanks de taboes toch op gang aan het komen. Met dank aan de banken en de AFM. Zij kijken zorgelijk naar die 600 miljard euro aan hypotheekschuld die Nederlanders uit hebben staan. De AFM doet via een omweg wat VVD, CDA en PVV niet aandurven: de hypotheekrenteaftrek aanpakken. Naast een aanscherping van de regels voor hypotheekverstrekking heeft de toezichthouder namelijk ook bepaald dat vanaf 1 augustus de helft van een lening moet worden afgelost (althans daar komt het grosso modo op neer). Dat is goed nieuws voor de minister van Financiën: het beperkt de toekomstige groei aan hypotheekrenteaftrek, nu al een kostenpost van 12 miljard euro.</p>
<p>De Rabobank heeft helemaal de knuppel in het hoenderhok geworpen door voor te stellen helemaal terug te gaan naar annuïteitshypotheken en gelijktijdig de overdrachtsbelasting af te schaffen. Gewoon weer schulden aflossen – dat is even schrikken. Op termijn is dit natuurlijk een verstandige maatregel, maar het Rabo-voorstel komt te snel. De druk op de huizenprijzen neemt door dit soort renteaftrekbeperkende maatregelen toe. De AFM-maatregel heeft al behoorlijke invloed hebben op het bedrag dat kopers maximaal kunnen lenen. Helemaal terug naar annuïteithypotheken zal de woningmarkt nog verder op slot zetten.<br />
Minister Donner zit ondertussen zelf niet stil. De afschaffing van de overdrachtbelasting – vaste component van de integraal hervormingsplannen  &#8211; is zo’n beetje een feit. Dat de vermindering van 6 naar 2 procent maar voor een jaar is, gelooft bijna niemand.</p>
<p>Maar er is meer. Na het kwartje van Kok, de Bos-belasting zijn er nu de Punten van Donner. Met zijn plan kunnen straks, terwijl van huurliberalisering formeel geen sprake is, de huren in schaarstegebieden met 70 tot 120 euro worden verhoogd. Het gekunstelde voorstel heeft alle tekenen van een compromis, maar het biedt in ieder geval het perspectief van een groter middensegment op de woningmarkt. In Amsterdam heeft straks 27 procent van de huurwoningmarkt meer dan 142 punten.</p>
<p>Het plan heeft echter grote nadelen. Het meest fundamentele bezwaar is dat nieuwe huurders zeer veel meer gaan betalen voor dezelfde woning dan bestaande huurders. Ook dit regeerakkoord volgt de wetmatigheid van het Nederlandse poldermodel waarin veelal de rechten van de insiders worden beschermd. De ‘outsiders’  &#8211; startende huurders in dit geval – zijn de pineut.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hervorming-woningmarkt-in-stealth-modus/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Joost mag het weten</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/joost-mag-het-weten/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/joost-mag-het-weten/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 06 Jul 2011 18:05:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Zef Hemel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Regio's]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2853</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/rb287f7.jpg" /> Langzaam wordt duidelijk wat de nieuwe regering in Den Haag voornemens is ten aanzien van de Randstad, althans de ministers Donner en Schultz van Haegen zijn er wel uit. De eerste duldt tussen de bestuurslagen van de gemeenten en het rijk alleen nog maar de provincies, want de stadsregio’s schaft hij af. Minister Schultz van Haegen zet in op de mainports en greenports en op nieuw asfalt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Langzaam wordt duidelijk wat de nieuwe regering in Den Haag voornemens is ten aanzien van de Randstad, althans de ministers Donner en Schultz van Haegen zijn er wel uit. De eerste duldt tussen de bestuurslagen van de gemeenten en het rijk alleen nog maar de provincies, want de stadsregio’s schaft hij af. Voor de Randstad komt er ook geen vervoersautoriteit zoals aanvankelijk in de bedoeling lag, maar komen er twee autoriteiten: eentje voor Groot-Amsterdam en een voor de Zuidvleugel. Utrecht, stelt minister Donner nu, beschikt over een provincie die niet veel groter is dan de BRU. Laat de provincie Utrecht dus maar de rol van infra-autoriteit op zich nemen. Verder zet minister Schultz van Haegen in op de mainports en greenports en op nieuw asfalt. De komende jaren wil ze nog eens 800 kilometer autosnelweg aanleggen, maar op het openbaar vervoer bezuinigt ze fors. Grote steden komen in haar vocabulaire niet voor.</p>
<p>In 2007, aan de vooravond van de crisis, publiceerde de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling uit Parijs, een Territorial Review over Randstad Holland. Daarin werd geconcludeerd dat de grote steden in het westen de motor zijn van de Nederlandse economie, maar dat ze economisch minder goed presteren, althans beduidend minder dan in de jaren ‘90. Om verbetering te brengen noemde de OESO een bestuurlijke herschikking onvermijdelijk: “<em>individuele stadsregio’s in de Randstad zouden moeten worden versterkt en een Randstad-agenda zou moeten worden geformuleerd, waarin verbetering en meer coherentie van regionaal openbaar vervoer een prioriteit zou moeten zijn</em>.” Die laatste opmerking refereerde aan het feit dat de capaciteit van de spoorwegen in de Randstad “<em>een van de meest onderontwikkelde van de grootstedelijke gebieden in West-Europa</em>” is. Daardoor, verklaarde zij, worden er in de Randstad teveel autokilometers gereden. Verder vond de OESO dat er veel teveel op de mainports werd ingezet, op “<em>het genereren van grote volumes via de haven van Rotterdam en Schiphol</em>“. In plaats daarvan adviseerde zij veel meer gebruik te maken van de stadsregio’s, hun kennispotentieel en hun kennisinfrastructuur om innovatie en toegevoegde waarde te vergroten. Welnu, afgaande op dit advies moeten we vaststellen dat de ministers Donner en Schulz van Haegen gewoon niet doen wat er volgens internationale adviesinstellingen als de OESO waarvan Nederland zelf lid is, zou moeten gebeuren. Waarom de bewindslieden zulke belangwekkende adviezen blind negeren, Joost mag het weten.</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Dit blog is eerder gepubliceerd op het blog Vrijstaat Amsterdam (<a href="http://www.zefhemel.nl">www.zefhemel.nl</a>)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/joost-mag-het-weten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Werkgevers sleutel tot duurzame mobiliteit</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/werkgevers-sleutel-tot-duurzame-mobiliteit/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/werkgevers-sleutel-tot-duurzame-mobiliteit/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 05 Jul 2011 17:04:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tim de Bruin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Openbaar vervoer]]></category>
		<category><![CDATA[utrecht]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2856</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/vnm.jpg" /> In de provincie Utrecht loopt sinds 2008 een project waarbij de overheid het bedrijfsleven betrekt bij mobiliteitsmanagement, oftewel slim werken en reizen. Wat begon als een bereikbaarheidsprobleem van de regionale overheden is een breed gedragen vraagstuk geworden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Steeds meer overheidstaken komen met de huidige bezuinigingen in het gedrang. Hoe kan de overheid met minder financiële middelen de kwaliteit van de leefomgeving behouden of zelfs verbeteren? In de provincie Utrecht loopt sinds 2008 een project waarbij de overheid het bedrijfsleven betrekt bij mobiliteitsmanagement, oftewel slim werken en reizen. Wat begon als een bereikbaarheidsprobleem van de regionale overheden is een breed gedragen vraagstuk geworden. </strong></p>
<p><strong>Forenzen<br />
</strong> De regio Utrecht is één van de drukste regio&#8217;s van Nederland. In de file top 10 van de ANWB staan vijf Utrechtse trajecten. De optelsom van forenzen, doorgaand verkeer en dagjesmensen zorgt voor dagelijkse files in de ochtend- en avondspits. Om de regio bereikbaar te houden hebben de overheden een masterplan opgesteld. De capaciteit en kwaliteit van infrastructuur voor auto, openbaar vervoer en fiets moeten omhoog.</p>
<p>Naast de capaciteitsvergroting nemen de overheden initiatieven om het aanbod van verkeer in de spitsperiode terug te brengen. De Utrechtse aanpak is inmiddels drie jaar onderweg. Veel gaat goed, maar er zijn zeker punten voor verbetering vatbaar. Welke lessen kunnen andere regio&#8217;s en beleidsterreinen hiervan leren?</p>
<p><strong>Werkgever</strong><br />
In Utrecht is gekozen voor het benaderen van de forens via zijn werkgever. De werkgever faciliteert het reizen van zijn medewerkers niet alleen, vaak is de werkgever ook bepalend in de keuze die de medewerker maakt. Vastgestelde werktijden, het verstrekken van een leaseauto en de kilometervergoeding zijn sturende elementen die leiden tot een vast patroon van reizen in de spits. Ook de cultuur van een organisatie en de uitstraling van faciliteiten wegen, vaak onbedoeld, mee in de keuze van de forens. De meeste bedrijven hebben nog steeds de mooiste parkeerplaatsen voor de hoofdingang, terwijl de fietsen weggemoffeld worden in een oud houten hok achter op het terrein. De werkgever is de sleutelfiguur in het veranderen van reisgedrag.</p>
<p>De overheden benaderen niet zelf werkgevers, maar schakelen daar VNM voor in. “Een neutrale partij als VNM maakt overleg tussen gemeente en ondernemers veel gemakkelijker,” aldus Astrid van den Aker, beleidsmedewerker verkeer en vervoer van Gemeente Amersfoort. VNM werft werkgevers voor lokale werkgroepen. Werkgevers ervaren op dat niveau praktische problemen als parkeerdruk en de directe bereikbaarheid van het pand en bedrijventerrein. Deze problemen zijn alleen aan te pakken als het buurbedrijf ook zijn bijdrage levert. Enthousiaste werkgevers werven daarom graag hun buurtcollega&#8217;s.</p>
<p>Werkgevers zien voor zichzelf nauwelijks een rol om een bijdrage te leveren aan de regionale bereikbaarheid. Dit is een taak van de overheden. Werkgevers doen mee vanwege hun eigen belang. De belangrijkste intrinsieke motivatie is duurzaamheid. Al dan niet opgedrongen door consumenten en regelgeving zoeken werkgevers naar mogelijkheden om CO2 uitstoot te reduceren. Het wagenpark draagt bij een zakelijke dienstverlener al snel voor vijftig procent bij aan de totale uitstoot. Andere belangen om deel te nemen aan een werkgroep zijn gezondheid van medewerkers, het binnenhalen en behouden van medewerkers (talentmanagement), tekort (of teveel) aan bedrijfsruimte of parkeerruimte en het efficiënter inrichten van werkzaamheden.</p>
<p><strong>Reductie</strong><br />
Het doel van slim werken en reizen in de regio Utrecht is een reductie van vijf procent van het autoverkeer in de spits onder de deelnemende organisaties eind 2012. De werkgroep Amersfoort claimde in 2010 al vijf procent van de auto&#8217;s niet meer in de spits te zien. De werkgevers daar willen meer en schroeven hun ambities op. De werkgevers in Utrecht Centrum stellen in 2012 minimaal acht procent autoreductie te realiseren. De eerste meting volgt eind dit jaar, maar de werkgevers lijken de doelstelling ruim te halen.</p>
<p>Het netwerk bestaat uit 250 werkgevers met in totaal ruim 120.000 werknemers. Zij ondernemen allerlei acties om het doel van vijf procent en doelen op basis van eigen belangen te halen. Met name stimuleren van fietsgebruik en invoering van tijd- en plaatsonafhankelijk werken zorgen ervoor dat medewerkers geaccepteerde alternatieven krijgen voor de auto.</p>
<p>Het netwerk van 250 werkgevers is een open communicatiekanaal om enthousiaste, actieve, maar ook kritische werkgevers te benaderen. De werkgevers stelden bijvoorbeeld per gemeente een wensenlijst op voor infrastructuur. Deze wensenlijsten gebruiken gemeenten om hun infrastructuuragenda aan te scherpen. De Fietsersbond benaderde werkgevers voor deelname aan de campagne voor fietspromotie rij2op5. De warme relatie zorgt voor ontvankelijke werkgevers; Tot en met mei 2001 deden al 72 werkgevers mee. Wegens het succes gaat de campagne tot in 2012 door.</p>
<p>Misschien wel het belangrijkste resultaat is dat werkgevers in beweging komen op een beleidsterrein van de overheid. Zij zijn intrinsiek betrokken bij het verminderen van autoverkeer in de spits en daarmee het verbeteren van bereikbaarheid.</p>
<p><strong>Motiveren</strong><br />
De overheid financiert het netwerk van 250 werkgevers in ieder geval tot eind 2012. Daarna moet het netwerk zichzelf in stand kunnen houden. De vraag is of dit zonder steun vanuit de overheid kan.</p>
<p>Een karakteristiek voorbeeld is de grootte van het netwerk. We zien dat sommige werkgevers na verloop van tijd de interesse verliezen voor slim werken en reizen. Dat is zonde, want de kracht van het netwerk bestaat uit de massa: daar vinden werkgevers inspiratie. Bovendien hebben de inspanningen van werkgevers op regionaal niveau pas zin als meerdere werkgevers resultaten behalen. Om het netwerk op peil te houden is het nodig nieuwe werkgevers te werven. Deze taak ligt nu nog bij de overheid (via VNM) en het is onduidelijk of werkgevers straks zelf werving willen doen.</p>
<p>Wie motiveren en inspireren werkgevers na 2012?  Wie breiden het netwerk uit? Hier lijkt een rol weggelegd voor werkgevers met een motivatie voor slim werken en reizen dat groter is dan hun eigen belang. Aanbieders van diensten en producten voor alternatieven voor de auto kunnen een rol gaan spelen, evenals belangenverenigingen voor werkgevers. Ook de overheid zal nog steeds een rol moeten vervullen. Zij hebben er belang bij hun maatregelen te toetsen en ondersteuning te vragen bij werkgevers. Het netwerk is bijvoorbeeld een welkome afzetmarkt voor minder hinder-maatregelen bij wegwerkzaamheden.</p>
<p>De Utrechtse aanpak levert een bijdrage in tijden van bezuiniging. Met slim werken en reizen is het gelukt om de intrinsieke motivatie van zowel de overheid als werkgevers te benutten. De vraag is of dit net zo succesvol blijft als de overheid zich straks terugtrekt. Voorlopig is in Utrecht de sleutel gevonden om op een typisch onderwerp van de overheid dankzij werkgevers meer value for money te krijgen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/werkgevers-sleutel-tot-duurzame-mobiliteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hack de overheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/hack-de-overheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/hack-de-overheid/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 Jul 2011 20:19:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande en Jurgen Hoogendoorn</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Open data]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2848</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/computer-binnenkant_0003.jpg" /> Sinds 2010 hebben Amerika en het Verenigd Koninkrijk diverse open data initiatieven ontplooid. Voornaamste doel is om beslissingen en beleid van de overheid inzichtelijker te maken, gegevens van de publieke sector te democratiseren en om innovatie te stimuleren. Door de Nederlandse overheid ook in de ruimtelijke sector wordt echter maar mondjesmaat aandacht besteed aan open data of zelfs raw data. Waarom lopen we - in het ‘open maken’ - achter op andere landen? En wat kan open data voor de ruimtelijke sector betekenen? ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Door de Nederlandse overheid ook in de ruimtelijke sector  wordt maar mondjesmaat aandacht besteed aan <em>open data</em> of zelfs <em>raw data</em>. Wanneer zijn overheidsgegevens <em>open</em> of <em>raw</em>? Waarom lopen we &#8211; in het ‘open maken’ &#8211; achter op andere landen? En wat kan <em>open data</em> voor de ruimtelijke sector betekenen?</strong></p>
<p><strong>Eerst open, dan rauw </strong><br />
Er is een onderscheid tussen <em>open data</em> en <em>raw data</em>. We kunnen stellen dat <em>open data</em> een stap vóór <em>raw data</em> is. Eerst maken we de overheidsgegevens openbaar, netjes gepresenteerd (wat overigens op zich al een behoorlijk omwenteling is). Na gewenning aan open data, is het ultieme doel om de onderliggende ‘rauwe’ gegevens openbaar aan te bieden. Een korte krachtige definitie geeft <a href="http://rufuspollock.org/about/">Rufus Pollock</a> (initiatiefnemer <a href="http://okfn.org/">Open Knowledge Foundation</a>), namelijk “<em>raw data is free for everyone to use, re-use and distribute”</em>. <em>Open data</em> biedt kansen. “<em>Open data</em> levert geld op”, aldus <a href="http://www.slideshare.net/kresin/open-data-and-the-city">Julian Tait</a> van <a href="http://opendatamanchester.wordpress.com/">Open Data Manchester</a>. Terwijl ‘gesloten data’ alleen maar geld kost.</p>
<p>Sinds 2010 hebben Amerika en het Verenigd Koninkrijk <em>open data</em> initiatieven ontplooid. Onder Obama werd de website <a href="http://www.data.gov/">data.gov</a> geopend met als doel: “<em>democratizing public sector data and driving innovation</em>” (denk aan onze Wet Openbaarheid Bestuur…). Het Witte Huis houdt zelfs een <a href="http://www.whitehouse.gov/open/about">blog</a> bij om de voortgang van het ‘open maken’ van overheidsgegevens te delen. Ook de Britse overheid maakte een enorme hoeveelheid data openbaar via de website <a href="http://data.gov.uk/">data.gov.uk</a>. Vooral met het doel beslissingen en beleid van de overheid inzichtelijker te maken.</p>
<p>In Nederland worden momenteel de eerste schoorvoetende stapjes gezet. In een artikel van de Elsevier (‘<a href="http://www.laurawismans.nl/docs/opendata.pdf">Hacken wat van ons is</a>’, 21 mei 2011) wordt als voorbeeld de online-catalogus van het Ministerie van Binnenlandse zaken genoemd: <a href="http://www.overheid.nl/opendata/">data.overheid.nl</a>, waar helaas pas enkele tientallen datasets in zitten. In tegenstelling tot 6.800 in de Britse evenknie.</p>
<p>Een aantal losse lokale voorbeelden zijn er ook te vinden. In Rotterdam werken 200 studenten van de Hogeschool Rotterdam aan applicaties voor “het toegankelijk en inzichtelijk maken van informatie van, over en voor de stad Rotterdam”, op basis van gegevens van de gemeente (<a href="http://www.rotterdamopendata.org/">Rotterdam Open Data</a>). Koploper Amsterdam had al eerder het programma <em><a href="http://www.appsforamsterdam.nl/">Apps for Amsterdam</a></em> waar een groep hackers (en studenten) nuttige toepassingen maakt gebaseerd op gemeente-gegevens. Een aantal apps gaan uit van de ruimtelijke context. Zo is er een <em><a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Applicatie">app</a></em> ontwikkelt die je helpt je fiets terug te vinden. En een <em>app</em> die informatie over erfgoed uit de archieven toegankelijk maakt op locatie.</p>
<p>Een doorbraak in het ‘open maken’ is de – eind juni gelanceerde – website ‘<a href="http://www.gisdro.nl/braakliggende_terreinen/">Braakliggende Terreinen</a>’ van de gemeente Amsterdam. De gemeente presenteert braakliggende terreinen in Amsterdam en Zaanstad overzichtelijk op een digitale kaart om zo tijdelijk ruimtegebruik te stimuleren. Mede dankzij uitgebreide media aandacht hebben de eerste ondernemers en particulieren zich al gemeld.</p>
<div id="attachment_2852" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2852" href="http://ruimtevolk.nl/blog/hack-de-overheid/screenshot_braakliggende-terreinen-amsterdam2/"><img class="size-full wp-image-2852" title="Screenshot_braakliggende-terreinen-Amsterdam2" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/Screenshot_braakliggende-terreinen-Amsterdam2.jpg" alt="" width="510" height="268" /></a><p class="wp-caption-text">Website Braakliggende Terreinen in Amsterdam</p></div>
<p><strong>Open community</strong><br />
Het ‘open maken’ van overheidsgegevens stuit nog vaak op weerstand bij diezelfde overheidsorganisaties. Zijn de risico’s wel te overzien? Wat gaan ‘die anderen’ er mee doen? Een angst om de controle kwijt te raken (aldus een artikel Elsevier).</p>
<p>Een belangrijke succesfactor om het belang van openbare overheidsgegevens te onderstrepen is, <a href="http://www.frankwatching.com/archive/2010/09/29/open-data-ja-natuurlijk-maar-hoe-picnic-2010/">volgens social-mediadeskundige Ton Zijlstra</a>, een betrokken <em>community</em>. Mondige particulieren en ondernemers die wat willen en de overheid of het bedrijfsleven op het belang van openbare gegevens wijzen. Een Nederlands voorbeeld is de groep <a href="http://www.hackdeoverheid.nl/">Hack de Overheid</a>, die het onderwerp bij de overheid aan blijven snijden, maar ook digitaal ten strijde trekken door bijvoorbeeld een beter toegankelijke (digitale) Kamer van Koophandel te realiseren: <a href="http://www.openkvk.nl/">openkvk.nl</a>. Hacken is in dit verband ‘inventieve oplossingen verzinnen en systemen verbeteren’.<em> </em></p>
<p>In de eerder genoemde buitenlandse voorbeelden is dit ook opvallend, een groep onbekenden verwerkt de open data, discussieert en wisselt kennis uit via forum of <a href="http://www.slideshare.net/bvlg/wat-is-een-wiki-en-hoe-bouw-ik-er-zelf-n">wiki</a>, oppert ideeën voor nieuwe toepassingen van de gegevens en maakt ook nuttige <em>apps</em> van de data.</p>
<p>Ook in het voortraject van de ‘Braakliggende terreinen kaart’ heeft een <em>community </em>een belangrijke rol gespeeld. Onder de noemer ‘Manifest Leegtevol’ (nu bekend als ‘<a href="http://www.linkedin.com/groups/ONDERTUSSEN-3818086?gid=3818086&amp;trk=hb_side_g">Ondertussen</a>’) stortten ongeveer 30 ruimtelijk betrokken slimmeriken (ambtenaren, ontwerpers, redacteur, tekstschrijvers, kunstenaars) zich op het verzinnen van oplossingen voor de braakliggende terreinen in Amsterdam en Zaanstad. Een groeiend verschijnsel. Goede creatieve ideeën te over, maar een overzicht van braakliggende terreinen ontbrak. Mooie plannen, maar geen plek om ze uit te voeren.</p>
<p>Ze lieten het er niet bij zitten en <a href="http://www.temparchitecture.com/">een aantal</a> startten zelf – als een vorm van ‘overheidshacken’ &#8211; een inventarisatie van braakliggende terreinen via <a href="http://maps.google.com/help/maps/mymaps/create.html">Google Maps</a>. Tegelijkertijd zetten de Zaanse en Amsterdamse ambtenaren in op een interne ambtelijke lobby, om tijdelijkheid onder de aandacht te krijgen in hun organisaties. Dit ging niet vanzelf. Dus om hun lobby kracht bij te zetten, besloten ze de kritische massa ter vergroten, wat gelukt is, inmiddels zijn 200 professionals aangesloten bij Ondertussen. De gemeente Zaanstad was al snel over de boeg, niet in de laatste plaats door een kleiner en daardoor wendbaarder gemeentelijk apparaat. Ook Amsterdam volgde, vooral door het vergroten van de kritische massa.</p>
<p><strong>Minder bureaucratie, meer initiatieven</strong><br />
Het ‘open maken’ van data is niet alleen (of zou moeten zijn) een logisch onderdeel van een democratie. Het verminderd bureaucratie of veroorzaakt een toename van efficiency en transparantie, aldus Julian Tait van Open Data Manchester. Ondernemers en particulieren kunnen zich kritischer en proactiever opstellen. Door gegevens openbaar te maken kunnen ondernemers en particulieren immers beter (en kritischer) reageren en anticiperen op overheidsbeleid en besluiten. Ook voelen we ons meer betrokken bij de overheid door inzicht in de achtergrond van (ruimtelijke) beslissingen.</p>
<p>Een aantal hedendaagse filosofen voorspellen het al. <span style="text-decoration: underline;">Kennis was</span> macht. In de nieuwe tijd van de <a href="../blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/">improvisatie maatschappij</a> <span style="text-decoration: underline;">is kennis delen</span> macht. Dus ‘open en rauw maken’, die overheidsgegevens.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven van Edwin van Eis / gemeente Amsterdam</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/hack-de-overheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De verstoorde relatie tussen stad en achterland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-verstoorde-relatie-tussen-stad-en-achterland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-verstoorde-relatie-tussen-stad-en-achterland/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 02 Jul 2011 09:20:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nico Tillie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Economie]]></category>
		<category><![CDATA[Energie]]></category>
		<category><![CDATA[Voedsel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2760</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/Hongerige-Stad.jpg" /> De Engelse Architecte Carolyn Steel beschrijft op inspirerende wijze hoe de relatie tussen voedsel, steden en logistieke systemen ons leven beïnvloedt. Maar ook hoeveel energie er in voedselproductie en transport omgaat en hoeveel wordt verspild. Het lijkt erop dat dit boek nog vele jaren besproken zal worden en nog lange tijd relevant zal zijn. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Voor diegene die de Engelse uitgave ‘ the Hungry City’ nog niet gelezen hadden, werd afgelopen maart de Nederlandse vertaling gelanceerd in aanwezigheid van de auteur zelf. De Engelse Architecte </strong><a href="http://www.hungrycitybook.co.uk/index.htm" target="_blank"><strong>Carolyn Steel</strong></a><strong> beschrijft hoe de relatie tussen voedsel, steden en logistieke systemen ons leven beïnvloedt. Hoeveel energie er in voedselproductie en transport omgaat, hoeveel wordt verspild en ga zo maar door. Het lijkt erop dat dit boek nog vele jaren besproken zal worden en nog lange tijd relevant zal zijn. De vervreemding van hoe ons voedsel op ons bord komt, waar het vandaan komt en welke processen daarachter zitten, sluit onze ogen voor het feit dat we als stedelijke samenlevingen steeds afhankelijker worden van een aantal ketens.</strong></p>
<p><strong>Bevoorraden</strong><br />
Interessant om te weten is dat de Romeinen hun voedsel al overal vandaan haalden. De aanvoer van producten was toen al enorm en kwam uit het hele Romeinse Rijk. Wat van ver kwam, werd meestal per schip vervoerd. Londen wordt in het boek specifiek uitgelicht. Beschreven staat dat er speciale veeroutes waren waarover het vee weken lang vanuit onder andere Schotland op weg was naar de veemarkten in de grote steden. In London kwam het vee aan in het noorden waar ook de vleesmarkten te vinden waren. Omdat graan en vis via de rivier kwam, waren die markten aan de Thames te vinden. In de straatnamen van de stad valt dus veel af te lezen. Variërend van de Graanmarkt, Vismarkt, Zalmhaven, Botersloot tot Veemarkt vind je in iedere oude stad  de geschiedenis van de voedselbevoorrading terug. Uiteraard geldt dat ook voor veel andere straatnamen. Zo was de Lijnbaan een lange strook land waar touwen werden gemaakt voor de scheepvaart. Touw werd gemaakt van vlas of lijnvezels.</p>
<div id="attachment_2840" class="wp-caption alignnone" style="width: 440px"><a rel="attachment wp-att-2840" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-verstoorde-relatie-tussen-stad-en-achterland/20060626_parijs-008-3/"><img class="size-large wp-image-2840  " title="20060626_Parijs 008" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/07/20060626_Parijs-0081-1024x768.jpg" alt="" width="430" height="323" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Nico Tillie</p></div>
<div class="mceTemp">
<dl id="attachment_2837" class="wp-caption alignnone" style="width: 310px;">
<dt class="wp-caption-dt"> </dt>
</dl>
</div>
<p>Stad en land hadden eeuwenlang een innige relatie. Het voedsel kwam zichtbaar de stad in en werd daar verhandeld. Met de intrede van de spoorwegen werd het opeens mogelijk om veel sneller voedsel de stad in te krijgen.  De relatie tussen stad en land werd hiermee verstoord.  De uitgestrekte landbouwgebieden in de Verenigde Staten konden worden ontsloten via het spoor. Graan was wereldhandel geworden. Toen het mogelijk werd voedsel ook langer vers te houden of te conserveren of in te vriezen kwam het werd het voedsel aan de rand van steden in loodsen distributiecentra opgeslagen van waaruit het verspreid werd. Aan het oog ontrokken werd zo de relatie die mensen met voedsel hadden langzamerhand verbroken.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Afhankelijkheid</strong><br />
De laatste jaren wordt er veel onderzoek gedaan naar ‘resilliant cities’. Steden die niet alleen beschermd moeten zijn tegen gevolgen van klimaatverandering zoals overstromingen, droogte en hittestress, maar ook een bepaalde veerkracht moeten hebben om snel te kunnen herstellen van dergelijke calamiteiten. Om de ‘hongerige stad’ in een breder perspectief te plaatsen kun je jezelf afvragen of veerkrachtige steden niet meer zijn dan waar men het nu over heeft. Na het lezen van dit boek, maar ook literatuur over energie en grondstoffen, is het des te meer duidelijk dat alle moderne steden aan het infuus liggen. Een veerkrachtige stad is dus niet een stad die alleen op overstromingen, droogte en hittestress kan reageren, maar ook een stad die voor tenminste een deel kan terugvallen op zijn lokale en regionale potenties wat betreft voedsel, energie en materialenvoorziening.</p>
<blockquote><p>Een veerkrachtige stad is dus niet een stad die alleen op overstromingen, droogte en hittestress kan reageren, maar ook een stad die voor tenminste een deel kan terugvallen op zijn lokale en regionale potenties wat betreft voedsel, energie en materialenvoorziening.</p></blockquote>
<p>Overigens beschrijft Steel ook dat er vaak maar een paar grote spelers zijn die een hele voedselketen in handen hebben. Hoe onze steden worden voorzien van voedsel is op zich zelf een topprestatie. Maar in hoeverre is dit systeem zonder falen. Ook als we daarbij de groei van de wereldbevolking in acht nemen en het feit dat honderden miljoenen hun levensstandaard zien stijgen en onder andere meer vlees gaan eten. De mens is afhankelijk van het natuurlijk systeem en het kost nu eenmaal vele malen meer energie en ruimte om een kilo vlees dan een kilo graan te produceren. Ook de diversiteit van producten die we eten staat steeds meer onder druk waren er vroeger nog een paar honderd appelrassen in Engeland, nu worden slechts een paar aangeboden omdat de meeste niet geschikt zijn voor het distributieproces. In landen als India gaan lokale boeren die eeuwenlang streekrassen hebben geteeld en dus optimaal aangepast zijn aan lokale omstandigheden over op ‘moderne’ genetisch gemodificeerde gewassen waarbij ze dan ook nog afhankelijk zijn van bepaalde pesticiden. De afhankelijkheid wordt groter, de diversiteit kleiner en de veerkrachtigheid minder. De moderne voedselindustrie verbruikt veel fossiele energie (ook door kunstmest), en heeft een enorm milieu impact.</p>
<p><strong>Sitopia</strong><br />
In ieder geval is duidelijk dat steden deels van dat infuus af moeten. Initiatieven als regionale producten en stadlandbouw zijn een begin. Maar wat te denken van steden die op grote schaal hun voedselproductie integreren. In het boek worden de nog te bouwen eco-stad <a href="http://sustainablecities.dk/en/city-projects/cases/dongtan-the-world-s-first-large-scale-eco-city" target="_blank">Dongtan</a> bij Shanghai en <a href="http://www.hungrycitybook.co.uk/blog/?page_id=17" target="_blank">Sitopia</a>, een stad die haar eigen voedsel verbouwd, beschreven.</p>
<p>Wellicht dat onze toekomstige steden kruisingen zijn tussen iets als het Westland en Rotterdam waar voedselproductie maar ook energie in de vorm van warmte een synergetische relatie met de stad heeft. Waarin de kassen op de daken niet alleen voedsel maar ook biologische grondstoffen voor de chemische of pharmaceutische industrie produceren. Welllicht een mooie opgaven voor de volgende  <a href="http://www.eowijers.nl/" target="_blank">Eo Wijersprijsvraag</a>. Maar voordat ik te ver afdwaal wens ik u veel leesplezier toe want dit boek is naar mijn idee echt een standaardwerk.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><a href="http://www.naipublishers.nl/architectuur/hongerige_stad.html">De Hongerige Stad &#8211; Hoe voedsel ons leven vormt</a> (Nai Publishers)<br />
Vormgeving: Riesenkind, Paperback, Geïllustreerd (zw/w), 340 pagina&#8217;s, Formaat: 17 x 24 cm. Nederlandse editie, ISBN 978-90-5662-805-5, € 19,95</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-verstoorde-relatie-tussen-stad-en-achterland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Krimpgroeien</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/krimp-in-bevolking-groei-in-sociale-vitaliteit/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/krimp-in-bevolking-groei-in-sociale-vitaliteit/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 29 Jun 2011 20:23:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Custers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Overheid]]></category>
		<category><![CDATA[Peel en Maas]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2811</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/welzijn-versterkt-1.jpg" /> Bestuurders en maatschappelijke organisaties piekeren zich suf om dorpen en wijken in krimpgebieden leefbaar te houden. Grote afwezigen in het debat zijn de burgers. Hoog tijd voor een echte kanteling: laat burgers niet alleen ‘meedenken en meedoen’, maar geef ze het primaat op het gebied van gemeenschapsontwikkeling en sociale vitaliteit.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><script type="text/javascript"></script><strong>Bestuurders en maatschappelijke organisaties piekeren zich suf om dorpen en wijken in krimpgebieden leefbaar te houden. Grote afwezigen in het debat zijn de burgers. Hoog tijd voor een echte kanteling: laat burgers niet alleen ‘meedenken en meedoen’, maar geef ze het primaat op het gebied van gemeenschapsontwikkeling en sociale vitaliteit.</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Lokale bevolking</strong><br />
Bevolkingsdaling gaat gepaard met vergrijzing en ontgroening. Met als gevolg een toenemende vraag naar zorgvoorzieningen, maar tegelijkertijd een afnemend draagvlak voor de broodnodige voorzieningen. In bijna alle beleidsdocumenten worden deze gevolgen van krimp gepresenteerd als zaken die de overheid en maatschappelijke organisaties moeten oplossen. De causale redenering luidt: ‘we hebben een probleem, dat leidt tot de volgende analyse, waarbij de volgende oplossingen passen’. Vrijwel automatisch nemen overheid en maatschappelijke organisaties het probleemeigenaarschap op zich.</p>
<p>Sociale voorzieningen laagdrempelig aanbieden is lastig, zeker in deze tijden van crisis. Bezuinigingen en schaalvergrotingen leiden vaak tot verzet van burgers, en daarmee tot verharding van hun relatie met de overheid. Het paradoxale is dat de overheid dit over zichzelf heeft afgeroepen. De afgelopen decennia heeft de overheid stelselmatig haar invloed op de samenleving vergroot door te pas en te onpas in te grijpen. De burger is daaraan gewend geraakt en gedraagt zich daardoor steeds meer als een ‘claimende consument’.</p>
<blockquote><p>Geef de burgers het vertrouwen dat ze verdienen en hou gepaste afstand. Dat getuigt niet van onverschilligheid, maar juist van betrokkenheid.</p></blockquote>
<p>De centrale vraag is hoe ondanks bezuinigingen zorg- en welzijnsvoorzieningen op peil kunnen blijven, naar tevredenheid van de lokale bevolking. Onze stelling is dat burgers hierin zelf verantwoordelijkheid willen, kunnen en moeten nemen. Dit vereist sociale innovaties waarbij de burger probleemeigenaar wordt in plaats van consument. Vooral in krimpgebieden, waar de druk op voorzieningen door dalend inwoneraantal én financiële bezuinigingen des te groter is, vormt dit een interessant alternatief.</p>
<p>‘Meer ruimte voor de burger’ is een veelgehoorde kreet, maar daar blijft het vooralsnog bij. In de praktijk laat de overheid nauwelijks ruimte aan burgers om zelf aan de slag te gaan. Het zou van visie en lef getuigen als overheden, nationaal en lokaal, hun relatie met burgers écht ter discussie zouden stellen. En dat gaat verder dan proberen ‘de politiek dichter bij de burger te brengen’. Want dat leidt alleen maar tot een nog grotere claimneiging van burgers.</p>
<p><strong>Zelfsturing</strong><br />
Er zijn gelukkig uitzonderingen op de regel; er bestaan initiatieven die daadwerkelijk meer ruimte voor de burger creeëren. In de gemeente Peel en Maas in Limburg wordt al ruim tien jaar gewerkt aan het concept ‘<a href="http://www.proeftuinzelfsturing.nl" target="_blank">gemeenschapsontwikkeling door zelfsturing</a>’, een samenwerking tussen gemeenten, provincie, welzijnsorganisaties, hogeschool Zuyd en de vereniging kleine kernen Limburg. Zelfsturing wil zeggen dat overheid en maatschappelijke organisaties ruimte geven aan dorps- of wijkgemeenschappen, verenigingen, gezinnen en individuen om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van hun leefomgeving. Inwoners en de gemeente Peel en Maas kwamen bijna gelijktijdig met dit initiatief, als antwoord op de krimpperspectieven die toen al werden herkend.</p>
<div id="attachment_2813" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2813" href="http://ruimtevolk.nl/blog/krimp-in-bevolking-groei-in-sociale-vitaliteit/dorpsbusje-meijel-kl/"><img class="size-full wp-image-2813" title="dorpsbusje-meijel-kl" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/dorpsbusje-meijel-kl.jpg" alt="" width="510" height="371" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Jan Custers</p></div>
<p>De realiteitszin was van begin af aan groot: in plaats van in te zetten op bevolkingsgroei juist richten op nieuwe vormen voor het leveren van sociale voorzieningen. Dat betekent nadenken hoe je alleen of samen met een naastgelegen dorp de basisschool kunt behouden of een dagvoorziening of dorpsvervoer kan starten, gerund door vrijwilligers met een minimale professionele ondersteuning. Het betekent als dorpsgemeenschap zelf een toekomstvisie ontwikkelen en deze vertalen in plannen en projecten waar inwoners de schouders onder zetten. Uitgangspunt is dat altijd het dorp eigenaar blijft van de voorziening.</p>
<p>De nieuwe aanpak werkt: de inwoners zijn enthousiast, nemen daadwerkelijk verantwoordelijkheid en zijn creatiever geworden in het bedenken van oplossingen op maat voor hun eigen dorp. Bijkomend voordeel is bovendien de winst aan sociale cohesie die dit proces oplevert: bewoners hebben meer contact met elkaar, meer voor elkaar over. Een belangrijke winst in de leefbaarheid.</p>
<p><strong>Hobbels </strong><br />
Het zelfsturingsmodel heeft in Peel en Maas gezorgd voor een verandering in de relatie tussen overheid en lokale gemeenschap. Maar er liggen ook bedreigingen op de loer. Zo kan het zijn dat in een dorpsgemeenschap een ‘nieuwe elite’ ontstaat die ‘voor het dorp gaat denken’. Wat eerder de gemeente deed (‘wij weten wat goed voor u is’) wordt nu overgenomen door voortrekkers uit het dorp. Vaak met de allerbeste bedoelingen, maar met het effect dat de verantwoordelijkheid opnieuw van de inwoners wordt afgepakt. Het blijft dus zaak om de communicatie in het dorp op een hoog peil te houden. Het dorpsoverleg vervult daarbij een belangrijke rol.</p>
<p>Een tweede hobbel zit bij overheid. Een probleem dat zich lijkt op te dringen is de controlezucht van de overheid om het speelveld zo veel mogelijk hetzelfde te houden. Veel bestuurlijke energie wordt gestoken in het interne proces van het voldoen aan de uitvoeringsregels in plaats van in het behalen van maatschappelijk relevante resultaten.</p>
<p>Bij experimenten met zelfsturing moet de overheid afstappen van ingesleten werkwijzen en moet leren ‘loslaten’. Geef de burgers het vertrouwen dat ze verdienen en hou gepaste afstand. Dat getuigt niet van onverschilligheid, maar juist van betrokkenheid. Op die manier respecteer je lokale verschillen in sociale vitaliteit: in de ene gemeente werkt zelfsturing anders dan in de andere. De constante factor is het vertrouwen in het oplossend vermogen en verantwoordelijkheidsgevoel van mensen zelf.</p>
<p><strong>Ook buiten krimpgebieden</strong><br />
Het concept van zelfsturing is geen dromerij, maar een zeer werkbaar platform om problematiek rondom sociale voorzieningen én sociale cohesie aan te pakken. In die zin past zelfsturing niet alleen in krimpgebieden, maar overal waar behoefte is aan gemeenschapsvorming. Zelfsturing gaat daarbij niet om grootse projecten, maar om kleinschalige plannen die bijdragen aan de leefbaarheid in een specifieke kern of dorp. Het is dus geen nieuwe methodiek die past in het rijtje van inspraak, meespraak en burgerparticipatie. Maar een manier van kijken, denken en analyseren waarmee het mogelijk is het voorzieningenniveau op een aanvaardbaar peil te houden, sociale cohesie te bevorderen en claimgedrag van de burger in toom te houden. Een drievoudige kwaliteitsslag dus.</p>
<p><em>&#8212;</em></p>
<p><em>Foto boven gemaakt door Jan Custers.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/krimp-in-bevolking-groei-in-sociale-vitaliteit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De belofte van de georganiseerde vrijheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 28 Jun 2011 19:42:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Freek Liebrand</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[bewonersparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[planogie]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2779</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/HansBoutellier.jpg" /> Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar Veiligheid en burgerschap aan de VU in Amsterdam, schreef onlangs het boek ‘De improvisatiemaatschappij’. Hierin biedt hij een constructieve visie op de schijnbare chaos waarin wij leven. Boutellier beschrijft onder andere drie ‘ordeningsprogramma’s’ die orde moeten scheppen, maar daar slechts deels in slagen. Hij concludeert dat de samenleving het best te begrijpen is als ‘improvisatiemaatschappij’. RUIMTEVOLK las het boek en sprak met hem. "Dynamiek in de samenleving kan ook goed betekenen dat men zich juist verzet." ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Hans Boutellier, directeur van het <a href="http://www.verwey-jonker.nl/" target="_blank">Verwey-Jonker Instituut</a> en bijzonder hoogleraar Veiligheid en burgerschap aan de VU in Amsterdam, schreef onlangs het boek ‘<a href="http://www.boomlemma.nl/criminologie-veiligheid/catalogus/de-improvisatiemaatschappij-1#" target="_blank">De improvisatiemaatschappij</a>’. Hierin biedt hij een constructieve visie op de schijnbare chaos waarin wij leven. Boutellier beschrijft onder andere drie ‘ordeningsprogramma’s’ die orde moeten scheppen, maar daar slechts deels in slagen. Hij concludeert dat de samenleving het best te begrijpen is als ‘improvisatiemaatschappij’. RUIMTEVOLK las het boek en sprak met hem.</strong></p>
<p><strong>Kunt u het boek kort toelichten?</strong><br />
Dit boek is voor mij wat voor een kunstenaar ‘zijn vrije werk’ is; tussen alle projecten door een grotere gedachte ontwikkelen. Het is een studie naar sociale orde. We leven in een tijd die door velen als chaotisch wordt ervaren en dat is begrijpelijk. In sociaal normatieve zin zitten we in een relatief ongeleide en ongestructureerde situatie. Vroeger leefden we in een verzuilde samenleving,  het is niet duidelijk wat daar voor in de plaats is gekomen. Het boek is een poging orde te ontdekken in wat op complexiteit lijkt zonder richting.</p>
<p><strong>Andere auteurs beschreven al die wanorde en chaos. Dit boek biedt juist een constructieve visie. Is dat een bewuste keus?</strong><br />
Ja. Wat mij tegenstaat in sommige boeken over de samenleving is een onverschillige houding. Een berusting in het idee dat wanorde en chaos noodzakelijk zijn. Dat is volgens mij een onthoudbaar en onaantrekkelijk perspectief. Ik geloof er niet in en ben op zoek gegaan naar een ordening. Die denk ik te hebben gevonden in de metafoor van de improvisatie.</p>
<p>Het kernprincipe van improvisatie is afstemming. Op anderen, op de omgeving. Geslaagde improvisatie staat ook in een traditie. <em>Free jazz</em> bijvoorbeeld is onmogelijk als kunstvorm zonder te breken met traditie. Zo is het op z’n minst toch interessant als commentaar daarop.</p>
<p>Ik ben tot de overtuiging gekomen dat het begrip nog veel beter is dan ik dacht. Het belang van goede beheersing van je positie-rollenspel, en dus ook je kennis en vaardigheden. Iemand die op de piano speelt, moet niet op de trompet gaan toeteren. Improvisatie van iemand die zijn instrument niet goed beheerst, is niet om aan te horen.</p>
<blockquote><p>Dynamiek in de samenleving kan ook goed betekenen dat men zich juist verzet.</p></blockquote>
<p><strong>Eén van de ordeningsprogramma’s die u omschrijft is dat rondom ‘actief burgerschap’. U concludeert dat zulke pogingen vaak teleurstelling opleveren en daarom heeft u het over ‘tegendemocratie’. Kunt u dat toelichten?</strong><br />
Het denken over participatie is vaak heel erg instrumenteel. Dat veronderstelt dat burgers zich als vanzelfsprekend voegen naar de doelen en de richting die door de overheid worden uitgezet. Dat is vaak niet zo, en misschien moet je dat helemaal niet zo zien. Dynamiek in de samenleving kan ook goed betekenen dat men zich juist verzet. De uitdaging is productieve vormen te vinden om de stem van het volk uiting te geven, zonder dat die instrumenteel wordt ingezet. Heb meer oog voor de dynamiek die er is onder de burgers zelf en probeer daar aansluiting bij te vinden.</p>
<div id="attachment_2784" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2784" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/p1020985/"><img class="size-full wp-image-2784" title="P1020985" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/P1020985.jpg" alt="" width="510" height="335" /></a><p class="wp-caption-text">Foto: Inicio</p></div>
<p><strong>Hebben instituties nu een identiteitscrisis? </strong><br />
Enorm, ik zie veel geworstel in de praktijk. Het antwoord zit in het (her)ontdekken van je bestaansrecht. Wat is de kernfunctie van onze praktijk? Als je alles afpelt van wat in het onderwijs gaande is, dan is de kernfunctie overdracht: van kennis, vaardigheden, waarden, normen, levenservaring van de ene generatie op de andere. Daar kan je enigszins over twisten, maar dat is uiteindelijk min of meer de kern. Van daaruit kun je je rol bepalen in het samenspel met andere partijen.</p>
<p>Dat kan alleen zolang je primair je kernfunctie vervult. Corporaties lijken vaak een beetje de weg kwijt geraakt. Hun kernfunctie is iets als het bieden van betaalbare huisvesting in een leefbare woonomgeving. Van daaruit kan je redeneren wat je daar voor nodig hebt. Het zijn nu professionele vastgoedorganisaties geworden. Dan ben je kwijt waar je vandaan komt. Het is als met politieagenten die gaan voetballen met probleemjongeren of kantoortjes openen op scholen. Dat is de pianist die op de trompet gaat toeteren.</p>
<p><strong>Het terugvallen op kernfuncties heeft toch een gevoel van conservatisme. Waar het boek voor sommige mensen mogelijk leest als <em>‘ga maar free jazz spelen’,</em> zit er toch een bepaalde conservatieve trek in. Schoenmaker blijf bij je leest. Klopt dat?</strong><br />
Persoonlijk denk ik dat dit vanuit de notie van continuïteit om bepaalde organisaties overeind te houden, nodig is. Een andere metafoor die ik vaak gebruik, is die van het voetbalveld. Op het veiligheidsveld staat het strafrechtelijk systeem, justitie, in de goal. De hele samenleving staat naar de keeper te loeren om een veilige samenleving te garanderen. Dat is hetzelfde als naar een chirurg kijken om de samenleving gezond te maken. Idioot dus. Juist om voorin goed spel te spelen, op het niveau van sociale relaties tussen burgers, moet je van achteruit goed georganiseerd zijn. Je moet steeds analyseren waar de bal ligt en daar het arrangement maken. Om criminele jongeren aan te pakken moet je dus geen buurtbarbecue voor bewoners organiseren.</p>
<p><strong>Hoe verhoudt dit boek zich tot de ruimtelijke ordening als ordeningsprogramma? Zijn er dingen die planologen kunnen leren van dit boek?</strong><br />
Het idee van de spontane stad spreekt me wel aan. Maar ik leg wel heel nadrukkelijk de relatie met structuur daarin. Dus de ordenaars moeten ruimte geven aan de spontaniteit, maar dat doen ze eigenlijk door de voorwaarden daarvoor te organiseren. Het faciliteren van die spontaniteit, daar zit een rol voor de ruimtelijke ordening. Helemaal vrijgeven, daar geloof ik niet in. Dat is die poging tot <em>free jazz</em> die niks wordt. Je vertegenwoordigt als professional een traditie die je niet zomaar weg moet gooien.</p>
<p><strong>Biedt improvisatie voldoende houvast voor actie? Wat gaan we morgen anders doen?</strong><br />
Het boek lost niks op. Ik denk wel dat we een andere sociale voorstelling nodig hebben over hoe de samenleving in elkaar zit en functioneert. Op grond waarvan het perspectief verandert van wat je aan het doen bent. Wat ik vaak merk, is dat men zich door die complexiteit zonder richting ontzettend kan laten verlammen. Als je realiseert dat je eigenlijk heel goed in staat bent om je eigen improvisaties te maken, je eigen arrangementen te creëren zonder dat je verantwoordelijk bent voor de rest, en in het vertrouwen dat die rest zich op die zelfde manier ook organiseert,  krijg je een veel ontspannender beeld. Dat kan je veel energie geven en om te doen wat je kan, gegeven de scope van je mogelijkheden. Zonder dat je hoeft te wachten op de grote ideeën of de grote leider die je vertelt hoe het moet.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Hans Boutellier: ‘De improvisatiemaatschappij. Over de sociale ordening van een onbegrensde wereld’<br />
Uitgeverij: <a href="http://www.boomlemma.nl/home" target="_blank">Boom|Lemma uitgevers</a>, Den Haag (2011) ISBN: 978 90 5931 625 6</em></p>
<p><em>Recensie: <a href="http://www.boomlemma.nl/system/product_reviews/uploads/942/original/NRC%20Handelsblad_11%20februari%202011.pdf?1298888816" target="_blank">NRC Handelsblad</a><br />
</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-belofte-van-de-georganiseerde-vrijheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Koppeling energietransitie en krimp biedt kansen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/koppeling-energietransitie-en-krimp-biedt-kansen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/koppeling-energietransitie-en-krimp-biedt-kansen/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 26 Jun 2011 19:51:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nico Tillie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Energietransitie]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Veenkolonien]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2766</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/DSAROTTERDAM.jpg" /> De Eo Wijersstichting heeft voor de negende editie het thema Krimp, energietransitie en ruimtelijke kwaliteit gekozen. Van de regio’s die zich hadden aangemeld voor de prijsvraag is Veenkoloniën in Groningen de ontwerpregio geworden. Een gebied dat van oudsher zijn karakter ontleent aan energiewinning. Aan ruimtelijke ontwerpers van nu de uitdaging om opnieuw naar energie en ruimte te kijken in deze krimpregio. Een van de meest interessante prijsvragen sinds vele jaren!
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De <a href="http://www.eowijers.nl/" target="_blank">Eo Wijersstichting</a> heeft voor de negende editie het thema Krimp, energietransitie en ruimtelijke kwaliteit gekozen. Van de regio’s die zich hadden aangemeld voor de prijsvraag is Veenkoloniën in Groningen de ontwerpregio geworden. Een gebied dat van oudsher zijn karakter ontleent aan energiewinning. Aan ruimtelijke ontwerpers van nu de uitdaging om opnieuw naar energie en ruimte te kijken in deze krimpregio. </strong></p>
<p>Tot 5 jaar geleden dacht de gemiddelde architect,  stedenbouwer, landschapsarchitect of planoloog niet of zelden na over energie in relatie met architectuur, ontwerpen of überhaupt stedenbouw of regionale planning. Immers, gas komt uit de gaskraan en elektriciteit uit het stopcontact! Energie was dus geen issue, maar dat is de laatste jaren radicaal veranderd. Energietransitie staat in het middelpunt van de belangstelling. Tegelijkertijd krijgen steeds meer gebieden buiten de Randstad te maken met krimp. Door energietransitie te verbinden aan krimpende regio’s heeft de Eo Wijersstichting een gouden greep gedaan naar mijn idee. In een krimpende regio worden de kaarten voor een deel weer opnieuw geschud of komt ruimte ‘vrij’. Welke kansen biedt dat?</p>
<p><strong>Krimp</strong><br />
De verwachtingen in Nederland zijn dat de Randstad nog zal groeien ten koste van de gebieden aan de randen van Nederland, waar de bevolkingsdaling op veel plekken al is ingezet. In <a href="http://www.parkstad-limburg.nl/" target="_blank">Parkstad Limburg</a> is de krimp al begonnen en zijn al diverse plannen gemaakt. De regio is naar aanleiding van deelname aan de Eo Wijersprijsvraag meteen voortvarend met diverse partijen aan de slag gegaan. Binnenkort zullen we daar vast veel meer van horen.</p>
<p>Denkend vanuit groei is krimp uiteraard iets vreemds. Functies vervallen, er komen minder woningen, maar meer ruimte. Door krimp kan de sociale cohesie onder druk komen te staan, blijven  investeringen weg en wordt de arbeidsmarkt steeds kleiner. Ook treedt de ontwikkeling op dat bij verouderd woningbezit en lage huurprijzen de energiekosten de huur kunnen overstijgen. Zou energietransitie de negatieve effecten van krimp (deels) teniet kunnen doen en een krimpregio een kwalitatief hoogwaardige leefmilieu kunnen bieden? Die vraag is waar het in de prijsvraag over gaat. Naar mijn idee een van de meest interessante prijsvragen sinds vele jaren!</p>
<p><strong>Energietransitie</strong><br />
Energie is hot. Zo hot, dat we moeten zorgen dat we de data, aanpak en principes goed op een rijtje hebben alvorens aan de slag te gaan. Argumenten voor een energietransitie hebben zich de laatste jaren opgestapeld. Denk maar aan de afhankelijkheid van fossiele bronnen en van de producerende landen, de 40 miljard die we jaarlijks aan import van energie uitgeven, CO2 uitstoot en klimaatverandering. Maar denk ook aan kansen voor lokale werkgelegenheid en het gebruiken van hernieuwbare energie.</p>
<p>Interessant is bijvoorbeeld de Rotterdamse Energie Aanpak (<a href="http://www.iktekenervoor.nl/documents/reap_rapport.pdf" target="_blank">REAP</a> van de TU Delft om 3 locaties in de stad energieneutraal te maken. Hierin wordt direct een relatie gelegd met mogelijk potentiele oplossingen. In wordt met name het benutten van reststromen extra benoemd en  de schaalvergroting van gebouw naar buurt, wijk en stedelijk regionaal niveau. Met verbruiks- en energiepotentiekaarten wordt energie als het ware een hanteerbare ‘laag’ in de ruimtelijke ordening. Daar is grote behoefte aan, immers energie is vrij abstract in vergelijking met bijvoorbeeld water.</p>
<p>Ook interessant zijn de boeken <a href="http://www.withouthotair.com/" target="_blank">‘Energy without hot air’</a> van Mackay waarin ook wordt ingegaan op scenario’s zoals hoe het Verenigd Koninkrijk zelfvoorzienend te krijgen. De Energie survivalgids van Jo Hermans was voor mij erg goed om energie in de vingers te krijgen. Onlangs is ook het boek ‘Energielandschappen, de derde generatie’  van Noorman en de Roo uitgekomen dat ook een belangrijke link heeft met het SREX project.</p>
<p><strong>SREX</strong><br />
Potentiële inschrijvers aan de prijsvraag wil ik het project <a href="http://www.exergieplanning.nl/" target="_blank">SREX</a> niet onthouden. SREX staat voor synergie tussen regionale planning en ‘exergie’ (ruimte en energie efficiënt aan elkaar koppelen, red). Het is een project dat in 2006 is begonnen, gefinancierd door Senternovem, nu Agentschap NL als onderdeel van de energie onderzoeksstrategie. Gecoördineerd door Andy van den Dobbelsteen hebben de deelnemende partijen (TU Delft, Rijksuniversiteit Groningen; Wageningen Universiteit; Hogeschool Zuyd, en TNO) de afgelopen jaren zeer vernieuwend werk afgeleverd. Zoals het promotiewerk van Sven Stremke van de Wageningen Universiteit en Rob Roggema en Leo Gommans van de TU Delft.</p>
<p>Een drietal belemmeringen lijken volgens de SREX-website een belangrijke rol te spelen bij een succesvolle transitie naar een samenleving gebaseerd op een duurzame energievoorziening: energiegeoriënteerde disciplines en ruimtelijke disciplines vinden elkaar onvoldoende; het regionale schaalniveau wordt daarbij niet gebruikt voor de synthese tussen energie en ruimte; exergie wordt nog niet toegepast om op regionale schaal de synergie te bereiken.</p>
<p><strong>Tot slot</strong><br />
Gelukkig zijn in de ruimtelijke ordeningswereld inmiddels veel energieprojecten opgestart. En wordt steeds breder naar duurzaamheid gekeken, zodat het niet alleen maar energie is dat de klok slaat. Het gaat ook om het inrichten of ontstaan van goede leefmilieus voor ons zelf en toekomstige generaties. De opkomst van duurzaamheidslabels en tools op gebiedsniveau laat dit ook zien. Het blijft echter naar mijn mening cruciaal om aan energie aandacht te besteden. Op papier denken we vaak dit varkentje al gewassen te hebben, maar niets is minder waar. Om dan nog maar te zwijgen over zeldzame metalen en andere (eindige) natuurlijke hulpbronnen.</p>
<p>Deze Eo Wijersprijsvraag is een kans om dit soort opgaven nog beter in de vingers te krijgen. Grijp deze kans zou ik zeggen, energie zal nog lange tijd onderdeel blijven van onze plannen!</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Afbeelding boven: DSA Rotterdam</em></p>
<p><em>Deze maand is de inschrijving voor de Eo Wijersprijs geopend: zie ook <a href="http://www.eowijers.nl/">http</a><a href="http://www.eowijers.nl/">://</a><a href="http://www.eowijers.nl/">www</a><a href="http://www.eowijers.nl/">.</a><a href="http://www.eowijers.nl/">eowijers</a><a href="http://www.eowijers.nl/">.</a><a href="http://www.eowijers.nl/">nl</a></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/koppeling-energietransitie-en-krimp-biedt-kansen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zelfredzaamheid is het mantra in de ruimtelijke ordening</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfredzaamheid-is-het-mantra-in-de-ruimtelijke-ordening/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfredzaamheid-is-het-mantra-in-de-ruimtelijke-ordening/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 24 Jun 2011 07:35:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Piet Renooy</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Natuur & landschap]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Verkeer & infrastructuur]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst en cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Mobiliteit]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2775</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_3568.jpg" /> Hij is er! De nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Misschien was  “Infrastructuurvisie Ruimte” een betere titel geweest. Want bij lezing blijkt er wel er veel nadruk te liggen op wegen, mobiliteit en bereikbaarheid. En ondertussen lijkt de 'ruimtelijke ongelijkheid' alleen maar toe te nemen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Hij is er! De nieuwe <a href="http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ruimte-en-mobiliteit/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/06/14/kamerbrief-structuurvisie-infrastructuur-en-ruimte.html" target="_blank">Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte</a>. Misschien was  “Infrastructuurvisie Ruimte” een betere titel geweest. Want bij lezing blijkt er wel er veel nadruk te liggen op wegen, mobiliteit en bereikbaarheid.</strong></p>
<p>Voor de visie is echter nog belangrijker dat het kabinet de sterke punten van ons land als uitgangspunt neemt. De eerder door het ministerie van EL&amp;I aangewezen “economische topsectoren” spelen een sturende rol in de visie op de indeling van onze ruimte. Voor de stedelijke regio’s waar zich deze sectoren bevinden wordt veel uit de kast gehaald. De main- brain- en greenpoints zullen fileloos bereikbaar moeten zijn, er moeten (veel) woningen bij en de energietoevoer moet robuust gemaakt worden. In de SVIR staat het dan ook zwart op wit: het Rijk “investeert daar waar onze nationale economie er het meest bij gebaat is” (p.6). En dat is dus niet in krimpregio’s…..</p>
<p>Voor deze regio’s, die zich volgens de visie aan de randen van ons land bevinden, blijft niet veel over. Weliswaar wordt geconstateerd dat zich in die regio’s problemen kunnen voordoen op het gebied van woningvoorraad, bedrijventerreinen en voorzieningenaanbod, maar wat die problemen zijn blijft duister. En wat de oplossingen kunnen zijn al helemaal. Nergens in het document geeft het kabinet ook maar een begin van een visie op de ontwikkeling van die gebieden die niet tot “de top” behoren. In 2040 zijn we volgens het kabinet één van de meest concurrerende landen ter wereld, met optimale bereikbaarheid en het is buitengewoon veilig en leefbaar, met name voor bedrijven en kenniswerkers. Hoe het leven er “aan de randen” van ons land uit zal zien, blijft ongewis. Daar, in die gebieden die zo weinig bijdragen aan onze nationale economie, daar mogen decentrale overheden het zelf uitzoeken. De “daadwerkelijke vraag” van bewoners, bedrijven en organisaties  wordt daarbij leidend, aldus de visie. Wanneer gemeenten er samen niet uitkomen, dan moet de provincie de regie nemen.</p>
<div id="attachment_2777" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2777" href="http://ruimtevolk.nl/blog/zelfredzaamheid-is-het-mantra-in-de-ruimtelijke-ordening/img_1758/"><img class="size-full wp-image-2777" title="IMG_1758" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_1758.jpg" alt="" width="510" height="341" /></a><p class="wp-caption-text">Zuid-Limburg</p></div>
<p>Het kabinet laat hier kansen liggen. Ten aanzien van de krimpregio’s zijn we geen stap verder dan onder het vorige ruimtelijke regime. Geen antwoord op de vraag of we de concentratie van wonen en werken in de Randstad als wenselijk zien, geen antwoord op de vraag hoe we omgaan met bevolkingsdaling in zes van de tien gemeenten, geen antwoord op de vraag hoe het zit met grensoverschrijdende vraagstukken, geen antwoord op de vraag hoe we via slim beleid krimpregio’s kansen kunnen laten pakken op bijvoorbeeld duurzaam ondernemen, (in de agro, food of logistiek), geen antwoord op de vraag hoe de transitie in de krimpregio’s gefinancierd gaat worden.</p>
<p>Net als in de sociale zekerheid, bij inburgering, of in de zorg: zelfredzaamheid is het mantra. Ook in de ruimtelijke ordening dreigt de, in dit geval ruimtelijke, ongelijkheid toe te nemen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Delfzijl (foto: Sjors de Vries)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/zelfredzaamheid-is-het-mantra-in-de-ruimtelijke-ordening/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een gebouw als aanjager</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/een-gebouw-als-aanjager/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/een-gebouw-als-aanjager/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Jun 2011 20:13:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Matthijs Zaadnoordijk en Rogier Claassen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Den Haag]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2739</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/P1020866.jpg" /> In de Nederlandse bouwpraktijk wordt veel gepraat over de manier waarop  gebiedsontwikkeling zou moeten starten. Begrippen als ‘aanjagers, katalysatoren’ of ‘incubators’ passeren hierbij vaak de revue. Maar wat bedoelt men precies hiermee? En hoe kunnen dergelijke aanjagers strategisch worden ingezet? Als we de Binckhorst in Den Haag, het Lloydkwartier in Rotterdam, de Piet-Heinkade en NDSM-werf in Amsterdam naast elkaar leggen, blijken er veel overeenkomsten tussen te zijn.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>In de Nederlandse bouwpraktijk wordt veel gepraat over de manier waarop  gebiedsontwikkeling zou moeten starten. Begrippen als ‘aanjagers, katalysatoren’ of ‘incubators’ passeren hierbij vaak de revue. Maar wat bedoelt men precies hiermee? En hoe kunnen dergelijke aanjagers strategisch worden ingezet? Als we de Binckhorst in Den Haag, het <a href="http://www.lloydkwartier.rotterdam.nl/" target="_blank">Lloydkwartier</a> in Rotterdam, de Piet-Heinkade en <a href="http://www.ndsm.nl/index.php" target="_blank">NDSM-werf</a> in Amsterdam naast elkaar leggen, blijken er veel overeenkomsten tussen te zijn.</strong></p>
<p>Gebouw- en gebiedsontwikkeling is de afgelopen decennia veel veranderd. Vroeger stelde de overheid of gemeente een masterplan op dat vervolgens in deelprojecten uitgevoerd werd. Tegenwoordig wordt een brede visie opgesteld die in de praktijk ingevuld moet worden door (kleinschalige) initiatieven vanuit de markt. De overheid heeft dus geen dicterende rol meer, en gebiedsontwikkelingen verlopen meer organisch*.</p>
<p>Hierbij komt een zeker dilemma  om de hoek kijken. Want hoe vul je een (grootschalige) visie in door middel van (kleinschalige) private initiatieven die je niet echt kunt sturen? Per initiatief of project moet een gemeente kijken of deze wel past binnen de opgestelde visie.  Uit de praktijk is gebleken dat vooral het eerste initiatief binnen een gebiedsontwikkeling van groot belang is. Dit gebouw vormt namelijk het voorbeeld dat andere projecten kunnen gaan volgen. Het eerste gebouw binnen een gebiedsontwikkeling is daarom cruciaal en geeft vorm aan de toekomst van het gebied dat ontwikkeld moet worden.</p>
<p>Neem bijvoorbeeld de ontwikkeling van het hoofdkantoor van MTV Networks op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord, dat (mede) andere grote namen als iDTV, Red Bull, HEMA en VNU Media aantrok. Door de huisvesting van MTV werd de NDSM-werf dus automatisch gevolgd door andere initiatieven. Het kan ook anders. Omdat de transformatie van de Piet-Heinkade naar een multifunctioneel gebied stokte, ging men hier over op een grote overheidsinvestering in het <a href="http://www.muziekgebouw.nl/muziekgebouw/" target="_blank">Muziekgebouw aan het IJ</a>. Dit moest een publiekstrekker worden voor andere bedrijven en gebouwen langs de kade.  De vraag is  of dat geslaagd is.</p>
<div id="attachment_2744" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2744" href="http://ruimtevolk.nl/een-gebouw-als-aanjager/img_1633/"><img class="size-full wp-image-2744" title="IMG_1633" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_1633.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Eerste ontwikkelingen in de transformatie van voormalig industriegebied Zollverein.</p></div>
<p><strong>Aanjager</strong><br />
Een gebouw heeft dus niet alleen zijn ‘eigen’ functie te vervullen, het is ook van betekenis voor de rest van het gebied. In ons onderzoek naar eerste gebouwontwikkelingen in de vier gebieden spraken we met gemeentes, ontwikkelaars, conceptontwikkelaars, beleggers, consultant en andere betrokken partijen of experts.  Daaruit bleek dat bij een eerste gebouw zeven effecten zich voordeden:  verandering van identiteit en imago, scheppen van vertrouwen, voorbode van kwaliteit, voorbeeldfunctie, selectie, trekken van publiek en stijging van de grondwaarde.</p>
<p>Het effect van een eerste ontwikkeling van een gebouw hangt enerzijds af van de eigenschappen van het gebied, en anderzijds van de eigenschappen die aan een eerste gebouw worden gegeven. De omgang met deze eigenschappen stuurt het effect. Bij gebiedseigenschappen moet bijvoorbeeld gedacht worden aan status en het imago van het gebied. Functioneert het nog of is het leegstaand? Heeft de omgeving een positieve of negatieve associatie met het gebied?</p>
<p>Zo is De Binckhorst in Den Haag bijvoorbeeld nog in gebruik en wordt door veel mensen geassocieerd met autobedrijven. Een overgang naar een multifunctioneel woon- en werkgebied zal daarom een hele verandering zijn. Op gebouwenniveau moet naar andere eigenschappen worden gekeken. Is het een gemeentelijke of private ontwikkeling? Dient het een publiek doel? Is het nieuwbouw of transformatie, tijdelijk of definitieve ontwikkeling? Een tijdelijk strand als Blijburg kan een grotere bekendheid genieten dan het hoofdkantoor van MTV. Dit zijn allemaal factoren die samenhangen met de toekomstige functie.</p>
<p><strong>Omgeving</strong><br />
Een bewuste omgang met de betekenis van  een eerste gebouw voor een gebied is belangrijk voor een succesvolle gebiedsontwikkeling. Als een dergelijke aanjager in een vroeg stadium van de gebiedsontwikkeling strategisch wordt ingezet kan dit een grote verrijking zijn van de toekomst van het gebied. Twee aspecten moeten hierbij niet uit het oog verloren worden.</p>
<p>Ten eerste heeft een gebouw niet alleen een eigen functie, maar ook een functie binnen het gebied. Vaak ligt de nadruk vooral op de functie van het gebouw, en wordt het gebied vergeten. De werking en de waarde van het gebouw binnen de omgeving wordt dan pas achteraf ‘gezien’ en ‘ontdekt’. Zo is het bijvoorbeeld gegaan bij de herontwikkeling van het <a href="http://www.architectenweb.nl/aweb/projects/project.asp?PID=9454" target="_blank">Jobsveem in Rotterdam</a>. De bekendheid van de feesten van de NOW&amp;WOW in een oud pakhuis aan het Jobsveem zijn pas later gebruikt om mensen te laten kennismaken met het gebied. Ook bij de NDSM-loods in Amsterdam-Noord verliep dit zo. Na hun gedwongen vertrek uit de gekraakte pakhuizen op de Piet-Heinkade werden ‘creatievelingen’ uit nood naar de NDSM-werf  verplaatst. Pas achteraf bleek dit een goed middel te zijn om mensen door middel van (kunst) festivals en feesten kennis te laten maken met het ruwe maar creatieve Amsterdam-Noord.</p>
<p>Deze effecten zijn niet af te dwingen, noch te voorspellen, maar bewustwording van het mechanisme maakt het wel mogelijk om gebiedsontwikkeling beter te kunnen sturen. <strong> </strong></p>
<p>Als het doel en de eigenschappen van de aanjager (het gebouw) van tevoren bepaald worden, kan dit de gewenste gebiedsontwikkeling een belangrijke zet geven. Als dit besef aanwezig is, kan een gebouw strategisch worden ingezet. De aanjager is een middel dat voor gebiedsontwikkelaars voorhanden is, maar dat wel vraagt om nieuwe manieren van samenwerken, investeren en ontwikkelen. Het biedt nieuwe mogelijkheden om transformaties van gebieden in gang te zetten, maar bewustzijn blijft de sleutel. Je moet weten waarom je iets doet. Of zoals Simon Sinek in zijn Golden Circle theorie (Ted.com) zei:  “People don’t buy what you do, people buy why you do it.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Van afgeleefd spoorwegterrein naar levendig gebied in Antwerpen.</em></p>
<p><em>Alle foto&#8217;s zijn gemaakt door de auteurs.</em></p>
<p><em>*Reiswijzer Gebiedsontwikkeling 2009, 2011</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/een-gebouw-als-aanjager/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Morgen gaan we open</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/morgen-gaan-we-open/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/morgen-gaan-we-open/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 Jun 2011 20:31:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maaike Schravesande en Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Bijeenkomsten]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2736</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_0122.jpg" /> Een groep auteurs en opiniemakers van RUIMTEVOLK bezocht het Hakagebouw in Rotterdam voor een inspirerende avond over pionieren, experimenteren en organische gebiedsontwikkeling met de voeten in de klei. In de stroom aan verhalen over 'nieuwe vormen' van gebiedsontwikkeling is het tijd om een nuchter en praktisch geluid te laten horen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een groep auteurs en opiniemakers van RUIMTEVOLK bezocht het Hakagebouw in Rotterdam voor een inspirerende avond over pionieren, experimenteren en organische gebiedsontwikkeling met de voeten in de klei. In de stroom aan verhalen over &#8216;nieuwe vormen&#8217; van gebiedsontwikkeling is het tijd om een nuchter en praktisch geluid te laten horen.</strong></p>
<p>Het decor deze avond is een robuust Rotterdams gebouw aan een winderige, ruige laan die uitkijkt over de Vierhavens. Het <a href="http://www.hakagebouw.nl/nl/home" target="_blank">Hakagebouw</a> werd in 1932 gebouwd als hoofdkantoor van de coöperatieve groothandelsvereniging HaKa. Na jaren van leegstand kocht woningcorporatie <a href="http://www.vestia.nl/Pages/default.aspx" target="_blank">Vestia</a> het pand met het oog op de gebiedsontwikkeling <a href="http://www.stadshavensrotterdam.nl/" target="_blank">Stadshavens</a>. De gemeente Rotterdam heeft onlangs een ouderwets masterplan voor Stadshavens gepresenteerd en een dito convenant ondertekend met projectontwikkelaars.</p>
<p>‘Langzaam-aan-ontwikkelaar’ Ben ten Hove van <a href="http://urbanbreezz.com/nederlands" target="_blank">Urban Breezz</a> trekt zich weinig van deze plannen aan, vertelt hij ons. Urban Breezz exploiteert het pand van Vestia en is verantwoordelijk voor de conceptontwikkeling van het pand. Het organiseert regelmatig een ‘ondernemerstafel’ met bedrijven uit de buurt om eigen plannen te maken voor het gebied. Het HaKagebouw is dan ook de uitvalsbasis van het bureau met drie werknemers zonder vaste werkplek. “We hebben geen <em>masterplan</em>, maar een ‘<em>plan master’</em>, en dat ben ik”, vertelt Ten Hove. “Voor dit soort opgaven geloven we in kleine, slagvaardige organisaties. We hebben met elkaar een doel voor ogen, maar schuiven wekelijks naar links of rechts als reactie op externe omstandigheden of lokale invloeden. Toch zijn we gelijk begonnen. Het motto is: Morgen gaan we open!”</p>
<p>Tijdens de rondgang door het inspirerende gebouw komt de discussie over gebiedsontwikkeling als vanzelf volop op gang. Vanaf het dak kijken we uit over de Rotterdamse Stadshavens. Niemand van de aanwezigen gelooft erin dat een beperkt aantal partijen zo&#8217;n enorm gebied in een keer kan ontwikkelen. Het belang van een gemeenschappelijke strategie wordt onderstreept. Juist in een organisch model met veel kleinere organisaties, initiatieven en projecten is het noodzakelijk een bredere blik te houden. Bovendien maakt gebiedsontwikkeling bepaalde investeringen commercieel haalbaar door waardevermeerdering en/of compensatie van de ene vastgoedontwikkeling met de andere. Met dien verstande dat de aanwezigen zich serieus afvragen of de tijd dat vastgoed in waarde stijgt niet voorbij is.</p>
<p><strong>Boventoon</strong><br />
Het concept van het Hakagebouw is een levend laboratorium voor bedrijven op het gebied van water en energie. Geen bedrijfsverzamelgebouw, maar een <em>creative community. </em>Ten Hove: “Er  ontstaat hier een hechte groep van pioniers. De grotere pioniers zorgen voor toegang tot markten en kennis. De kleinere deelnemers brengen onbevangenheid, frisse energie en nieuwe ideeën in.” Binnen dit organische groeimodel wordt het complex van 12.000 vierkante meter gefaseerd herontwikkeld. Per laag wordt een andere architect gevraagd om een interieur te ontwerpen. De begane grond is nu ingericht en verhuurd, dus wordt de komende maanden de eerste verdieping opgeknapt.</p>
<p>Het concept vertaalt zich niet alleen naar technische maar ook naar sociale duurzaamheid. Zo werkt Urban Breezz voor de inrichting en de dienstverlening in HaKa samen met een team van het re-integratieproject ‘De Werk en Leerfabriek‘. Mensen ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ kunnen zo onder professionele begeleiding weer enthousiast aan de slag. Ook grijpen ze graag terug naar de socialistische idealen die de boventoon voerden bij de oprichting van de HaKafabriek in de jaren dertig van de vorige eeuw. Primair doel was arbeiders betaalbare levensmiddelen te bieden, zoals Haka Koffie, Haka Zeep en Haka Erwten. Ten Hove laat zich duidelijk inspireren door de authenticiteit van het gebouw en haar vorige gebruikers: “We willen het oude verhaal doorvertellen en nieuw leven inblazen.”</p>
<div id="attachment_2738" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2738" href="http://ruimtevolk.nl/blog/morgen-gaan-we-open/img_0149/"><img class="size-full wp-image-2738" title="IMG_0149" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/IMG_0149.jpg" alt="" width="510" height="340" /></a><p class="wp-caption-text">foto: Maaike Schravesande</p></div>
<p><strong>Herontwikkeling </strong><br />
Na de rondleiding door het gebouw gaat de discussie over geld, tijd en de rolverdeling bij organische ontwikkeling. Een openbaring voor de groep is herontwikkelen vanuit exploitatie, zoals dat in het HaKa gebouw wordt toegepast. Niet in een keer 12.000 vierkante meter bedenken, opknappen en in de markt zetten. Maar een visie voor de lange termijn ontwikkelen en pas weer iets opknappen als de exploitatie het toelaat.</p>
<p>Al snel wordt duidelijk dat een groep pioniers staat te trappelen om deze organische ontwikkeling in de praktijk te brengen en daarbij ‘gebiedseigen’ partijen te betrekken. Een ontwikkeling moet immers  vooral aanhaken bij de omgeving. Net als in het Hakagebouw zou je de gebiedseigen partijen moeten inventariseren en onderzoeken wat hun bijdrage in de gebiedsontwikkeling kan zijn.</p>
<p>Zo moet in het Hakagebouw een huurder ook deelnemer in het concept zijn, aldus Ten Hove. Architect Ebami Tom, pionier van het eerste uur en ook deze avond aanwezig, is hier een schoolvoorbeeld van. Een aantal jaren geleden voerde hij in het kader van een afstudeerproject onderzoek uit over het gebied. Toen hij kantoorruimte zocht in Rotterdam belde hij Vestia. De corporatie stond wel open voor een kleine creatieve huurder. In het begin was het soms wel afzien: “In de winter werkten we bij temperaturen onder het vriespunt een aantal maanden met jassen aan en mutsen op, omdat er door de verbouwing geen verwarming was.”</p>
<p>Ebami heeft zijn steentje bijgedragen door het gebouw in zijn eigen netwerk aan te bevelen. We vragen ons af waarom creatieve gebruikers nu nog moeten betalen voor dit soort ‘opstartgebruik’ of<em> z</em><em>wischennutzung</em>. Ook creatieven zijn een keer schaars, de waardevermeerdering en imagoverbetering door opstartgebruik is geld waard. Worden creatieve huurders straks betaald voor hun invulling van een gebouw?</p>
<p><strong>Uitzondering</strong><br />
In de praktijk zijn initiatieven als het HaKagebouw nog steeds eerder uitzondering dan regel. De aanwezigen wijten dit onder andere aan te hoge grondprijzen, kantoorkolossen die op verkeerde plekken gebouwd worde omdat overheden hun grondexploitaties sluitend moeten krijgen. Veel aanwezigen zien soelaas in de crisis: de overheid wordt minder dominant, corporaties trekken zich terug en particuliere initiatieven worden hopelijk minder vertroeteld. Iedereen is het erover eens dat overheidsbemoeienis flink moet worden teruggeschroefd. De overheid moet een <em>facilitator’ </em>zijn. Maar zover is het nog lang niet</p>
<p>De anekdotes uit de praktijk spreken boekdelen. Zo vertelt <a href="http://www.voile-architecten.nl" target="_blank">Saskia Beer</a> over de herontwikkeling van het Teleport-terrein in Amsterdam, waar de overheid uitnodigde voor tijdelijke invulling voor een periode van twee jaar. Maar de gemeente waarschuwde meteen dat het misschien niet doorging als er een rijke projectontwikkelaar voorbij zou komen. In diezelfde categorie volgt een anekdote van Jurgen Hoogendoorn over een andere gebied waarbij de ‘tijdelijke’ invulling van de burgemeester door het hele ambtelijk apparaat moest: “Zo wordt tijdelijkheid dus een procesopgave met zes fases.”</p>
<p>Aan het eind van de avond steekt iedereen de hand in eigen boezem. Wat kunnen we zelf doen? Daar zit (een deel) van het antwoord in: zelf initiatieven nemen, slimme allianties smeden en massa creëren om een ontwikkeling van de grond te krijgen. Dus ongeïnspireerde zappers van Nederland: kom van de bank af en zaai je eigen buurtpark, timmer je eigen huis en beleg in je eigen zaak. Kortom: ‘Morgen gaan we open!’</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Zicht op de Stadshaven vanuit Hakagebouw (foto: Maaike Schravesande)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/morgen-gaan-we-open/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stop de stoplap!</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 11 Jun 2011 06:12:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Vincent Kompier</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>
		<category><![CDATA[Verrommeling]]></category>
		<category><![CDATA[Vinex]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2722</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/huiskamer-NL-groot.jpg" /> Met samengeknepen billen worden alle functies netjes verdeeld over stad en land. Iedereen is gelijk en heeft recht op alles. Met als doel dat iedere Nederlander zich keurig gedraagt binnen de regels van de ruimtelijke ordening. Maar dat gebeurt niet. De overheidsgestuurde, van bovenaf opgelegde ruimtelijke ordening loopt al jaren niet meer synchroon met de persoonlijke en geïndividualiseerde ordening. Het is helemaal niet de bedoeling dat U, wonend in Almere, in de auto stapt om aan te sluiten in de dagelijkse file naar Amsterdam om daar te gaan werken. Dat werken moet U in Almere doen!]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>“Elk rapport over herstructurering, elk nieuw bestemmingsplan en iedere toekomstvisie heeft het over ‘de inrichting van Nederland’ als was het een huiskamer” aldus de in Nederland wonende Duitse journaliste Annette Birschel in Do is der Bahnhof, Nederland door Duitse ogen. Dat heeft consequenties voor de manier waarop met de ruimtelijke ordening wordt omgegaan: als iets absoluut heiligs, noodzakelijks en onoverkomelijks. Met samengeknepen billen worden alle functies netjes verdeeld over stad en land. Iedereen is gelijk en heeft recht op alles. Met als doel dat iedere Nederlander zich keurig gedraagt binnen de regels van de ruimtelijke ordening. Maar dat gebeurt niet. De overheidsgestuurde, van bovenaf opgelegde ruimtelijke ordening loopt al jaren niet meer synchroon met de persoonlijke en geïndividualiseerde ordening. Het is helemaal niet de bedoeling dat U, wonend in Almere, in de auto stapt om aan te sluiten in de dagelijkse file naar Amsterdam om daar te gaan werken. Dat werken moet U in Almere doen!</p>
<p>Wie in Nederland om zich heenkijkt mag zich serieus afvragen of de omgeving die hij ziet dankzij of ondanks die ruimtelijke ordening is veroorzaakt. Ik noem de willekeurige branieparken langs vijfbaanssnelwegen, vol met kantorenkerkhoven. Voorheen prachtige zichtlocatie, weet U nog? Nu de beste garantie voor leegstand, want volstrekt monofunctioneel. Gebouwd in Nederland, dat zo trots is op zijn ruimtelijke ordening.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-2725" href="http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/iedereen/"><img class="alignnone size-full wp-image-2725" title="iedereen" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/iedereen.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></p>
<p>Daarom: nu het lente is wordt het tijd om huiskamer Nederland zorgvuldig uit te mesten. Deze staat vol ouwe troep en afgekloven clichés die bij het grofvuil kunnen. Daar is het huidige kabinet al mee begonnen, door de ministeries flink te <a href="http://www.binnenlandsbestuur.nl/bb-magazine.1122991.lynkx" target="_blank">husselen en veranderen</a>. Dat heeft als flink wat stof doen opwaaien. Ook de rapportage <a href="http://www.bnsp.nl/files/Pre-advies_samenvatting.pdf" target="_blank">‘Luchtbellen en luchtkastelen in de ruimtelijke ordening: wie prikt ze door?’</a>van de Universiteit van Amsterdam laat zie dat de ruimtelijke ordening in Nederland overvol zit met vooringenomen ideologische, niet gestaafde aannames en waar kritische noten uit den boze zijn.</p>
<p>Met een beetje lef is veel meer mogelijk. Een voorbeeld: bij een <a href="http://www.stedelijkinterieur.com/seminartour.php?task=2010seminar2" target="_blank">congres</a> in 2010 waar de mogelijkheden van tijdelijkheid werden onderzocht was ik (net als de permanente staat van Tweede Kamerleden) GESCHOKT en VERBIJSTERD over de wettelijke mogelijkheden die er zijn om (tijdelijkheid) te gedogen. Weinig bestuurders hebben de ballen dat te proberen. Opvallend dat dit niet bekend is, nog opmerkelijker dat het niet veel meer gedaan wordt en ontluisterend dat bestuurders daar geen gebruik van maken. Men blijft steken in de discussie over het wel of niet afschaffen van regels. Maar: deal with it; die regels krijg je toch nooit weg, net als spinnen, luizen en huismijt. Die komen ieder jaar weer terug, kan je ook niet afschaffen, maar moeten doelgericht afgestoft worden en (tijdelijk) bestreden. Net als zevenkoppige draak.</p>
<p>In de wereld van het plannen en bouwen gebeurt op dit ogenblik heel veel dat onzeker en spannend is: leegstand, nieuwe vormen van werken, hoe om te gaan met tijdelijkheid, de vastgelopen woningmarkt, het energievraagstuk. Een aantal rotsvaste beginselen van de ruimtelijke ordening worden eindelijk eens ter discussie gesteld. De stoplappen die wij vakgenoten telkens weer naar voren halen als er iets te ruimtelijk ordenen valt werken niet meer. De hieronder beschreven stoplappen zijn vanaf nu uit den boze:</p>
<p>Sociale, etnische en economische menging is goed voor de samenhang in een buurt. <a href="http://www.socialevraagstukken.nl/site/?p=2395" target="_blank">Onderzoek</a> wijst uit dat dit niet zo is. Een cliché vooral gebezigd door professionals die zelf in een totaal ontmengde buurt wonen. Kunstenaars versterken de sociale cohesie in achterstandsbuurten. Tot de kunstenaar de buurtbewoners tegen de gemeente opzetten. Dat is dan weer niet de bedoeling. Of het leidt tot ingekapselde overheidsgestuurde sociale prestatiedoelen gestuurde kunst. Vaak niet om aan te zien, met 0,0 artistieke waarde. Het ombouwen van kantoren tot woningen lost de woningnood op. Graag spreek ik met de eerste persoon die uit vrije wil op kantorenparken als Sloterdijk, Plaspoelpolder, Amstel 3 of Papendorp gaat wonen. Particulier opdrachtgeverschap trekt de vastgelopen woningmarkt vlot. Als dat de belangrijkste reden is om particulier opdrachtgeverschap te stimuleren: doe het dan niet. De hoofdreden moet zijn dat je vindt dat mensen het recht en de mogelijkheid moeten hebben hun eigen huis te bouwen. Laatste stoplap: snelheid is essentieel voor de ruimtelijke ordening. Niets is minder waar. De grootste fouten worden gemaakt doordat te snel wordt gepland, gebouwd, bewoond en weer gesloopt.</p>
<p><a rel="attachment wp-att-2726" href="http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/weg-kwijt/"><img class="alignnone size-full wp-image-2726" title="weg-kwijt" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/weg-kwijt.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></p>
<p>Deze stoplappen zijn taboe maar bieden de ideale voedingsbodem voor een avontuurlijk pretpark van de Nederlandse ruimtelijke Ordening van de 20e eeuw, het liefst ergens in een krimpgebied. Met een architectonisch verantwoorde Vinexwijk waar arm naast rijk en blank naast zwart woont, gelegen aan een natuurcompensatiegebied met aldaar uitgezette rugstreeppadden en damherten dat zorgt voor waardecreatie van de Vinexwijk en dat daar gunstig en goed bereikbaar ligt vanwege de daarnaast gelegen vijfbaans autosnelweg met spitsstrook die ongebruikt moet blijven om milieutechnische redenen met de autoweg die uitmondt in een orgie aan rotondes met aan de rand van de Vinexwijk een stripje waar mensen zelf hun huis mochten vormgeven en bouwen gevolgd door een rij tijdelijke containers waar kinderen van 6 tot 18 jaar hun schooljaren mogen doorbrengen.</p>
<p>Dus: niet klagen over het feit dat we door de crisis niet weten wat we moeten doen, maar gewoon helder en kritisch blijven nadenken. Voor diegene die denken dat de huidige crisis tijdelijk is en niet tot fundamentele veranderingen in de ruimtelijke ordening leiden: <a href="http://www.youtube.com/watch?v=XEIngrxqA8k&amp;feature=relmfu" target="_blank">Ja hoor!</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/stop-de-stoplap/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Engagement als antwoord op krimp</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Jun 2011 22:32:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bas Breman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Berlijn]]></category>
		<category><![CDATA[Creatieve stad]]></category>
		<category><![CDATA[Krimp]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale cohesie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2668</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1381-Large-tuin.jpg" /> “Es braucht einige Verrückten”, zo vertelt onze gids Alexander terwijl hij ons door de straten van een buitenwijk van Halle leidt. Indrukwekkend om te zien hoe zich hier sinds enkele jaren]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>“Es braucht einige Verrückten”, zo vertelt onze gids Alexander terwijl hij ons door de straten van een buitenwijk van Halle leidt. Indrukwekkend om te zien hoe zich hier sinds enkele jaren herstel begint af te tekenen. Ook deze wijk, deze hele regio eigenlijk, is hard getroffen door de krimp. Sinds die Wende trokken honderdduizenden weg uit Oost-Duitsland met op vele plekken leeggelopen en vervallen buurten als gevolg. Het is een patroon wat we de afgelopen dagen op verschillende plekken in Duitsland steeds weer hebben gezien. Berlijn, Dessau, Halle. </strong></p>
<p>Volgens de prognoses is de krimp in Duitsland nog lang niet ten einde, integendeel, op het zuiden van het land na (Beieren) krimpt het tegenwoordig bijna overal. Volgens het Berliner Institut (Maart, 2011) moet de echte verandering nog komen. De gemiddelde leeftijd is door de vergrijzing flink aan het stijgen en er worden steeds minder kinderen geboren. Mede omdat er kostbare tijd verloren is gegaan met het ontkennen van de krimp gaat het inmiddels, net als bij klimaatverandering, misschien wel meer om adaptatiestrategieën dan om mitigatie. De situatie is op de meeste plekken (nog) niet te vergelijken met die in Nederland maar toch kunnen we er wel veel van leren. Juist ook om te voorkomen dat het in Nederland dezelfde vormen aanneemt. Het is nog niet zo lang geleden dat krimp in Duitsland met veel scepsis en kritisch benaderd werd. Dat stadium is het inmiddels wel voorbij.</p>
<p>Wat onze gids ons duidelijk maakt op zijn rondleiding door Halle is dat kleine initiatieven en het doorzettingsvermogen van enkele ‘verruckte’ individuen een groot verschil kan maken. Zo zijn ze hier 3 – 4 jaar geleden met vier mensen begonnen om te proberen het verval een halt toe te roepen. In eerste instantie met allerlei sympathieke, kleinschalige initiatieven. Muurschilderingen, concerten, een buurtkroeg, een straatfestival, guerilla gardening en een succesvol initiatief van stadslandbouw om braakliggende terreinen opnieuw in te richten en bewoners te mobiliseren. In het begin tegen de klippen op. Denk maar niet dat de buurt meteen stond te springen van enthousiasme. Integendeel, ze hebben meerdere malen hun kop gestoten en nul op het request gekregen. Maar toch, doorzettingsvermogen heeft er toe geleid dat mensen uit de buurt uiteindelijk toch mee gingen doen. Stukje bij beetje trad er een verandering in. “Das Bild der Leuten hat sich geändert”. Mensen begonnen zich er tegen aan te bemoeien, zelf ook actief te worden. Soms ook te protesteren, maar ook dat is een vorm van engagement. Het betekent dat het ze iets uitmaakt, en dan komen ze in beweging, aldus Alexander.</p>
<div id="attachment_2674" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2674" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/sam_1680-large/"><img class="size-full wp-image-2674 " title="SAM_1680-(Large)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1680-Large.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Stadstuin, Halle (foto: Judith Lekkerkerker)</p></div>
<p>Ook niet onbelangrijk, doordat er geleidelijk aan weer meer leven op straat komt, en de buurt stukje bij beetje opknapt, wordt de buurt ook weer aantrekkelijker voor studenten. Voorheen hadden die het meestal na 1 of 2 maanden wel gezien. Nu blijven ze, en dragen zelf ook bij aan de activiteiten in de wijk. Recentelijk heeft een Belgische ondernemer een aantal van de panden gekocht die op de nominatie stonden om gesloopt te worden. Dit nadat de wijk volop in het nieuws kwam bij een twee weken durend straatfestival. Nu staan de panden op het punt te worden gerenoveerd. Het lijkt alsof ze in deze wijk de negatieve spiraal die vaak gepaard gaat met krimp hebben weten om te buigen.</p>
<div id="attachment_2671" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2671" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/sam_1677-large/"><img class="size-full wp-image-2671" title="SAM_1677-(Large)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1677-Large.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Muurschilderij op leegstaande panden in Halle (foto: Judith Lekkerkerker)</p></div>
<p><strong>Engagement</strong><br />
Het sleutelwoord lijkt ook hier ‘engagement’. Betrokken burgers die zelf ook bereid zijn om met hun eigen leefomgeving aan de slag te gaan. Dit is heel herkenbaar. Al eerder op deze studiereis zagen we voorbeelden van dit soort initiatieven die echt een verschil kunnen maken en voor nieuwe dynamiek kunnen zorgen. In Berlijn bv., waar de mobiele, tijdelijke, ‘nomadische’ tuinen in de <a href="http://prinzessinnengarten.net/" target="_blank">Prinzessinengarten</a> bruisen van het leven, en het schoolvoorbeeld van een multiculturele samenleving zijn (waarom kleeft er tegenwoordig toch vaak zo’n nare smaak aan dat begrip?). Maar ook in Dessau, waar de afgelopen 10 jaar in het kader van de <a href="http://www.iba-stadtumbau.de/index.php?dessau-ross-lau-projekt" target="_blank">IBA</a> overal in de stad kleine stukjes grond zijn uitgegeven op de massaal vrijkomende grond. Burgers kunnen hier vervolgens zelf mee aan de slag met bv. kruiden, bloemen of een BMX baan. Ook is er een apothekerstuin en wordt er geëxperimenteerd met energiegewassen. <a href="http://www.spiegel.de/international/germany/0,1518,688152,00.html" target="_blank">Der Spiegel</a> schreef hier vorig jaar een mooi artikel over.</p>
<div id="attachment_2677" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2677" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/dsc_0271/"><img class="size-full wp-image-2677" title="DSC_0271" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/DSC_0271.jpg" alt="" width="510" height="339" /></a><p class="wp-caption-text">Wo Gebaude fallen, enstehen Gärten (foto: Bas Bremen)</p></div>
<p>Ik herken het ook uit Portugal waar ik tussen 2003 en 2006 onderzoek heb gedaan naar de leegloop van het platteland. Ook daar waren het vaak gedreven individuen met een ‘cabeca dura’ die het verschil maakten in de marginale gebieden. Heel vaak nieuwkomers trouwens, die met frisse energie, nieuw kapitaal (economisch, sociaal en cultureel) en doorzettingsvermogen aan de slag gaan. Soms ook tegen beter weten in. Ook in Nederland zie je de voorbeelden. Waarom blijft het ene dorp vitaal en leefbaar en het andere niet? Kijk maar eens goed, vaak zijn het ook hier enkele individuen met een drive die het verschil maken. Zoals bijvoorbeeld die ondernemer van <a href="http://www.supportenco.nl/" target="_blank">Support &amp; Co.</a> Die ik sprak in de uitzending van <a href="http://rondom10.ncrv.nl/ncrvgemist/14-5-2011/bevolkingskrimp-crisis-of-kans" target="_blank">Rondom10</a> en die het wel lukt om in kleine dorpskernen waar de leefbaarheid onder druk staat met succes supermarkten draaiende te houden.</p>
<p>In Duitsland is er momenteel volop belangstelling voor het hoe en wat van dit engagement, zoals ook blijkt uit de ondertitel van een recent rapport van het <a href="http://www.berlin-institut.org/fileadmin/user_upload/Die_demografische_Lage_2011/D-Engagement_online.pdf" target="_blank">Berlin Institut</a> <em>‘Die demografische Lage der Nation. Was freiwilliges Engagement für die Regionen leistet’ </em>(maart 2011). Dit instituut stelt dat: <em>“&#8230;. wenn der Staat nicht mehr alles kann, was er einst vorgab zu können, wer springt dan in die Lücke? Die Zivilgesellschaft, die engagierten Burger, die Freiwilligen aus Stadt und Land sollen es nun richten. Sie sind nicht mehr nur die nette Begleiterscheinung von gestern, die sich am Dienstagabend bei den Rotarien trifft, für die Restaurierung einer alten Kirche spendet und an Weihnachten den Basar für die Notleidenden der Welt veranstaltet. Sie soll jetzt zu einer tragenden Säule sozialstaatlicher Strukturen werden”.<br />
</em><br />
<strong>PlaNOlogie</strong><br />
Deze nadruk op de rol en de inzet van het individu, en de kleinschalige, stapsgewijze en bijna organische wijze waarop in Dessau, Halle of Berlijn met krimp wordt omgegaan staan natuurlijk lijnrecht tegenover de wijze waarop deze steden in de jaren ’60 – ’80 gegroeid zijn. De eerste dag van onze studiereis leidt ons onder andere langs Berlin Hellersdorfer waar in de jaren ’70 en ’80 in een relatief klein tijdsbestek 100.000 woningen uit de grond zijn gestampt. Het merendeel in de vorm van de beroemde, en weinig duurzame, Plattenbau.</p>
<p><em> </em></p>
<div id="attachment_2678" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><em><em><a rel="attachment wp-att-2678" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/sam_1545-large-marzahn/"><img class="size-full wp-image-2678  " title="SAM_1545-(Large)-marzahn" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1545-Large-marzahn.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></em></em><p class="wp-caption-text">Plattenbau in Berlin Marzahn-Hellersdorf (foto: Judith Lekkerkerker)</p></div>
<p><em> </em></p>
<p>Het contrast tussen de groei en krimp van dit soort wijken mag misschien extreem zijn, het is ergens ook wel illustratief. Voor het omgaan met krimp lijken geen blauwdrukken te bestaan, geen grootschalige of uniforme oplossingen. Pla<strong>NO</strong>logie is de term die valt tijdens onze reis. Het lijkt wel of krimp niet of nauwelijks te plannen valt, of er nagenoeg geen logica is in de oplossingen. Eén van de meest opvallende zaken tijdens het bezoek aan Duitsland zijn steeds weer de contrasten tussen regio’s, wijken of zelfs straten. Er lijkt soms geen peil op te trekken. De ene wijk is hip, de andere ligt te verpauperen. De ene straat bruist, de ander is doodstil. Op de ene plek staan de huizen er vervallen bij, op de andere staan ze in de steigers. Een deel van de verklaring hiervoor zit hem in de verwevenheid van particulier woningbezit en dat van woningcorporaties.</p>
<p>Frau Bruckner van de IBA in Dessau vertelt hoe ze in eerste instantie een grootschalig plan / ontwerp voor de vrijkomende ruimte in de stad hadden waarbij ze een groot park midden door de stad hadden gepland. Toen ze na veel duwen en trekken eindelijk zo ver waren dat ze op een enkele plek konden beginnen met slopen bleken sommige van de particuliere eigenaren er omheen hele andere plannen te hebben. In de hoop dat hun woningen wél het verschil konden maken begonnen ze hun eigen pand opeens grondig te renoveren. ‘Wishful thinking’ waarschijnlijk, maar in ieder geval ook een streep door de rekening van de planologen en het stadspark.</p>
<p><em> </em></p>
<div id="attachment_2679" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><em><em><a rel="attachment wp-att-2679" href="http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/sam_1639-large/"><img class="size-full wp-image-2679 " title="SAM_1639-(Large)" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/06/SAM_1639-Large.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a></em></em><p class="wp-caption-text">Leegstand, Dessau (foto: Judith Lekkerkerker)</p></div>
<p><em> </em></p>
<p>De huidige strategie van ‘uitgifte’ van kleine stukjes grond aan geëngageerde burgers is weer het andere uiterste. De uitkomst is ongewis. Dat is eigenlijk ook de hoofdboodschap die Frau Brückner ons meegeeft. Krimp in Dessau is een onvoorspelbaar proces. Het vraagt om een compleet andere manier van denken. Er zijn geen zekerheden, er is geen vooropgezet plan. Het is ‘trial &amp; error’. “We denken niet meer in grote plannen maar we beginnen gewoon &#8230;&#8230;&#8230;&#8230;”.</p>
<p>Dat ze daarbij nog voor allerlei raadsels en verrassingen zullen komen te staan blijkt wel uit een haast terloopse opmerking over de infrastructuur. Het is één ding om huizen te slopen, men buigt zich nu over de rest van de infrastructuur. Op sommige plaatsen zijn wegen al vervangen door fietspaden. Maar wat te doen met bijvoorbeeld riolering en waterleidingen? De eerste reactie van de beheerders is om de lasten per inwoner gewoon te verhogen, maar dat is nou juist niet wat je wilt in een krimpregio. Hoe ze dit dan wel kunnen oplossen is nog onduidelijk.</p>
<p>In <a href="http://www.nirov.nl/Home/Publicaties/Outputs/Publicatie_items/Output_19__Krimp__een_nieuwe_ruimtelijke_opgave_-_Lessen_uit_Duitsland.aspx?mId=10443&amp;rId=179" target="_blank">NIROV rapport met Lessen uit Duitsland</a> wordt gesproken over zogenaamde ruimtelijke en niet-ruimtelijke ‘impulsprojecten’. Dit zijn projecten die veelal kleinschalig zijn en een kortere termijn bestrijken. Deze impulsprojecten bieden de broodnodige flexibiliteit in het ontwikkelingsconcept zodat steeds tussentijds ingespeeld kan worden op nieuwe ontwikkelingen. En ook in dit rapport worden ‘geëngageerde sleutelpersonen’ genoemd als cruciale voorwaarde voor de aanpak van krimp.</p>
<p>Het Berliner Institut heeft het over nog een vorm van infrastructuur, namelijk die infrastructuur die burgerlijk engagement mogelijk maakt en versterkt. Het lijkt me dat we dáár in Nederland in ieder geval ook mee moeten beginnen. Om burgers te betrekken, en aan te spreken op het verschil dat ze zelf kunnen maken.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Mobiele stadslandbouw in de <em>Prinzessinengarten in Berlijn (foto: Judith Lekkerkerker)<br />
</em></em></p>
<p><em>Met dank aan de studiereis van RUIMTEVOLK onder begeleiding van Judith Lekkerkerker en Vincent Kompier</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/engagement-als-antwoord-op-krimp/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wars van schijnzekerheid</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 May 2011 19:48:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wigger Verschoor en Jeroen Niemans</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Eindhoven]]></category>
		<category><![CDATA[gebiedsontwikkeling]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[transformatie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2585</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/foto-watertorenberaad.jpg" /> Een netwerk dat zijn oorsprong vond in een goed gesprek op een terras aan het water en een ontmoeting op een kerkpleintje, is inmiddels uitgegroeid tot een inspirerende club die hoopt kennis en inspiratie over de nieuwe praktijken rondom gebiedsontwikkeling als een olievlek te verspreiden. In gesprek met Antoinette van Heijningen en Damo Holt, medeoprichters van het Watertorenberaad: “Wij zijn op zoek naar positieve besmetting van onszelf en van anderen.”]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een netwerk dat zijn oorsprong vond in een goed gesprek op een terras aan het water en een ontmoeting op een kerkpleintje, is inmiddels uitgegroeid tot een inspirerende club die hoopt kennis en inspiratie over de nieuwe praktijken rondom gebiedsontwikkeling als een olievlek te verspreiden. In gesprek met Antoinette van Heijningen en Damo Holt, medeoprichters van het Watertorenberaad: “Wij zijn op zoek naar positieve besmetting van onszelf en van anderen.”</strong></p>
<p>Oorlogen, rampen en crisissen hebben de neiging een harde breuk te slaan in de tijd. Je hebt een ervoor en erna. Wie de discussies volgt rondom de staat van de ruimtelijke ontwikkeling kan niet anders dan gelijkenissen zien. De revolutie wordt veelvuldig gepredikt. Er moet afscheid genomen worden van een tijdperk en een systeem van gebiedsontwikkeling dat niet langer houdbaar lijkt te zijn. Maar is dit wel zo? Waar de crisis voor velen een <em>trigger</em> was om te beginnen met nadenken, waren er ook die de ‘schijnzekerheid’ van vele grond- en opstalexploitaties al langer in het vizier hadden. En het bewegen richting nieuwe praktijken zien als de doorontwikkeling van het vak ‘gebiedsontwikkeling’. Niet meer en niet minder. Het <a href="http://www.watertorenberaad.nl/" target="_blank">Watertorenberaad</a> is zo’n groep die los van de financieel-economische crisis, zoekt naar structurele manieren om het anders denken en anders doen<strong><em> </em></strong>vorm te geven. Antoinette van Heijningen (Urbancore, Collegamento) en Damo Holt (Ecorys) zijn twee van de drijvende krachten achter het Watertorenberaad; een beweging van elkaar inspirerende professionals, waarbij iedere partij zijn of haar eigen vakmanschap ter beschikking stelt.</p>
<div id="attachment_2593" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2593" href="http://ruimtevolk.nl/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/dordrecht_-_oude_watertoren_michiel1972wiki-2/"><img class="size-full wp-image-2593" title="Dordrecht_-_oude_watertoren_michiel1972wiki" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Dordrecht_-_oude_watertoren_michiel1972wiki1.jpg" alt="" width="510" height="523" /></a><p class="wp-caption-text">Oude watertoren, Dordrecht (foto: Wikipedia: michiel1972)</p></div>
<p><strong><br />
Vertrouwen op basis van schijnzekerheid?<br />
</strong>Wie de wereld van de ruimtelijke ontwikkeling kent, weet dat iedereen zich ‘schuldig’ maakt aan een- en-hetzelfde fenomeen. Zekerheden proberen te creëren daar waar deze er (nog) niet zijn. Of het nu gaat om een 100% sluitende investeringsdekking vooraf, een ontwikkelingsproces zonder verrassingen of een ‘afzetgarantie’ voor woningen en bedrijfsruimten.</p>
<p>“Grootschalige masterplannen maken, is aantrekkelijk. Dat heb ik zelf ook gedaan,” stelt Antoinette schuldbewust, “maar het zorgt er niet voor dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor een gebied.” De overheden proberen dit via hun beleid en regelgeving af te dwingen en de private partijen via hun visies en grondexploitaties. In een gezonde markt een aanjager van vertrouwen, maar in een ongezonde markt een masker voor het gebrek eraan.</p>
<p>Antoinette van Heijningen geeft een voorbeeld uit de praktijk: “Onze samenwerkingsovereenkomsten zijn inmiddels zo dik geworden als een telefoonboek, juist omdat we elkaar niet (meer) vertrouwen. Maar als je goed kijkt, zie je dat de helft van de tekst verhullende lippendienst betreft. Intenties, verwachtingen, allemaal verpakt in prachtig gecompliceerde ‘als-dan’ constructies, waar je uiteindelijk volledig in vastloopt.”</p>
<blockquote><p>“Grootschalige masterplannen maken is aantrekkelijk, maar het zorgt er niet voor dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor een gebied.”</p></blockquote>
<p>Gevolg is dat heel wat projecten zichzelf hebben opgeblazen en daarbij behoorlijk wat ‘slachtoffers’ hebben achtergelaten. Treffend vergelijkt Damo Holt een dergelijk proces<strong><em> </em></strong>met ‘een gedwongen huwelijk’ waar beide partijen eigenlijk al vanaf het begin met hun gezicht naar de uitgang zitten. Het meest frappante is misschien nog wel dat er maar weinigen in zo’n proces<strong><em> </em></strong>het lef hebben om een andere weg te kiezen”, aldus Holt, “terwijl iedereen stiekem wel weet dat het zo nooit gaat werken.” Niet alleen erg frustrerend, maar bovendien ook fnuikend voor het o zo delicate proces waarin het wederzijds vertrouwen moet worden opgebouwd.</p>
<p><strong>Anders denken en doen<br />
</strong>Het Watertorenberaad draait op de persoonlijke drijfveren van de leden. De zoektocht naar gelijkgestemde zielen begon eind 2009. In de dagelijkse praktijk zitten ze soms tegenover elkaar aan tafel, binnen het Watertorenberaad vinden ze elkaar in het juist niet willen proclameren van nieuwe waarheden. Tienpuntenlijstjes zijn er inmiddels al genoeg. In plaats daarvan werd de uitdaging om integraal op zoek te gaan naar de juiste vragen vanuit het besef dat elke gebiedsontwikkeling weer anders is en het nooit mogelijk is één <em>roadmap </em>of recept te tekenen. Het ‘anders denken en doen’ krijgt vorm door ‘binnen een aantal nieuwe denkrichtingen, passende instrumenten te ontwikkelen en deze te koppelen aan nieuwe praktijkervaringen. In de door deelnemende partijen zelf ingebrachte pilots worden nieuwe investeringsmodellen, procesinrichtingen, planvormen, manieren van samenwerking en instrumenten in de praktijk <a href="http://www.watertorenberaad.nl/waarovergaathet/" target="_blank">getoetst</a>’.<strong><em> </em></strong>“Geen revolutie, maar een evolutie”, roepen beiden in koor, waar <em>‘gefundenes fressen’ </em>van voor de crisis net zo bruikbaar kan zijn om te komen tot een waardevolle ontwikkeling, zowel financieel als kwalitatief.</p>
<div id="attachment_2589" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2589" href="http://ruimtevolk.nl/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/gemeenterotterdam_herstructureringsgebiedenkaar_mei2005/"><img class="size-full wp-image-2589 " title="gemeenterotterdam_herstructureringsgebiedenkaar_mei2005" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/gemeenterotterdam_herstructureringsgebiedenkaar_mei2005.jpg" alt="" width="510" height="361" /></a><p class="wp-caption-text">Herstructureringsgebieden in gemeente Rotterdam (Bron: www.kei-centrum.nl)</p></div>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Vallende kwartjes</strong><br />
Een heel belangrijk onderdeel van de werkwijze van het Watertorenberaad zijn de pilotprojecten. Via  <em>real-time</em> praktijksituaties is het de bedoeling om werkendeweg te ontdekken hoe die nieuwe manier van denken en doen nu werkt. Daar zit ook een groot deel van de lol voor Holt en van Heijningen. Als mensen zelf, al doende, tot nieuwe inzichten komen en het kwartje valt. Het project <a href="http://www.watertorenberaad.nl/Bospolder/" target="_blank">Bospolder/Tussendijken</a> in Rotterdam levert tot nu toe de meeste ‘vallende kwartjes’ op, vooral omdat iedereen is ‘opengeklapt’, zoals Damo het noemt, ‘en er bijna geen heilige huisjes meer bestaan‘. “Dus toen een projectontwikkelaar op een gegeven moment riep dat er een nieuwe visie gemaakt moest worden en zichzelf direct erachteraan corrigeerde en zei dat we het proces heel anders moesten gaan inrichten… toen werd ik gelukkig!”</p>
<p>Dit is ook eigenlijk waarvoor we het doen, geven ze beiden toe: “Dat soort schakelmomenten. Want zoals Cruijff zegt ‘je ziet het pas, als je het doorhebt’! Wat dat betreft merken we wel dat meerdere partijen op dit vlak beginnen te bewegen. Een ontwikkelaar die niet langer puur en alleen stuurt op <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Interne_opbrengstvoet" target="_blank">IRR-scores</a>, maar een veel breder palet aan sturingsvariabelen hanteert. Of zelfs onomwonden stelt dat zij alleen zaken doen als iedereen zijn kaarten open op tafel legt.”</p>
<p>Een cruciale vraag die het afgelopen jaar is bovengekomen: ‘Hoe geef je een onzeker proces toch de nodige vorm en inhoud voor de partijen die dat nodig hebben, bijvoorbeeld om hun publiekrechtelijke verantwoordelijkheid te kunnen afleggen, zonder een schijnwerkelijkheid te creëren?’ In koor: “Er is één kernwoord, dat hier duidelijk bij hoort en dat is &#8216;transparantie&#8217;!&#8221;</p>
<p>Zo hoorden wij recentelijk een verhaal van een projectleider bij de gemeente Eindhoven, die terugkijkend op een ontwikkelingsproces stelde dat het nooit zijn intentie is geweest om één plan te maken met één businesscase. Hij liet in plaats daarvan een aantal scenario’s schetsen en gaf daarbij openlijk aan dat afhankelijk van hoe de markt, de prijs en de lokale vraag zich ontwikkelt en of zich bepaalde kansen zouden voordoen, het allerlei verschillende kanten op kan. Zijn verzoek aan gemeenteraad en aan de partners binnen het project was vervolgens: ‘Geef me die bandbreedte en als ik daarbuiten kom, heb ik jullie nodig”!</p>
<p><strong>Vertrouwen, flexibiliteit en transparantie</strong><br />
Het inruilen van schijnzekerheid voor een proces waarin vertrouwen, flexibiliteit en transparantie op basis van een goede samenwerking tot stand kan komen, is cruciaal. Damo: “Het maakt nogal wat uit als je gezamenlijk &#8211; privaat en publiek &#8211; in staat bent om vooraf te praten over wat de afwegingskaders zijn, tot waar je kan gaan, bandbreedtes, wat is wel en wat niet onderhandelbaar en waar wordt je intern op afgerekend! Op zo’n manier bouw je een heel andere soort relatie op in vergelijking met de oude situatie waarin partijen met de boeken dicht en de kaarten tegen de borst aan tafel zaten.” Maar dat dit niet vanzelf gaat moge duidelijk zijn. “Communicatie tussen twee volwassenen, die met verschillende belangen in hetzelfde proces zitten, is gewoon één van de moeilijkste dingen die er is. En over dat metaniveau gesproken, 99 procent van de gesprekken binnen een gebiedsontwikkelingsproces gaat over alles behalve over de manier waarop er wordt samengewerkt, er tegen de opgave wordt aangekeken, waar ze de knelpunten beleven en de kansen zien liggen!”<br />
<strong><br />
Prioriteiten<br />
</strong>Het Watertorenberaad heeft zichzelf tot doel gesteld om zeker dit jaar tot een aantal voortschrijdende inzichten te komen in het denken en doen rondom haar kernthema’s en ervaring op te doen in de pilotprojecten, maar is er zich ook van bewust dat niet alles tegelijkertijd kan. Gevraagd naar waar de meeste urgentie ligt, noemt Antoinette twee elementen. Enerzijds het organiseren en mogelijk maken van nieuwe <a href="http://www.gebiedsontwikkeling.nu/wetenschap-en-praktijk/themas/financiering/checklist-watertorenberaad/ " target="_blank">investeringskrachten</a>. Gedachten over nieuwe <a href="http://www.nlbw.net/blog/2011/04/01/presentatie-verdienmodellen/" target="_blank">verdienmodellen</a> geven waardevolle richtingen aan, maar de vraag blijft hoe de betrokken partijen<strong><em> </em></strong>hun rol invullen. “Ik zou wat dat betreft graag zien dat pensioenfondsen die nu in China investeren, dat voortaan in mijn wijk gaan doen. In Groot-Brittannië bestaan er regionale pensioenfondsen die dit al doen. Hetzelfde geldt voor mijn energiebedrijf en mijn zorgverzekeraar.”<br />
Het andere is het verder stimuleren van een nieuwe samenwerkingsattitude, waarbij ook het ‘anders beginnen’ met aandacht voor de procesarchitectuur en -voering van groot belang is. Omdat we sowieso denken dat het een langer proces gaat worden, waarbij partijen langduriger verbonden blijven en hun winst niet direct in de eerste drie jaar hoeven te pakken, hebben we nu ook een bouwer en een jurist aan tafel.</p>
<p>Uitdaging is om het niet uit de klauwen te laten lopen, maar het terug te brengen tot een zo helder en uitlegbaar mogelijk verhaal zodat iedereen het kan begrijpen en er mee aan de slag kan. “Mooi is dan ook dat het werk van de pilotpartijen in Rotterdam (Gemeente, Proper Stok, Com.Wonen) herkend wordt en ze nu ook ‘het schatgraven in de eigen wijk’, zoals we dat gekscherende noemen gaan proberen toe te passen op een aantal vastgelopen projecten (de zgn. waakvlam-projecten) in Rotterdam. Korte lijnen met het Rijk en met andere actieve kennispartijen, maakt dat we echt het gevoel hebben dat het kwalitatieve besmettingsproces gaande is.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Antoinette van Heijningen en Damo Holt, medeoprichters van het Watertorenberaad.</em><strong> </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/watertorenberaad-wars-van-schijnzekerheid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een verrekt interessant Niemandsland</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/een-verrekt-interessant-niemandsland/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/een-verrekt-interessant-niemandsland/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 May 2011 20:21:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Venhoop</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Dorpen & platteland]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[RUIMTEVOLK]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2577</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/IMG_2550.jpg" /> Ja, zo is het. Dit is de laatste. Venhoop laat 13 columns achter in de archieven van RUIMTEVOLK, en daarmee is het mooi geweest. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Venhoop stopt er mee. Ja, zo is het. Dit is de laatste. Venhoop laat <a href="http://ruimtevolk.nl/author/venhoop/">13 columns</a> achter in de archieven van RUIMTEVOLK, en daarmee is het mooi geweest. De inspiratie raakt een beetje op, er is een tijd van komen&#8230; nou ja, zoiets dus.</p>
<p>Venhoop vindt het de laatste tijd een beetje tam binnen RUIMTEVOLK. Dat zou niet hoeven. Laat ik dan ook afsluiten met jullie te wijzen op de verrekte interessante periode waarin het RUIMTEVOLK zit. Misschien helpt dat om de versuftheid weg te nemen, om weer vonken te maken met elkaar.</p>
<p>Het is een verrekte tijd en een interessante tijd. Een verrekte tijd omdat we het allemaal even niet meer weten. De oude wetten van onze Ruimte(volk) gelden niet meer. Markten doen onvoorspelbare dingen. Ontwikkelaars, makelaars, bouwers, bedenkers en klanten, allemaal staan ze stil. Onze inzichten en theorieën schieten tekort. Het oude paradigma heeft afgedaan, het geeft geen logische ondersteuning van ons denken meer. Het wordt langzamerhand vervangen door een nieuw paradigma. Maar…dat nieuwe paradigma is er nog niet. We zitten in het Niemandsland tussen het oude dat heeft afgedaan en het nieuwe dat er nog niet is. Gevaarlijk gebied, zo&#8217;n Niemandsland; dat is het verrekte deel.</p>
<p>En dat nieuwe dat er nog niet is. Hoe zou dat er uit kunnen zien? Is dat iets met <a href="http://ruimtevolk.nl/spontane-stad-breken-met-de-nederlandse-planningstraditie/">Spontane Stad</a>, <a href="http://ruimtevolk.nl/gebiedsontwikkeling-zaanij-kent-geen-eindbeeld/">Slow Urbanisme</a>, klanten die zelf gaan ontwikkelen? Of zijn dat allemaal tussenpausen? Is HET echte perspectiefvolle nieuwe er gewoon nog niet?</p>
<p>Kijk dat is nu die andere kant, dat is nu het interessante deel van deze tijd. Het kan nog alle kanten op. Zekerheid is weg, grenzen hebben geen functie meer en schijnbare onmogelijkheden in onze RUIMTEVOLK-wereld worden ter discussie gesteld . Als bijna al dat oude is vastgelopen, juist op dat moment is er veel ruimte voor het nieuwe. En het nieuwe komt altijd. Kortom: we zitten in een verrekt interessant Niemandsland. We kunnen alle kanten op, meer dan ooit !</p>
<p>Venhoop wenst jullie veel inspiratie met het werken aan die nieuwe wereld van RUIMTEVOLK. Blijf allemaal schrijven over de ontdekking van die Ruimte-toekomst. Enne… niet te tam ! Ik lees graag hoe die ontdekkingstocht verder gaat.</p>
<p>Het was mij een genoegen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/een-verrekt-interessant-niemandsland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Fietsvriendelijkheid is graadmeter voor de moderne stad</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/fietsvriendelijkheid-is-graadmeter-voor-de-moderne-stad/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/fietsvriendelijkheid-is-graadmeter-voor-de-moderne-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 20 May 2011 09:16:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Wessel Simons</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Water, klimaat & duurzaamheid]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Energie en ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Fietsen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?p=2550</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Fotostudio-Voorhuis-Paul-de-Ruiter.jpg" /> Architect Paul de Ruiter (1962) staat bekend als een duurzame bouwer. Hij is onder meer bekend van het hoofdkantoor van transavia.com en Martinair op Schiphol (Transport-gebouw) en het nieuwe TNT-hoofdkantoor in Hoofddorp. Binnenkort realiseert hij het Hotel Amstelkwartier in Amsterdam (300 kamers), wat hij samen met Mulderblauw Architecten ontwerpt. Een interview met een van de meest invloedrijke Nederlanders op het gebied van duurzaamheid.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.paulderuiter.nl/" target="_blank">Architect Paul de Ruiter</a> (1962) staat bekend als een duurzame bouwer. Hij is onder meer bekend van het hoofdkantoor van transavia.com en Martinair op Schiphol (Transport-gebouw) en het nieuwe TNT-hoofdkantoor in Hoofddorp. Binnenkort realiseert hij het Hotel Amstelkwartier in Amsterdam (300 kamers), wat hij samen met <a href="http://www.mulderblauw.nl/" target="_blank">Mulderblauw Architecten</a> ontwerpt. Hij staat nummer 73 in de duurzame top 100, de lijst die Trouw samenstelt van meest invloedrijke Nederlanders op het gebied van duurzaamheid.</strong></p>
<p>Het kantoor van De Ruiter is gevestigd in een voormalige fabriekshal in het zuidwesten van Amsterdam. Hij heeft het gebouw in 2008 naar eigen zeggen een ‘extreme make-over’ gegeven. Het eerste dat bij binnenkomst opvalt is een koudewarmte installatie die centraal in de ontvangsthal staat. De installatie zorgt ervoor dat energie in de vorm van warmte of koude wordt opgeslagen in de bodem. De Ruiter heeft zijn eigen geld in de verbouwing gestoken, De Ruiter: “De bank gaf me geen lening om de installatie te plaatsen omdat ze niet zo de toegevoegde waarde er van in zagen. Vervolgens heb ik mijn eigen geld erin gestoken uit overtuiging een duurzaam gebouw te ontwikkelen. Door de uitstraling en de duurzaamheid van het gebouw is de huurprijs inmiddels veel hoger getaxeerd dan voorheen is aangenomen. Met als gevolg dat we nu een wachtlijst hebben van huurders die hier graag willen werken, omdat er weinig tot geen duurzame kantoren in Amsterdam te huur zijn. Ironisch hoe dynamisch de waardering van duurzaam vastgoed kan verlopen”.</p>
<p><strong>De Ruiter Architecten, waar staat uw bureau voor?</strong><br />
De Ruiter: “We willen met dezelfde middelen een beter gebouw ontwerpen. Een gebouw moet een ziel hebben. Het moet mooi, duurzaam, verrassend en betaalbaar zijn. Herkenbaarheid van een gebouw is heel belangrijk, zodat een bedrijf zich daarmee kan identificeren. Als bureau proberen we te doorgronden hoe een opdrachtgever werkt en wat ze met het nieuwe gebouw willen bereiken. Daar gebruiken we de term ‘radicale dienstbaarheid’ voor. Dat wil zeggen: we willen de huisvestingsvraag en de duurzaamheidsvraag van de opdrachtgever overstijgen. Duurzame gebouwen zijn intelligente gebouwen, die zowel in technische als menselijke zin energie moeten geven.”</p>
<p><strong>U bent al sinds de jaren tachtig bezig met milieu en duurzaamheid. Wanneer zijn naar uw idee deze thema’s populair geworden? </strong><br />
De Ruiter: “In 2007 is er naar mijn idee een omslagpunt gekomen in het denken over duurzaamheid en is het thema losgekomen van een politieke richting, of je links of rechts bent. Bij (grote) bedrijven is het bewustzijn ontstaan dat ze maatschappelijk verantwoord moeten ondernemen. Ze beseffen dat duurzaamheid geïntegreerd moet worden in hun bedrijfsvoering en hun gebouwen. Ook is er het besef gekomen dat er geld mee kan worden verdiend.”</p>
<p>Deze omslag heeft tot gevolg dat het bureau van De Ruiter krijgt om duurzame gebouwen te ontwerpen in de andere sectoren dan voorheen. Hij ontwerpt en bouwt duurzame kantoren, scholen, zorggebouwen, fabrieken, villa’s en hotels. Hierdoor hoeft De Ruiter niet te snijden in zijn personeelsbestand, in tegenstelling tot zijn collega-bureaus.</p>
<div id="attachment_2558" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2558" href="http://ruimtevolk.nl/fietsvriendelijkheid-is-graadmeter-voor-de-moderne-stad/0932_hotel-amstelkwartier_streetview02/"><img class="size-full wp-image-2558" title="0932_Hotel-Amstelkwartier_streetview02" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/0932_Hotel-Amstelkwartier_streetview02.jpg" alt="" width="510" height="510" /></a><p class="wp-caption-text">Impressie Hotel Amstelkwartier (bron: Architectenbureau Paul de Ruiter)</p></div>
<p><strong>In hoeverre is het opdrachtgeverschap veranderd door deze omslag in duurzaamheidsdenken?</strong><br />
De Ruiter: “Het grote verschil is dat er niet meer voor de onbekende gebruiker gebouwd wordt. De gebruiker zit aan tafel bij het ontwerpproces, waardoor er heel specifiek naar de wens van de gebruiker wordt ontwikkeld. Het gevolg is dat er heel specifieke gebouwen worden gerealiseerd”.</p>
<p><strong>Het nieuwe <a href="http://bouwwereld.nl/bouwfasen/in-uitvoering/tnt-hoofdkantoor-hoofddorp/" target="_blank">TNT-hoofdkantoor</a> is media maart in gebruik genomen. Hoe ging de samenwerking met TNT als opdrachtgever?</strong><br />
De Ruiter: “Het was op het scherpst van de snede. TNT en Peter Bakker als bestuursvoorzitter in het bijzonder hebben extreem hoge eisen gesteld aan duurzaamheid, betaalbaarheid en ‘connectiviteit’. Met connectiviteit wordt bedoeld: het bevorderen van de samenwerking tussen werknemers. Terugkijkend is het een heel pragmatisch en betaalbaar gebouw geworden.”</p>
<p>De Ruiter pakt het voorbeeldmodel van het TNT-gebouw erbij. De Ruiter: “Er zit een ziel in dit gebouw. Vanuit de duurzaamheidseisen is het ontwerp ontstaan. Door het kantoorvolume rond het atrium te vouwen is er een compact en dus duurzaam gebouw ontstaan. Veel buitengevel is hiermee bespaard, wat energiebesparing tot gevolg heeft. (…) Achteraf is het tegen elkaar vouwen van de kantooruiteinden een Ei van Columbus geweest, ook voor de betaalbaarheid en de bereikte ‘connectiviteit’. De entree en het atrium zijn sterk met elkaar verbonden, waarbij trapsgewijs de terrassen de gebruikers uitnodigen om de trap te nemen en elkaar op de overlegverdieping te ontmoeten. Het resultaat is dat er meer dynamiek binnen zo’n organisatie ontstaat. Je kan zeggen dan het gebouw uiteindelijk ook het resultaat is van het bezielende opdrachtgeversschap van TNT met als boegbeeld Peter Bakker”.</p>
<p><strong>Wat de gebruikers opvalt, is de grote hoeveelheid daglicht die het gebouw binnenkomt. Wat is uw kijk op daglicht?</strong><br />
De Ruiter: “Daglicht is gezond voor mensen. Ik geloof er echt in dat mensen er gelukkiger en productiever van worden. Ook dalen de elektriciteitskosten, omdat je minder kunstlicht nodig hebt.(…) Ik geloof op dit moment minder in het gebruik van zonnepanelen om elektriciteit op te wekken. Elektriciteit is een van de meest ingewikkelde dingen om duurzaam te genereren.”</p>
<p><strong>U gelooft meer in de besparing van elektriciteit?</strong><br />
Ja, je kunt extreem veel besparen op elektriciteit. Dat zit hem in de kleine dingen om ons heen. Als ik een rondje hardloop in het Vondelpark met prachtig mooi weer, zie ik dat de lichten aan zijn. Maar als ik met de fiets ’s avonds in het pikkedonker in het park rijd, zijn alle lichten uit. Ongelooflijk! Blijkbaar is het een tijdsklok die niet geregeld wordt op daglicht. Waarschijnlijk moet er iemand aan een schijfje draaien en er met een autootje naartoe. Dat kan toch slimmer, zou je denken?” Hij wijst naar zijn smartphone: “Het zou toch mooi zijn als je automatisch op je telefoon een melding krijgt dat je de verwarming aan hebt laten staan en er niemand thuis is. Zal ik hem uitzetten? Druk op de knop, ja, geregeld!”</p>
<p><strong>U heeft eerder aangegeven erg te geloven in functiemenging binnen een stad?</strong><br />
De Ruiter: “Ja, door functiemenging ontstaat er meer dynamiek in de wijken en is zal er minder leegstand zijn. Dat heeft ook op energetisch gebied voordelen. Gebouwen kunnen elkaar ‘aanvullen’: warmte die ontstaat door de koelingen van een supermarkt kan als warmte geleverd worden aan bovenliggende woningen. Dit soort toepassingen die ik op blokniveau zeker ontstaan”.</p>
<p><strong>U bent een voorstander van de compacte stad?</strong><br />
De Ruiter: “De compacte stad is altijd efficiënter dan de niet-compacte stad. Neem de Zuidas als voorbeeld. Overdag werkt dat gebied goed. Maar ’s avonds staan de kantoren en de parkeerplekken leeg en gebeurt er niets. Als ‘inherente’ kritiek op de Zuidas hebben we de Zuidkas ontwikkeld in opdracht van de Rijksgebouwendienst. Het is een duurzaamheidsstudie geworden voor een fictief kantoor van duizend rijksambtenaren. Binnen het complex worden de functies (wonen, werken, onderwijs, parkeren, winkelen etc.) op blokniveau met elkaar gemengd. Met als doel om een zo hoog mogelijke score te halen op milieudoelstellingen. Het gevolg moet een autarkisch gebouw zijn waarin de kringlopen van afval, CO2, water en energie sluitend zijn.”</p>
<p><strong>Compactheid gaat toch ook ten koste van de leefbaarheid?</strong><br />
De Ruiter: “Klopt, het staat op gespannen voet met leefbaarheid. Ik denk dat leefbaarheid één van de moeilijkste opgaven is van een compacte stad. Aan de andere kant moeten we reëel zijn in Nederland. Niet iedereen kan in een vrijstaand huis wonen met een tuin op het zuiden, daar hebben we hier de ruimte niet voor.”</p>
<p><strong>Hoe gaan we dan om met onze mobiliteit?</strong><br />
De Ruiter: “Mobiliteit hangt samen met concepten als de compacte stad en leefbaarheid. Ik merkte het in mijn eigen straat wat voor invloed auto’s hebben op de leefbaarheid in een stad. In mijn straat werd het riool vervangen en gingen de auto’s tijdelijk weg. Met als gevolg dat de buurtkinderen hun huis uitkwamen en in het zand gingen spelen. Ouders kwamen ook naar buiten en raakten met andere ouders aan de praat. Je beseft je ineens: &#8216;Goh, wat zijn er toch veel kinderen in de buurt&#8217;. Er ontstond even een gevoel van buurt. Maar toen de weg weer dicht was, trokken mensen zich terug in hun huis. Je beseft dan wel dat de impact van de auto op de leefbaarheid van de stad enorm groot is.”</p>
<p><strong>Ziet u toekomst in autovrije wijken?</strong><br />
De Ruiter: “Het is zeker aantrekkelijk. Ken je die wijk rondom het <a href="http://www.gwl-terrein.nl/" target="_blank">GWL-terrein</a> bij het Westerpark? Het is geheel autovrij en enorm populair. Hier in Amsterdam zijn er genoeg mensen zonder auto, vanwege de parkeertarieven en de onmogelijkheid om ergens je auto kwijt te kunnen. (…) Mensen hebben zoiets van: ‘Ik kan toch in het centrum van de blijven wonen, mijn kinderen kunnen in deze wijk veilig buiten spelen. Ik maak wel gebruik van een huur – of leenauto, want een vaste auto is niet nodig omdat ik wel met de fiets naar het werk kan. Ik heb dus het idee dat mensen niet ongelukkiger worden om geen auto te hebben. De fietsvriendelijkheid van een stad zie ik dan ook als een mooie graadmeter voor een moderne stad”.</p>
<p><strong>U heeft wel eens aangegeven als bureau niet verder te willen groeien. Hoe zien uw toekomstplannen eruit?</strong><br />
De Ruiter: “We krijgen veel publiciteit met ons werk voor het viersterren hotel Amstelkwartier en dat heeft tot buitenlandse interesse geleid. Het is zeker interessant om het in het buitenland te proberen, maar eerlijk gezegd vind ik het ook prettig om dicht bij mijn opdrachtgevers te zitten en zoveel mogelijk op de fiets te doen. Ik zie het bureau ook niet verder groeien, het is goed zo. Ik wil ook nog architect kunnen zijn in plaats van manager. Ik geloof dat dingen niet alsmaar lineair blijven groeien, maar dat in alles een optimum zit.”</p>
<p>&#8212;</p>
<p>Foto boven: Paul de Ruiter (foto: Fotostudio Voorhuis)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/fietsvriendelijkheid-is-graadmeter-voor-de-moderne-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De schaduw van Van Eesteren</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/de-schaduw-van-van-eesteren/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/de-schaduw-van-van-eesteren/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 May 2011 20:11:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Fred van der Molen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[Stedebouw]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijke vernieuwing]]></category>
		<category><![CDATA[Stedelijkheid]]></category>
		<category><![CDATA[Van Eesteren]]></category>
		<category><![CDATA[Woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2526</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Staalmanpleinbuurt.jpg" /> Enkele weken geleden maakte ik onder leiding van het Van Eesteren Museum een genoeglijke rondleiding door de Staalmanpleinbuurt in Amsterdam Nieuw-West. Het was prachtig weer, de binnentuinen stonden fraai in bloei. Zelfs de flats die nog op nominatie staan gesloopt te worden, zagen er in het zonlicht opvallend solide en verzorgd uit. Er staan wel slechtere in Nieuw-West.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Enkele weken geleden maakte ik onder leiding van het <a href="http://www.vaneesterenmuseum.nl/index.php?id=15" target="_blank">Van Eesteren Museum</a> een genoeglijke rondleiding door de Staalmanpleinbuurt in Amsterdam Nieuw-West. Het was prachtig weer, de binnentuinen stonden fraai in bloei. Zelfs de flats die nog op nominatie staan gesloopt te worden, zagen er in het zonlicht opvallend solide en verzorgd uit. Er staan wel slechtere in Nieuw-West.</strong></p>
<p>Woningcorporatie <a href="http://www.de-alliantie.nl/" target="_blank">De Alliantie</a> is daar met een ingrijpend vernieuwingsprogramma bezig. Ik was gevraagd  na de rondleiding een ‘recensie’ te geven van de nieuwbouwplannen van De Alliantie voor het <a href="http://www.nieuwwest.amsterdam.nl/plannen_en_projecten/stedelijke/artikelen/delflandplein/delflandplein/hart-staalmanplein/" target="_blank">Staalmanplein</a>. Bij het ontwerp van de Westelijke Tuinsteden is veel aandacht besteed aan de openbare ruimte. <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_van_Eesteren" target="_blank">Cornelis van Eesteren</a> hechtte veel belang aan groen. De vragen waarop drie ‘recensenten’ na de rondleiding geacht werden antwoord te geven: bouwde woningbouwcorporatie de Alliantie nu voort vanaf de schouders van Van Eesteren, of gaan de door hem ingebrachte kwaliteiten verloren bij de vernieuwing? En welke nieuwe kwaliteiten worden er toegevoegd aan de openbare ruimte? De andere twee ‘recensenten’ waren echte deskundigen: Mirjam Koevoet, directeur van 1:1 stadslandschappen en Arjan Gooijer, projectarchitect bij Van Schagen. Het leek me daarom beter het als laatste spreker te zoeken in enige ontregeling.</p>
<div id="attachment_2530" class="wp-caption alignnone" style="width: 445px"><a rel="attachment wp-att-2530" href="http://ruimtevolk.nl/blog/de-schaduw-van-van-eesteren/cornelis_van_eesteren_and_theo_van_doesburg_2/"><img class="size-full wp-image-2530 " title="Cornelis van Eesteren en Theo van Doesburg" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Cornelis_van_Eesteren_and_Theo_van_Doesburg_2.jpg" alt="" width="435" height="288" /></a><p class="wp-caption-text">Cornelis van Eesteren en Theo van Doesburg (bron: Wikipedia)</p></div>
<p>Waarom<em> </em>zou je je bij het ontwerp van een nieuwe wijk laat leiden door wat Van Eesteren ervan gevonden zou hebben? Die man heeft nu toch wel lang genoeg invloed gehad op het ontwerp van Amsterdam. En je kunt niet volhouden dat ‘zijn’ Nieuw West een duurzaam succes is gebleken. De Van Eesteren gebieden horen tot de minst populaire delen van Amsterdam. De leefbaarheidscijfers zitten aan de onderkant van het gemiddelde en de geringe populariteit van veel wijken weerspiegelt zich in lage vierkante meterprijzen.</p>
<p>Daar kun je allerlei redenen voor bedenken. De samenstelling van de bevolking, de matige materialen die in de wederopbouwperiode zijn gebruikt, het gebrek aan variatie in woningtypen. Maar zal het ook niet enigszins met het stedenbouwkundig plan van Nieuw West zelf te maken hebben? Zo wijken de fysieke kenmerken daarvan sterk af van meer florerende delen van de stad. Je vindt hier overwegend blokken in de vorm van haken en stroken. Winkels zijn geconcentreerd rond pleintjes en ook andere bedrijvigheid heeft zijn eigen plek. Geen functiemenging dus, wel veel groen tussen de woningen. Straten zijn hier wegen.</p>
<p>Op het eerste gezicht voldoet de Van Eesteren wijk aan een ideaalbeeld: stedelijk wonen in het groen, en ook nog parkeergelegenheid. Maar dat ideaalbeeld gaat kennelijk niet op voor de stedelijke bewoner, die kapitalen neerlegt om in een gehorige woning in De Pijp te wonen. Op basis van objectieve criteria is er dus minstens zoveel reden om te zeggen: doe het vooral niet zoals Van Eesteren het heeft gedaan!</p>
<p>De Alliantie heeft zich gelukkig maar met mate door Van Eesteren laten leiden: geen eentonige strokenbouw maar een hoogstedelijk bouwvolume; niet allemaal dezelfde woningen, maar menging van koop en huur in diverse groottes; geen absolute scheiding van wonen, werken en winkels/voorzieningen, maar plinten met werkplekken, en een moskee en buurtcentrum naast woningen. De corporaties lijkt ook serieus naar de bewoners te hebben geluisterd, niet altijd vanzelfsprekend bij stedelijke vernieuwing. Er is een serieuze poging gedaan om in een vroeg stadium, via huisbezoeken, kopgroepen en droomgroepen de belangrijkste wensen van de bestaande bewoners in kaart te brengen.</p>
<p>En ik kán u vertellen dat daar NIET op 1 stond dat er in de geest van Van Eesteren moest worden gebouwd. Wel dat gezinnen vooral een grotere en toch betaalbare woning wilden. Daarnaast wilde men in de buurt boodschappen kunnen doen, wilde men een mix van bewoners &#8211; en ja, dat wel &#8211; wilde men groen in de buurt. Dat is gelukt. Goed dat waardevolle bomen en tuinen zijn behouden. En er komt een echt park. De nieuwe buurt is hoogstedelijk, maar blijft ruim en groen. Dat hebben we misschien toch een beetje aan Van Eesteren te danken.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Staalmanpleinbuurt (foto: Nico Boink)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/de-schaduw-van-van-eesteren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Architect bewandelt nieuwe wegen</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/architect-bewandelt-nieuwe-wegen/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/architect-bewandelt-nieuwe-wegen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 May 2011 10:06:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Florian Eckardt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bouwen & wonen]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Architectuur]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2507</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/Kopie-van-de-xxx-foto-Kees-Hummel_resize.jpg" /> De bond Nederlandse architecten en Syntens organiseerden onlangs de bijeenkomst 'Kansen voor de ondernemende architect' in de Kamer van Koophandel (KvK) Amsterdam. De aanleiding is duidelijk: het werk ligt voor architecten niet voor het oprapen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De <a href="http://www.bna.nl" target="_blank">bond Nederlandse architecten</a> en <a href="http://www.syntens.nl/default.aspx" target="_blank">Syntens</a> organiseerden onlangs de bijeenkomst &#8216;Kansen voor de ondernemende architect&#8217; in de Kamer van Koophandel (KvK) Amsterdam. De aanleiding is duidelijk: het werk ligt voor architecten niet voor het oprapen.</strong></p>
<p>Voor een volle zaal hield architect <a href="http://www.griffioenarchitecten.nl/" target="_blank">Jan Griffioen</a> een inleidend verhaal. Vijf jaar geleden werd hij zestig en vroeg zich af wat hij nog wilde met zijn bureau dat nu dertig jaar bestaat. Hij kwam in contact met Syntens dat ondernemers, waaronder architecten, helpt met innovatietrajecten binnen hun bureau. Zijn insteek: ‘architect, een soort waarvan er in Nederland meer dan zesduizend rondlopen, is een te algemeen, niet herkenbaar genoeg begrip‘. Als architect moet je je afvragen waar je staat: wat is mijn schaal? Hoe wil ik werken? Zijn mijn partners complementair aan mijzelf? En hoe word ik zichtbaar?</p>
<p>In een periode als de huidige crisis moet je dan zelf werk gaan creëren, door te kijken naar je omgeving en wat je daarin irriteert. Welke bijdrage kun je dus leveren aan deze samenleving? En als je als architect een stuk werk terug wilt veroveren op alle adviseurs die dat sinds jaren afpakken, dan moet je wel je netwerk zo georganiseerd hebben dat je dat werk goed aan kunt. Griffioen: “Hoeveel vrouwen zijn er in de zaal? Dames, u heeft meer kansen!” Vervolgens werden in twee sessies verschillende workshops gehouden. Thema’s waren: internationalisering, kansen herkennen, zichtbaarheid als klein bureau en de nieuwe rol van de architect in relatie tot corporaties. Verder BIM, de toepassing van een voor alle projectdeelnemers toegankelijk gebouwmodel dat de communicatie en integratie van het ontwerp- en bouwproces bevordert.</p>
<p>Ik waagde mij aan “Kansen Herkennen”, een workshop door Rosan Sierhuis en Laurette van Halen, beide adviseur regiostimulering bij de Kamer van Koophandel regio Amsterdam. Centraal stond de vraag: Waar liggen de ontwikkelkansen in de regio? Welke veranderingen komen er aan? Opvallend daarbij was dat de Kamer een andere, meer economische getinte bril draagt dan het ontwikkelingsbedrijf. Zo is de KvK niet enthousiast over de transformatie van de houthavens, omdat de havenfunctie daar dan verloren gaat. Dus welke gebiedsvisies stimuleren de werkgelegenheid en welke ontwikkelingsmodellen bieden een economisch perspectief? Volgens de KvK is daar een nieuw denken voor nodig: herstructurering, verdichting en stapeling van functies in plaats van groei ten koste van bestaande functies omdat ze bijvoorbeeld milieuoverlast veroorzaken. Veel werk dus voor architecten, zou je denken, ware het niet dat de gesuggereerde ontwikkelingen niet plaatsvinden, daarom waren we allemaal gekomen.</p>
<p>Architect <a href="http://www.valk-architect.nl/" target="_blank">Joost Valk</a> bood een andere aanpak: Hij heeft de transformatie van een bedrijventerrein in Hoofddorp, Beukenhorst, op gang gebracht. Niet met een masterplan, maar door met gebruikers te praten en ze te mobiliseren om zelf een transformatie teweeg te brengen. Zijn tip: “Kijk eerst goed wat er al is aan voorzieningen. En praat met de <em>facility</em> managers. Zij weten wat er speelt en waar mensen behoefte aan hebben”. Zo kwam het tot een uitbreiding van de diensten van de in house catering van een groot bedrijf naar de overige bedrijven op het terrein. Nu gaat die cateraar zich wagen aan streekproducten: er ontstaat een band met de plek. Een aanstekelijke gedachte: ‘architect, ga praten met de mensen zelf, inventariseer waar ze behoefte aan hebben, en je hebt werk’……</p>
<p>De workshop Zichtbaarheid van de Architect ging vooral over het gebruik van sociale media. Elly van Wattingen van Syntens toonde de mogelijkheden van LinkedIn en Twitter. Een ervaring uit de zaal: een interieurarchitecte haalde via LinkedIn een opdracht uit Italië binnen. Commentaar van een oudere collega: “Wat heeft een Italiaan te zoeken binnen jouw netwerk?” Maar dat was volgens haar een ouderwetse kijk op de zaak: juist daar ligt de kracht van sociale media. Een mooi voorbeeld: een architect met een website met een <em>moodboard </em>waarop je zelf een collage van sfeerbeelden kunt samenstellen. Zo leuk dat bezoekers de site aanbevelen bij kennissen en hem linken in Facebook.</p>
<p>Carl Kerchmar, software ontwikkelaar bij <a href="http://www.studionum.com/" target="_blank">Num</a>, Studio for New Urban Media, legde vervolgens het principe van de cloudmarkt uit: grote steden zijn ontstaan bij havens, bij concentratiepunten van goederen. Nu zijn die steden concentratiepunten van informatie geworden. Met nieuwe media kun je overal je benodigde adviseurs en dienstverleners vinden: muren bestaan niet meer. Zo ontstaat een combinatie van fysieke netwerken zoals borrels van businessclubs en digitale vindbaarheid die een boost geeft aan het creatieve potentiaal. Duidelijk bleek uit de reacties van de aanwezigen dat de meesten van ons, vooral de jongeren, bezig zijn met sociale media. Maar niet zo consequent: We benutten de mogelijkheden onvoldoende.</p>
<div id="attachment_2509" class="wp-caption alignnone" style="width: 520px"><a rel="attachment wp-att-2509" href="http://ruimtevolk.nl/blog/architect-bewandelt-nieuwe-wegen/p5032619/"><img class="size-full wp-image-2509" title="P5032619" src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/05/P5032619.jpg" alt="" width="510" height="383" /></a><p class="wp-caption-text">Architecten Blok, Kats en van Veen op locatie in Gabon</p></div>
<p>Andere wegen die architecten bewandelen: Het<a href="http://www.bkvv.nl" target="_blank"> bureau Blok Kats van Veen</a> wist via contacten opgedaan in Delft diverse opdrachten in Afrika binnen te halen waaronder die voor de Mouila universiteitscampus in Gabon en dat zonder een groot bureau achter zich. Verschillende architecten op IJburg ontwikkelden en bouwden daar samen hun eigen bedrijfspand waar ze hun visie op de nieuwe werkplek kunnen tentoonstellen en dat ze verder verhuren.</p>
<p>In het verhaal van Frank Bijdendijk, directeur van corporatie <a href="http://www.stadgenoot.nl/" target="_blank">Stadgenoot</a>, kwam de nieuwe rol van de architect aan bod: In plaats van onafhankelijk adviseur naast onafhankelijke uitvoerende partijen wordt die steeds meer deelnemer in een team. Betere beslissingen, een kortere voorbereidingstijd door een geïntegreerde aanpak, en voor allen een beter resultaat. Dat klonk goed in deze tijd waarin wij elkaar allemaal nodig hebben. Maar als aannemers, corporaties en wij architecten weer flink wat om handen hebben, zal blijken of we echt nader tot elkaar zijn gekomen.</p>
<p>&#8212;</p>
<p><em>Foto boven: Kantoorgebouw XXX  dat verschillende architecten op IJburg voor zichzelf en andere ondernemers gebouwd hebben (foto: Kees Hummel)</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://ruimtevolk.nl/blog/architect-bewandelt-nieuwe-wegen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Investeren in stedelijke kwaliteit loont</title>
		<link>http://ruimtevolk.nl/blog/investeren-in-stedelijke-kwaliteit-loont/</link>
		<comments>http://ruimtevolk.nl/blog/investeren-in-stedelijke-kwaliteit-loont/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 13 Apr 2011 10:09:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Errik Buursink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Stad & wijken]]></category>
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Openbare ruimte]]></category>
		<category><![CDATA[Planologie]]></category>
		<category><![CDATA[Woningmarkt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://ruimtevolk.nl/?post_type=blogs&#038;p=2442</guid>
		<description><![CDATA[<img src="http://ruimtevolk.nl/wp-content/uploads/2011/03/Indische-Buurt.jpg" /> Zonder veel ruchtbaarheid verscheen afgelopen december het rapport Stad en Land van het Centraal Planbureau (CPB). Gerard Marlet en zijn medeonderzoekers presenteren hierin een baanbrekende analyse van de succes- en faalfactoren van Nederlandse steden en regio’s.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Zonder veel ruchtbaarheid verscheen afgelopen december het rapport <a href="http://www.cpb.nl/publicatie/stad-en-land" target="_blank"><em>Stad en Land</em></a> van het Centraal Planbureau (CPB). Gerard Marlet en zijn medeonderzoekers presenteren hierin een baanbrekende analyse van de succes- en faalfactoren van Nederlandse steden en regio’s.</strong></p>
<p>En dat werd tijd ook, want wie met behulp van bijvoorbeeld de honderden themakaarten in de Bosatlas van Nederland probeert te achterhalen waarom Amsterdam het zoveel beter doet dan Heerlen, wordt weinig wijzer. De traditionele geografie, economie en planologie kunnen het succes van historische monocentrische steden en het wegzakken van de moderne netwerksteden niet goed verklaren. Dat heeft veel te maken met de beperkte waarde die wordt toegekend aan lastig te kwantificeren consumptiefactoren als aanbod aan culturele voorzieningen, onderscheidende stedelijke milieus, winkelaanbod, enzovoort.</p>
<p>Interessant is de premisse die in <em>Stad en Land</em> wordt gehanteerd, dat de grondprijzen in steden en regio’s de beste indicator zijn voor het sociaal-economisch succes. In Amsterdam zijn de grondprijzen bijvoorbeeld 200 keer zo hoog als in Oost-Groningen. Grofweg verklaren in Nederland als geheel factoren aan de productiekant (bereikbaarheid van banen) en consumptieve voorzieningen ieder ongeveer 50% van 
