19/02/2010 - Wigger Verschoor

Spanning gezocht

Nederlandse steden lijden steeds vaker aan een vernietigende vertrutting

De creatieve stad is voor veel stadsbesturen nog steeds hun kip met de gouden eieren. Ze zien zichzelf graag als creatieve, spannende stad. Intussen gooien ze het kind met het badwater weg. Want terwijl de creatieve klasse op zoek is naar een stad boordevol uitdagingen, cultuur, traditie en vooruitgang, beginnen onze steden steeds harder te lijden aan een vernietigende vertrutting.


Wigger Verschoor en Jeroen Niemans

Al weer een heel aantal jaren geleden hebben Nederlandse steden op instigatie van Richard Florida de jacht op de creatieve klasse geopend. Deze klasse, ook wel ‘neo-bohemians’, vormt volgens velen een pot met goud aan het einde van de regenboog. Nadeel is dat deze groep als geen ander ongrijpbaar is voor beleidsmakers, juist omdat ze zich niet laten sturen door beleid. Met het ombouwen van een oude fabriek tot een creatieve broedplaats ben je er niet. Voor creatieven is de stad spannend als hij 24 uur per dag blijft verrassen. Want de creatieveling is op zoek naar een vorm van stedelijkheid waarin vrijheid, creativiteit en ontmoeting de basis vormen.

Deze schoen wringt echter. Want tegenwoordig is er een beweging aan zet gekomen die juist van die scherpe randjes af wil. Die de rafelranden van de creatieve stad glad wil strijken, of dat al lang heeft gedaan. Neem Amsterdam. Door velen bewierookt als de creatieve hoofdstad van ons land. Vele oudere jongeren denken met weemoed terug aan spannende plekken als Vrieshuis Amerika, pakhuis Afrika, het Repetitiehuis, De Graansilo, het gekraakte OLVG en Rijkshemelvaart. Maar wat is er van over?

 

artikel afbeelding NDSM werf in Amsterdam Noord (Foto: Coen de Rijk) 


Wethouder van Poelgeest haalt graag de NDSM-werf in Amsterdam Noord aan als voorbeeld van de door de stad gewenste stedelijkheid. Het is een goed voorbeeld van het spanningsveld tussen creativiteit en commercie. Jarenlang was het een toevluchtsoord voor kunstenaars en een speelplek voor creativelingen, maar inmiddels is het gebied ontdekt door de rest van de wereld, en omcirkeld door een integrale gebiedsontwikkeling. Weemoedig zien de bewoners van het eerste uur om zich heen kantoren verrijzen van bedrijven die zich aangetrokken voelen tot de sfeer van het gebied. De vrijhaven blijkt ineens, tot grote vreugde van de gemeente, de pullfactor te zijn voor ´hippe´ bedrijven als MTV, Red Bull, maar ook Nederlandse bedrijven als VNU en Hema. Het is daarmee de knuffelbroedplaats van Richard Florida-adepten geworden. Maar de NDSM-werf is inmiddels ontdaan van het rauwe, het autonome. MTV illustreert dit treffend in City Journal: ‘ je kunt er nog over bielzen of oude spoorlijntjes struikelen, maar het moet enigszins aangeharkt zijn.’ (zie artikel maakbaarheid van de Stad in City Journal)

Ergens ver buiten Amsterdam, in het Westelijk Havengebied, vind je nu nog de laatste grote culturele vrijplaats van de stad, het ADM-terrein. Wanneer zal ook deze plek worden doodgeknuffeld?

Intussen vinden frontale aanvallen plaats op de nog overgebleven ‘rechten’, die onze steden een rauw randje geven. Het kraken kan als het aan het huidige kabinet ligt op de helling. Zeker nu het tekort aan betaalbare woonruimte op zowel de huur- als koopmarkt vakkundig is opgelost. Ook zouden De Wallen definitief op slot moeten voor prostitutie, vanuit het idee dat er een veel betere plek voor hen is gevonden aan de rand van de stad. De Jordaan, tot slot, moet zijn definitieve vervolmaking bereiken nu het officieel tot ‘silent residential area’ is gekroond. Plezier is overlast, stilte de norm. Voor spanning moet je elders zijn.

Hans Boutellier en Nanne Boonstra constateren in hun artikel “Nederland lijdt hoe langer hoe meer aan collectieve pleinvrees” in NRC Handelsblad van 12 januari 2010 dat ‘soms zo voortvarend wordt gereguleerd, dat de spontane ordening wordt weggedrukt.’ Ze merken daarbij op dat er ‘naast de groeiende controle ook een toename is van evenementen, festivals en winkelcentra waar vooral genoten moet worden. Maar dan wel binnen strikte regels en veiligheidsvoorschriften. Uitbundig leven in een strakke orde van hekken, huisregels en particuliere beveiligers.’ Denk maar aan de ophef rondom het verbieden van de Dance Parade in Rotterdam. Ted Langebach geeft in de Spits van 4 februari aan dat ‘ door de toename van het aantal regels vrijdenkers vertrekken naar steden met minder regels’.

Ook in het kleine alledaagse is dit zichtbaar. Amsterdam meende in haar nieuwe terrassenbeleid dat staand drinken niet langer toelaatbaar is, om mogelijke overlast voor de buurtbewoners en passanten bij voorbaat uit te sluiten. Niet alleen in Amsterdam, maar in heel Nederland rookt spruitjeslucht uit de schoorstenen van stadhuizen. Er is steeds minder oog voor één van de meest waardevolle kanten van stedelijkheid: de grote kans die je er hebt om verrast te worden door het onverwachte.

 

artikel afbeelding (Foto: Coen de Rijk)

Maar de tegenbeweging groeit. Actiegroepen als Ai!Amsterdam en Ravebaar Nederland strijden tegen de vertrutting van de stad. En gelukkig zijn er ook nog steden die ondanks alle tegenstand volharden en spannender proberen te worden. Ooit ingedutte provinciesteden als Eindhoven, Venlo en Enschede worden door hergebruik, stadsvernieuwing en nieuwbouw gereanimeerd en vormen een dankbaar alternatief voor bijvoorbeeld Amsterdam. Lifestyleblog Swurdin.nl voegt Rotterdam aan dat rijtje toe. ‘Deze stad is het Nederlandse Berlijn. Toonaangevende clubs bestaan niet meer. (...) Alles draait om authenticiteit en intimiteit. Onder de radar. Amsterdam trekt steeds vaker naar Rotterdam voor authentieke feesten en een rauwe belevenis (...) Want Amsterdam mist ze.’

Kortom, de spannende stad staat volop in de belangstelling. Op 12 maart organiseert RUIMTEVOLK een avond rondom 'De Spannende Stad' Verschillende mensen zullen hun visie geven op wat een stad spannend maakt. En er zal een verkiezing plaatsvinden van de spannendste stad van Nederland. Waar? In Rotterdam, want daar gebeurt het in 2010!


---

Foto boven: Coen de Rijk

AUTEUR
Wigger Verschoor
stelt de mens centraal bij het denken en doen in de ruimtelijke ontwikkeling. Hij is schrijver van artikelen, bedenker en uitvoerder van ideeen en gefascineerd door de veelzijdigheid van de stedelijke cultuur. Momenteel is hij werkzaam als projectmanager bij Metafoor. wigger@ruimtevolk.nl

RELEVANTE LINKS
www.mediawharf.nl/ w...
www.ravebaar.nl
www.trouw.nl/kranten...
aadg.nl/document/ter...
www.vechtclub.nl
www.ailoveamsterdam....

Print dit artikel
Reacties bij dit artikel

20/02/2010 – Hans Karssenberg

Absoluut hou ik heel veel van Rotterdam, en is dit een stad met hele eigen kwaliteiten ten opzichte van Amsterdam. De beide steden verschillen zozeer van elkaar wat geschiedenis, betekenis, eigen kracht en positie dat een vergelijking eigenlijk niet zo zinvol is in mijn optiek. Ze maken beide onderdeel uit van een groter systeem, de Nederstad. Niemand heeft het toch over de onderlinge concurrentie tussen Oost en West binnen een stad? Zo zouden we ook zo langzamerhand wel eens over het Amsterdamse en Rotterdamse 'stadsdeel' van de Nederstad mogen gaan denken.

Even een kleine vergelijking: in China verrijst in de driehoek Shanghai-Zhanghzou-Beijing de komende 20 jaar een megapolis van ongeveer 480 mln inwoners. Maar ook dichterbij huis, in Parijs, zijn banlieues aan het ontstaan die bij elkaar net zo omvangrijk zijn als de totale bevolking van Nederland.

De vergelijking van Amsterdam en Rotterdam, als waren ze niet gewoon complementair in één systeem, lijkt me de komende 10 jaar daarom steeds minder vruchtbaar worden.

ALS je dus al een vergelijking met Berlijn wil maken, een stad met 3,5 mln inwoners, dan zou ik zeggen: doe dat met de hele Deltametropool als samenhangend systeem.

Natuurlijk zou ik als bewoner van Amsterdam ook wel eens een wat minder rigide beleid voor de terrassen wensen. Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat een hele belangrijke kwaliteit van de binnenstad nu juist is dat deze - in tegenstelling tot veel andere Europese steden - een hele goede balans heeft tussen toeristen en stadsbewoners. Juist die balans maakt dat er interessante dynamiek is en dat er geen toeristische monocultuur ontstaat. Dat je grenzen stelt aan het verpretten in het centrum is dus tegelijkertijd wel voorstelbaar. Het effect is dat die terrassen op verrassende nieuwe plekken opduikt, zoals in de vele nachtcafés die Amsterdam kent - je moet ze alleen wel weten te vinden. Maar wie het wil kan nog altijd gewoon tot 6 uur 's ochtends zijn hart ophalen en dan om half zeven het eerste broodje bij de net geopende bakker halen.

Ik heb niet zo heel veel op met de in mijn ogen valse romantiek - die de laatste drie jaar 'in' lijkt te zijn geworden, om terug verlangen naar een sfeer van de jaren 80 die er eigenlijk nooit echt geweest is.

Amsterdam was in de jaren 80 vies, somber, werkloos, tot stilstand gekomen. Wie succes had hoorde er niet te gaan wonen. Er was boeiend verzet binnen een kleine maar invloedrijke kraakbeweging maar die was absoluut niet representatief voor de overige stadsbevolking. De ellende leek bijna niet aan te pakken, de paar ruimtelijke bouwprojecten die er waren leden onder zeer kleine marges en behoren tot de slechtste die de stad in eeuwen heeft gebouwd.

Sinds de jaren 90 heeft Amsterdam een opmerkelijke metamorfose ondergaan. Die heeft ervoor gezorgd dat er meer in cultuur is geinvesteerd dan ooit tevoren, dat Amsterdam op menig wereldtoneel als kleine stad meetelt en dat de stad een maatschappelijke en economische dynamiek heeft gekregen die voor veel boeiende vernieuwing zorgt. Er is dynamiek in het Volkskrantgebouw, in The Hub, in de fijnmazige eenpitterseconomie van de grachtengordel, in de crossovers van het design en het bedrijfsleven, in de hoofdstedelijke functie, in een bedrijf als Sid Lee dat in de Pijp een kantoor opent dat tegelijkertijd atelier, galerie en interactieplek is. In maar weinig Europese steden zie je in de binnenstad zoveel jonge mensen van allerlei klank permanent op de dag de straten kleuren.

Natuurlijk zet het succes sommige dingen onder druk. Maar ik denk dat het niet bepaald passend is om terug te verlangen naar de uitzichtloosheid van de jaren 80, ondanks de lichtpunten die daarin ook te vinden waren. Wie nu werkloos is in Rotterdam zou denk ik, ondanks alle unieke kwaliteiten van de Maasstad, maar al te graag de dynamiek van de hoofdstad willen hebben.

Laten we ons niet blindstaren op een verleden dat er nooit echt geweest is, laten we liever focussen op de vele maatschappelijke en economische opgaven waarvoor de Nederstad, als geheel, in de komende dertig jaar staat.

21/02/2010 – wigger verschoor

De vergelijking tussen Amsterdam en Rotterdam snijdt op het vlak van de ´metropool´ inderdaad geen hout. Daarvoor zijn zij apart genomen te klein en is de Randstad als systeem te dominant. Wel interessant vind ik dan de ´de innerlijke wrijving´ binnen dit systeem, die volgens mij een gezonde en vruchtevolle spanning oplevert. Immers waar wrijving is, ontstaat hitte. Laar ze maar ´sparren´, daar worden ze alle twee alleen maar beter van.

Dat Amsterdam zich de afgelopen decennia ontwikkelt heeft lijkt mij ook evident. De emancipatie van de IJoevers, de herstructurering van de oude arbeiderswijken en de ´boost´ die de openbare ruimte heeft gekregen. Fysiek hebben we niets te klagen en daarbij weten we ook nog ruimte voor nieuwe woon/werk/vermaakvormen te vinden.

Blijft er nog een vraag over: Hoe beleeft het individu en in zijn verlengde de groep de stad? Voelt het toegankelijk of juist ´uitsluitend´? Daagt de stad uit om er zelf iets aan toe te voegen of is het onaantastbaar (omdat het zichzelf alleen verkoopt aan de commercie, die geld en strakgetrokken concepten meeneemt). Op de uiteinden van de as, staat links ´anarchie´ en rechts ´vertrutting´. Geen van beide lijken mij gewenst, maar eerder te vrezen.

Ik vind de passage van Hans Boutellier en Nanne Boonstra raak, want ´hoe uitbundig te leven binnen strikte regels?´

Vrijdag 12 maart zullen wij het op de Ruimtevolk bijeenkomst in Rotterdam - de Spannende Stad - over de beleving van de stad door zijn belangrijkste protagonist: Wij!

21/02/2010 – bart stuart

heela....ruimtevolk...
een frisse wind waait over het net. wat een goed artikel. Volgens mij is de huidige CRISIS, ook de politieke in Nederland zelf, een Crisis in de rolverdeling.

Ik zit sinds tien jaar op de NDSM en ik ben blij met deze invalshoek. tevens denk ik veel na over alternatieven. in het particuliere opdrachtgeverschap zit ook die soort paradox.
het individu t.o.v. de Metropool. Ik heb een goede link naar een artikel wat gaat over een model wat in Zwolle gaat worden toegepast.

http://www.destentor.nl/regio/zwolle/6265514/Betrek-burger-bij-bouwplan.ece

ik dee hierbij ook een oproep aan het ruimtevolk voor informatie over verschillende vormen van participatie en samenwerkingen tussen overheid, ontwikkelaar en eindgebruiker. Ik ben specifiek opzoek naar convenanten, manifesten uit de praktijk. Voor mijn studie inventariseer ik verschillende modellen om te zien hoe praktische en juridische bezwaren worden afgeregeld.

bijvoorbaat dank!
groet bart Stuart

22/02/2010 – Jeroen Niemans

Hoi Hans,

Je hebt zeker een punt. Vroeger was niet alles beter. Maar dat wil niet zeggen dat het niet erg interessant voor een stad kan zijn om ergens plaats te bieden aan het spannende en het onverwachte. Om aan te sluiten bij je betoog, laten we dan op zoek gaan naar het spannendste hoekje van Nederstad. De plekken waar we dynamiek terugvinden. Waar vinden we dat terug, en waarom juist daar?

22/02/2010 – wigger

@ Bart Stuart

Volgens mij zou jij contact moeten zoeken met Florian Eckhardt. Zie zijn artikel 'Particuliere opdrachtgevers bouwen zich door de crisis heen' dat op 10 februari verscheen op ruimtevolk.nl. Hij heeft in Amsterdam zijn eigfen architectenburo en specialiseert zich in particulier bouwen. Succes!

22/02/2010 – Freek Liebrand

Voor een belangrijk deel is dit vooral een betoog voor (ontluikende) authenticiteit, in plaats van de gecreëerde & opgepoetste 'authenticiteit' van toeristische binnensteden, creatieve broedplaatsen en bewust in gang gezette gentrification. Op dat onderwerp zie ik erg uit naar het nieuwe boek van Sharon Zukin: "Naked City: The Death and Life of Authentic Urban Places".

23/02/2010 – Bas

Regels dagen de creatieveling uit. Die uitdaging is voor sommige creatieven inderdaad ingewikkeld, dat gaat nou eenmaal verder dan ergens in een uithoek van de stad ruimte te hebben om daar "iets creatiefs" te doen (wat 99,9 procent van de stedeling nooit zal zien).
De echte creatieven weten er echter verrassend goed en op innovatieve wijze mee om te gaan: in Amsterdam stikt het van de kleine, bijzondere, interessante initiatieven, worden er nog steeds gezellige feestjes gegevens, zijn er ontzettend leuke, kleine, culturele festivals. Er wordt kunst gemaakt, kleding en games ontworpen, reclames bedacht en muziek gemaakt door duizenden creatieve mensen.
Echter de gemiddelde, verwende Yup (dertigers, hoogopgeleid, bakfiets, vaak de schrijvers van negatieve, betweterige stukjes over vertrutting) moet schijnbaar te veel moeite doen om deze initiatieven te ontdekken, te veel moeite doen om na te gaan wat er echt in Amsterdam speelt.
Het liefst staan ze gewoon lekker tot midden in de nacht met elkaar bier te drinken op een terras in de Jordaan.

De creatievelingen uit Berlijn die ik vorige week heb rondgeleid zijn overigens helemaal weg van Amsterdam!

23/02/2010 – Jan Straub

Laten we niet te veel klagen over de "gecreëerde & opgepoetste authenticiteit" die Freek Liebrand beschrijft. Het is wel een mooie samenvatting van het gevoel van onbehagen dat velen in Amsterdam bezighoudt op de schaal van vertrutting en anarchie, maar tel ook je zegeningen.
Lees allemaal nogmaals de opmerkingen van Hans Karssenberg. Ik was ook jong in de jaren '80 en vond de stad ook waanzinnig spannend, maar de "bewust in gang gezette gentrification" heeft er wel toe geleid dat de stad zonder enorme subsidies zichzelf vernieuwd. Op de meest onverwachte plekken worden oude funderingen vernieuwd en kan het oude stedelijk weefsel in stand blijven. Dat is pure winst.

Mijn jongste stiefdochter kon een jaar geleden tijdelijk in een corporatiewoning in afwachting van samenvoeging. De woning (een ontwerpje van Berlage in de Transvaalbuurt) was in de jaren '80 met 100% subsidie opgeknapt. Ik schaamde me met terugwerkende kracht kapot: lelijke brede houten kozijen in de voorgevel, plastic aan de achterkant, alle electra en de CV-leidingen in opbouw op de muren geschroefd, en - best of all - een systeemplafond. Hoe kun je het bedenken.
We kunnen wel klagen over gentryfication: hij leidt wel tot een zichzelf vernieuwende stad.

Niet alleen de stad is veranderd, ook de mensen. In die beroemde maar sombere jaren '80 was er veel nieuw initiatief, maar vooral in de marge: niet-loonvormende-bedrijvigheid werd dat genoemd. Verborgen werkeloosheid zouden we nu zeggen. Nu zitten in de creatieve Broedplaatsen vooral kleine ondernemers die proberen om leuke dingen voor leuke mensen te maken en daar leuk aan te verdienen. Dat vraagt dus ook een andere stad.

28/02/2010 – Vincent Kompier

Het probleem is dat Florida’s bevindingen over de creatieve stad door beleidsmakers veel te simpel vertaald worden in het droppen van een clustertje kunstenaars om een probleemwijk (of de Wallen) op te pimpen. Daar wordt onterecht heel veel van verwacht. Met als gevolg: grote teleurstellingen over het uitblijven van spanning en creativiteit. De creatieve industrie is geen wondermiddel om steden aantrekkelijker of spannender te maken. Sterker: kunstenaars veroorzaken gentrification, met alle nadelige (maar onzichtbare) gevolgen van dien als verdringing, huuropdrijving et cetera.

Daarnaast heeft Florida een tweetal interessante opmerkingen over Amsterdam gemaakt in de VPRO-documentaire Amsterdam Make Over: Amsterdam vond hij ‘a litte generic’ en ‘a little neurotic’. De voortdurende hang naar authenticiteit, nieuwheid, creativiteit, hipheid en leukheid is op het overspannende af en veroorzaakt dat alles hetzelfde wordt en (stedelijke) contrasten afnemen.
Ruimte (-gebrek) is niet het grootste probleem in Nederland, dat is haast.

02/03/2010 – Rory | swurdin.nl

Heej! Leuk artikel. Thanks voor de vermelding.

Rory

11/03/2010 – rini biemans

Heb alvast een manifestje geschreven voor de discussie morgen: http://www.rinibiemans.nl/read/antenne_item/id/171459

11/03/2010 – rini

Hel tekst dan maar, tot morgen !

EEN HEDENDAAGS MANIFEST
Oftewel hoe bevrijden we de mens uit het stenige tijdperk…



Morgen 12 maart moet ik een betoog houden tijdens een debat van ruimtevolk onder de titel ‘De Spannende Stad’ : http://www.ruimtevolk.nl/detail.php?id=326



Er zijn nog vier andere sprekers ben benieuwd hoe het gaat verlopen, hier alvast een opzetje welke positie ik inneem in de discussie.



Rotterdam zou een heel spannende stad kunnen worden als we vanuit de volgende principes gaan ontwikkelen en besturen. Rotterdam heeft alle kansen, sterker nog; een achterstand is in deze de ideale voorsprong ! M.a.w. Rotterdam heeft nog ruimte…



Wij mensen behoren tot een sociale soort, wij hebben elkaar nodig voor onze ontwikkeling, gezondheid en geluk. Wij zijn in ongeveer 200.000 jaar biologisch en cultureel geëvolueerd en hebben dat altijd in onderlinge interactie gedaan en midden in en met de natuur, wijzelf zijn de natuur. Wij zijn mensen, maar bovenal dieren met dierlijke instincten. Als wij onze soort willen begrijpen moeten we er vanuit gaan dat 80% van ons gedrag instinctmatig is. Het rationele deel van onze hersenen lukt het maar 20% van de tijd ons onbewuste emotionele gedrag te onderdrukken. Onze belangrijkste drijfveren zijn onbewust. Ieder systeem dat uitgaat van de redelijkheid en rationaliteit van de mens zal ons gedrag en interactie niet kunnen verklaren en zal op den duur geen oplossingen bieden. De belangrijkste disciplines van de stedenbouw van de 21ste eeuw zullen dan ook sociologie, psychologie en fysiologie zijn: menswetenschappen.



Wij mensen worden gezond, wijs en gelukkig van omgang met elkaar en de natuur.



Onze natuurlijke interactie heeft in die 200.000 jaar zelforganiserende en zelfverbeterende strategieën ontwikkeld. Deze strategieën zijn niet rationeel en staan vaak haaks op onze rationele efficiënte organisatie (iets van pakweg de laatste 1000 jaar). In deze zin is het zaak de mensheid oftewel onze soort te bevrijden uit het stenige tijdperk. Niet stenen zijn duurzaam, maar onze interactie is duurzaam, wijzelf zijn duurzaam! Laten we deze kracht dan ook herstellen in zijn oude glorie. Faciliteren van natuurlijke interactie en de menselijke maat. Natuurlijk kan een goed ontwerp hierbij helpen, maar laat het groeien en bedenk het niet ! Hier ligt de uitdaging voor de steden, die steeds meer mensen trekken. Hun eerste taak en wat mij betreft enige taak is deze mensen wijzer en gezonder te maken. Dan is de lange termijn gegarandeerd en zal al het overige ook beter gaan, vertrouw op onszelf en niet op papier, onderzoek en democratie.



Er blijven altijd zaken misgaan, juist daar kunnen we van leren !

(als je te fanatiek een tien wil halen kom je wellicht thuis met een vier. Ga in ieder geval voor de 6 min en werk naar een negen)





De ruimte tussen mensen is essentieel, deze ruimte bestaat grofweg uit het fysieke privé en publiek domein en het virtuele privé en publiek domein. Hier ontmoeten mensen elkaar, handelen en communiceren (leren van elkaar). Momenteel hebben we in de stad te maken met een complex samengestelde ruimte tussen mensen : de openbare ruimte en de media ruimte, deze ruimte is dus zowel virtueel als fysiek. Deze ruimte dient geoptimaliseerd te worden zodat wij als soort ons optimaal kunnen ontwikkelen. Niet ten koste van de andere dieren en planten, want zij zijn in deze visie ook stadsbewoners, waar wij gezond, wijs en gelukkig van worden. That’s the way to go.



Vraag dus niet of er ontwerpers nodig zijn, maar hoe die ontwerpers er uit zullen zien en hoe het ontwerpproces wordt georganiseerd. Hoe kan een stad groeien en bloeien vanuit nieuwe behoeftes en technieken ?



Hoe kan je iets ontwerpen, dat je niet kan aanraken ?



Nogmaals : Hoe bevrijden we onze soort uit het stenige tijdperk ?



Tot slot:

Ideeën zijn van ons allemaal, we werken er allemaal even hard aan. Alleen de genieën ‘verzinnen’ het. Onze soort zorgt ervoor dat er altijd genieën zijn.



Copyright was een grote stimulans, maar is in de huidige communicatieomgeving contraproductioneel geworden.



Creative Commons

Rini Biemans

Plaats een reactie bij dit artikel

Naam:
Email:

Tik de volgende code over (spam preventie):
Comment: