Regelvrije proeftuinen: geef ons lucht en ruimte!

Het realiteitsgehalte van regelvrije zones en proeftuinen

Nederland zou zuchten onder een enorme regeldruk, is een veelgehoorde klacht. Naast ergernis zou regeldruk ook innovatie in de weg staan. Voorstellen om te snijden in regelgeving resulteren daarom in terugkerend gejuich. Oud-minister Kramer zag wel wat in regelvrije zones, en verzocht de Denktank Prospect om een concrete uitwerking te maken.

 

Waar regels weg worden genomen, bloeit creativiteit op.  De regelvrije zone roept als concept echter ook vragen op. Wat zijn regelvrije zones eigenlijk, en hoe organiseer je ze?

 

Op initiatief van Denktank Prospect bogen wij ons over deze vragen. Een veelgehoorde theorie is dat afwezigheid van regels leidt tot een veel gezondere verhouding in onderlinge verantwoordelijkheid. Dat leidt op zijn beurt weer tot meer vertrouwen in het individu ten opzichte van zijn omgeving. Gevolg: er zou meer creativiteit loskomen. Er zijn meerdere voorbeelden bekend van regelvrije zones, zoals kraakpanden, die leiden tot interessante informele economieën.

 

artikel afbeeldingMindmap regelvrije zones

 

In de praktijk blijkt experimenteren met het afschaffen van regels echter lastig. Er is veel angst dat regelloosheid tot ongewenste situaties leidt. Een goed voorbeeld is de bouwwereld, waarbinnen al regelmatig experimenten worden gedaan rondom het verminderen van het aantal regels.



“Het is ingewikkeld hoor, dat bouwen zonder regels” zei VVD’er Erwin van Duin van het dagelijks bestuur van de Rotterdamse deelgemeente Alexander in 2005. Hij deed deze uitspraak naar aanleiding van een experiment om woningen zonder welstandsregels te laten bouwen.  ”Je kan wel heel makkelijk gaan roepen dat er zo weinig mogelijk regels moeten zijn, maar de praktijk is weerbarstig”.  Van Duin droomt er wel eens van dat mensen proberen geschillen gewoon zelf in goed overleg op te lossen. Toch geeft hij blijk van een klein vertrouwen in het zelfregulerende vermogen van de Rotterdammer: ”dat moet je heel goed begeleiden. En regels opstellen over hoe dat moet.Hele goeie regels.”

 

Ook de Crisis- en Herstel wet laat maar weer eens zien dat een regelvrij land nog ver weg is. De Crisis- en herstelwet is gericht op de procedurele versnelling van ruimtelijke projecten. Het duurde ruim een jaar voordat de wet er was, en nadat de nodige drempels waren overwonnen bleek de wet ironisch genoeg zo ingewikkeld dat de behandeling ervan in de Tweede en Eerste Kamer extra vertraging op liep. En om nu te zeggen dat de Crisis- en Herstelwet regels heeft weggenomen… Het is meer een regel die regels stelt over bestaande regels. Het geeft maar weer eens aan hoe lastig het is om te snijden in het woud van regels.

 

Het totaal opheffen van regels is daarom een illusie. Het zou leiden tot chaos, en dus tot een extra stimulans voor meer regels. Geen goed idee dus. Toch willen wij voorstellen om meer durf te tonen. Walter Vroom schrijft in zijn column in het Tijdschrift voor Volkshuisvesting dat het hem ”leerzaam lijkt om weer eens te zien welke regels waarde hebben, en welke creativiteit naar boven komt wanneer bepaalde regels niet bestaan.”

Om dat te onderzoeken is ons voorstel om proeftuinen in het leven te roepen waarbinnen tijdelijk minder of geen regels bestaan. Door te kiezen voor een vooraf vastgelegde periode waarin minder regels gelden, stimuleer je creativiteit, én ondervang je de angst dat het afschaffen van regels ongewenste gevolgen voor de lange termijn heeft. In een regelvrije zone is het mogelijk om een idee tot realiteit te scheppen zonder vast te lopen op belemmeringen als welstand, het Bouwbesluit, fiscale blokkades, belangengroepen en milieuwetgeving. Binnen vier jaar moeten goede  ideeën in staat zijn om tot bloei te kunnen komen. Na vier jaar vindt vervolgens de sociale, juridische en fiscale afrekening plaats. De bedenker heeft genoeg tijd om, aan het einde van de vier jaar, onder de streep te kunnen voldoen aan de regels die een samenleving eist, zonder blokkades in de ontwikkelingsfase.

 

Een regelvrije zone kan een gebied zijn met een speciaal bestemmingsplan, een leegstaand gebouw in de binnenstad, of meer concreet, zich richten op een bepaalde sector of branche. Bijvoorbeeld op duurzame energie. Een sector vol kansen voor innovatie die, mede door inconsequente regelgeving, maar moeilijk van de grond komt.

 

De vraag is of de regelgevende macht in Nederland in staat is om een dergelijk experimenteel plan in te voeren. Zeker gezien de moeizame weg die de Crisis- en Herstelwet heeft afgelegd. Dit vraagt van de overheid dat ze meer vertrouwen moet stellen in de burgers. Ook de burger moet meer vertrouwen schenken aan de overheid, en het vertrouwen niet schaden. Kortom, tussen droom en daad staan  een heleboel praktische problemen.

Maar waarom zouden we het niet eens een keer proberen? Het kan geen kwaad om creativiteit en innovatie echt een kans te geven. Zo denken ze in ieder geval in Groningen, waar het project Open Lab Ebbinge een echte proeftuin lijkt te bieden. Deze Learning-by-doing mentaliteit spreekt aan. Laten we het niet alleen in het verre noorden proberen, maar duizend bloemen laten bloeien door in heel Nederland proeftuinen op te richten.

 

En dan mag de jonge generatie, bevrijd van zijn veel te zware juk van juridische ballast, proberen om zijn rug een aantal jaren recht houden en Nederland te voorzien van een nieuwe creatieve laklaag.

 

Dit artikel is gebaseerd op gesprekken tijdens twee brainstorms over regelvrije zones, geïnitieerd door Denktank Prospect. De groep van vooruitstrevende jonge denkers komt regelmatig samen om plannen uit te werken voor een positieve toekomst. Na een eerste denksessie heeft Prospect de hulp ingeschakeld van Rio Nuevo. Rio Nuevo is een eigenzinnig netwerk van jonge professionals die werkzaam zijn in de wereld van ruimtelijke ontwikkeling. Ze jagen discussies aan, lanceren ideeën en hebben tot doel de vakwereld te prikkelen. Zij staan, net als Prospect, binnen het spectrum van de ruimtelijke ordening voor frisse ideeën, zonder daarbij gehinderd te worden door een politieke of populistische verantwoording.

-------

Foto boven:Lowlands (foto: Merlijn Hoek)
AUTEUR
Nick van de Bichelaer en Jeroen Niemans
Nick van de Bichelaer is werkzaam namens Middelland als onroerend goed-adviseur voor Nederlandse investeerders op de Balkan. Hij is betrokken bij een aantal stedebouwkundige ontwikkelingen in Kroatië en een van de jonge 'denkers' bij de Prospect. Jeroen Niemans is redacteur van Ruimtevolk en werkt voor het Nirov. n.bichelaer@chello.nl


Print dit artikel
Reacties bij dit artikel

10/06/2010 – Edward van den Bogaart

Losgeslagen brainstormen brengt je niet verder.
Wat versta je onder regels? Als je zegt: "wetten en dergelijke geschreven bepalingen", dan lijkt het mogelijk om zonder die regels te leven. Immers voordat de mens kon lezen en schrijven was er ook een bestaan. Hoe dat was, is gissen. Feit is ook dat mensen onder elkaar door groepsgedrag al waarden en normen hanteren. Respect voor elkaars vrijheid lijkt mij een belangrijk uitgangspunt...

10/06/2010 – Martijn Oosterhuis

Welstandscommissies toetsen doorgaans bouwplannen aan redelijke eisen van welstand, zoals in door gemeenteraden vastgesteld welstandsbeleid. Het feit dat ze dat doen is wettelijk bepaald, de oordelen die ze vellen zijn adviezen aan het gemeentebestuur. Welstandscommissies besluiten zelf dus niets. Gesprekken die met welstandscommissies plaatsvinden zijn niet bedoeld om vrijheden in te perken, maar juist om (initiatief tot) bouwplan te bespreken in de ruimtelijke context en de aanvrager/architect te inspireren tot een zo hoog mogelijke ontwerpkwaliteit. Wie kan daar nou op tegen zijn...?

11/06/2010 – Ger Groeneveld

Welk verre Noorden?

11/06/2010 – Peter Wouda

Er is in Nederland al een proeftuin gerealiseerd, met een speciaal bestemmingsplan waarin geen beperkingen gelden voor hoogte van de bouwwerken, en wat belangrijker is: geen beperking in tijd. Het gaat om de Ecokathedraal van Louis Le Roy in Mildam (Frl), al 50 jaar een proeftuin waar nog steeds volop in gewerkt wordt. Raliteit dus. Kijk op www.ecokathedraal.nl voor de foto's, en www.stichtingtijd.nl voor de theoretische achtergrond achter deze proeftuin. U bent van harte welkom om de locatie te bezoeken!

12/06/2010 – Vincent Kompier

In een land waar iedereen begint te likkebaarden bij het woord ‘regels’ (de een om nieuwe te verzinnen, de ander om er over te klagen) is het opstellen van een regelvrije zone geen oplossing van het probleem. Een regelvrije zone in Nederland creëren is alsof je een minibar in een Betty-Fordkliniek neerzet. Lief en aardig bedoeld, maar gaat het er juist niet om dat binnen de bestaande (en toenemende regelgeving) regels veel creatiever toegepast kunnen gaan worden? Vroeger werd er nog wel eens ergens gedoogd, en dat leverde heel veel creativiteit op. Het geeft te denken dat de huidige creatieve generatie niet creatief met de bestaande regels om kan gaan maar ervoor kiest om onder te duiken in een regelvrij reservaat. Een ontspannen omgang met regels lijkt in Nederland niet meer mogelijk. Ook omdat niemand zich meer verdiept in wat er binnen de regels mogelijk is, of gefundeerd afwijken van regels voor zijn verantwoording wil nemen. Dat is het grootste probleem, niet de (hoeveelheid) regels zelf.

Want het ligt niet zozeer aan de regels zelf –die kunnen er ook niets aan doen- als wel aan degene die ze opstellen –en toepassen, en controleren. Daar zit de crux. In het gedoseerd toepassen van de regels zou een oplossing kunnen liggen. Welstand is bijvoorbeeld een wettelijk advies, waar (beargumenteerd) van afgeweken kan en mag worden. Creatieve omgang met regels schept ruimte, niet het afschaffen.

Berlijn wordt vaak aangehaald als zouden daar minder regels gelden. Dat klopt niet, maar er wordt hier veel meer gedoogd, of in goed overleg (brandweer, politie) voor elkaar gekregen. Daarnaast is Berlijn failliet en is er in Nederland te veel geld (over) om alles te controleren. In die zin kan de economische crisis louterend werken op de uitoefening van het controleren van regels.

13/06/2010 – Flip ten Cate

Met een aantal van de bovenstaanden ben ik het eens: op de analyse van de 'vrije jongens' valt nog wel wat af te dingen. Natuurlijk is het nuttig om te onderzoeken of we het ook met aan hoop minder regels kunnen stellen, maar stel eerst de vraag waarom er regels zijn. Dat is vrijwel nooit omdat je de burger tegen zichzelf moet beschermen (zoals vaak verondersteld wordt), maar omdat je de burgers tegen hun buurmannen moet beschermen. Als je regelvrije zones instelt is dat bevredigend voor degenen die binnen die zones opereren, maar je kan er geen samenleving mee bouwen - hooguit een mini-klimaat van 'ons-soort-mensen' die zich in zo'n zone thuis voelt.
Neem als voorbeeld de welstandsvrije wijken voor particuliere opdrachtgevers. Die bouwen elk hun eigen droomhuis. Dat levert soms vreselijke, soms geweldige gebouwen op. Maar levert het ook een 'stad' op, een levende samenleving waarin plaats is voor het banale naast het uitzonderlijke?
Overheden en hun regels zijn om uiteenlopende redenen bedacht: als 'schild voor de zwakken' (of laten we de niet-redzamen het in die regelvrije zones zelf uitvinden?), als hoeder van de 'commons' de onmisbare kwetsbare waarden, die onbedoeld verdwijnen als iedereen zijn gang gaat (regels tegen overbevissing van de zee, bijvoorbeeld), en voor het bevorderen van 'cultuur' (incl. onderwijs).
Natuurlijk is het prima om te experimenteren met regelvrije zones. Nog veel beter is het als in dergelijke zones gericht wordt gewerkt aan een nieuwe vorm van samenlevingsbouw. Het heeft in dit verband veel zin om je eens te verdiepen in het ongekend succesvolle concept van de Transition Towns. Maar bedenk wel dat het steeds gaat om kleine elites met een overdadig sociaal bewustzijn, en dat vernieuwing dus stapje voor stapje gaat.

13/06/2010 – ljubinka vukanic

Alle landen van de wereld kennen ergens regels. In Nederland wordt "zonder regels" vaak als "zonder bestemmingsplan"en/of "zonder welstand"geïnterpreteerd. Over de bestemmingsplannen in hun huidige vorm valt eea te bedenken, niet voor niets zijn er weinig projecten/ontwikkelingen zonder art19 procedures en allerlei (nieuwe wet RO) projectprocedures.
Met welstand is het verhaal wat anders – deze, behoorlijk Nederlandse, verschijnsel heeft tot voor heden voor veel kwaliteit gezorgd. Inmiddels duiken ook de Commissies Ruimtelijke Kwaliteit overal op om over de (in mijn ogen te nauwe en steeds vaker ook door de welstand zelf minder nauw genomen) gehele ruimte te mogen oordelen , en niet alleen de gebouwen zoals dat vaak bij Welstand gebeurt. Ik ging altijs, als het maar mogelijk w as, als met stedenbouwkundige randvoorwaarden (welke in mijn geval meestal nogal uitgebreid zijn en een zichtbare stedenbouwkundige structuur tonen, bijna een plan..) naar welstand omdat ik vond dat in deze vroege fase overleg zeer nuttig is. Dan konden wij ook duidelijke afspraken over wat&hoe verder gebeurt maken.

Het is denkbaar dat in overleg met Welstand en andere kwaliteitsteams/commissie bepaalde gebieden als “regelvrij”aangewezen worden. 100% “regelvrij” kan niet bestaan (en dat hoeft ook niet) maar wat meer vrijheid geven aan de burgers is iets wat meer diversiteit en kwaliteit in de ruimte kan brengen. Rijk zijn (en een eigen droom huis kunnen betalen) is geen garantie voor goede smaak, wat o.a. de stormvloed van veel te grote (en vaak architectonisch slecht gedimensioneerde en ontworpen) jaren 30 gebouwen bewijst. Vinex is, ondanks de zee aan supervisors en vaak goede architecten voor deelplannen niet bepaald een staaltje van geslaagde RO en bouwpraktijk. Alles komt nep over, om al met namen van de straten in sommige wijken te beginnen. Voorbeeld: “Laan van verleiding” in Ypenburg enz. een midner bedeeld iemand kan zij Gamma creativiteit omzetten in een gebouw die niet per definitie slechter dan die van onder architectuur (jaren 30)gebouwd”hoef te zijn.

Diversiteit die in Franse of Belgische steden vanzelf ontstaat wordt vaak in Nl nagebootst en dan lukt het meestal ook niet. Afsluitend: het is de moeite waard om te bekijken hoe een regelvrije gebied werkelijk tot stand gebracht zou kunnen worden.

Ik heb ooit iets dergelijk voor ene van de tuinsteden voorgesteld: de zee van ongebruikte groene ruimte verkavelen en aan de lokale bewoners (80% werkloos, veel roblemen, teveel energie die onbenut blijft) in erfpacht geven om daar hun woning/bedrijf te bouwen. Inderdaad – met supervisie&advies team van deskundigen (een soort “consultatiebureau”maar dan voor het bouwen). Mannen zijn de bouwers en voor zichzelf bouwen geeft een extra motivatie.
(Deze wijk is inmiddels al opgeleukt door mooie openbare ruimte plannen en in herstructurering).

13/06/2010 – ljubinka vukanic

Alle landen van de wereld kennen ergens regels. In Nederland wordt "zonder regels" vaak als "zonder bestemmingsplan"en/of "zonder welstand"geïnterpreteerd. Over de bestemmingsplannen in hun huidige vorm valt eea te bedenken, niet voor niets zijn er weinig projecten/ontwikkelingen zonder art19 procedures en allerlei (nieuwe wet RO) projectprocedures.
Met welstand is het verhaal wat anders – deze, behoorlijk Nederlandse, verschijnsel heeft tot voor heden voor veel kwaliteit gezorgd. Inmiddels duiken ook de Commissies Ruimtelijke Kwaliteit overal op om over de (in mijn ogen te nauwe en steeds vaker ook door de welstand zelf minder nauw genomen) gehele ruimte te mogen oordelen , en niet alleen de gebouwen zoals dat vaak bij Welstand gebeurt. Ik ging altijs, als het maar mogelijk w as, als met stedenbouwkundige randvoorwaarden (welke in mijn geval meestal nogal uitgebreid zijn en een zichtbare stedenbouwkundige structuur tonen, bijna een plan..) naar welstand omdat ik vond dat in deze vroege fase overleg zeer nuttig is. Dan konden wij ook duidelijke afspraken over wat&hoe verder gebeurt maken.

Het is denkbaar dat in overleg met Welstand en andere kwaliteitsteams/commissie bepaalde gebieden als “regelvrij”aangewezen worden. 100% “regelvrij” kan niet bestaan (en dat hoeft ook niet) maar wat meer vrijheid geven aan de burgers is iets wat meer diversiteit en kwaliteit in de ruimte kan brengen. Rijk zijn (en een eigen droom huis kunnen betalen) is geen garantie voor goede smaak, wat o.a. de stormvloed van veel te grote (en vaak architectonisch slecht gedimensioneerde en ontworpen) jaren 30 gebouwen bewijst. Vinex is, ondanks de zee aan supervisors en vaak goede architecten voor deelplannen niet bepaald een staaltje van geslaagde RO en bouwpraktijk. Alles komt nep over, om al met namen van de straten in sommige wijken te beginnen. Voorbeeld: “Laan van verleiding” in Ypenburg enz. een midner bedeeld iemand kan zij Gamma creativiteit omzetten in een gebouw die niet per definitie slechter dan die van onder architectuur (jaren 30)gebouwd”hoef te zijn.

Diversiteit die in Franse of Belgische steden vanzelf ontstaat wordt vaak in Nl nagebootst en dan lukt het meestal ook niet. Afsluitend: het is de moeite waard om te bekijken hoe een regelvrije gebied werkelijk tot stand gebracht zou kunnen worden.

Ik heb ooit iets dergelijk voor ene van de tuinsteden voorgesteld: de zee van ongebruikte groene ruimte verkavelen en aan de lokale bewoners (80% werkloos, veel roblemen, teveel energie die onbenut blijft) in erfpacht geven om daar hun woning/bedrijf te bouwen. Inderdaad – met supervisie&advies team van deskundigen (een soort “consultatiebureau”maar dan voor het bouwen). Mannen zijn de bouwers en voor zichzelf bouwen geeft een extra motivatie.
(Deze wijk is inmiddels al opgeleukt door mooie openbare ruimte plannen en in herstructurering).

Plaats een reactie bij dit artikel

Naam:
Email:

Tik de volgende code over (spam preventie):
Comment: